De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
La France Insoumise: op weg naar een ecosocialistisch Frankrijk?
In Frankrijk is een beweging in opmars die mogelijk weldra met fascinatie, hoop, en kritische zin door de progressieve wereld in Europa zal gevolgd worden. Die beweging is 'La France Insoumise' (LFI), het Frankrijk dat zich niet laat onderwerpen, het opstandige Frankrijk van Jean-Luc Mélenchon, oud-PS-politicus die de afgelopen decennia almaar meer in ecosocialistische richting is opgeschoven.
Mélenchon doet met een aantrekkelijk progressief alternatief een gooi naar het presidentschap waarvoor de Fransen in april 2027 naar de stembus gaan. Mainstream editorialisten kondigen namens de burgerlijke orde alvast de nederlaag van LFI aan. Maar de verpulvering van het kamp van huidig president Macron, de verdeeldheid van reformistisch links dat bovendien zijn actieve achterban grotendeels is kwijtgespeeld en de brede volkssteun voor LFI, leren dat de uitkomst van de stembusslag verre van zeker is.
Op de website van LFI hebben ondertussen al 300.000 mensen de kandidatuur van Jean-Luc Mélenchon ondersteund en zondag 7 juni hebben 26.000 mensen op een massameeting in de Parijse voorstad Saint Denis [1] (zie dit verslag van de meeting) zijn verkiezingscampagne met enthousiasme op gang getrokken.
LFI onderneemt zo de derde poging om het neoliberale Europa onder vuur te nemen, na twee eerdere mislukkingen. De eerste poging kwam er in 1981, toen president François Mitterrand na de verkiezingsoverwinning van PS (sociaaldemocraten) en PCF (communisten old school) 'le gouvernement de gauche' vormde.
Al na twee jaar voerde Mitterrand 'le tournant de la rigueur' in. Een complete capitulatie voor the powers that be en het neoliberale offensief dat in die jaren door VS-president Ronald Reagan en Brits eerste minister Margaret Thatcher op gang was getrokken.
In 2015 kwam er een tweede poging, toen het Griekse Syriza een regering vormde die de dictaten van Europa verwierp. De leiding van Syriza, dat geen plan-B had, gaf na zes maanden al toe aan de chantage van Europa dat ermee dreigde Griekenland uit de eurozone te stoten.
Doen Mélenchon en LFI in 2027 beter? Derde keer, goede keer?
Opstap naar een omwenteling
Alles moet nog worden gezegd over de slaagkansen van LFI en de lessen die we uit de ontwikkelingen mogen trekken. De mobilisaties van LFI voor de harten en geesten van de Fransen komen nog maar net op gang en de burgerlijke krachten hebben nog niet al hun kaarten op tafel gelegd. Toch kort alvast enkele hoopvolle elementen.
Zo stelt LFI een breuk voor met het blinde productivisme. Verregaande planning met belangrijke ecologische accenten moet de economie meer richten op de menselijke behoeften en respect voor de natuur. Het is een programma dat onder meer essentiële diensten en de commons wil collectiviseren, superwinsten wil wegbelasten, oligopolies zoals die van enkele miljardairs in de Franse media wil openbreken en het politiegeweld tegen geracialiseerde mensen wil beteugelen. Geen 'socialistisch' programma dat van de ene op de andere dag een nieuwe samenleving creëert, maar er een stap naartoe is. [2]
LFI staat ook voor een consequent internationalisme, niet in de laatste plaats inzake Palestina en de NAVO. Ook wil LFI de Franse Republiek, weggezet als “een presidentiële monarchie”, verregaand hervormen. Zo wil LFI onder meer de mogelijkheid invoeren dat met volksreferenda op initiatief van burgers zelf verkozenen kunnen vervangen worden, wetten kunnen voorgesteld of afgeschaft worden en de Grondwet kan gewijzigd worden.
Daarnaast wil LFI dat Frankrijk zijn economische gewicht in de schaal werpt om het neoliberale carcan van Europa open te breken, met als drukkingsmiddel (én als plan-B) de voorbereiding van de 'Frexit'. Geen wonder dat de Franse machtselite gretig LFI demoniseert. Zie bijvoorbeeld het smaadschrift la meute (‘het gepeupel’) waarmee twee journalisten van Le Monde Jean-Luc Mélenchon en zijn aanhang als een sekte wegzetten. Of de vrijwel dagelijkse mediabeschuldigingen van islamgauchisme en 'antisemitische ondertonen' bij LFI, omdat de beweging consequent de Palestijnse genocide veroordeelt en het recht op verzet tegen de kolonisatie verdedigt.
Het steeds weerkerend verwijt dat de leider van LFI te 'clivant' ('verdelend') is, is niet ernstig te nemen. Het Nouveau Front Populaire [3], een coalitie van LFI met traditioneel links, is uiteengespat op initiatief van de leiders van PS, PC en de groenen: zij stelden duidelijk niet langer met LFI en Mélenchon te willen samenwerken.
De kopstukken van reformistisch links herhalen graag de belachelijke mediabeschuldigingen van het prozionistische Franse establishment om samenwerking af te wijzen. Zij weten natuurlijk ook dat antisemitisme in uiterst-rechtse kringen woekert, maar dat deert veel minder: de beschuldiging van antisemitisme is vooral een instrument om kritiek op de Palestijnse genocide tot stilzwijgen te terroriseren, met actieve steun van de PS, die volledig opgaat in de Franse zionistische lobby.
Partij-kopstuk François Hollande, die er al een catastrofale presidentstermijn (2012-2017) heeft opzitten en zich opnieuw kandidaat wil stellen, steunde zelfs een - ondertussen afgevoerd - wetsvoorstel om antizionisme gelijk te stellen aan antisemitisme. In ruil voor de aanvallen op LFI krijgt dit 'respectabel' links van de professionele opiniemakers vrijwel onbeperkte positieve media-aandacht.
Mélenchon 'clivant'?
LFI 'clivant'? Het is in feite een codewoord dat moet verbergen dat Mélenchon genadeloos blootlegt wat reformistisch links vandaag nog voorstelt: vrijwel leeggelopen sociaaldemocratische of verzwakte traditioneel-ecologische partijen en clubjes rond figuren als Raphaël Glucksmann (PS), François Hollande (PS), Fabien Roussel (PCF) of Martine Tondelier (Europe Ecologie-Les Verts EELV) die de neoliberale orde niet in vraag stellen.
Vandaag vechten ze onder elkaar voor de positie van ‘eenheidskandidaat van respectabel links’. Die kopstukken zijn in hoge mate generaals zonder leger, visie, programma en strategie, maar ze willen wel allemaal president worden. Tégen LFI, hoewel Jean-Luc Mélenchon bij de vorige presidentsverkiezingen van 2022 in de eerste ronde 22 procent haalde, tegenover minder dan 10 procent voor PS, PC en EELV samen.
Bij gebrek aan een activistische achterban azen Glucksmann en co allemaal op het spaarboekje van de PS en de 8 miljoen euro die je nodig hebt voor een van bovenaf georganiseerde “burgerlijke” mediacampagne. Dat lamentabel spektakel helpt evenwel niet om de opgang van Mélenchon te stoppen – in recente opiniepeilingen blaast LFI hen weg, om nog maar te zwijgen over de succesrijke massameeting van zondag 7 juni en de honderdduizenden die Mélenchons kandidatuur nu reeds steunen.
Het is natuurlijk spijtig dat een eenheidskandidaat van links niet mogelijk is, ondanks de wens van velen aan de basis. Logisch: in 2022 kwam Mélenchon slechts 420.000 stemmen te kort om de beslissende tweede ronde te halen. Hadden toen de oud-stalinistische, reformistische PCF, goed voor 800.000 stemmen, of alleen al twee trotskistische groeperingen, goed voor 450.000 stemmen, niet deelgenomen en opgeroepen Mélenchon te stemmen, dan was de kandidaat van LFI en niet Marine Le Pen in de tweede ronde tegen Emmanuel Macron uitgekomen.
Niets sluit uit dat de komende maanden er toch wat beweegt, want de leiders van PCF en EELV staan onder druk van hun achterban om alsnog overstag te gaan en de kandidatuur van Mélenchon te steunen. LFI houdt overigens de deur open voor samenwerking met de PCF en de ecologisten van EELV, voor, tijdens en na de presidentsverkiezingen.
Ook PS-verkozenen huiveren van een breuk met LFI, want ze vrezen bij de volgende parlementsverkiezingen hun zetel kwijt te spelen als ze de steun van LFI moeten ontberen - die ze in 2024 binnen het Nouveau Front Populaire hadden verkregen.
Hoe dan ook: alleen Mélenchon heeft het programma, de potentiële electorale achterban en de massabeweging om eindelijk, twaalf jaar na het Griekse Syriza in 2015 een alternatief met kans op slagen in de steigers te zetten.
De vooruitgang van presidentskandidaat Mélenchon is op electoraal vlak alvast spectaculair: 11 procent in 2012, 20 procent in 2017 en 22 procent in 2022. En ditmaal zou een overwinning niet Athene maar Parijs in beweging brengen. Niet een klein land zoals Griekenland dat amper 2 procent van het Europese bnp vertegenwoordigt, maar een land dat een pijler van de Europese Unie is, goed voor 17 procent van het Europese bnp.
Obstakels
Gloort aan de einder een groenrode dageraad en transformeert Mélenchon Frankrijk tot een motor van een ander, ecosocialistisch land, als opstapje naar een breuk met het neoliberale Europa? De obstakels zijn legio, ik vermeld er alvast twee.
Vooreerst is het noodzakelijk dat LFI erin slaagt om delen van de volksklassen te mobiliseren die vandaag voor uiterst-rechts (Le Pen/Bardella-RN) stemmen of niet gaan stemmen. Het reservoir aan jongeren, arbeiders, bedienden en steuntrekkers dat met veel onzekerheden, frustraties en onbehagen kampt, is groot.
De Franse neoliberale staat is een uitgeklede staat die almaar minder overheidsdiensten organiseert. Het aandeel van onderbetaalde precaire baantjes stijgt. De onbeteugelde marktwerking zorgt voor onbetaalbare huren. De neoliberale kolonisatie van de geesten individualiseert en vereenzaamt.
Velen voelen zich in de steek gelaten. Ze zijn niet uitgesproken doctrinair racistisch of fascistisch, maar kiezen wel voor de apolitiek of de antipolitiek. Zij gaan niet stemmen, of stemmen uiterst-rechts, wat dan bedoeld is als uppercut voor het establishment, zonder evenwel het neofascisme te omarmen (Mélenchon heeft het over “les fâchés pas fachos”).
Zij vormen een enorm, onaangeboord reservoir dat volgens analyses voorbeschikt is om eerder links dan centrum of rechts te stemmen. Zonder deze grote groepen 'abstentionisten' [4] overstag te doen gaan, wordt het erg moeilijk voor LFI om met succes het presidentieel paleis Elysée in te nemen.
Andere cruciale voorwaarde op succes: gezien het actieve verzet van de heersende klassen in Frankrijk en elders tegen een LFI-regering, maakt Jean-Luc Mélenchon geen kans zonder de brede steun van een gemobiliseerde basis.
LFI is geen stevig gestructureerde partij, maar een losse beweging van sympathisanten opgebouwd rond de leider en een kleine kern van getrouwen rond hem. Dat concept heeft een tiental jaren geleden, toen het catastrofale presidentschap van François Hollande en de ineenstorting van de PS ervoor zorgde dat links in Frankrijk zo goed als dood was, gezorgd voor het samenbrengen van wat restte van een hele rist partijtjes, groepjes, clubs en militanten waaruit dan LFI is ontstaan.
Vandaag volstaat die wazige nevelvlek met een allesbepalende centrale kern evenwel niet langer om van LFI een breekijzer te maken waarmee de neoliberale orde te lijf kan worden gegaan.
Zeker, er is vooruitgang: de beweging heeft ondertussen tientallen verkozenen in parlementen en gemeenteraden, bouwt honderden lokale actiegroepen uit ('Action Populaire') en heeft een stevig nationaal vormingsinstituut Institut La Boétie [5]. Er is evenwel nog een weg te gaan vooraleer LFI beschikt over een breed gestructureerd netwerk van militanten met stevige wortels in de vakbonden en andere middenveldorganisaties. Transformeert LFI van een verkiezingsmachine tot een structuur die kan wegen op de dagelijkse politieke ontwikkelingen en krachtsverhoudingen?
Notes:
- In Saint Denis werd bij de gemeenteraadsverkiezingen reeds in de eerste ronde op 15 maart 2026 LFI-kandidaat Bally Bagayoko verkozen tot burgemeester. Over deze massabijeenkomst verschijnt nog een verslag ter plaatse, nvdr).
- Voor het LFI-programma 'L'avenir en commun', zie hun website en de presidentiële campagne. Het politieke project van LFI vervangt de hoofdtegenstelling arbeidersklasse/burgerij (en links versus rechts) door de tegenstelling volk/oligarchie. Het is, om het met een ontoereikend concept te zeggen, een links-populistisch project. Het heeft marxistische wortels maar is radicaal-reformistisch, met belangrijke ecosocialistische, patriottische en internationalistische accenten. Zie hierover bijvoorbeeld Manuel Cervera-Marzal Le populisme de gauche. Sociologie de la France insoumise (2021) en Jean-Luc Mélenchon Faites mieux! Vers la Révolution citoyenne (2023).
- Voor de parlementsverkiezingen van juni 2024 slaagden Mélenchon en LFI er in LFI te verenigen met de groenen (EELV), de traditionele sociaaldemocraten (PS), de communisten (PCF) en een aantal kleinere partijen. De NPF behaalde een schitterende overwinning waarmee de gok van president Macron voor vervroegde verkiezingen totaal mislukte. Sindsdien regeert de ene na de andere rechtse regering met gedoogsteun van extreemrechts Rassembelement National en de PS. Dit eenheidsfront redde de PS nochtans van een dreigende ondergang. Nauwelijks enkele weken na de verkiezingen brak de PS al zijn beloften, later gevolgd door de groenen en de communisten.
- Tristan Haute. Élargir les bases socio-électorales de la gauche : nécessités, difficultés et incertitudes. Contretemps, 9/10/2024.
- Genoemd naar de humanistische auteur Étienne de la Boétie (1530-1563).