Opinie

Woonstbetredingen: de voordeur als grens van de staatsmacht

Afbeelding
Bewerkt beeld: Vectorfair S
Bewerkt beeld: Vectorfair S
Een wetsontwerp dat woonstbetredingen mogelijk maakt voor de arrestatie van mensen zonder wettig verblijf, schuift fundamentele grenzen op. Terwijl de parlementaire meerderheid doorzet, groeit in steden en gemeenten het verzet tegen deze aantasting van de privésfeer.

Op dit moment ligt het wetsontwerp rond woonstbetredingen op tafel in de Commissie Binnenlandse Zaken. Als de meerderheid haar akkoord behoudt, lijkt een definitieve goedkeuring in het parlement slechts een kwestie van tijd.

Toch zou het een vergissing zijn om te denken dat het debat daarmee beslecht is. Integendeel. In steeds meer steden en gemeenten groeit het verzet tegen een wetsontwerp dat volgens critici een fundamentele grens verschuift tussen overheid en burger.

Het voorstel maakt het immers mogelijk om woningen binnen te gaan om mensen zonder wettig verblijf bestuurlijk aan te houden. Niet in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar een misdrijf, maar in een administratieve context. 

Dat klinkt misschien technisch, alsof het gaat om een beperkte maatregel met voldoende waarborgen en controles. Maar achter die technische taal schuilt een fundamentele politieke keuze. Een overheid krijgt de mogelijkheid om binnen te dringen in woningen en privélevens van mensen, niet omdat er een strafrechtelijk onderzoek loopt, maar omdat iemand geen papieren heeft en volgens ruime begrippen een gevaar zou vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid.

Dat is geen detail. Dat is een grensverschuiving.

"Alleen gevaarlijke mensen"? Dat argument klopt niet

De regering verdedigt het wetsontwerp als een veiligheidsmaatregel. Het zou enkel gaan over mensen die een bedreiging vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid en die herhaaldelijk geweigerd hebben gevolg te geven aan een bevel om het grondgebied te verlaten. Op het eerste gezicht klinkt dat redelijk.

Toch waarschuwen juristen, magistraten, mensenrechtenorganisaties en ook het federaal migratiecentrum Myria al maanden dat precies daar een belangrijk probleem schuilt. Begrippen zoals "openbare orde" en "nationale veiligheid" zijn immers veel minder eenduidig dan vaak wordt voorgesteld. Vandaag denkt men spontaan aan terrorisme of zware criminaliteit. Morgen kunnen die begrippen veel breder worden geïnterpreteerd.

Precies dat is het gevaar van uitzonderingswetgeving. Ze wordt zelden ingevoerd met de boodschap dat ze breed zal worden toegepast. Ze begint altijd bij de uitzondering. Met een beperkte doelgroep, een uitzonderlijke situatie en de verzekering dat er voldoende controlemechanismen bestaan. Maar wie naar de geschiedenis van vrijheidsbeperkingen kijkt, weet hoe vaak uitzonderingen uiteindelijk de nieuwe norm worden.

Bovendien blijft de fundamentele vraag overeind: als iemand werkelijk staatsgevaarlijk is, waarom is deze wet dan nodig? Wie een ernstig gevaar vormt voor de samenleving, kan vandaag al worden opgespoord en opgepakt via bestaande gerechtelijke procedures. Daarvoor bestaan aanhoudingsbevelen, huiszoekingen en andere strafrechtelijke instrumenten. 

De nieuwe wet gaat dus niet over de vraag of de overheid gevaarlijke personen kan aanpakken. Dat kan ze vandaag al. De vraag is of we het normaal vinden dat strafrechtelijke waarborgen worden omzeild via een administratieve procedure.

De woning is geen formaliteit

De onschendbaarheid van de woning is geen luxeprincipe voor wie niets te verbergen heeft. Ze behoort tot de oudste en meest fundamentele waarborgen van de democratische rechtsstaat. Net omdat een woning de plaats is waar mensen zich veilig en beschermd moeten kunnen voelen, heeft men altijd erkend dat de overheid daar slechts onder zeer strikte voorwaarden mag binnendringen.

Die bescherming dient niet om criminaliteit af te schermen, maar om burgers te beschermen tegen willekeurige inmenging van de overheid. Ze maakt duidelijk dat de voordeur van een woning niet zomaar een administratieve drempel is waar de staat doorheen kan stappen wanneer dat efficiënt of wenselijk lijkt.

Ook de Raad van State wees op de gevolgen voor andere mensen die in de woning verblijven. Want dit wetsontwerp raakt niet alleen mensen zonder papieren. Het raakt ook gezinnen, huisgenoten en mensen die iemand tijdelijk opvangen. Ook kinderen kunnen geconfronteerd worden met politie die een woning binnendringt. Ook mensen die uit solidariteit onderdak bieden, worden mee in een sfeer van controle en intimidatie getrokken.

Dat is waarom dit debat over meer gaat dan migratie alleen. Het gaat over de vraag hoe ver een overheid mag gaan in de privésfeer van mensen. Over de grenzen van staatsmacht. En over de vraag of fundamentele rechten nog fundamenteel zijn wanneer ze gelden voor mensen met weinig politieke bescherming.

Van uitzondering naar norm

Strafpleiter Walter Damen noemde woonstbetredingen in Knack "een opstapje naar een illegalenpolitie". Dat is een stevige uitspraak. Maar ze raakt wel aan een reëel risico.

Niemand beweert dat België morgen de Verenigde Staten wordt. Niemand beweert dat we hier letterlijk ICE krijgen. Maar wie vandaag naar de Verenigde Staten kijkt, ziet wel hoe snel een samenleving kan wennen aan razzia's, deportatiepolitiek en het actief opsporen van mensen op basis van hun verblijfsstatuut.

Dat begint zelden met de meest extreme vorm. Het begint met uitzonderingen. Met "alleen voor deze groep". Met "alleen in deze gevallen". Met "er zijn toch waarborgen". Tot de uitzondering went. Tot de taal verschuift. Tot de drempel lager wordt. En dan komt de volgende stap.

Martin Niemöller waarschuwde na de Tweede Wereldoorlog voor precies die dynamiek. Eerst kwamen ze voor de communisten, schreef hij in een vroege versie van zijn bekende tekst. Later voor de socialisten, de vakbonden en de Joden. Telkens zwegen mensen omdat het niet over hen ging. Tot er niemand meer overbleef om te spreken.

Die vergelijking vraagt voorzichtigheid. Maar de les blijft relevant. Vrijheden verdwijnen meestal niet in één grote beweging. Ze worden stap voor stap uitgehold, vaak eerst voor groepen die weinig macht hebben en weinig politieke bescherming genieten.

Vandaag zijn het mensen zonder papieren. Morgen misschien mensen die hen helpen. Daarna mensen die protesteren. Of mensen die als "radicaal" of "verstorend" worden gelabeld. Wie denkt dat grondrechten alleen belangrijk zijn wanneer ze populaire mensen beschermen, heeft niet begrepen waarom grondrechten bestaan.

Ook in Vlaanderen groeit het verzet

Het opvallende is dat het verzet tegen dit wetsontwerp allang niet meer beperkt blijft tot enkele organisaties.

In Brussel spraken volgens de campagne No ICE in Belgium ondertussen 14 van de 19 gemeenten zich uit tegen woonstbetredingen. Ook in Wallonië deden tientallen gemeenten hetzelfde. Wat ooit een discussie leek tussen juristen en specialisten, groeit steeds meer uit tot een breder maatschappelijk debat.

Ook in Vlaanderen komt die mobilisatie op gang. In Leuven verzamelden burgers bijna 2.000 handtekeningen om hun gemeenteraad hierover te laten spreken. In Gent loopt een gelijkaardig initiatief. En in Brugge verenigden meer dan 40 middenveldorganisaties zich in de coalitie Brugge voor Huisvrede en Mensenrechten. Meer dan 900 burgers ondertekenden ondertussen de petitie die ik op 29 juni, namens Groen Brugge, als voorstel tot beslissing zal voorleggen aan de Brugse gemeenteraad. 

11.11.11 stelt vandaag voorbeeldmoties  voor lokale besturen ter beschikking. No ICE in Belgium roept burgers op om lokale groepen te vormen, petities te steunen en druk te zetten op gemeenten en regio's. Dat lijkt mij ook de juiste reflex. Niet alleen verontwaardigd zijn, maar organiseren. Niet alleen reageren op sociale media, maar lokaal mensen samenbrengen en het debat voeren.

Spreek je uit

Misschien wordt dit wetsontwerp binnenkort definitief goedgekeurd. Misschien niet. Maar één ding staat vast: het debat eindigt niet in de Kamer.

Het parlement zal beslissen over de wet. Burgers, verenigingen, adviesraden en lokale besturen beslissen mee over iets anders: of we deze grensverschuiving normaal vinden.

Daarom is het belangrijk dat mensen zich blijven uitspreken, petities ondertekenen en lokaal initiatief nemen. Niet omdat gemeenten deze wet kunnen tegenhouden, maar omdat fundamentele rechten niet alleen leven in wetboeken. Ze leven ook in de bereidheid van burgers om ze te verdedigen wanneer ze onder druk komen te staan.

Het debat over woonstbetredingen eindigt niet in de Kamer. Het begint daar pas.

 

Eva Vanhoorne is Gemeenteraadslid Groen Brugge. 

 

Teken de petities en volg de campagne van No ICE in Belgium: No ICE in Belgium 

Teken de Gentse petitie tegen woonstbetredingen: Petitie Gent 

Teken de Brugse petitie van Brugge voor Huisvrede en Mensenrechten: Petitie Brugge 

 Wil je zelf een initiatief nemen in jouw gemeente? 11.11.11 stelde voorbeeldmoties en praktische informatie ter beschikking: 11.11.11 – Geen ICE in Europa, geen woonstbetredingen in onze gemeente

 

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?