Baharak Bashar reed naar Iran om haar geboorteland in oorlogstijd te helpen: dit is wat ze zag
Baharak Bashar verhuisde op haar 13e van Iran naar Turkije en via daar naar België en is nu lerares aardrijkskunde en wiskunde in het middelbaar onderwijs in Gent. In een interview vertelt zij hoe de agressie van Israël en de Verenigde Staten, die al jaren aan de gang is, haar bezorgd en ongelukkig maakte. Toen de VS en Israël voor de tweede keer achter elkaar de aanval op Iran inzetten, was voor haar de maat vol en dacht ze bij zichzelf: “Ik moet erheen. Ik moet kijken of ik mijn landgenoten kan helpen.”
En zo geschiedde: eind maart vertrok ze met de auto naar Iran en kwam ze aan op 8 april, net toen het staakt-het-vuren begon. Baharak zou daar uiteindelijk blijven tot 25 april, nadat ze had gezien dat het na het staakt-het-vuren die tot 21 april liep alsnog rustig bleef in Iran, en ze dus geruster kon vertrekken uit haar geboorteland.
Wat zag ze: vernieling
Baharak vertelt over de vernieling die ze tijdens haar reis zag. Over de schade die de Israëlische en Amerikaanse bommen hebben achtergelaten. Ze vertelt over scholen, fabrieken, universiteiten, onderzoekscentra, ziekenhuizen en culturele en historische UNESCO-erfgoed die gebombardeerd zijn. “Dat zijn ook gewoon de werkplekken van de mensen”, zegt Baharak. “Veel mensen zijn hun job kwijt.”
Ze vertelt over de gebombardeerde bruggen, wat veel vervoermoeilijkheden veroorzaakt. “De verkeersellende was groot.” Mensen moesten soms 50 kilometer omrijden via onverharde wegen om op hun bestemming te komen.
Ook het hotel waar ze naartoe zou gaan, was gesloten. Door een bombardement op een ziekenhuis naast het hotel waren de ramen kapot gegaan.
Hoe denken de Iraniërs?
“Iran is een groot land”, zegt Baharak, “en de meningen lopen uiteen.” Ze vertelt hoe ze aanvankelijk merkte dat sommige Iraniërs met wie ze hier sprak, onder wie haar leraar Perzisch, vooral de positieve kant van de bombardementen zagen. Ze dachten dat die misschien verandering konden brengen.
Maar toen Iraniërs na de aanslag op ayatollah Khamenei zagen dat de oorlog doorging, en dat de aanvallen van Israël en de VS ook op civiele doelen waren gericht, kantelden die meningen. “De Iraniërs begrepen: dit gaat niet over regime change, dit gaat over de vernietiging van Iran.”
“Het is triest”, zegt ze. “Mensen die ik daar sprak, waren noch voor de oorlog, noch voor het regime.” Door de bombardementen stopten velen echter met samenkomen om tegen de regering te protesteren. Ze wilden in de eerste plaats hun land steunen tegen de aanvallen, en voor het harde optreden daartegen. “Dat was ontroerend om te horen.”
“Ik ben ook tegen het regime”, zegt Baharak, “maar ik ben hen dankbaar voor het verzet dat zij bieden tegen landen als de VS en Israël.”
Internationale steun
Het is interessant om te zien hoe Iran internationaal veel in beweging brengt. “Vooral op sociale media zijn ze erg sterk”, zegt Baharak. Ze vertelt over hoogopgeleide Iraniërs die anderen informeren over wat er in Iran aan de hand is. Volgens haar is Iran daardoor internationaal voor een groot stuk uit zijn isolement gehaald.
En ze is niet de enige die dat zo ervaart. Onderweg naar Iran met de wagen kreeg ze, telkens wanneer ze vertelde waar ze naartoe ging, positieve reacties. Van Serviërs, Albanezen, Turken en Koerden tot mensen hier in België: “Wat is Iran sterk, dat het in verzet komt tegen het zionisme, tegen het imperialisme”, hoorde ze vaak.
De onderhandelingen
Baharak vertelt hoe duur het leven in Iran is geworden door decennia lange embargo. Tijdens de oorlog bleven de prijzen echter stabiel. Euro en dollar werden zelfs iets goedkoperder. “Mensen hebben geen inkomen. En als ze al een inkomen hebben, is dat in rial, terwijl ze voor veel zaken prijzen betalen die aan de euro gekoppeld zijn. Toen ik daar was, was er bijna geen cashgeld meer”, zegt ze.
Door de torenhoge inflatie is dertig euro al gelijk aan een dik pak van bijna 3 centimeter bankbiljetten. Ze beeldt met haar handen uit hoe groot zo’n stapel is. “Dat is schandalig, voor een land met een van de grootste gas- en olievoorraden ter wereld. Dat mensen daar in zulke omstandigheden moeten leven, is echt schandalig.”
"De Amerikanen moeten naar huis, wij zijn al thuis"
Baharak hoopt daarom dat Iran tijdens de onderhandelingen kan afdwingen dat het opnieuw toegang krijgt tot zijn bevroren tegoeden. Volgens haar gaat het om zo’n 120 miljard dollar aan inkomsten uit Iraanse energieverkoop die vaststaan bij buitenlandse banken. “Dat geld moet Iran terugkrijgen.”
Ook de sancties tegen Iran moeten volgens haar worden opgeheven, omdat vooral gewone Iraniërs erdoor worden geraakt. Daarnaast vindt Baharak dat de Amerikanen zich uit de regio moeten terugtrekken. “Ze moeten naar huis”, zegt ze. “Zij zoeken oorlog, niet wij. Wij zijn thuis. Wij verdedigen alleen ons thuis.”
De toekomst: terug naar Iran
Naast de vernieling en de moeilijke omstandigheden ziet Baharak vooral een sterk volk. Het was hoopgevend om te zien hoe mensen met de situatie omgingen en zich bleven richten op het positieve. Ze zag niet alleen leed, maar ook vreugde: mensen die nog dansten en zongen. “Mensen straalden weerbaarheid uit.”
Volgens Baharak leek het Iraanse volk te zeggen: wij kunnen nog lachen, wij kunnen ons nog verzetten. “Dat was zo hoopvol om te zien.”
Baharak gelooft dat er hoopvolle dagen in het verschiet liggen voor Iran. “Dat geloof ik echt.” Al beschrijft ze het als een trein die traag rijdt. En precies daaraan wil zij bijdragen. Daarom besloot ze naar Iran te gaan. “Ik wil in deze heel gevoelige, historische omwenteling naast mijn bevolking staan. Ik wil daar zijn en er deel van uitmaken.”
“Ik wil in deze heel gevoelige, historische omwenteling naast mijn bevolking staan, k wil daar zijn en er deel van uitmaken”
Baharak vertelt ook over haar nieuwe plannen. In september wil ze opnieuw naar Iran gaan, dit keer voor een langere periode. Daar wil ze zich inzetten voor weeshuizen.
“Ik wil geld meenemen voor de weeshuizen, zodat zij hun facturen kunnen betalen en materiaal kunnen aankopen.” Tijdens de oorlog is de druk op die weeshuizen sterk toegenomen. Niet alleen omdat er veel meer weeskinderen zijn bijgekomen, maar ook omdat er veel minder hulp van vrijwilligers komt.
Daarnaast zijn veel mensen hun job kwijtgeraakt, waardoor zij ook minder financiële steun kunnen geven. Gastgezinnen kunnen bovendien geen kinderen opnemen, omdat ze zelf gevlucht zijn. Daardoor zitten de kinderen daar zo goed als opgesloten.
"De weeshuizen daar staan zwaar onder druk, die wil ik steunen"
“Mijn doel is om te helpen dit geld bij elkaar te krijgen. Voor hulp aan kinderen die hun ouders verloren hebben door de oorlog of door andere omstandigheden.”
Baharak roept daarom iedereen op om via haar Instagram @baharak_bashar de komende benefietacties te volgen. Hier zamelt zij geld in voor weeshuizen in Teheran en Urumiyeh.
“Elke bijdrage is van harte welkom. Ik zal het ingezamelde geld persoonlijk meenemen naar Iran en ervoor zorgen dat het onder mijn toezicht terechtkomt waar de nood het hoogst is.”
Wie een gift wil doen, kan daarbij een overschrijving maken. Neem voor meer informatie eerst contact op via 0476 66 95 16.