Opinie

De mythe van de ‘creatieve klasse’

Afbeelding
Beeld: spacepixel creative via canva.com
Beeld: spacepixel creative via canva.com
Volgens architect en schrijver C. G. Beck "verhult het idee van de ‘creatieve werknemer’ dat alle werknemers creatief zijn". Daardoor ligt volgens hem zelfuitbuiting op de loer en missen 'creatieve werknemers' de kans om solidair te zijn met de bredere arbeidersklasse.

In de gangbare verbeelding zijn creatieve industrieën sectoren die met kunst en design worden geassocieerd, denk aan mode, videogames, grafisch ontwerp en architectuur. Maar deze enge definitie van creativiteit verhult dat alle werknemers die iets produceren, of dat nu tastbaar is of niet, creatief zijn.

De architect en de bij

Karl Marx begreep het universele karakter van creativiteit. In een bekende passage uit Kapitaal, deel I gebruikt hij de voorbeelden van de architect en de bij om te laten zien wat menselijke arbeid onderscheidt: "Een spin verricht handelingen die lijken op die van een wever, en een bij beschaamt menig architect met de bouw van haar cellen. Maar wat de slechtste architect onderscheidt van de beste bij is dit: dat de architect zijn bouwwerk eerst in de verbeelding opricht voordat hij het in werkelijkheid uitvoert."

Wat menselijke arbeid onderscheidt van die van dieren is dus niet creativiteit: zowel de spin als de bij zijn creatief omdat ze iets maken uit niets. Sterker nog, ze doen dat zo goed dat ze mensen “beschaamd” doen staan. Wie ooit een arendsnest heeft gezien dat stormwinden trotseert, of een beverdam die hele ecosystemen verandert, kan moeilijk twijfelen aan de creatieve vermogens van dieren.

Terwijl een arend haar nest stokje voor stokje bouwt op basis van instinct, stelt de mens zich eerst het ontwerp en de instructies voor

Voor Marx ligt het cruciale verschil in het gebruik van verbeelding, of ontwerp. Het Latijnse woord designare betekent “aftekenen” of “afbakenen”. Dankzij hun vermogen om vooruit te plannen, kunnen mensen schema’s maken van complexe constructies die nog niet bestaan. Terwijl een arend haar nest stokje voor stokje bouwt op basis van instinct, stelt de mens zich eerst het ontwerp en de instructies voor, voordat hij het realiseert.

Het uitbuiten van creativiteit

Als creëren betekent dat je iets uit niets maakt, en ontwerpen betekent dat je het vooraf plant, dan bevat alle menselijke arbeid beide elementen - zij het in verschillende mate. Een werknemer die schoonmaakt na werk aan een lopende band “produceert” zowel een resultaat als een aangepaste ruimte, wat een kleine maar betekenisvolle mate van vooruitdenken vereist. En een architect maakt ontwerpen in de vorm van tekeningen die op zichzelf “producten” zijn én noodzakelijke stappen vormen naar het uiteindelijke gebouw.

Maar wat gebeurt er wanneer een vermogen dat alle menselijke arbeid kenmerkt - creativiteit - wordt herleid tot een beperkte identiteit? Door te geloven dat ze uniek creatief zijn, ontwikkelen ontwerpwerkers een vals zelfbeeld of bewustzijn, dat verhult dat ze dezelfde vormen van uitbuiting ondergaan als alle loonarbeiders. Op die manier staat creativiteit als identiteit centraal in de uitbuiting van ontwerpers, zoals architecten.

 Net zoals winst, ontstaan ook ideeën tijdens de werkdag

Een kernbegrip van Karl Marx helpt om te begrijpen hoe deze valse identiteit wordt uitgebuit: de theorie van de meerwaarde. Arbeiders moeten niet alleen genoeg waarde produceren om hun loon te rechtvaardigen, maar ook extra winst, of meerwaarde, genereren voor de eigenaar.

Net zoals winst, ontstaan ook ideeën tijdens de werkdag. Dat is vooral belangrijk in ontwerpsectoren, waar het belangrijkste product juist een ontwerp is. Het is gebruikelijk dat de baas vraagt om het best mogelijke idee om zo tot het best mogelijke ontwerp te komen. Omdat de maatstaf daarvoor op zijn minst vaag is, vertaalt dit proces zich vaak in het eindeloos uitwerken van een hele reeks ideeën.

Het kost niets om professionele, betaalde werknemers om meer arbeidsuren te vragen. Aan het einde van dit proces, wanneer het gebouw of product uiteindelijk gerealiseerd wordt, is het zelden de werknemer die erkenning krijgt, maar de eigenaar. Dit is slechts één voorbeeld van hoe bepaalde 'ontwerpprincipes' werknemers niet alleen uitbuiten door 'surplus ideeën' uit hen te halen, maar hen ook aanzetten om hun eigen uitbuiting in stand te houden.

Van zelfuitbuiting naar solidariteit

De gehechtheid aan deze valse identiteit verhindert dat ontwerpwerkers zich organiseren om hun beroep te verbeteren. Ze worden geconfronteerd met een algemene verslechtering van de arbeidsomstandigheden die hen nu ook treft: in mijn sector - de architectuur - zien werknemers lagere lonen, langere werktijden en in het algemeen slechtere werkomstandigheden. Deze achteruitgang zet inmiddels ook de 'levensstijl van de middenklasse' onder druk die deze beroepen historisch hebben beloofd.

Maar zodra die sluier van creativiteit-als-identiteit wordt doorbroken, wordt duidelijk dat ze veel meer gemeen hebben met andere werknemers dan wat hen onderscheidt. Als ze die gedeelde positie zouden erkennen, zouden ze hun werk benaderen vanuit een hernieuwd gevoel van solidariteit, en zich mogelijk zelfs aansluiten bij andere arbeiders in de strijd om de macht van de werkende klasse op te bouwen.

Dit is een gastbijdrage van de Substack van Grace Blakely. C. G. Beck is architect en auteur van The Labor of Architecture. Hij werkt ook als organisator en educator in New York. Zijn nieuwsbrief, The Worst Architect, vind je hier.

Afbeelding
Word DWM Bondgenoot
Steun ons | De Wereld Morgen

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?