De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Opinie

Oorsprong van de huidige oorlogshysterie ligt in 1945

Afbeelding
Bron: EPO Uitgeverij
Bron: EPO Uitgeverij
De eerste vredesconferentie van de organisaties Volkeren Voor Vrede en de Anti-Fascistische Oudverzetsstrijders Nederland ging door op 9 mei 2026 in Nederland, onder de titel: ‘81 jaar overwinning op fascisme? Naar een wereld van samenwerking’. Historicus Jacques Pauwels gaf er deze toespraak: "Koude en hete oorlogen blijven wat ze sinds 1945 zijn, een middel om rijkdom te herverdelen van de armen naar de rijken."

Om te begrijpen waar de huidige op Rusland gefocuste oorlogshysterie vandaan komt, moet men iets afweten over de rol van de VS voor, gedurende en na de Tweede Wereldoorlog. We beginnen met de jaren 1930.

Dat tijdperk was gekenmerkt door een grote economische crisis, in de VS bekend als de Great Depression. Oorzaak was de wanverhouding tussen het economische aanbod, zelf het gevolg van innovaties zoals Henry Fords ‘lopend band’, en de economische vraag, bijvoorbeeld de vraag naar auto’s, die de overgrote meerderheid der Amerikanen [1], toen nog verre van welstellend, zich niet konden permitteren. 

Die crisis veroorzaakte ongeziene werkloosheid en armoede, zodat de jaren 1930 bekend geraakten als de ‘dirty thirties’, de ‘smerige jaren dertig’. De hele op kapitalistische leest geschoeide wereld werd getroffen door die crisis.

Echter niet de Sovjetunie, een socialistische staat die was ontstaan als gevolg van de Russische Revolutie van 1917. Die beleefde in de jaren dertig een heuse industriële revolutie die grote offers vergde en tegelijkertijd succesrijk was en het land transformeerde van een agrarische maatschappij tot een industriële reus. 

Onder die omstandigheden geraakten talloze Amerikanen ervan overtuigd dat het einde van de bestaande kapitalistische orde nabij was, ze begonnen uit te zien naar revolutionaire veranderingen op zijn Russisch en sloten zich aan bij de communistische en socialistische partijen. Tot grote ontsteltenis en schrik van ‘s lands elite waren de jaren dertig dus ook de ‘red thirties’, de ‘rode jaren dertig’.

De Amerikaanse bankiers en industriëlen haatten de Sovjetunie, het grote voorbeeld en bron van inspiratie van de Amerikaanse reds. Omgekeerd bewonderden ze het fascisme. Diens leiders, Mussolini in Italië en daarna Hitler in Duitsland, gooiden de communisten en andere ‘roden’ in de gevangenis of in concentratiekampen, schakelden de vakbonden uit, en wisten via bewapeningsprogramma’s, militarisering en een agressieve buitenlandse politiek hun economie weer op gang te brengen. 

Daarvan profiteerden ook de talrijke Amerikaanse grootbedrijven die filialen hadden opgericht in Duitsland, zoals Ford. Amerikaanse petroleumgiganten zoals Standard Oil [2], die Hitler de brandstof leverden die hij zou gebruiken om zijn Blitzkrieg te voeren. Ook banken profiteerden door hem het benodigde geld te lenen, geld waarvan zij maar al te goed wisten dat hij het alleen met de buit van een roofoorlog zou kunnen terugbetalen. 

Maar over die door Hitler geplande oorlog maakten zij zich geen zorgen: zij hadden Mein Kampf gelezen en wisten dat hij het op de Sovjetunie gemunt had, en tegen een dergelijk project hadden zij niet het minste bezwaar. Integendeel, zij keken gretig uit naar de vernietiging van de Sovjetunie, het ongewenste en gehate alternatief, het countersystem, van het kapitalistische sociaaleconomische model.

Hitler en zijn Duitse variant van het fascisme, het nazisme, en het fascisme in het algemeen, waren dus heel voordelig voor het Amerikaanse kapitalisme. Maar alsnog voordeliger openbaarde zich de oorlog die in 1939 door Hitler werd uitgelokt. 

De Amerikaanse bankiers en industriëlen verdienden voortaan grof geld, niet alleen via hun filialen in Duitsland maar ook dankzij hoogst lucratieve wapenleveringen en leningen aan vijanden van nazi-Duitsland, vooral Groot-Brittannië maar ook de regeringen in ballingschap van door Duitsland bezette landen als Frankrijk en Nederland, en ook dankzij een grootscheeps bewapeningsprogramma in de VS zelf. 

Dit alles betekende een fantastische stimulus voor de economische vraag en een ermee gepaard gaande stijging van de productie en de winsten. En dankzij de talloze stakingen gevoerd door de Amerikaanse arbeiders onder leiding van militante vakbonden, schoten ook de lonen de hoogte in en werd de Amerikaanse arbeidersklasse ongezien welvarend. In elk geval was het dankzij de oorlog ‘amen en uit’ met de Grote Depressie.

Het was een ironie van de geschiedenis dat de VS zelf tot eigen verrassing in de oorlog actief betrokken raakten, niet aan de zijde van, maar tégen de fascisten. Hoe dat mogelijk was, is een complexe affaire die ik uit de doeken heb gedaan in mijn boek ‘De mythe van de goede oorlog: Amerika en de Tweede Wereldoorlog’. 

Het verdient hier echter wel even opgemerkt te worden dat men in Washington van plan was om ten strijde te trekken tegen Japan, maar niet tegen nazi-Duitsland. Na Pearl Harbor heeft Hitler trouwens zelf aan de VS de oorlog verklaard, iets waartoe hij volgens zijn bondgenootschap met Japan helemaal niet verplicht was. 

In elk geval vonden talloze leden van de Amerikaanse elite, bijvoorbeeld de bekende generaal Patton, dat Amerika in de oorlog vocht tegen de ‘verkeerde vijand’, nazi-Duitsland, een land waarvoor ze veel sympathie hadden en waarmee ze heerlijk zaken deden en trouwens tot het einde van de oorlog zouden blijven doen. 

Ze vonden ook dat ze vochten aan de zijde van de ‘verkeerde bondgenoot’, de Sovjetunie, een socialistische staat waarvan ze lang hebben gehoopt dat Hitler hem van de kaart zou vegen zoals hij in Mein Kampf had beloofd.

In 1944-45 begonnen leiders (en ook economen) van de VS te vrezen dat het nakende einde van de vijandelijkheden ook het einde zou betekenen van de ‘wartime boom’, de oorlogsconjunctuur. 

Er werd verwacht dat samen met de economische vraag de productie en de winsten zouden instorten, dat werkloosheid, wijdverbreide ellende en de Grote Depressie in het algemeen een comeback zouden maken en dat de daarmee gepaard gaande algemene ‘pauperisering’ de vraag naar radicale, zelfs revolutionaire sociaal-economische verandering zou doen heropleven. 

In de VS, net als in Europa, wilden de ‘kleine’ vrouw en man immers veel meer dan een terugkeer naar de toestanden van voor de oorlog. Ze wilden verandering, grote verandering, en ze waren sterk geïmponeerd door het feit dat nazi-Duitsland, een van de kapitalistische grootmachten, verslagen was door de Sovjetunie, een niet- en antikapitalistische staat, met relatief weinig hulp van zijn bondgenoten, wat de superioriteit van het socialisme tegenover het kapitalisme leek aan te tonen. 

Men wist indertijd ook maar al te goed dat in de bezette landen de elite tot eigen voordeel met de bezetter had gecollaboreerd, terwijl het verzet hoofdzakelijk bestond uit linkse krachten, niet uitsluitend maar toch vooral communisten.

Onmiddellijk na de oorlog was de Zeitgeist overwegend antifascistisch, antikapitalistisch, en socialistisch. In landen als Frankrijk en Italië leken de communisten voorbestemd om vroeg of laat via verkiezingen, dus op democratische manier, aan de macht te komen. 

Voor de elite van de VS vormde dit een groot probleem, maar ze kwam voor de pinnen met een dubbele remedie. De ongezien profitabele ‘oorlogseconomie’ kon op gang gehouden worden, en een nieuwe crisis zoals in de smerige en rode jaren dertig kon vermeden worden, door de ‘ontdekking’ van een nieuwe vijand. 

En een nieuwe vijand kon gemakkelijk gevonden worden, hij was, om het zo uit te drukken, in volle zicht verborgen. Die nieuwe vijand was de Sovjetunie, een staat die reeds in de jaren dertig als een vijand werd beschouwd en in de oorlog een weliswaar nuttige maar toch gehate ‘verkeerde bondgenoot’ geweest was.

In 1945 werden de rollen omgedraaid: de Sovjetunie werd de nieuwe vijand, en een ‘Koude Oorlog’ ertegen maakte het mogelijk dat de Amerikaanse oorlogseconomie op volle toeren kon blijven draaien. 

Het was echter niet gemakkelijk om het publiek in de VS zelf en in Europa het nieuwe Feindbild bij te brengen. Dit vereiste een grootschalige en langdurige propagandistische campagne, waarin Hollywood zowel als door de Amerikaanse geheime diensten gemanipuleerde kunstenaars en schrijvers als George Orwell een belangrijke rol gespeeld hebben. 

Moskou werd er in die campagne van beschuldigd om na de verwachte terugtrekking van de Amerikaanse troepen te willen profiteren om het door de oorlog uitgeputte en hulpeloze West-Europa onder de voet te lopen. Het was nochtans evident dat dit een grove leugen was. 

Iedereen wist dat de Sovjetunie enorme inspanningen had geleverd en ongeziene verliezen aan mensen en materiaal had geleden en dat het voor het land reeds een enorm succes was om uit de oorlog tevoorschijn te kunnen komen met een vergroot grondgebied, grotere invloed en torenhoog prestige. 

Iedereen besefte tevens dat het voor de leiders in Moskou waanzin zou geweest zijn om onder die omstandigheden zelf een veroveringsoorlog te beginnen op duizenden kilometers van de thuisbasis, tegen westerse ex-bondgenoten met een enorme troepenmacht inclusief een machtig luchtleger wiens bommenwerpers in staat waren om ook heel ver van hun basissen vernietigend toe te slaan – iets wat Churchill in februari 1945 doelbewust gedemonstreerd had met de totale en militair nutteloze vernietiging van de stad Dresden, dus vlak voor de neus van het naar Berlijn oprukkende Rode Leger.

Voor de Amerikaanse elite was de Sovjetunie voortaan de ‘correcte vijand’, en omgekeerd werd Duitsland, of tenminste toch het westelijke deel ervan, de ‘correcte bondgenoot’. Dat veronderstelde ‘democratische’ West-Duitsland was in werkelijkheid een staat boordevol ‘gerecycleerde’ nazi’s, een staat die zeer tegen de wil van de meeste Europeanen geremilitariseerd en geïntegreerd werd in de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO). 

Die organisatie werd zogezegd opgericht om Europa te verdedigen tegen een fictieve bedreiging door de Sovjetunie. In werkelijkheid werd de NAVO opgericht als internationale verkoop- en promotiedienst van wat geleidelijk bekend zou worden als Amerika’s ‘militair-industrieel complex’. NAVO-lidmaatschap vereist immers dat peperdure wapens zoals het F-35-jachtvliegtuig en andere militaire spullen overwegend aangekocht worden bij Amerikaanse ondernemingen.

De Sovjetunie bestempelen als de nieuwe boeman van de zogenaamde ‘vrije wereld’ had ook nog een ander voordeel. Het maakte het mogelijk om de in de naoorlogse Zeitgeist geplande – en gedeeltelijk uitgevoerde -- socialiseringen en andere radicale antikapitalistische maatregelen te verbinden met de Sovjetvijand en op die manier als een soort landsverraad te stigmatiseren. 

De situatie is heden niet beter, integendeel. Om de hoge kosten van militarisering en oorlogvoering te rechtvaardigen, is er nog steeds een vijand nodig, en heden is dat Rusland, de erfgenaam van de Sovjetunie. 

De huidige russofobie en oorlogsstokerij dient er nog steeds toe om Amerika’s grote bedrijven in het algemeen, en wapenfabrikanten in het bijzonder, zowel als hun Europese partners, steeds grotere winsten te laten opstrijken. 

Om dit mogelijk te maken, moet er bespaard worden door de Europese landen die ‘partners’, pardon, vazallen zijn van de VS binnen de NAVO, en die besparingen betekenen de afbraak van de sociale diensten. 

Bewapening en koude, zowel als hete oorlogen, blijven wat ze al sedert 1945 zijn: een middel om rijkdom te herverdelen, niet van rijken naar armen, maar omgekeerd van de armen naar de rijken.

Men kan ook zeggen dat het Amerikaanse kapitalistische en inderdaad imperialistische systeem niet meer kan overleven zonder de megawinsten die door oorlogsdreiging en oorlogvoering mogelijk gemaakt worden. 

Indien morgen op aarde de vrede zou uitbreken, zou dat voor de Amerikaanse economie niets minder zijn dan een catastrofe. 

 

Jacques Pauwels schreef De mythe van de goede oorlog: Amerika en de Tweede Wereldoorlog. EPO, Berchem, 2017

Notes:

[1] Met ‘Amerikanen’ wordt hier de bevolking van de VS bedoeld. Dit gebruik van de term in deze beperkende zin is vrij algemeen, maar blijft merkwaardig als je bedenkt dat Canadezen en heel Latijns-Amerika ook Amerikanen zijn. 

[2] Standard Oil werd later opgesplitst in onder andere bedrijven als Esso, het latere ExxonMobil en Chevron.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?