Hoe één Roemeense vrachtwagenchauffeur een multinational op de knieën kreeg
In 2011 kwam Stefan Popescu van Roemenië naar België voor een baan als vrachtwagenchauffeur. Bij het Limburgse transportbedrijf Essers zou hij flink meer verdienen dan in zijn thuisland. Wist hij veel dat hij niet eens het Belgische minimumloon verdiende, laat staan dat hij grotendeels in het zwart werd uitbetaald.
Het werd het begin van een rechtszaak die meer dan een decennium overspande en Popescu van de rechtbank in Roemenië tot het Belgische Hof van Cassatie bracht. Dat stelde hem onlangs definitief in het gelijk.
Een mirakel
"Het was al een mirakel dat de rechter in Roemenië me gelijk gaf en doorverwees naar een Belgische rechtbank", zegt hij. "Zeker gezien de corruptie."
In 2023 oordeelde het Belgische Arbeidshof uiteindelijk dat Essers zich schuldig maakte aan sociale uitbuiting. Dat oordeel houdt nu stand voor het Hof van Cassatie. Essers had een Belgisch loon moeten uitbetalen.
"Naast een soort onkostenvergoeding voor werken in het buitenland, die Essers niet correct aangaf, kreeg ik een Roemeens minimumloon van zo’n 200 euro", legt Popescu uit. "Toen ik begreep dat mijn loon niet correct was, maakte ik een berekening en vroeg ik om me te betalen wat ze me verschuldigd waren. Op een legale en fiscaal correcte manier. Daarmee was de zaak afgehandeld geweest voor mij, maar van de ene op de andere dag was ik bedrijfsvijand nummer één."
Je werkte bovendien niet alleen als vrachtwagenchauffeur, maar ook als persoonlijke chauffeur van toenmalig voorzitter Noël Essers.
"Soms moest ik hem naar een feest brengen of van de luchthaven oppikken. Ik was jong, hielp graag, en stond er niet bij stil dat dit een vorm van uitbuiting was. Want ik kreeg er niets extra voor. Ik leerde hem en zijn dochters kennen, hij kende mijn familie. We spraken met elkaar op personeelsbarbecues."
"Het verschil tussen mensen zoals ik en een multinational is gigantisch"
"Het stelt me teleur dat Noël Essers nooit op mijn klacht heeft gereageerd. Nochtans heb ik hem persoonlijk aangeschreven. Mijn vader is een orthodox priester, mijn moeder leerkracht. Zelf ben ik naar het theologisch seminarie gegaan. Waar ik vandaan kom, is het belangrijk om respectvol te blijven. Voor Essers telt alleen het geld. Maar ik koester geen wrok. Als ik hem zie, zou ik hem opnieuw de hand schudden."
Essers stuurde je daarop naar zijn Roemeense afdeling, aan een absoluut minimumloon.
"Waarop ik naar de rechtbank ben gegaan, en me met andere chauffeurs verenigde in een vakbond. Wanneer dat uitkwam, hebben ze me in Roemenië ontslagen onder valse voorwendselen. Ik kon nergens meer aan de slag. Dat onrechtmatig ontslag heeft de rechter later weliswaar teruggedraaid, maar het was duidelijk dat ze achter me aan kwamen."
Een voorbeeld
In Roemenië kreeg je zelfs de fiscus op je dak.
"Mijn bankrekening werd geblokkeerd en de gerechtsdeurwaarder vorderde mijn woning in Roemenië op. Die rechtszaak loopt nog. Desnoods ga ik naar het Europees Hof van Justitie."
"Je moet goed begrijpen dat Essers in Oradea (Roemeense stad nabij de grens met Hongarije, red.) een machtige en invloedrijke speler is. Ik heb geen zwart-op-wit bewijs dat Essers de fiscus eigenhandig op me afgestuurd heeft, maar die kwam niet uit het niets. De bedoeling is om me stil te krijgen en onze vakbond te sluiten. Dat toont hoeveel schrik Essers heeft dat iemand hun systeem doorprikt."
Wat maakte dat je doorzette?
"Ik ben niemand. Ik ben een Roemeense nummerplaat die je kunt vertrappelen. Als ik mijn zaak uiteenzet, kan een kind zien wie in fout is. Toch duurde het elf jaar. Het verschil tussen mensen zoals ik en een multinational is gigantisch. Ik heb geen kapitaal zoals Essers en moest hard werken om door te gaan. Ik heb gezien hoe de advocaten van Essers zich gedragen als hyena’s. Maar nu ben ik blij dat ik volgehouden heb, dankzij de hulp van mijn advocaten en ACV-Transcom en dankzij God. Dat maakt deze overwinning een mirakel."
"Alleen al bij Essers werken honderden chauffeurs in dezelfde situatie als ik"
"Het ging mij nooit om het geld. De kosten die Essers aan advocaten en juridische bijstand betaald heeft, zijn een veelvoud van wat ze mij verschuldigd zijn. Weet je wat mijn frustratie is? De uitkomst van deze rechtszaak is dat Essers mijn achterstallig loon moet betalen. Maar daarnaast zijn er geen juridische gevolgen voor hen. Zo kunnen ze ongestraft doorgaan."
"Al hoop ik dat dit een voorbeeld stelt en anderen inspireert. Alleen al bij Essers werken honderden chauffeurs in dezelfde situatie als ik. Dit gaat om rechtvaardigheid. Kijk naar al die Litouwse nummerplaten (wijst naar de vrachtwagenparking). Dat zijn geen Litouwse chauffeurs, maar mensen van over de hele wereld die uitgebuit worden. Iedereen weet dat. Dat moet veranderen."
Dit artikel verscheen eerder bij Visie.