De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
Alicja Gescinska houdt niet van Hannah Arendts antizionisme
Anja Meulenbelt is een feministe met een lange staat van dienst en een marxiste, Alicja Gescinska is een in de media erg aanwezige liberale filosofe die publiceerde bij Liberales en in 2019 nog als 'onafhankelijke' op de Europese Open Vld-verkiezingslijst stond. Ook is ze voorzitster van PEN Vlaanderen.
Recent publiceerde Gescinska het boek Vrouwen in duistere tijden, waarin een hoofdstuk over Arendt is opgenomen. Ook vertaalde Gescinska twee teksten van Hannah Arendt in het boek Over Palestina en schreef ze hier het voorwoord bij. Aanleiding voor het dispuut is de kritiek van Meulenbelt dat Gescinska het antizionisme in het oeuvre van Arendt verdonkeremaant. Mijn commentaar, in vier punten.
Arendt verwierp oprichting Joodse staat
Inhoudelijk is de kritiek van Anja Meulenbelt op de recente publicaties van Alicja Gescinska volkomen terecht: die laatste doet geen recht aan de vernietigende kritiek van Hannah Arendt op het zionistische project. Samengevat: Arendt voorspelde al jaren voor de stichting van de staat Israël dat die staat uiteindelijk zou degenereren.
Een staat die onvermijdelijk een militair bruggenhoofd van een imperiale voogd zou worden, bevolkt door een krijgersvolk dat met oorlogsmisdaden de vijandschap van de gehele regio over zich zou afroepen. (Voor meer daarover, zie mijn essay bij Apache over Arendts joodse geschriften). Wie recht wil doen aan Arendts denken moet die in de genen van het zionisme geïmpregneerde dynamiek naar een expansieve en racistische etnostaat onder woorden brengen.
Gescinska doet dat dus niet. Meer zelfs: in haar recente boeken komt Arendts antizionisme gewoon niet aan bod. Geen letter gewijd aan een analyse in het hoofdstuk over Arendt in Vrouwen in duistere tijden. In het andere boek staan twee teksten van Arendt (resp. van 1944 en 1958) waarvan de ene focust op het buitenlandse VS-beleid en de andere reflecties bevat over het Palestijnse vluchtelingenprobleem – over één van de tragische gevolgen van de zionistische praktijk dus, maar niet over het zionisme zelf.
Arendts fundamentele teksten zoals The Crisis of Zionism, Zionism reconsidered, To Save the Jewish Homeland, of Peace or Armistice in the Near East?: de lezer zal er bij Gescinska niets over vernemen. Onder vuur genomen door Meulenbelt op Facebook geeft Gescinska wel toe dat Arendt problemen had met de stichting van de staat Israël.
En in haar veelgelezen en gedeelde Facebook-post van 25 april erkent Gescinska dat Arendt “scherp is over de modus operandi van Israël”. Arendt was niet “scherp over de modus operandi” van de op te richten Joodse staat, ze verwierp die gewoon, punt.
Zorg voor Jodendom stond centraal
Gescinska zwakt dan in dezelfde Facebook-post Arendts 'scherpte' over Israëls werkwijze af met een verwijzing naar de vaststelling in mijn essay dat Arendt in haar latere leven altijd solidair is geweest met de Israëlische Joden wanneer de Joodse staat in oorlog was verwikkeld. Dat is juist, maar nogmaals: het is oneerlijk om daaruit af te leiden dat Arendt zo haar kritiek op het zionisme afzwakte.
Haar solidariteit met Israëlische Joden nuanceert haar zionismekritiek niet, maar is precies een gevolg van haar systeemkritiek. Dit is wat ik schrijf: “Haar afkeer van het zionisme nam evenwel haar bezorgdheid voor Joden die in Israël wonen niet weg. Logisch: in haar geschriften wees ze op de gevaren die de eenzijdige oprichting van een Joodse staat in Palestina voor het Joodse volk zou meebrengen.” Haar zorg voor het Jodendom, zowel in de diaspora als in de Joodse staat, stond steeds centraal.
Arendts zionismekritiek is contradictorisch
Mijn essay heeft Arendts analyse van het 'reëel bestaande zionisme' (de mars naar de stichting van de Joodse etnostaat) als onderwerp. Wat ik daarin niet bespreek, is een analyse van de politieke uitgangspositie van Arendt zelf. Gescinska noemt haar denken “gelaagd”. Arendts verhouding tot Israël gelaagd of complex noemen, kan gelezen worden als een subtiele poging om haar zionismekritiek te neutraliseren.
Correcter is het te stellen dat Arendts zionismekritiek contradictorisch is. Hoewel ze scherp de catastrofale interne dynamiek van 'het reëel bestaande zionisme' ontwaarde, is ze er nooit in geslaagd om het zionisme zelf te overstijgen. Haar afwijzing van het 'reëel bestaande zionisme' steunde op een theoretisch, ideëel zionisme (contra een Joodse staat, pro een 'Joods Nationaal Huis' in Palestina) dat vreedzaam met de niet-Joden zou samenleven.
Een fictie, want je mocht dan wel pleiten, zoals ook een Martin Buber deed, voor een permanent begrip en dialoog tussen Joden en niet-Joden in Palestina, het vestigingskolonialisme dat het zionisme was en is, moest onvermijdelijk leiden tot racisme, apartheid, interetnische fricties, militarisering, oorlog. Dat vestigingskolonialisme heeft Arendt nooit verworpen.
Geen wonder dus dat Arendt op geen enkel moment oog had voor het Palestijnse nationalisme. De Palestijnse vrijheidsstrijd tegen de zionistische kolonisatie in de jaren '20 en '30 van de vorige eeuw kreeg van haar nooit aandacht. Noch de uitbarstingen van Palestijns verzet tegen de Joodse kolonisatie van 1920, 1921, 1929 en 1933, noch de grote Palestijnse opstand van 1936-1939 die door de Britse bezettingstroepen en Joodse milities werd onderdrukt, bracht ze in rekening.
Bij Arendt vind je geen principieel pleidooi voor het recht op terugkeer van de honderdduizenden tijdens de Nakba verdreven Palestijnen naar hun dorpen en steden. Humanitaire bekommernissen, inclusief de eis om de Palestijnse vluchtelingen ergens in de regio een tehuis te bezorgen, bracht ze wel onder woorden. Maar de motivatie ervoor is bij haar toch vooral ingegeven door de angst dat die vluchtelingen, verspreid in de Arabische wereld, een internationaal verzet op gang zouden trekken.
Het is geen toeval dat ze systematisch sprak over de “Arabieren” of in het beste geval over “Palestijnse Arabieren”, maar niet over de Palestijnen, in lijn met de zionistische mantra dat Palestijnen geen Palestijnen maar Arabieren zijn en eigenlijk in Syrië, Jordanië of elders in de Arabische wereld thuishoren. Het gevolg is haar ongenuanceerde solidariteit met de Israëlische Joden tijdens de Israëlisch-Arabische oorlogen van 1967 en 1973 – alsof die oorlogen losstaan van het expansieve kolonialisme van de zionistische staat.
Zelfverklaarde tegenstander van 'het reëel bestaande zionisme'
De Facebook-post van Gescinska van 25 april, en de vele likes en hartjes van mensen uit de academische, journalistieke en culturele wereld voor die post, is revelerend. De vernietiging van Gaza heeft Israël ontmaskerd als inherent kolonialistisch, racistisch, genocidair, imperialistisch. De aanhoudende stroom van oorlogsmisdaden in Gaza creëerde ruimte om het taboe rond Arendts denken te doorbreken.
Haar antizionistische denkbeelden komen in de publieke ruimte almaar meer aan bod, en daar wil een mainstream-filosofe als Gescinska iets aan doen. Gescinska stelt het zo: “Ik portretteer Hannah Arendt niet zoals uiterst links dat zo graag wil. De voorbije jaren vond er een ‘ideologische appropriatie’ van Arendt plaats. Links wil zich Arendt toe-eigenen, maar Arendt was niet de progressief-linkse denker die ervan gemaakt is. Zoals elke grote denker past zij niet in een ideologisch hokje, en is haar denken daar té gelaagd voor.” (Facebook-post van 25 april)
Zeker, Arendt was geen links-progressieve filosofe – zie wat ik hierboven schrijf. Maar ze was wél een zelfverklaarde tegenstander van 'het reëel bestaande zionisme' en ze kwam met verbluffend rake voorspellingen over de degeneratie ervan op de proppen. Dát onder de aandacht brengen noemt Gescinska de 'ideologische appropriatie' van Arendt en daartegen verzet ze zich.
Gescinska stelt dat Meulenbelt “activistisch” denkt en schrijft, maar dat predicaat is precies op haar van toepassing. Haar boeken passen in recente pogingen van de Europese elites, die op alle mogelijke manieren Israël een hand boven het hoofd houden, om op ideologisch vlak terrein terug te winnen.
Zionismekritiek wordt gecriminaliseerd als antisemitisme. Kijk maar naar de repressie van pro-Palestijnse activisten in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland of Australië. En dan schuurt het dat een mainstream icoon als Hannah Arendt een vernietigende antizionistische kritiek uitdroeg.
De amputatie van Arendts antizionisme door Gescinska moet helpen om het zionisme te aanvaarden. “We leven in een tijd met erg veel haat op het gelaat van de wereldpolitiek”, schrijft ze in het voorwoord Over Palestina, en aan de basis daarvan ligt “de barbaarse aanval van Hamas op 7 oktober en de daaropvolgende nietsontziende vergeldingsdrang waarmee de Israëlische premier Netanyahu reageerde”.
Geen genese, geen context, geen waarschuwingen van Arendt die verrassend actueel blijken: bij Gescinska kwam 7 oktober uit het niets, en langs Israëlische kant verengt het probleem zich tot het beleid van de eerste minister. Beiden zijn fout, maar we moeten hopen, schrijft ze: “Er is geen enkele natuurwet die bepaalt dat Palestijnen en Israëli's elkaar altijd als vijanden moeten en zullen blijven beschouwen (…) Alles gaat voorbij, dus ook de haat moet ooit eens wijken.” Het is een moraliserende, depolitiserende kijk die door onze intellectuele en culturele elite ('de gedomineerde fractie van de dominante klasse') wordt toegejuicht.
Veel mensen die Gescinska's Facebook-post van 25 april bewieroken, hebben in de zomer van 2025, toen de massamobilisaties tegen de genocide vrijwel iedereen tot een standpuntbepaling dwong, protest aangetekend tegen de genocide. Vandaag is evenwel de tijd aangebroken om opnieuw in het dominante ideologische gareel te lopen. De steunbetuigingen voor Gescinska's gemutileerde Hannah Arendt dienen daartoe.
Als zelfs Arendt 'genuanceerd', 'gelaagd', 'complex' denkt over de zionistische staat, wie zouden wij dan wel zijn om dat ook zelf niet te doen? De Hannah Arendt die Gescinska construeert is een reddingsboei voor hen, en de aanbidding van haar post is een rituele poging om weg te lopen van alle praktische conclusies die uit de ware natuur van het zionisme te formuleren vallen.