Peiling veegt pensioenplan van tafel: zorgarbeid blijft de grote blinde vlek
Tijdens de vakbondsbetoging van 12 maart liep een groot vrouwenblok strijdbaar voorop om te waarschuwen voor de pensioenplannen. Middenveldorganisaties waarschuwen al lang dat deze hervorming asociaal is. Vakbonden en vrouwenbewegingen wezen op de groeiende kloof en de onhoudbare werkdruk.
De peiling 'De Stem van Vlaanderen', waarvan de resultaten in Het Laatste Nieuws verschenen, bevestigt dit. Het verzet tegen de pensioenplannen wordt breed gedragen: liefst 70 procent van de Vlamingen stelt dat de hervorming onvoldoende rekening houdt met vrouwen.
Een systeem dat enkel kijkt naar gepresteerde uren op de arbeidsmarkt, negeert de enorme hoeveelheid onbetaalde zorgarbeid die onze samenleving elke dag draaiende houdt.
Prijs van de zorg
Zorgtaken komen nog altijd disproportioneel bij vrouwen terecht, waardoor zij vaker deeltijds werken of hun loopbaan onderbreken. Dat leidt automatisch tot minder pensioenrechten en dus tot lagere inkomens op latere leeftijd.
Voor veel vrouwen is deeltijds werken geen keuze
Die ongelijkheid vertaalt zich in harde cijfers: zo'n 17 procent van de vrouwen kijkt aan tegen een pensioen van minder dan 1.500 euro netto. Bij mannen is dat slechts 6 procent. De hogere pensioenen vloeien bijna exclusief naar mannen. Deze pensioenkloof is de directe erfenis van een arbeidsmarkt die vrouwen nog steeds straft.
Conservatieve politici schermen vaak met 'eigen keuzes', maar hoe vrij is die keuze? Voor veel vrouwen is deeltijds werken geen keuze, maar noodzaak door een gebrek aan betaalbare opvang. Voor veel andere vrouwen is het ook geen keuze omdat ze gewoon geen voltijdse banen aangeboden krijgen. Denk maar aan kassiersters of poetshulpen. Zelfs de helft van de N-VA-kiezers vindt dat de hervorming vrouwen tekortdoet.
Kapotgewerkt
Een andere realiteit die het pensioenplan negeert is de fysieke en mentale tol van de loopbaan. Maar liefst 61 procent geeft aan dat hun lichaam of geest het niet volhoudt tot 67 jaar. De pensioenleeftijd optrekken zonder de werkbaarheid te verbeteren, is een recept voor burn-out. Voor arbeiders in de bouw of de zorg is die eindmeet een gevaarlijke illusie.
61 procent geeft aan dat hun lichaam of geest het niet volhoudt tot 67 jaar
De overheid probeert ons te lokken met een 'pensioenbonus', maar die wortel werkt niet. Slechts een kwart van de Vlamingen wil langer werken voor dat extraatje. Mensen kiezen massaal voor hun gezondheid, zelfs als dat minder geld betekent. De angst voor een financiële straf, de zogenaamde malus, weegt niet op tegen de broodnodige rust.
In plaats van mensen te straffen, moeten we kijken naar een eerlijke herverdeling. Terwijl de burger vreest voor een te laag pensioen – 49 procent vindt het nu al onvoldoende – blijven grote vermogens buiten schot.
Wat willen we?
De onzekerheid zit diep: 64 procent zet nu al zelf extra geld opzij voor later. Dit is de ultieme uitholling van onze sociale zekerheid. Als het collectieve systeem faalt, worden mensen naar de private markt gedreven. Daar zijn echter enkel de rijksten beschermd, terwijl de rest van de bevolking met lege handen achterblijft.
De huidige hervorming vertrekt vooral vanuit budgettaire logica, maar een rechtvaardig pensioenbeleid moet vertrekken vanuit mensen en hun levensloop. Dat betekent rekening houden met ongelijkheid, zorgarbeid en werkbaarheid.
Willen we een pensioen als een collectief recht of is het ieder voor zich?
De vraag is: willen we een pensioen als een collectief recht, gedragen door solidariteit, of schuiven we op naar een systeem waarin iedereen zelf maar moet zien hoe hij zijn oude dag rondkomt? Vandaag lijkt het beleid steeds meer richting individualisering te gaan. Er zullen wellicht nog meer acties en grote betogingen nodig zijn om de huidige regering van koers te doen veranderen.