Opinie

Israël is volgens ‘publieke opinie’ favoriet op songfestival, maar is dat wel zo?

Afbeelding
Beeld: Elnur, annomaria.art, Firma Saputra, via Canva Teams
Beeld: Elnur, annomaria.art, Firma Saputra, via Canva Teams
Redelijk wat mensen begrijpen niet hoe Israël voor de tweede keer op rij de tweede plaats op het Eurovisiesongfestival kon bemachtigen afgelopen weekend. Op het eerste gezicht zou je kunnen denken dat de Europese publieke opinie Israël volledig steunt. Maar wie het puntensysteem van Eurovision onder de loep neemt, ziet een heel ander verhaal.

Kandidaten kunnen op twee manieren punten verdienen. Enerzijds via een vakjury aangesteld door elk deelnemend land en anderzijds via de televoting, ofwel het publiek dat stemmen kan uitbrengen via SMS. We kijken eerst naar de uitslag van de jury en daar plaatst Israël zich met 123 punten op de achtste plaats.

Volgens de professionele vakjury is Israël niet de beste act dit jaar. De stemmen van het publiek moeten nog verrekend worden en daar liggen de kaarten toch wat anders. ‘De publieke stem’ van België reikte acht punten uit aan Israël. Tijdens de vorige editie waren dat er zelfs twaalf, wat zou willen zeggen dat een Belgische meerderheid Israëls act als winnaar verkoos. 

Dit is niet enkel het geval in België. Dit jaar won Israël in zes landen, waaronder Frankrijk, Duitsland en Portugal, de televoting. Daaruit zou je dus kunnen concluderen dat Europa best pro-Israël is, maar is dat wel zo? 

Volgens een onderzoek van The New York Times is de televoting toch niet zo representatief. Ze konden data bemachtigen van Eurosong 2025, waar de Israëlische kandidaat dertien van de 37 televotes won. Dit suggereert dat er in die landen een sterke steun voor Israël heerste. 

Toch is het belangrijk om de data goed te analyseren. Als we kijken naar de data van Spanje, een land waar de publieke opinie kritisch is over Israël, zien we dat er 47.570 stemmen voor Israël zijn uitgebracht en 9.260 voor de runner-up: Oekraïne. Belangrijk om te weten is dat personen de vorige editie twintig stemmen konden uitbrengen.

In werkelijkheid zijn er geen 47.570 personen nodig die voor Israël stemmen, maar slechts 2.379. Maar Yuval Raphael, de Israëlische kandidaat van 2025, had zelfs niet zoveel stemmen nodig. Slechts 421 personen die twintig keer stemmen waren genoeg om te winnen van Oekraïne en de twaalf punten van Spanje binnen te halen. 

Natuurlijk was er een sterke achterban nodig, waarbij iedereen twintig keer stemt. Daarom investeerde Israël 1 miljoen dollar aan Eurovison marketing, waarvan een deel komt uit de de reserve van de ‘Hasbara’ of Israëlische publieke diplomatie die de buitenlandse publieke opinie van Israël positief moet beïnvloeden. 

‘De publieke opinie’ bestaat niet

Verschillende politici in ons land pakken maar al te graag uit met het feit dat ze de ‘publieke opinie’ aan hun zijde hebben. Sam van Rooy reposte een tweet dat uithaalde naar de VRT met ‘Hoe kan de VRT de Belgische kijker blijven wijsmaken dat België tegen de deelname van Israël aan het Songfestival zou zijn, terwijl het Belgische publiek Israël dit jaar gewoon 8 punten gaf’.

Maar zoals hierboven al werd uitgeklaard, zijn die uitspraken statistisch niet correct. Stemgedrag gebruiken om te spreken over de ‘publieke opinie’ gebeurt niet alleen bij het Eurovisiesongfestival. Ook VTM Nieuws pakt graag uit met polls tijdens hun uitzendingen. Zo werd er tijdens een uitzending met Bert Engelaar (ABVV) aan de kijkers gevraagd of ze vinden dat er te veel gestaakt wordt. 

Zo’n poll is echter niet representatief voor de Vlaamse bevolking omdat er geen representatieve steekproef is genomen. De personen die op dat moment naar de uitzending kijken én ook stemmen, zijn niet zo opgesteld dat ze rekening houden met hoe de Vlaamse bevolking er uit ziet volgens geslacht, leeftijd, achtergrond, enzovoorts. Ze zijn enkel representatief voor de kijkers van VTM Nieuws die op dat moment hun gsm erbij nemen en stemmen. 

Extreemrechts past goed binnen mediaformats

Toch worden de polls gepresenteerd als ‘de mening van de Vlaming’, zonder uitgebreid genuanceerd debat. Volgens Ico Maly, in de podcast van DeWereldMorgen over online strategieën tegen extreemrechts, moet er in huidige mediaformats snel en to the point geantwoord worden en worden lange antwoorden al snel gezien als rond de pot draaien. 

“Het mediaveld laat niet meer toe diepgang te brengen in de debatten", vertelt Ico Maly in de podcast. Op die manier verlies je van een extreemrechtse politicus, zowel op tv als op sociale media. Want de formats staan geen diepgaand rationeel debat toe, enkel emotionele one-liners. 

Dat is nadelig want progressief en sociaal nadenken over de maatschappij vraagt diepgang en inhoud. Dat bieden de mediaformats en sociale media niet. Zouden progressieve denkers daarom niet beter stoppen met hun deelname aan die formats?

Nee, want volgens Ico Maly laat je het speelveld over aan extreemrechts als je de strijd daar niet met hen aangaat. Niet deelnemen aan het online debat is dus helaas geen optie.

“We moeten beseffen dat onze strijd een lange termijn-strijd is", zegt Ico Maly. Er moet een weerstand tegen extreemrechts zijn en daarbij ook gewerkt worden aan een andere manier om boodschappen over te brengen. “We moeten bouwen aan eigen infrastructuren, online en offline, om weer die diepgang te brengen”, besluit Ico Maly. 

 

Steun ons hier!

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?