Beste Joël De Ceulaer,
Ik weet niet goed of ik me nu vereerd moet voelen of beledigd.
Vorige week kwam ik namelijk twee zaken te weten. Ten eerste: u leest mijn artikels op dewereldmorgen.be. Of u hebt er in ieder geval één gelezen, wat ik op zich fijn vind. Ten tweede: u vond het artikel in kwestie “totaal belachelijk”, zo tweette u. Dat is net iets minder fijn om te lezen.
Nu moet ik zeggen dat ik graag uw stukken lees. Er zijn weinig interviewers in Vlaanderen die zo goed doorvragen als u en uw brieven in De Morgen vind ik vaak stilistisch om van te smullen. Als ik uw tweet een beetje goed begrepen heb, lijkt die waardering niet wederzijds.
Als een ervaren vakman je de grond in boort, is het niet zo gebruikelijk dat de beginnende journalist hem van antwoord dient. En toch, ondanks mijn respect voor uw vakmanschap, is dat precies wat ik ga doen. Het is namelijk mijn overtuiging dat u zich over mijn artikel vergist. Hoewel die overtuiging misschien nodig is om mijn eigen zelfrespect te behouden, heb ik er ook gegronde redenen voor.
Waar gaat dit over? Samen met Jotie François schreef ik een artikel waarin ik stel dat Wouter Duyck racistische pseudowetenschap witwast. Dat is een ernstige beschuldiging. “Maak het keihard of trek het terug”, zo schreef u op X. Uit wat u voordien al schreef, valt af te leiden dat uw oproep er eigenlijk op neerkomt dat u vindt dat ik het tweede zou moeten doen. Maar gebruikmakend van de kleine opening die u laat, zal ik toch het eerste doen.
Racistische pseudowetenschap …
Aanleiding voor ons artikel was de passage van Duyck in Terzake over de aanstelling van racistische pseudowetenschapper Nathan Cofnas aan UGent. Dat Cofnas een racistische pseudowetenschapper is, zeg ik niet zomaar. Ik baseer me daarvoor op de zeer gedegen argumentatie van onderzoeker wetenschapsfilosofie aan UGent Pieter Beck en anderen, die helder uitleggen waarom het label pseudowetenschap van toepassing is op het informele netwerk van auteurs die aan rassentheorie doen en waar Cofnas toe behoort. Cofnas noemt zichzelf ook “race realist”.
Als voorbeeld om duidelijk te maken waarover het gaat, verwijs ik ook naar uitspraken van Cofnas waarin hij stelt dat in een echte meritocratie “zwarten zouden verdwijnen uit bijna alle hoge posities behalve sport en entertainment” omdat ze nu eenmaal minder intelligent zijn. Cofnas verwijst ook heel expliciet naar racistische pseudowetenschappers als inspiratiebron. Hoe moet ik wat hij doet anders noemen dan racistische pseudowetenschap?
… verdedigen met hulp van racistische pseudowetenschap
Mij lijkt dat allemaal zo klaar als een klontje, maar Duyck vond het dus nodig om op Terzake de stelling te komen verdedigen dat wat Cofnas doet geen pseudowetenschap is. Dat noemen wij dus witwassen. Het is namelijk zwart, Cofnas beoefent pseudowetenschap. En Duyck komt argumenteren dat het best ook wit of toch op z’n minst grijs zou kunnen zijn.
In zijn verdediging van Cofnas verwijst Duyck naar een studie die ook in beeld wordt gebracht in de uitzending van Terzake. Het gaat om een opiniepeiling uitgevoerd door Heiner Rindermann, die onderzoekt wat de opvattingen zijn van ‘experten’ over onderwerpen als de erfelijkheid van IQ en de mate waarin IQ-verschillen tussen witte en zwarte mensen moeten worden verklaard door genetische factoren.
Rindermann is betrokken bij Open Psych en Mankind Quarterly, pseudowetenschappelijke tijdschriften die letterlijk zijn opgericht om hard racisme met een wetenschappelijk sausje te overgieten. Over de survey in kwestie schreven drie toonaangevende psychologen: “De onderzoeken melden dat slechts ongeveer 5 procent van de mensen die werden uitgenodigd om deel te nemen, op een van de vragenlijsten reageerde. Gezien dit zeer lage responspercentage, en de mogelijke vertekening in de selectie van wetenschappers, betwijfelen we of deze resultaten een accurate weergave zijn van het onderzoeksveld.”
De respondenten waren geronseld in academische tijdschriften met een hoge concentratie aan wetenschappelijke racisten. Een 100-tal heeft de vraag beantwoord. Geneticus Adam Rutherford lacht: “We hebben een groep mensen ondervraagd die het met mij eens is, en de resultaten laten zien dat ze het met mij eens zijn.”
Hoe noem je zoiets anders dan pseudowetenschap? Duyck verdedigt met andere woorden het recht voor een racistische pseudowetenschapper om pseudowetenschap te verspreiden, door te verwijzen naar een andere racistische pseudowetenschapper.
Gaslighten
Dat hij argumenteert te kwader trouw, blijkt wanneer hij met de feiten geconfronteerd wordt. Hij gaat namelijk gaslighten.
“Nog los van de ad hominems, verdraaiingen en complete onwetendheid: de studie waar ik naar verwijs in Terzake is helemaal niet van [R]indermann!”, zo reageerde Duyck op LinkedIn op een artikel van Pieter Beck. Vervolgens dreigde hij ermee om een klacht in te dienen tegen Beck.
Het volstaat om even de beelden van Terzake te bekijken om te weten dat hij weldegelijk (ook) verwijst naar de studie van Rindermann. Bovendien verwijst Duyck op zijn eigen profiel op X ook nog eens naar diezelfde studie.
Dat gaslighten is bij Duyck een weerkerend patroon. In zijn boek Mijn kind, slim kind verwijst hij in zijn bronnenlijst, naast een boel andere wetenschappelijke racisten, maar liefst zeven keer naar Rindermann.
Toen we hem daarop wezen, reageerde hij als volgt: “Probeer anders eens nog wat boterhammekes te eten. Al is ook dat geen remedie tegen idiotie. Noch tegen links-extremistische kwaadwilligheid. Een combinatie van beide is hopeloos."
Nu zou je kunnen opwerpen dat verwijzen naar racisten niet noodzakelijk een verdediging van hun racisme inhoudt. Iemand die racistisch is, kan daarnaast misschien nog interessante dingen te zeggen hebben en Duyck neemt niet noodzakelijk de racistische standpunten van zijn bronnen over. Maar het probleem is dat Duyck ook de aanwezigheid van racisme in de bronnen waar hij naar verwijst ontkent.
“Niemand schrijft in die literatuur ove[r] ras”, zo schrijft hij op X. Het zijn voor Duyck critici die beginnen over ras en IQ, niet omgekeerd. In zijn boek schrijft hij: “Intelligentie wordt niet enkel genegeerd, maar ook zwartgemaakt, soms letterlijk. In 2018 zag ik in een krantenwinkel een opvallende gitzwarte cover op De Morgen met een interview met Angela Saini, die intelligentieonderzoek als racistisch presenteert.”
Angela Saini was wetenschapsjournalist voor de BBC die meerdere journalistieke prijzen heeft gewonnen. Ze heeft drie boeken over het onderwerp geschreven, één over eugenetica, eén over seksisme en nu één over racisme en IQ. Saini heeft talloze experten geïnterviewd voor dat boek. Maar voor Duyck is zij - daar heb je dat gaslighten weer - een “ingenieur”, “zonder enige opleiding in psychologie”.
Saini is “een ingenieur zonder opleiding in de psychologie”. Beck heeft er niets van begrepen. Het onderzoek van socioloog Orhan Agirdag is “een militante zoektocht naar de ultieme gelijkheid.” Dirk De Zutter, co-auteur van De school van ongelijkheid, wordt “niet gehinderd door enige kennis of begrip van data en werkelijkheid” en zijn manier van denken is “absurd” en “fundamentalisme”.
Een uitnodiging
Ik troost me dus, meneer De Ceulaer, met het feit dat ik in deze in goed gezelschap ben met mijn “totaal belachelijke” kritiek op meneer Duyck. Wat me echter tegenstaat, is dat de belediging naar mij toe niet alleen afkomstig is van Ducyk, maar ook van u, een journalist van wie ik eigenlijk meer had verwacht.
Zie deze brief dus als een uitnodiging. Ik zou het fijn vinden moest u me even kunnen wijzen waar ik precies in de fout ben gegaan. “De burden of proof ligt”, zoals u zelf terecht stelt namelijk “bij de persoon die beschuldigt.” Ik zou dus zeggen: "Maak het hard of trek het terug."