Praktisch boek over fascisme helpt angel trekken uit moeilijke discussies
Iedere fascist verbleekt bij Adolf Hitler, merkt ook auteur Rosan Smits op in het begin van Dit is fascisme. Maar dat neemt niet weg dat het nuttig blijft dat mensen fascisme begrijpen en weten wat ze er eventueel zelf tegen kunnen doen.
Het onderwerp ligt moeilijk, maar het boek leest gemakkelijk. Sinds Dit is fascisme in september uitkwam waren er al vier extra drukken. Intussen neemt de urgentie van het thema op veel plaatsen hard toe.
Smits baseert zich voor de beantwoording van de vraag wat fascisme is onder meer op haar eigen kennis als politicoloog en journalist en op een groot aantal wetenschappelijke bronnen. Daarvan zijn de Amerikaanse historici Robert Paxton en Timothy Snyder de belangrijkste. De diverse vindplaatsen staan in 352 noten achterin, maar je kunt dit betoog van 178 pagina’s ook prima lezen zonder deze noten. De zowel grondige als luchtige aanpak van het boek draagt bij aan de toegankelijkheid en overtuigingskracht ervan.
Fascisme doorloopt een vast stappenplan
Fascisme is een strategie, stelt Smits. Het doel is om maatschappelijke onvrede te mobiliseren om de macht van een leider of groep voor eigen glorie, invloed en gewin te vergroten ten koste van de democratie. Deze strategie doorloopt volgens de door Smits aangehaalde historicus Paxton altijd een vast stappenplan van vijf stadia. Wanneer mensen die stadia herkennen kunnen ze ook makkelijker de angel trekken uit een platgeslagen of weggelachen discussie. Want wat in deze trend als weinig opzienbarend begint, kan in de praktijk uit de hand lopen.
De eerste van de vijf stadia richting fascisme is bijvoorbeeld zo algemeen dat die maar nauwelijks opvalt: het leggen van een maatschappelijke voedingsbodem door het aanmoedigen van onvrede of het uitroepen van een crisis. De tweede stap uit het stappenplan is al even vanzelfsprekend, namelijk de vorming van een partij of beweging rond een charismatische leider. De derde stap is zorgen dat de beweging politieke macht krijgt via verkiezingen. Tot zover lijkt dus alles herkenbaar en binnen de krijtlijnen van de democratie.
Als de partij via machtsuitoefening probeert de controlerende tegenmachten af te breken, komt het breekpunt
Het breekpunt komt bij stap vier, als de partij via machtsuitoefening probeert de controlerende tegenmachten af te breken, evenals de grondrechten. De laatste en vijfde stap heeft twee gezichten: ofwel de partij radicaliseert verder en grijpt de totale macht, ofwel de beweging verliest richting en brokkelt af.
Struikelpunten in discussies
Een bekend struikelpunt in discussies is dat in de praktijk de voorstadia richting fascisme soms worden gecombineerd, bewegingen ergens blijven steken of een element uit het stappenplan wordt weggelaten. Over het onderwerp praten, strandt daarom vaak in een welles-nietes of de opmerking dat een historische vergelijking mank loopt.
Een ander struikelpunt is dat de eerste drie stadia van de vijf stappen ook zichtbaar zijn bij diverse andere politieke bewegingen. Die bewegingen ontwikkelen zich nog niet door of blijven bewust steken bij de beginfase. Het zijn bewegingen waaraan we in Europa allang gewend zijn als onderdeel van de democratie, zoals Vlaams Belang in Vlaanderen, de partij van Geert Wilders in Nederland en in Italië Fratelli d'Italia, die met Giorgia Meloni zelfs de Italiaanse premier levert. Politicologen duiden dergelijke bewegingen aan met termen als ‘uiterst rechts’ of ‘rechts-populisme’, maar (meestal) niet met ‘fascistisch’.
Wie tijdig waarschuwt en het probleem wil bespreken, wordt makkelijk in de hoek gezet van paniekzaaier
In discussies kan dat voor ruis zorgen. Wie tijdig waarschuwt en het probleem wil bespreken, wordt makkelijk in de hoek gezet van paniekzaaier of iemand die overdrijft. Terwijl het te laat is voor het voeren van een gesprek als het probleem zo groot is geworden dat iedereen het ziet. Het is daarom zo belangrijk om onder ogen te zien dat die vroegste stadia uit het stappenplan, waarin dus net zo goed sprake kan zijn van rechts-populisme, niet onschuldig zijn. Die vroege stadia zijn een potentieel voorstadium van fascisme.
Flagrante leugens en andere brandstof voor fascisme
Behalve die vijf stadia richting fascisme noemt Smits, opnieuw met verwijzing naar Paxton, nog tien methodes die fascisten inzetten om de bevolking te mobiliseren. Die tien methodes fungeren als de brandstof van fascistische bewegingen en helpen ze van fase 1 naar fase 5 te komen. Helaas is voor de helderheid van de discussie over dit gevoelige thema ook hier weer het probleem dat behalve fascistische bewegingen ook andere, niet-fascistische, politieke bewegingen deze methodes gebruiken.
Er is wel een belangrijk verschil, stelt Smits in haar boek. Andere politieke bewegingen kunnen één of meer van dergelijke methodes gebruiken, maar bij een fascistische beweging zijn ze altijd alle tien aanwezig. Zoals het kenmerk van de koestering van een geïdealiseerd of heroïsch verleden. Of het tweede kenmerk, namelijk het creëren van vijandbeelden via propaganda. Bij de propaganda is een kenmerk van fascisten dat ze zich van flagrante leugens bedienen. Smits citeert wat Adolf Hitler hierover schreef in Mein Kampf (1925): “De schaamteloze grove leugen laat altijd sporen na, zelfs als deze definitief is ontmaskerd”. En, nogmaals Hitler: “Eerst vindt men dat stompzinnig en onbeschaamd, vervolgens verontrustend, maar uiteindelijk gelooft men je”.
Als leugens maar vaak genoeg worden herhaald, gaan mensen er toch een beetje in geloven
Wie dit verbijsterende cynisme leest, vindt het opeens al niet meer zo raar als opiniemakers een brug slaan tussen de nazipropaganda uit de jaren dertig van de vorige eeuw en uitspraken van de Amerikaanse president Trump of de Nederlandse partijleider Geert Wilders. Als leugens over buitenlanders maar vaak genoeg worden herhaald, gaan mensen er toch een beetje in geloven.
Ophitsen van burgers
Andere methodes voor het aan het rollen houden van fascistische bewegingen zijn het ophitsen van burgers tegen een intellectuele elite van journalisten en wetenschappers en het propageren van traditionele genderrollen. In het rijtje staat ook nog het creëren van een tegenstelling tussen stad en platteland, waarbij het platteland staat voor de harde werkers die de voedselvoorziening en traditionele waarden veiligstellen tegenover de praatjesmakers in de stad.
Smits wijst in haar boek op de zorgelijke ontwikkelingen in de Verenigde Staten, maar ook op de situatie in Europa. Het vierde stadium van de vijf stappen richting fascisme, namelijk het afbreken van de grondrechten, is namelijk ook in Europa al begonnen. Dat gebeurde onder meer met een collectieve poging tot ondermijning van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, waaraan ook België meedeed. In mei 2025 ondertekende namelijk België, samen met acht andere Europese landen, een door Italië en Denemarken geleid initiatief voor een EU-actie richting het Mensenrechtenhof. Want, argumenteren deze landen, ze krijgen als nationale regeringen te weinig speelruimte rond het uitzetten van vreemdelingen omdat de rechters vasthouden aan de Europese grondrechten.
Als er maar lang genoeg wordt geduwd tegen die grondrechten, zo leert de geschiedenis, is de kans op omvallen aanzienlijk
Een dergelijke vraag om een onderzoek naar de grondrechten lijkt onschuldig, ja zelfs een democratische actie. Intussen is het een duidelijk voorbeeld van hoe de wil van het volk wordt ingeroepen om aan de fundamentele rechten te willen tornen. Als er maar lang genoeg wordt geduwd tegen die grondrechten, zo leert de geschiedenis, is de kans op omvallen aanzienlijk.
Was de racistische leuzen van de muur
Wie zich intussen als burger zorgen maakt, hoeft niet stilletjes af te wachten hoe dit griezelige verhaal verder gaat. Smits geeft tips en baseert zich daarbij losjes op onder meer Timothy Snyder. Deze Amerikaanse historicus wist in 2016 zo min als ieder ander waar het heen zou gaan met de nieuwe Amerikaanse president Donald Trump. Maar Snyder was wel bezorgd. Daarom publiceerde hij in 2017 zijn betoog Over Tirannie met tips voor burgers om de democratie te beschermen.
Belangrijk, zo blijkt uit onderzoek, is dat dergelijk verzet om de democratie te beschermen geweldloos moet gebeuren om succesvol te zijn. Moedgevend is het om te lezen dat iedereen kan meedoen. Er staan in Rosan Smits’ boek veel tips voor politici en journalisten, maar je hoeft dus geen politicus of journalist te zijn om te helpen een beschermingsdam op te werpen tegen fascisme.
Weeg je eigen woorden en neem niet de taal over van fascisten
Verwijder dus gerust zelf de racistische leuzen uit de publieke ruimte, is één van de tips. Of zeg iets van de kleinerende grappen over vrouwen of buitenlanders in de kleedkamer van je sportclub. Niet dat dit altijd gemakkelijk is. Vriendschappen kunnen onder druk komen te staan als je zo reageert, of je carrière kan in de knel komen, denkt Smits. Als het fascisme al verder is gevorderd, betaal je misschien dergelijke morele moed wel met je vrijheid.
Maar er is geen andere weg, zegt Smits. Dus wees nieuwsgierig naar je buren en mensen die je niet kent, en probeer met ze te praten. Dat helpt om haat te verminderen en vooroordelen te helpen tegengaan. Protesteer en ga de straat op, is ook een tip. Tenslotte: weeg je eigen woorden en neem niet de taal over van fascisten.
Het boek eindigt zo redelijk optimistisch, ondanks de stevige boodschap dat alle signalen op rood staan dat fascisme ook hier en opnieuw mogelijk is. Of dat echt gebeurt, weten we helaas pas als het te laat is. Dus iedereen kan maar beter reageren als bij een brandend huis: zo snel mogelijk beginnen met blussen en uit alle macht alarm slaan.
Dit is fascisme
Rosan Smits, Dit is fascisme, Amsterdam: De Correspondent, 2025, 208 pp.