Grondrechten horen niet op een veiling
Frederic De Gucht schrijft dat we af moeten van het dogma dat de overheid elke baksteen zelf moet bezitten. Maar zijn voorstel om tienduizenden sociale woningen te verkopen aan private investeerders is zelf een dogma en geen nieuw één. Dit experiment is al uitgevoerd.
Thatcher aan de Noordzee?
In 1980 voerde Margaret Thatcher in het Verenigd Koninkrijk exact dit beleid in: sociale huurders mochten hun woning kopen, de overheid trok zich terug, de markt zou ‘het oplossen’. Meer dan veertig jaar later zijn bijna twee miljoen sociale woningen uit de publieke stock verdwenen. Meer dan een derde daarvan is vandaag in handen van private verhuurders, die ze verhuren aan de mensen die er eerst goedkoop woonden, maar nu aan exploderende marktprijzen. Schotland en Wales hebben het beleid ondertussen afgeschaft. De wachtlijsten voor sociale woningen in Engeland tellen intussen meer dan 1,2 miljoen gezinnen. Willen we daarnaartoe in Vlaanderen? Ik denk het niet.
De Gucht stelt daar dan tegen: maar ‘met strikte sociale voorwaarden’. Ja, dat vertelden ze in Londen ook. En toch gebeurde er quasi niets rond. De lobbyende investeerder hield de bovenhand. Of is dat het plan van Anders? Lekkers voor de investeerder en speculant, dwang voor de huurder.
Wenen wordt jaar na jaar uitgeroepen tot een van de meest leefbare steden ter wereld
Tegenover dit debacle staat een stad die het bewust anders deed: Wenen. Vijftig procent van de Weense bevolking woont in een sociale of gesubsidieerde woning. Niet omdat Wenen rijk is - de jaarlijkse investering in sociale huisvesting bedraagt circa 400 miljoen euro - maar omdat de stad consequent publiek eigenaarschap verdedigt. De wachtlijst voor een sociale woning bedraagt er gemiddeld twee jaar. Wenen wordt jaar na jaar door The Economist uitgeroepen tot een van de meest leefbare steden ter wereld. Dat is geen toeval. Dat komt ook door dit soort beleid.
Het Weense woonwonder toont wat er gebeurt als je dat beleid een eeuw lang volhoudt. Sociale huisvesting is er geen restcategorie voor wie anders nergens terechtkan, maar een gedeelde infrastructuur waar de hele stad baat bij heeft. De Weense middenklasse verliet de sociale woning niet zodra het economisch beter ging. De kwaliteit is er hoog, de huur eerlijk, en de schaamte die elders aan sociaal wonen kleeft, is er nooit gekweekt. Het is het stille dividend van generaties consequent beleid: niet alleen betaalbare woningen, maar een stad die zichzelf niet uiteen laat vallen.
Leegstand
Dat dividend ontstaat precies omdat Wenen wonen nooit alleen aan de markt overliet. De kern van De Guchts voorstel, zoals deeleigenaarschap, de vijftigvijftigregel, vermogensopbouw via vastgoed, klinkt dan emancipatorisch. Maar het schuift het marktrisico door naar de mensen die het minst kunnen dragen. Want wie zijn job verliest, ziek wordt of zorgtaken opneemt, verliest ook zijn opgebouwde vermogenspositie.
Wonen is een grondrecht
Er is bovendien ook iets wat De Gucht zedig over zwijgt. In België staan duizenden woningen en gebouwen structureel leeg, grotendeels in handen van speculanten. Grondpolitiek, de echte motor van prijsstijgingen, wordt nog te weinig besproken. Brede huurprijsregulering evenmin. Het is goed dat minister Hans Bonte daar wat aan wil doen.
Ja, het probleem op de Vlaamse woonmarkt is reëel en nijpend. Te veel gezinnen moeten inderdaad te lang wachten op een woning. Starters worden structureel van de markt geduwd. Maar de oplossing is niet om het publieke patrimonium te liquideren. De oplossing om de falende markt te corrigeren is een groter aandeel van de overheid in die markt verwerven. Alleen zo kan je de prijzen temperen. Steden als Wenen geven ons al decennia dat voorbeeld. En dat doe je net door extra te investeren. Wonen is geen springplank naar eigendom. Wonen is een grondrecht. En grondrechten horen we niet aan de hoogste bieder te veilen.
Miranda Ulens is algemeen secretaris van het Vlaams ABVV.