Groot-Brittannië criminaliseert elke vorm van pro-Palestijnse solidariteit
De recente beslissing van het Britse Hof van Beroep van 17 juni 2026 sluit een juridische strijd af die begon op 23 juni 2025. Toen besliste minister van Binnenlandse Zaken Yvette Cooper om de organisatie Palestine Action te verbieden als terroristische organisatie. Zij deed dat nadat een groep actievoerders onder de naam Palestine Action een aantal gevechtsvliegtuigen had bespoten met graffiti op de luchtmachtbasis Brize Norton.
Deze beslissing werd goedgekeurd met 385 stemmen voor en 26 tegen in het Britse Lagerhuis en de volgende dag reeds bevestigd door het Hogerhuis. Nauwelijks twee dagen later ging het wetsvoorstel van kracht, waardoor het voortaan een crimineel misdrijf was om lid te zijn van of steun uit te drukken voor Palestine Action.
Geen plots besluit
Uit onafhankelijk onderzoek is gebleken dat de regering reeds een jaar eerder overleg pleegde om pro-Palestijns protest te criminaliseren. Dit verklaart ook waarom het voorstel zo snel door de parlementaire procedures werd gejaagd. Waar er anders maanden verstrijken tussen de dag van een regeringsbeslissing en de effectieve implementatie, werd deze beslissing op amper twaalf dagen doorgedrukt.
Uit protest gingen duizenden burgers demonstreren met de slogan ‘I oppose genocide – I support Palestine Action’ wat de politie verplichtte tot massale aanhoudingen van vooral senioren. Jonge mensen, studenten en werkende mensen werd afgeraden er aan deel te nemen, wegens de mogelijke directe repercussies op hun werk of studie.
Het regeringsverbod voor steun aan Palestine Action betekende ook dat betogers tot 14 jaar gevangenisstraf konden worden veroordeeld
Pro-Palestijnse actievoerders gingen in beroep bij het Britse Hooggerechtshof tegen deze beslissing, aanvankelijk met succes. De regeringsbeslissing werd ongeldig verklaard omdat ze in strijd was met het eigen beleid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Artikel 10 (vrijheid van meningsuiting) en Artikel 11 (vrijheid van vereniging) van de Europese Conventie voor Mensenrechten schendt.
Het regeringsverbod voor steun aan Palestine Action wegens ‘terroristische banden’ betekende ook dat duizenden vreedzame betogers tot veertien jaar gevangenisstraf konden worden veroordeeld. Dit werd door het Hooggerechtshof veroordeeld als 'excessief afschrikkend'.
Bewijzen van terrorisme niet nodig?
Van de 385 acties die Palestine Action had gevoerd over de voorbije vijf jaar kon de regering slechts in drie gevallen aantonen dat ze mogelijk onder de bepalingen zouden vallen van de wetgeving tegen terrorisme van 2000. Bovendien argumenteerde het Hooggerechtshof dat de overgrote meerderheid van de acties van Palestine Action vervolgd kunnen worden met de gewone wetgeving tegen beschadiging van eigendommen.
De regering diende onmiddellijk beroep in tegen deze beslissing en argumenteerde bovendien dat de beslissing van het Hooggerechtshof niet opschortend was. De politie bleef duizenden vreedzame actievoerders massaal arresteren.
Het Hof van Beroep heeft nu de beslissing van het Hooggerechtshof verworpen. Daarvoor aanvaardde een panel van zes opperrechters volledig de argumentatie van de regering. Zo oordeelt het Hof van Beroep dat de regering volledig vrij is om te bepalen wat marges en definities van ‘terrorisme’ zijn, en dat het gerecht er geen oordeel over kan vellen.
Het Hof van Beroep neemt verder volledig de beweringen over van de regering dat Palestine Action een centraal geleide organisatie zou zijn die via ‘geheime cellen’ werkt. Het Hof van Beroep verwerpt verder de stelling dat Artikel 10 en 11 van de Europese Conventie geschonden werden.
Filton Four
Enkele dagen eerder werden vier deelnemers aan voorgaande acties gelinkt aan Palestine Action reeds tot zware gevangenisstraffen veroordeeld. Dit gebeurde na een procesgang waarbij de rechter de beschuldigden verbood de motieven voor hun acties te vermelden en waarbij de jury niet op de hoogte werd gesteld dat zij zouden worden veroordeeld voor ‘terrorisme’ in plaats van voor ‘toebrengen van schade aan eigendommen’.
Vier deelnemers acties gelinkt aan Palestine Action zijn reeds tot zware gevangenisstraffen veroordeeld
Tegen deze beslissing is in theorie nog een beroep mogelijk bij de Supreme Court, die boven de High Court en de Court of Appeals staat in Groot-Brittannië. Daarvoor is echter de toestemming nodig van het Hof van Beroep wat in de gegeven situatie hoogst onwaarschijnlijk is.
Met deze beslissing staat het de Britse regering onder leiding van Keir Starmer vrij om de wetgeving uit te breiden naar elke vorm van protest tegen de genocide in Gaza en elke vorm van steun voor de rechten van het Palestijnse volk.
Opiniepeilingen zeggen het omgekeerde
De hardnekkige manier waarop de regering van Labour dit beleid blijft doorzetten ten bate van Israël heeft geen steun meer van de meerderheid van de Britse bevolking, zo blijkt uit onderzoek van het Amerikaanse onderzoeksbureau Pew Research Center.
In 36 onderzochte landen waaronder de Europese landen Nederland en Groot-Brittannië (België zit er niet bij) blijkt dat bijna overal grote meerderheden van de bevolking geen of zeer weinig vertrouwen hebben in de regering van eerste minister van Israël, Benjamin Netanyahu. Gemiddeld heeft een meerderheid van 67 procent een negatieve kijk op Israël, terwijl 25 procent er ‘eerder positief’ of ‘positief’ tegenover staan, met een kleine groep van gemiddeld 9 procent onbeslisten.
Dat die meerderheid in traditionele moslimlanden het grootst is, zal niemand verwonderen. Maar zelfs in Europa, de VS en Canada is een meerderheid tegen Israël, met die nuancering dat het percentage ‘very infavorable’ wat kleiner is en het percentage ‘somewhat unfavorable’ groter dan het gemiddelde (zie de tabellen).
In Groot-Brittannië is 42 procent van de bevolking ‘very unfavorable’ tegen Israël en 27 procent ‘somewhat unfavorable’. In Duitsland is dat 24 en 49 procent, in Nederland 47 en 20 procent, in Polen 33 en 27 procent, in Frankrijk 36 en 22 procent.
In Europese landen die het hardste beleid pro-Israël voeren, staat de meerderheid van de bevolking lijnrecht aan de andere kant
In de vier Europese landen die het hardste beleid pro-Israël voeren, staat de meerderheid van de bevolking lijnrecht aan de andere kant. En in alle onderzochte landen neemt de sympathie voor de Palestijnse rechten nog elk jaar toe. Enige uitzondering is Griekenland waar ongeveer 30 procent van de bevolking achter Israël staat, een lichte stijging tegenover 2025.
Samengevat betekent dit dat de huidige Britse regering een repressief beleid voert dat door 67 procent van de bevolking wordt verworpen. De Britse regering blijft keihard doorgaan met de criminalisering van steun voor Palestina tegen de eigen bevolking in. Parlementsverkiezingen zijn er pas in 2029 – tenzij Starmer (of een opvolger) vervroegde verkiezingen uitschrijft, wat gezien deze peilingen hoogst onwaarschijnlijk is.
Het Britse gerecht heeft een zeer lange geschiedenis van politieke aanhorigheid bij de machtspartij van het ogenblik. Na dit vonnis zal Groot-Brittannië de komende twee jaar verder afdrijven naar een feitelijke politiestaat. Wat dit zal geven bij de komende parlementsverkiezingen in 2029 is nog onvoorspelbaar, maar peilingen geven aan dat de twee traditionele machtspartijen Labour (19 procent) en Conservatieven (19 procent) zelfs samen geen meerderheid van de bevolking meer achter zich hebben staan.