Analyse

Kernenergie: dit is het nationaliseren van een bodemloze put

Afbeelding
De rook boven deze gigantische schouwen is stoom van de waterkoeling. De kerncentrales zijn de rechthoekige gebouwen naast de koeltorens. Bron: Pixabay
De rook boven deze gigantische schouwen is stoom van de waterkoeling. De kerncentrales zijn de rechthoekige gebouwen naast de koeltorens. Bron: Pixabay
Met de intentie om de kerncentrales te nationaliseren bekent de Arizona-regering kleur. De intentieverklaring met Engie zou een doorbraak zijn voor onze energievoorziening. In de realiteit is het een zoveelste afleidingsmanoeuvre met nul garanties op vlak van bevoorrading en tal van risico’s voor het milieu, de belastingbetaler en de energietransitie.

Dat Greenpeace geen voorstander is van kernenergie is algemeen bekend. Dat is geen dogma, het is een standpunt dat gegrond is in een fundamenteel principe: duurzaamheid. Er zijn de inherente veiligheidsrisico’s, al zeker bij oudere kerncentrales. Er is de last van het kernafval dat we afwentelen op volgende generaties. En er is de afhankelijkheid van uranium, dat net als fossiele brandstoffen moet worden geïmporteerd. Die zorgen zijn vandaag nog even relevant. Dat premier De Wever en energieminister Bihet nu een oud nucleair park willen nationaliseren, is roekeloos en onverantwoord.

Slecht nieuws voor de belastingbetaler

Het is in de eerste plaats cynisch om vast te stellen dat de regering-De Wever zware besparingen in zowat alle cruciale sectoren van onze samenleving predikt, maar nu wel bereid is om miljarden van ons belastinggeld uit te geven aan voorbijgestreefde en riskante technologie. Nu de markt kernenergie niet langer rendabel vindt, wil de overheid bijspringen om alle kosten op te vangen - zelfs voor de vijf reactoren die al jaren stil liggen, zonder enig perspectief op een veilige herstart.

Nadat de winsten jarenlang voor de private uitbater waren, zou de Belgische staat nu de risico’s en kosten overnemen

Want nadat de winsten jarenlang voor de private uitbater waren, zou de Belgische staat nu de risico’s en kosten verbonden aan oude kerncentrales overnemen. Nochtans kon uitbater Engie (Electrabel) de kerncentrales door haar monopolie voor de liberalisering van de energiemarkt op kosten van de Belgische consument versneld afschrijven en er nog twee decennia goede winsten mee boeken. Vandaag ziet het bedrijf alleen nog maar de risico's, en zou het maar wat blij zijn om die door te schuiven naar de Belgische staat en de belastingbetaler. Het aandeel van Engie schoot dan ook prompt bijna 5% omhoog bij de aankondiging van de onderhandelingen, een bonus van ongeveer 3,5 miljard euro waarmee de markt alvast een duidelijke winnaar aanduidt.

Er zijn immers gigantische kosten verbonden aan zowel het proberen openhouden van oude kerncentrales als uiteindelijk de ontmanteling ervan en het beheer van het kernafval. Om Engie te overtuigen tot de levensduurverlenging van Doel 4 en Tihange 3, aanvaardde de Vivaldi-regering al om de afvalfactuur op zich te nemen. Engie betaalde een vast bedrag van 15 miljard euro, maar de kosten zullen een pak hoger oplopen. Het feit dat Engie enkel met zo’n deal uiteindelijk overstag ging voor een verlenging, zegt voldoende over de financiële aantrekkelijkheid ervan.

De Wever en zijn regering gaan nu nog een stap verder in de roekeloosheid. Ze willen zelfs voor de oudste reactoren - inclusief de scheurtjesreactoren Doel 3 en Tihange 2 - laten onderzoeken of ze kunnen worden overgenomen en langer worden uitgebaat. De kosten om de reeds gestarte ontmanteling van deze reactoren ongedaan te maken, en ze in lijn te brengen met de moderne veiligheidsnormen (wat voor de meeste reactoren sowieso al onhaalbaar lijkt) zullen ongetwijfeld opnieuw hoog oplopen. 

Daarna moet de regering op zoek naar een nieuwe uitbater en die overtuigen te doen wat Engie niet langer zag zitten. Het spreekt voor zich dat we ook hier in een zwakke onderhandelingspositie zullen zitten, en dat deze privé-speler voldoende boter bij de vis zal willen. En tot slot zal niet Engie, maar de Belgische staat moeten opdraaien voor de ontmanteling van de centrales, een kost waarover nu reeds een miljardendiscussie bestaat met Engie en die in deze ‘onderhandelingen’ dus opnieuw dreigt ondergefinancierd te worden.

Dit is geen nationalisering van een industrie met toekomst, maar het nationaliseren van een bodemloze put.

Stokken in de wielen voor de energietransitie

Arizona sleurt het land zo verder mee in haar nucleaire fantasie. Terwijl wordt getreuzeld met no-brainer investeringen zoals de verdere uitbouw van windenergie op zee, gaat deze regering nu all-in op een onzeker verhaal als kernenergie. Deze onderhandelingen creëren een gigantische investeringsonzekerheid voor producenten van hernieuwbare energie. Want wie zal nog durven investeren in bijvoorbeeld grote windprojecten, als de staat financieel belang zou hebben bij het zoveel mogelijk laten draaien van de kerncentrales?

De hele energievisie van minister Bihet kan worden samengevat door z’n bijnaam: ‘Atomic boy’

Bovendien kan elke euro belastinggeld maar één keer worden uitgegeven. Publieke middelen die naar de oplap van oude kerncentrales zouden gaan, kunnen niet worden geïnvesteerd in toekomstbestendige oplossingen: wind op zee, energiebesparing, flexibiliteit, versterking van het elektriciteitsnet, elektrificatie in onze industrie, enz.

‘Zijn gascentrales beter dan kerncentrales?’, is dan een veelgehoord argument. Natuurlijk niet. Maar het is naïef om te denken dat onze kerncentrales de komende jaren een rol van betekenis kunnen spelen om gascentrales minder te laten draaien. Zelfs een utopisch scenario waarin enkele reactoren relatief snel zouden kunnen worden heropgestart, zou maar een bescheiden bijdrage leveren aan het vervangen van ons fossiele energieverbruik. 

Energie-opslag, flexibiliteit en vraagbeheer zijn middelen met meer impact op de vraag naar gas. De onstuitbare groei van hernieuwbare energie betekent bovendien dat gascentrales meer en meer enkel ingezet zullen worden om bij te springen wanneer de wind minder waait of de zon minder schijnt - een flexibele en steeds beperktere rol die onze kerncentrales per definitie niet kunnen invullen.

De hele energievisie van minister Bihet kan dan ook worden samengevat door z’n bijnaam: ‘Atomic boy’. Hij neemt Arizona mee in zijn blind geloof in de haalbaarheid van de oplap van oude reactoren en de bouw van nieuwe reactoren - economisch een nog grotere utopie. Ook de komende maanden zal zijn kabinet focussen op nucleaire onderhandelingen met Engie. En dus niet op wat voor het rapen ligt: de verdere uitbouw van wind op zee, om maar iets te noemen.

Marginaal voor onze energiebevoorrading en strategische autonomie

We hoorden het premier De Wever graag zeggen vorige week bij de aankondiging van de intentieverklaring voor een nucleaire overname: “We moeten snel af van die geïmporteerde fossiele brandstoffen. We willen zo weinig mogelijk afhankelijk zijn van anderen.” (Al pleitte hij enkele weken eerder nog onbeschaamd voor een snelle deal met Rusland om terug toegang te krijgen tot hun ‘goedkope’ fossiele energie.)

Uiteraard moet ons land minder afhankelijk worden van fossiele energie en de figuren als Poetin of Trump die deze controleren. Greenpeace ijvert dan ook al jaren voor de afbouw van met name onze afhankelijkheid van fossiel gas. We zullen dit echter niet bereiken door krampachtig vast te houden aan onze oude kerncentrales. Gemakshalve wordt dit vaak over het hoofd gezien, maar ook voor kernenergie zijn we afhankelijk van grote spelers als Rusland en Kazachstan voor de import van uranium en kernbrandstof. Zon en wind daarentegen, die hoeven we niet te importeren - en de materialen voor zonnepanelen en windmolens koop je maar één keer aan.

Ook op vlak van energiezekerheid maakt de regering dus een roekeloze sprong in het luchtledige, hopend dat kerncentrales de energiebevoorrading in ons land kunnen verzekeren en onze strategische autonomie vergroten. De verdere uitbouw van hernieuwbare energie, interconnectiviteit en flexibiliteit: dat is de toekomst, en daar zou deze regering haar energie en middelen op moeten richten.

 

Joeri Thijs en Mathieu Soete werken voor Greenpeace België.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?