‘Het moet donker worden om de sterren te zien'
Karel Heirbaut, Jan Cap, Frans Wuytack: in en rond de Sint-Niklase volkswijk Tereken stond tijdens het interbellum de wieg van drie syndicale reuzen die uit de KAJ en KWB kwamen met de gedachte dat een andere wereld mogelijk is. Van die Heilige Drievuldigheid is alleen Frans nog in leven. 92 wordt hij dit jaar. Maar sommige bomen blijven ook rocken als ze al een beetje in hun wortels kraken. Frans Wuytack is zo'n boom.
Zijn leven leest als een roman. Op zijn veertiende begonnen als arbeider in de nauwe kruipholten tussen kop en kont bij Boelwerf Temse, verveld tot priester, naar de favela's in Venezuela getrokken, daar het land uitgezet, eens terug in België gekatapulteerd tot een van de leiders van de historische Antwerpse dokstaking van begin jaren 1970, om zichzelf later heruit te vinden als beeldhouwer. Met succes. In 2024 trok zijn tentoonstelling 'De terugkeer van de mens' in Gent nog 50.000 bezoekers.
Expo op de plek waar (groot)moeder Wuytack bobijnster was
En nu is er dus Beyond Borders. Frans stelde de expo samen met dochter Serena, die de voorbije twintig jaar net als haar broer en oudste zus eveneens naam maakte in de kunsten. Serena Wuytack is danseres, choreografe, visueel kunstenaar en ontwerpt sierraden.
Ze bracht haar kindertijd door op de koffieplantages in Costa Rica, danste van alle grote podia in Europa tot in de sloppenwijken van Zuid-Amerika en terug, en won prijzen met haar beelden. Maar een expo met haar vader in elkaar boksen, daar had ze zich dus nog niet aan gewaagd.
Beyond Borders is uiteraard niet onze eerste samenwerking’, glimlacht ze nadat we ons met z’n drieën hebben geïnstalleerd. We zitten in het midden van de zaal, tussen de sculpturen, installaties en 3D-scans, maar niemand schijnt dat erg te vinden, integendeel, af en toe komt een bezoeker handen schudden en een praatje maken.
Op die plek stond 100 jaar geleden de textielfabriek waar de moeder en grootmoeder van Frans hun boterham verdienden
Serena vertelt: ‘Als kleuter al liep ik rond in zijn atelier en maakte ik beelden. Hij goot de mijne dan zoals hij de zijne goot. Maar er was al langer het verlangen om echt eens iets met z’n tweeën te doen.’ Een intergenerationele unie, heet dat dan.
Die unie overstijgt vader en dochter. Het decor van Beyond Borders is het Stedelijk Museum in Sint-Niklaas (STEM). Precies op die plek stond ruim honderd jaar geleden de textielfabriek waar de moeder en grootmoeder van Frans, en de grootmoeder en overgrootmoeder van Serena, hun boterham verdienden. De eerste als bobijnster, de tweede als breister – op haar eerste werkdag had ze net de kaap van tien jaar gerond.
‘Het sprak voor zich dat we de tentoonstelling op 8 maart openden, op Internationale Vrouwendag’, merkt Serena op. ‘Neem nu Het gelaat van de ander, het beeld dat de affiche haalde. Zelfs daar zit onderhuids mijn grootmoeder in. Ik moest niet op mijn tiende gaan bobijnen, ik kon studeren. Dankzij de strijd die ook zij gevoerd heeft, want in de periode dat ze hier werkte waren er massale stakingen in de textielsector.
Wat resoneert verder in de tijd? Welke betekenis dragen wij mee en dragen we verder? Wat is de verborgen verwantschap met onze voorouders? Voor je geboren wordt, zit je al in een wij. Dat draag je mee in je leven. Met deze expo hebben we ons mens-zijn, ons samenleven, langs verschillende kanten bekeken en erover gereflecteerd.’
Gij zult nooit opgeven
We kijken naar de installatie voor ons. Ze doet denken aan een gevangenis, een kamp, een afspanning. Achter meters prikkeldraad rijst een hoge sokkel op: daar torenen twee handen uit die een geweer, ooit gebruikt aan de IJzer, in twee breken. Naast de installatie staat een snoepautomaat. Als je er een euro in steekt, krijg je een plastic soldaatje. Bijschrift: ‘Waar aan oorlog wordt verdiend en hij speels wordt voorgesteld, wordt vrede behandeld als een gevaarlijk idee.’
Beyond Borders is een ongegeneerd activistische tentoonstelling. ‘Kunst is verzet’, heeft Frans maar een half woord nodig. ‘Toen ik als priester in de barrio’s werkte en we vochten voor de toegang tot water, maakten de kinderen tekeningen om betogingen aan te kondigen. Die zag je dan dagenlang aan de krotten hangen, als kleurrijke affiches om de mensen in beweging te brengen.’
Er volgt een lang verhaal over beweging. En over het geloof dat er in ieder van ons een andere mens schuilt, net zoals in de wereld van vandaag de wereld van morgen is verscholen. ‘Mijn motto is altijd geweest: geef nooit op. Vandaag voeg ik daaraan toe: we moeten de gebeurtenissen doen bewegen in het nu. De aarde draait rond zichzelf maar smijt zich ook in het universum. Met de mens is dat niet anders.’
Een van de blikvangers van Beyond Borders is een reusachtige bol. Op de oppervlakte ervan zie je een en al beweging. Het is een gekrioel en gewriemel van handen, soms in het licht van de zon, soms in dat van de maan. De handen haken in elkaar, ze schragen elkaar, ze dragen elkaar. Samen geven ze vorm aan onze planeet. ‘Het is de mensheid als een ononderbroken keten, want alles is met elkaar verbonden’, legt Serena uit.
Wat verstand is voor taal zijn handen voor gevoel
Handen hebben een centrale plaats in Beyond Borders. De lange gang tussen de inkom en de grote zaal van STEM hangt er vol mee. Handen die grijpen, handen die uitnodigen, handen die schreeuwen. Sartre wist het al: ‘Wat het verstand is voor de taal, dat zijn de handen voor het gevoel.’ Frans geeft de Franse filosoof gelijk. ‘Hersenen beginnen in de vingertoppen’, bezweert hij ons. ‘
Mijn eerste herinnering heeft met handen te maken. Het was 17 mei 1940 en de Duitsers bombardeerden Sint-Niklaas. Duizenden mensen sloegen op de vlucht. Ik ook, aan de hand van mijn moeder. Ik voelde de warmte en wist: mijn moeder zal me nooit in de steek laten. Voor werkende mensen is oorlog diepe miserie. Maar die paar seconden waande ik me in het paradijs. Dankzij die handen van mijn moeder.’
Veel mensen zien Trump en Netanyahu de wereld in brand steken en denken: er is niets aan te doen
‘Beyond Borders’ vestigt onze aandacht op de kracht van handen. ‘Ze staan voor het gevoel en de actie. Het gevoel niet in de miserie te blijven steken en de actie om niet in fatalisme te vervallen. Veel mensen zien Trump en Netanyahu de wereld in brand steken en denken: er is niets aan te doen. Maar het moet donker worden om de sterren te zien. En na de nacht volgt de dag.’
Voor de beeldhouwer, die tijdens ons gesprek drie keer kwansuis opmerkt dat hij op zijn 91ste nog altijd lid is van het ACV, is het antwoord op veel problemen van deze tijd: samenwerking. ‘Alles wat ik kan, heb ik geleerd van een ander. Mijn moeder verving mijn pisdoeken en leerde me lopen, mijn leraar leerde me lezen en schrijven, de steenkapper leerde me stenen kappen. Alle mensen zijn met elkaar verbonden.’
Beyond Borders is nog tot eind mei te zien in STEM in Sint-Niklaas.
Dit artikel is eerder gepubliceerd op Visie.net.