Analyse

Hoe Wouter Duyck opnieuw racistische pseudowetenschap witwast

Afbeelding
Wouter Duyck in De Afspraak. Beeld: Screenshot VRT
Wouter Duyck in De Afspraak. Beeld: Screenshot VRT
Nu de kritiek op de aanstelling van rassenwetenschapper Nathan Cofnas aan de UGent aanzwelt, staat Wouter Duyck klaar om hem te verdedigen. Dat mag niet verbazen, want Duyck fungeert al langer als witwasser van racistische pseudowetenschap.

Februari 2026. Onderzoeker Harry Pettit juicht op X de bombardementen op Israël toe en spreekt zijn steun uit voor Ayatollah Khamenei in een tweet met een antisemitische ondertoon. Daarop beslist de Vrije Universiteit Brussel prompt om de aanwerving van de onderzoeker te annuleren. 

Zo ongeveer niemand ging daartegenin of voelde zich geroepen om Pettit te verdedigen. Stemmen die zich anders heel bezorgd tonen over de academische vrijheid en de vrijheid van meningsuiting, zoals Maarten Boudry, juichten de beslissing van de VUB toe.

Twee maten, twee gewichten

Twee maanden later is de situatie helemaal anders. Aan de UGent werd Nathan Cofnas aangesteld. Cofnas heeft enige bekendheid in extreemrechtse kringen, met dank aan een blogpost waarin hij stelt dat in een echte meritocratie “zwarten zouden verdwijnen uit bijna alle hoge posities behalve sport en entertainment” omdat ze nu eenmaal minder intelligent zijn.

Cofnas doet dit soort ronduit racistische uitspraken niet enkel in blogposts, maar gebruikt zijn academische positie ook om de uitspraken een wetenschappelijke legitimiteit te geven. Het is belangrijk om te zien dat hij daarin niet alleen staat. Zo toont Pieter Beck duidelijk aan hoe Cofnas deel uitmaakt van een netwerk dat zich consequent van pseudowetenschap bedient met als doel om racistische ideeën te normaliseren.

Om die reden roepen de leden van de vakgroep aan de UGent, waar hij zou terechtkomen, op om de aanwervingsprocedure tegen te houden. In tegenstelling tot bij professor Pettit staat er nu echter wel een resem mediapersoonlijkheden klaar om het voor Cofnas op te nemen.

Wie is Wouter Duyck?

Uiteraard heeft Maarten Boudry weer een kans geroken, maar zeer vocaal in de verdediging van Cofnas is Wouter Duyck. Hij is cognitief psycholoog verbonden aan de UGent, een belangrijke inspiratiebron voor de N-VA wanneer het over onderwijs gaat en zelf ook niet vies van het verspreiden van onzin op sociale media. “Hitler was een socialist”, zo stelde Duyck een tijd geleden. “Met een hele lijst extreem-linkse communistische, socialistische standpunten.”

Dat communisten bij de eerste slachtoffers in de concentratiekampen van het nazisme waren en dat het nationaalsocialisme net zo socialistisch is als een varkenshaasje een haasje is, zou iedereen die een beetje geschiedenis heeft gekregen moeten weten. Maar dit is dus wel de man op wie de N-VA zich graag beroept om de dalende kwaliteit van ons onderwijs aan te klagen. En dit is dus ook de man die in de bres springt voor Cofnas met het argument dat zijn critici niet weten waarover ze spreken.

Geen pseudowetenschap?

Op Terzake verklaart hij dat hij niet zo ver wil gaan om het onderzoek van Cofnas weg te zetten als pseudowetenschap. Hij beroept zich in zijn verdediging van Cofnas op een onderzoek dat ook in beeld komt in Terzake, maar niet echt goed geduid wordt.

Aangezien er wetenschappelijke consensus is over het feit dat er geen verschillende menselijke rassen bestaan, moet Duyck wel heel creatief zijn om zijn punt te maken. Hij verwijst dus niet naar een studie waarin onderzoek is gedaan naar het niet-bestaande verband tussen IQ en ras, maar naar een studie waarin professoren psychologie gevraagd wordt of ze geloven “dat genetische verschillen een niet-triviale variatie in verschillen tussen rassen in IQ-scores zouden kunnen verklaren.”

Nu is het hoe dan ook al erg bijzonder om je argumenten te staven met een onderzoek naar wat professoren geloven in plaats van wat het onderzoek toont. Dat een percentage van de professoren fysica in God gelooft, betekent ook niet dat de Bijbel plots een goede bron is voor wetenschappelijk onderzoek naar de evolutie van planten en diersoorten. Wat het nog bijzonderder maakt, is dat Duyck vervolgens ook nog eens schermt met het argument dat een deel van de academici aangeeft “dat het geen compleet onmogelijke hypothese is.”

“Ze gebruiken een veelvoorkomende retorische truc”, legt hoogleraar psychologie Eric Turkheimer uit, “door mensen te vragen in te stemmen met de stelling dat genetica niets, nul, te maken heeft met raciale verschillen in gedrag. Dat is wat ik denk, maar zelfs ik erken dat de wetenschap er erg slecht in is om te bewijzen dat iets nul is. Je kunt de nulhypothese niet bewijzen.”

Duyck heeft in het algemeen niet de neiging om op de meest eerlijke manier te debatteren. Zo stelt hij op X dat niemand in de intelligentieliteratuur over ras schrijft, alsof de critici er niets van begrepen hebben, terwijl Cofnas en het racistische netwerk rond hem dat heel expliciet wel doen.

Racistische bronnen

Dat Duyck zich geroepen voelt om de beoefenaars van zogenaamde rassenwetenschap te verdedigen, mag eigenlijk niet verbazen. Vorig jaar brachten wij al naar buiten hoe hij in zijn boek Mijn kind, slim kind deze pseudowetenschap witwast.

Geheel in lijn met de stijl van de N-VA wil Duyck natuurlijk liever niet geassocieerd worden met al te openlijke racisten. Maar door de manier waarop hij zich distantieert van dat openlijke racisme, probeert hij de kern ervan net te beschermen. Zo schrijft hij over The Bell Curve van Herrnstein en Murray, dat gaat over het vermeende verschil in intelligentie tussen rassen: “Het boek was zeer schadelijk voor het intelligentieonderzoek, het werd gerecupereerd door racisten.”

Alleen: het boek werd niet gerecupereerd door racisten, het is een racistisch boek dat gebaseerd is op racistische bronnen. Zo waren zeventien van de onderzoekers in de bronnenlijst van het boek verbonden aan het ronduit racistische Pioneer Fund. Het Pioneer Fund werd opgestart door textielmagnaat Wickliffe Draper in 1937 om “rassenverbetering” na te streven. Het verzamelde eugenetici en financierde Erbkrank, een documentaire van de nazi’s over sterilisaties in psychiatrische centra. En ook na de oorlog bleek het Pioneer Fund een ontmoetingsplaats voor treurige nazi’s.

Wie de bronnenlijst van Duycks boek doorneemt, merkt ook dat hij er zelf geen enkel probleem mee heeft om racistische bronnen aan te halen. Zo verwijst hij onder andere naar Francis Galton, Richard Lynn, Gerhard Meisenberg, Raymond Cattell, Linda Gottfredson, Satoshi Kanazawa en Thomas Bouchard. Duyck mag dan wel beweren dat deze onderzoekers niet racistisch zijn, de realiteit is dat Lynn en Cattell vonden dat we “incompetente culturen” moesten “uitfaseren”. Galton vond Joden een parasitair ras. En Kanazawa vindt zwarte vrouwen “objectief” minder aantrekkelijk.

Politieke kwestie

Laten we niet naïef zijn. Wat hier op het spel staat, is niet het redden van de wetenschap of de academische vrijheid. Wat hier op het spel staat, is de politieke vraag of racistische en extreemrechtse ideeën beschouwd kunnen worden als ideeën net als alle andere ideeën. Er is een netwerk actief dat de academische wereld tracht te misbruiken om extreemrechtse ideeën te normaliseren en Duyck fungeert als witwasser van dat netwerk.

Afbeelding
https://www.dewereldmorgen.be/steun-ons
Steun ons

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?