Beleid duwt kleuters in achterstand, maar volgens Demir is het de schuld van ouders
"Sommige mensen zijn te weinig met hun kleuters bezig”, de woorden van Demir spoken door mijn hoofd wanneer ik in de vooropvang arriveer. Ik ben daar steevast als één van de eersten. Wie zelf les geeft kan zijn kind meestal niet aan de schoolpoort afzetten. Het is een jonge moeder, een vrijwilliger, die de vooropvang bevrouwt. Haar peuter hangt rond haar benen, die moet maar mee naar het werk, waarvoor ze maar een kleine vergoeding ontvangt.
Het zijn bijna altijd vrouwen, deze vrijwilligers, ofwel jonge vrouwen met migratieroots, ofwel gepensioneerden. Het is dankzij hen dat ik zo vroeg kan vertrekken en zelf mijn werk kan doen. De peuter wil ook rond mijn been komen hangen, maar wordt door zijn moeder ingetoomd. “Ze vindt je leuk”, lacht ze in haar Nederlands met hevig accent. Intussen stromen de kinderen binnen. Ik heb me al duizend keer afgevraagd waarom deze mensen niet normaal betaald worden, ze zijn zo belangrijk.
Op internationaal vlak zijn onze kleuters slechter in taal en rekenen, maar beter in empathisch vermogen. “Ja, maar dat empathische leren ze thuis”, probeert de journalist in De Afspraak meteen. De onderwijsspecialist in de studio wijst haar gelukkig terecht. De socialisering van kinderen begint thuis, maar zet zich dan voort op school. Dus toch een verdienste van de leerkrachten ook? Er wordt even tevreden geknikt aan tafel, ook door de minister. Ze lijkt het ook als haar persoonlijke verdienste te beschouwen, haar glimlach is haast beaat.
Dat de achterstand komt door de nadruk op pretpedagogie, daar klopt geen zak van
Twee minuten later lijkt de minister dat echter alweer allemaal vergeten. Want dat onze kleuters zo “slecht” zijn in rekenen en taal, dat komt door de vorige beleidskeuzes, vindt ze. Als het goed gaat is het haar verdienste, als het slecht gaat komt het door de voorgangers. “Dat waren toch ook N-VA’ers?”, merkt de journalist terecht op. Nee, nee, ze wil niet met het vingertje wijzen, zegt de minister, maar dan doet ze het toch maar. Twintig jaar lang zette men vooral in op de totale ontwikkeling van het kind, niet meer op de kennisverwerving, volgens haar narratief.
“De hersenen mochten niet te veel gepijnigd worden”, vat ze het nogal snedig - en fout - samen. De klas ging dan zogezegd van een leer- naar een pretomgeving. Het is een bekend riedeltje van rechts, ook in de basisschool en het secundair. Je zou denken dat wij leerkrachten de afgelopen 20 jaar in een soort Plopsaland werken. De minister beseft dat ze nogal scherp is, en looft toch nog even provisoir de leerkracht. Maar ze doet tegelijk geen enkele moeite om deze totale karikatuur bij te stellen.
De onderwijsexpert - u weet wel zo’n persoon die echt onderzoek doet en niet aan elkaar plakt van de rechtse vooroordelen - benadrukt hoe hypothetisch die verklaring is. Ze durft als wetenschapper wellicht niet “onjuist” zeggen. Ik zal het dan maar zeggen: dat de achterstand komt door de nadruk op pretpedagogie, daar klopt geen zak van. De expert legt de nadruk op de structurele tekorten in bijvoorbeeld personeel en het enorme belang van wat er buiten school gebeurt. Want eigenlijk is de kleuterklas voor veel kinderen een vrij korte periode.
De taalverwerving buiten het gezin begint al vroeger, buiten de expliciete instructie om. In de kinderopvang zit men nog steeds met de schandalig hoge ratio van één begeleider per negen kinderen. Dat is onwerkbaar, gerichte aandacht voor kinderen is er vaak niet bij. Mensen die als kinderbegeleider werken - vaak mensen met zelf kinderen - komen terecht in een totaal uitputtend, uitbuitend systeem dat soms meer op slavernij dan op moderne arbeid lijkt.
Een tweede punt van de expert is de slechte begeleiding van meertalige kinderen. Meertalige kinderen zijn niet dom. Integendeel, de expert wijst erop dat ze vroeg al meerdere talen beheersen. Alleen moet dit potentieel ook benut worden, moeten ze gewaardeerd worden in deze rijkdom. Dat gebeurt nu haast niet. In de school van mijn zoon mochten er een aantal jaar geleden zo’n vijf kinderen niet door van de kleuterklas naar het lager. Op één na hadden hun ouders allemaal roots buiten Europa.
Wat? Een N-VA’er die het mensen kwalijk neemt dat ze niet bij hun kinderen kunnen zijn?
De expert benadrukt: als je aandacht hebt voor de thuistaal op school, dan boek je enorme leerwinst. Niet alleen op de speelplaats moet de thuistaal een plek hebben, maar ook in de klas. Dat verhoogt de leerefficiëntie enorm. Dit zijn allemaal geen controversiële punten onder pedagogen, maar goed empirisch onderzochte waarheden. Helaas is deze focus op meertaligheid zowat het allergrootste taboe in Vlaams-nationalistische kringen.
De minister wordt meteen boos in de studio, begint een tirade te houden over het tekort aan Nederlandse taalbeheersing. Ze heeft liever wetenschappelijk onderzoek dat volledig in haar populistisch kraam past. Bij haar favoriete leerinstelling kan ze dat voor genoeg geld ook gewoon bestellen. Ik herken een verwend persoon - kind of volwassene - als ik er één zie.
En dan komt het. “Ouders moeten met hun kinderen naar de bibliotheek gaan”, briest een ontketende Demir, “sommige mensen zijn te weinig bezig met hun kinderen”. Ik moet toegeven dat mijn brein op dit punt even uitviel van woede. Wat? Een N-VA’er die het mensen kwalijk neemt dat ze niet bij hun kinderen kunnen zijn? Was dit een duidingsprogramma, of een candid camerashow? Zouden ze de minister zodadelijk een slagroomtaart in het gezicht gooien? Dit moest toch een grap zijn?
De onderwijsexpert brengt het vaardig terug naar het onderwijs, zegt dat er nog veel vooroordelen zijn over kinderen met een niet-Europese thuistaal. Dat onderzoek toont dat de verwachtingen voor deze kinderen op school vaak lager zijn, en hoe dat een self-fulfilling prophecy wordt. Dat is inderdaad heel pijnlijk, de reproductie van sociale klasse van Bourdieu in de praktijk.
De grote ironie is dat de minister lid is van een partij die er actief voor ijvert mensen zo weinig mogelijk tijd te geven om met je kinderen door te brengen. Het klimaat in ons land is zo werkgericht dat zelfs hyperliberale Eline De Munck haar kinderen al moet meenemen naar het werk. De lijst recente maatregelen van de neoliberalen om mensen weg te houden van hun gezin is dan ook schier oneindig.
We hoeven van kleuterklassen geen drillkampen in de Nederlandse taal en rekenen te maken
Het meest flagrante, recente exploot was het ideetje om vaderschapsverlof niet meer te laten meetellen voor de opbouw van je pensioen. Of denken we aan de recente “vrouwen zullen zich aanpassen aan de nieuwe pensioenregels”-uitspraak van Jan Jambon. Dom, kortzichtig en natuurlijk halsbrekend patriarchaal.
Pro memoria, de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen is groot in België, die laatste krijgen gemiddeld 29 procent minder pensioen. Dat komt doordat vrouwen vaker deeltijds werken omdat ze ook het grootste deel van de zorgarbeid moeten doen. Voeg daarbij de enorme tekorten in de kinderopvang en je ziet makkelijk in dat bij je kinderen zijn een luxe is, iets voor hogere middenklassers met geld. Wie in ploegen moet werken, of harde fysieke arbeid doet met onregelmatige uren is helemaal de klos.
En zelfs voor wie bureauwerk doet is de “werk voor alles”-attitude van de N-VA kwalijk. Hoewel meer thuiswerken de energieproblemen deels zou oplossen, weigeren onze leiders hier volledig op in te zetten. Liever zelfs dure energievergoedingen geven voor woon-werk-verkeer, dan werknemers toe te laten om zelf meer hun tijd in te richten. Beetje overdreven? De werkgeversorganisaties bepalen dan ook volledig wat onze rechtse politici moeten vinden. Toen De Wever eind september van New York terugkwam had hij een wijze les voor alle Vlamingen, en ik quote letterlijk: “we moeten wat minder janken en harder werken”.
Maar dan bij monde van de onderwijsminister wel zeuren dat sommige mensen niet genoeg tijd aan de opvoeding van hun kinderen spenderen? Belachelijk. Absurd.
We hoeven van kleuterklassen geen drillkampen in de Nederlandse taal en rekenen te maken, zoals de minister lijkt te willen. Op die leeftijd is leren niet te scheiden van spelen, en studies tonen dat kleuters te veel onder druk zetten net slecht is voor hun leerontwikkeling. Onze politici zitten te vast in conservatieve stereotypes om dit in te kunnen zien.
En ja, wellicht zijn sommige mensen inderdaad te weinig met hun kinderen bezig. Maar is dat kwade wil, of economische noodzaak? In andere landen is er ook veel meertaligheid en daar doen de kinderen het prima, mits men de juiste keuzes maakt. Een beleid dat zorgarbeid waardeert en diversiteit omhelst is een belangrijke eerste stap naar betere scores in taal en rekenen. Maak er werk van mevrouw de minister, spreek uw collega’s ook even aan, want momenteel scoren jullie ondermaats.