Vrouwen vallen niet uit, ze worden eruit geduwd: langdurig zieken zijn geen profiteurs
Bart De Wever is een grote fan van Latijn en van Theodore Dalrymple. De Britse psychiater vindt dat de verzorgingsstaat mensen belet om zelf verantwoordelijkheid te nemen. Sociale zekerheid is in zijn ogen een hangmat waar ze lui van worden. Eigenlijk vinden Dalrymple en De Wever samen dat langdurig zieken profiteurs zijn. Die moet je geen uitkering geven, maar een stamp tegen hun kont.
Arizona maakt van de groeiende groep vrouwen die met psychische klachten thuis zit, het belangrijkste target voor activering
Blijkbaar heeft Bart De Wever de hele regering daarvan kunnen overtuigen en daarom behandelt ze de langdurig zieken nu als fraudeurs. De 'Terug Naar Werk'-wet is een pakket maatregelen van de federale regering dat langdurig zieken sneller wil laten terugkeren naar de arbeidsmarkt via meer opvolging, controles en re-integratietrajecten.
Opvallend is dat het preventieve luik van de wet erg mager en vaag oogt aangezien de nadruk duidelijk ligt op het verstrengen en versnellen van de controles en de sancties. Een visie die geen rekening houdt met structurele factoren als toenemende productiviteitsdruk en flexibilteitseisen in vele jobs, maar het stijgend aantal langdurig zieken enkel op individueel niveau wil aanpakken dus.
Victim blaming
Eind 2023 werkten 76,4 procent van de mannen op beroepsleeftijd en 68,8 procent van de vrouwen. Toch waren toen meer dan 60 procent van de half miljoen mensen dat langer dan een jaar ziek was vrouwen. Bij werknemers met een bediendenstatuut is het onevenwicht nog groter: 139.115 vrouwen tegen 43.577 mannen.
Bij 36,9 procent van de langdurig zieken gaat het over psychosociale aandoeningen. 65 procent daarvan heeft een depressie of burn-out. Die groep werd tussen 2016 en 2022 de helft groter. Dat toont aan dat het niet over individuele problemen gaat.
Daarom maakt de federale regering van de groeiende groep vrouwen die met psychische klachten thuis zit, het belangrijkste target voor activering. Daarvoor dient de “financiële responsabilisering” van werknemers, ziekenfondsen en van dokters die te vaak ziektebriefjes zouden schrijven.
“We maken de financiering van hun (de mutualiteiten) werkingskosten meer afhankelijk van de mate waarin zij er effectief in slagen om langdurig zieken te re-integreren op de arbeidsmarkt”, valt te lezen in het regeerakkoord. Als werknemers meer dan één afspraak missen verliezen ze 10 procent van hun vervangingsinkomen, daarna dreigen ze die helemaal te verliezen.
In de plaats van een doortastende aanpak van de oorzaken van langdurige ziekte, kiest de regering voor het aanpakken van de zieken zelf
Artsen die meer ziektedagen schrijven dan hun collega’s zullen “aangesproken en financieel geresponsabiliseerd worden”, staat er verder in het akkoord. Dokters die veel werknemers in moeilijkheden op consult krijgen, zullen die dan eigenlijk moeten laten vallen om meer ‘gezonde’ patiënten in de wachtzaal te krijgen. Dat is een efficiëntielogica die haaks staat op de eed van Hippocrates.
In de plaats van een doortastende aanpak van de oorzaken van langdurige ziekte, kiest de regering voor het aanpakken van de zieken zelf. Zo verhoogt ze de bestaande uitkeringssancties en voert er nieuwe in.
Wetenschappelijk onderzoek en buitenlandse ervaringen tonen dat zulke sancties voor zieken niets verhelpen aan hun tewerkstellingskansen, integendeel. Ze vergroten juist de afstand tot de arbeidsmarkt, het armoederisico, de gezondheidsproblemen en het medicatiegebruik.
Daarbovenop legt deze regering ook een verhoogde pensioenleeftijd op en bestraft ze, via een pensioenmalus die kan oplopen tot 25 procent, iedereen die het niet tot 67 volhoudt. Wie, om het te kunnen uithouden tot zo lang, een landingsbaan neemt vanaf 55 of 60 zal daarvoor afgestraft worden in het pensioenbedrag.
Re-integratie of uitduwen?
De werkgevers van hun kant krijgen nieuwe mogelijkheden om langdurig zieke werknemers, al na zes maanden zonder ontslagvergoeding, te ontslaan. Dat ondergraaft volledig de ‘grotere inspanningen’ die ze volgens de regering zouden moeten leveren om die mensen juist te re-integreren. Steeds vaker verklaren bedrijfsleiders dat er ‘geen geschikt werk is’ voor hun werknemer die uit ziekte terugkeert.
Hoewel de wet bepaalt dat de werkgever passend werk moet aanbieden wanneer de bedrijfsarts dat vraagt, wordt vandaag al acht op de tien van deze mensen weggestuurd.
Werknemers die de ratrace niet aankunnen sneller dumpen, is handiger en beter voor de winstcijfers
Jaarlijks zijn er zo’n 26.000 procedures contractbeëindiging medische overmacht. Dat zal alleen maar toenemen, aangezien werkgevers nu ook na de eerste maand gewaarborgd loon een deel moeten meebetalen aan de uitkering van hun zieke werknemers en hen dus nog sneller kwijt zullen willen dan voorheen.
Nochtans heeft België al een recordlage periode van gewaarborgd loon. In Nederland bijvoorbeeld betaalt een werkgever het loon van een zieke werknemer twee volle jaren door. Als een werkgever er niet de nodige inspanningen doet voor re-integratie, wordt die periode van gewaarborgd loon automatisch verlengd.
Bij ons kunnen patroons vanaf nu nog sneller de kosten voor zieke werknemers doorschuiven naar de noodlijdende Sociale Zekerheid en is er daarom nog minder prikkel om de ‘uitduw’ van werknemers in hun bedrijf structureel aan te pakken. Werknemers die de ratrace niet aankunnen sneller dumpen, is handiger en beter voor de winstcijfers.
Enquête van ABVV chemie
Onder de titel ‘Welzijn en arbeidsongeschiktheid op de werkvloer’ nam ABVV Scheikunde-Petroleum, interviews af bij 955 werknemers uit de sector (62,26 procent vrouw).
Meer dan de helft van de werkneemsters die de afgelopen vijf jaar langer dan een maand arbeidsongeschikt waren, geeft aan het slachtoffer te zijn van een gebrekkig welzijnsbeleid in hun onderneming. Hoge werkdruk (18,54 procent), gebrek aan waardering (16,82 procent) en onvoldoende ondersteuning van leidinggevenden (15,58 procent) zijn de meest genoemde tekortkomingen. Ook de werk-privébalans (13,86 procent) speelt een rol.
Bijna de helft (48,43 procent) van de vrouwelijke respondenten geeft aan dat bij hun terugkeer naar het werk geen rekening wordt gehouden met hun gezondheidstoestand. Er is amper aanpassing van arbeidstijd of werkplek. Erger nog: sommige werkgevers weigeren elk voorstel tot aanpassing of ondernemen geen enkele stap. Met andere woorden: er wordt van je verwacht dat je op dezelfde manier verder werkt, zelfs wanneer je gezondheid het (nog) niet toelaat.
De impact is niet alleen organisatorisch, maar ook emotioneel voelbaar. Meer dan een kwart van de werkneemsters voelt zich aan de kant gezet door hun werkgever, 29,73 procent voelt zich schuldig over hun ziekteverlof en slechts een op de vier voelt zich begrepen door de werkgever.
Ook hier spreken de cijfers boekdelen: vrouwen hebben een zwaardere emotionele last te dragen door het ontbreken van een zorgzaam welzijnsbeleid in hun bedrijf. De mannelijke werknemers van hun kant geven aan minder schuldgevoelens te hebben en wijzen vaker naar de werkorganisatie als oorzaak.
Opvallend is dat werknemers zeer concreet aangeven welke maatregelen preventief kunnen werken: betere communicatie en ondersteuning, meer (werknemer gestuurde) flexibiliteit en realistische werkdruk. Maar hun ideeën en voorstellen worden in hun bedrijven weinig of helemaal niet in aanmerking genomen.
“Bovenstaande cijfers laten weinig ruimte voor twijfel. Langdurige arbeidsongeschiktheid ontstaat niet in een vacuüm. Het is een gevolg van een werkorganisatie die te weinig aandacht heeft voor werknemers, en in het bijzonder vrouwelijke werknemers”, zegt Andrea Della Vecchia, federaal secretaris ABVV Scheikunde-Petroleum.
Langdurige arbeidsongeschiktheid is een gevolg van een werkorganisatie die te weinig aandacht heeft voor werknemers, vooral vrouwen
Hij doet ook een oproep aan de werkgevers: “Uit de enquête blijkt dat jullie onvoldoende belang hechten aan de ideeën van zieke collega's. Luister naar hen en geef gevolg aan hun voorstellen op het gebied van communicatie, ondersteuning en werkdruk. Een bedrijf dat zich inzet voor het welzijn van zijn werknemers, wint op alle fronten: minder verzuim, meer motivatie, hogere kwaliteit en meer stabiliteit”.
Volgens Della Vecchia moeten de sectoren inzetten op preventief welzijnsbeheer, in overleg met de werknemersvertegenwoordigers en op basis van een realistische organisatie van het werk. “Reageren wanneer werknemers al ziek zijn, kost zowel de werknemer als de werkgever én de samenleving meer", benadrukt de syndicalist.