ABVV-voorzitter Bert Engelaar: "Breendonk is een waarschuwing die blijft weerklinken"
Stilte aub. Ssssssst. Ik kan hier wel stilte vragen, maar in het Fort van Breendonk bestaat geen echte stilte. Wie goed luistert, hoort het. Niet met z’n oren alleen, maar ergens dieper, waar ongemak zich vastzet.
Het grind kraakt onder voeten. Het klinkt te scherp. Te hard. Alsof elke stap een echo is van andere stappen. Zwaarder. Ritmischer. Onontkoombaar.
Laarzen.
Ze komen terug in golven. Doffe slagen tegen de aarde. Traag. Zeker. Zonder haast, omdat haast niet nodig was. De macht, die zat in het wachten.
Tussen die stappen zit geluid dat moeilijker te verdragen is. Ingehouden adem. Een snik die niet mag bestaan. Een stem die breekt nog voor ze woorden vindt.
Mannen die huilen zonder geluid te maken. Vrouwen die hun naam vergeten omdat die hen wordt afgenomen. Lichamen die tegen muren gedrukt worden tot ze geen verzet meer kennen.
Dit is geen verleden dat voorbij is. Dit is een ervaring die blijft hangen in deze plaats, in elke steen, in elke gang waar licht nooit volledig binnenvalt.
Fascisme klonk zo. Niet als een opzwepende toespraak. Niet als een eerlijk debat. Maar als een genadeloze slag. Als een kreet die abrupt stopt. Als stilte die volgt nadat iemand niet meer kan.
Mensen werden hier niet alleen geslagen. Ze werden langzaam uitgegomd. Hun waardigheid eerst. Hun stem daarna. Hun lichaam als laatste.
Er waren momenten waarop iemand neerviel en niet meer opstond. Geen ceremonie. Geen afscheid. Alleen een blik van anderen die wisten dat kijken gevaarlijk was.
Sommigen fluisterden nog een naam. Niet luid. Net hoorbaar. Alsof die naam het laatste was dat hen mens maakte.
Dit is waar ontmenselijking toe leidt. Niet plots. Niet spectaculair. Maar stap voor stap, tot niemand het nog opvalt dat iemand verdwijnt.
En precies daar begint het opnieuw.
Niet hier, niet op deze plek alleen. Maar buiten deze muren. Vandaag.
Woorden veranderen eerst. Mensen worden dossiers. Gezichten worden cijfers. Verhalen worden lasten.
In dat klimaat groeit beleid dat harder wordt. Kouder. Afstandelijker.
Het asielbeleid van onze regering beweegt in die richting. Niet met open geweld. Maar met structuren die afstand creëren tussen wij en zij. Tussen wie recht heeft en wie moet wachten. Tussen wie gezien wordt en wie verdwijnt in procedures.
Niemand hoort daar laarzen. Niemand hoort daar geschreeuw. Toch is het dezelfde logica die zich zachtjesaan installeert.
De logica die zegt dat sommige gezinnen niet samen horen, de logica die zegt dat sommige levens minder dringend zijn. Minder zichtbaar. Minder belangrijk.
Laten we samen denken aan de overwinning die nooit vanzelfsprekend was. Fascisme werd niet gestopt door herinnering. Fascisme werd gestopt door weerstand. Door mensen die weigerden mee te stappen in het ritme van de laarzen. Door mensen die weigerden te zwijgen wanneer anderen stil werden gemaakt.
Die keuze ligt opnieuw op tafel. Niet als groot gebaar. Maar in kleine verschuivingen.
In wat wordt gezegd. In wat wordt aanvaard. In wat wordt genegeerd.
Breendonk is geen afgesloten hoofdstuk. Het is een waarschuwing die blijft weerklinken.
Wie hier staat en enkel luistert naar het verleden, mist wat deze plek vraagt. Deze plek vraagt dat er ook geluisterd moet worden naar wat vandaag ontstaat.
Want de gevaarlijkste stilte is niet die van toen. De gevaarlijkste stilte is die van nu.
De stilte waarin niemand reageert. De stilte waarin onrecht normaal wordt. De stilte waarin geschiedenis zich herhaalt zonder dat iemand het nog zo noemt.
De vraag is niet of we de stemmen van toen nog kunnen horen. De vraag is of we bereid zijn om vandaag zelf stem te zijn.
Tegen het ritme van laarzen. Tegen het verdwijnen van mensen in systemen. Tegen elke vorm van ontmenselijking, hoe zacht ze zich ook aandient.
Want wat hier ooit klonk, mag nooit meer ergens anders te horen zijn. Ssssssst.