De eeuwige oliehonger: hoe het Westen Iran al honderd jaar verstikt
Het begon allemaal in 1909 met de oprichting van de Anglo-Persian Oil Company onder de vleugels van het Britse Rijk. Decennialang vloeide de Iraanse rijkdom rechtstreeks naar Londen, terwijl de lokale bevolking in armoede leefde. Dit koloniale model werd in 1951 bruut verstoord door de opkomst van Mohammad Mossadegh.
Mossadegh was een seculiere democraat die door het Iraanse parlement tot premier werd gekozen. Hij introduceerde een aantal progressieve sociale en politieke hervormingen, zoals sociale zekerheid, huurbescherming en landhervormingen.
Maar het meest opmerkelijke was de nationalisering van de Iraanse olie-industrie. De oprichting van de National Iranian Oil Company (NIOC) was een historisch moment van zelfbeschikking dat het Westen niet zou tolereren.
De democratie werd opgeofferd om de olietoevoer naar het Westen veilig te stellen
De reactie liet niet lang op zich wachten. In 1953 organiseerden de CIA en MI6 de beruchte staatsgreep 'Operatie Ajax'. Mossadegh werd afgezet en onder huisarrest geplaatst tot zijn dood. De democratie werd opgeofferd om de olietoevoer naar het Westen veilig te stellen. Het was een de facto 'herkolonisatie' van een soeverein land.
De Sjah als stroman van het kapitaal
Na de coup werd de monarchie hersteld onder de sjah, Mohammad Reza Pahlavi. Hij was de perfecte marionet voor Washington en Londen. In 1954 ondertekende hij een consortiumovereenkomst waarbij de Iraanse olie werd verdeeld onder vijf grote Amerikaanse bedrijven, British Petroleum en Shell.
Onder het bewind van de sjah werd Iran een militaire politiestaat, gefinancierd door de VS. Terwijl de elite baadde in luxe, werd elke vorm van oppositie hardhandig de kop ingedrukt. Deze periode van 25 jaar legde de basis voor de diepe wrok die de Iraanse bevolking tot op de dag van vandaag koestert tegenover westerse inmenging.
De regering Carter zag in een islamitische staat in Iran een middel om de linkse bewegingen in de regio te neutraliseren
Schimmig spel rond de Islamitische Staat
De massale volksbeweging van 1977-1979 was in essentie een poging om de democratie die in 1953 gestolen was, te herstellen. Maar opnieuw speelden de inlichtingendiensten een dubbelspel. Terwijl de sjah naar het buitenland vluchtte, verscheen een nieuwe speler op het toneel: Ayatollah Khomeini.
Vanuit zijn ballingschap in Frankrijk onderhield Khomeini goede contacten met de regering van de VS. Hij deed beloften over het beschermen van Amerikaanse belangen. De regering Carter zag in een islamitische staat een middel om de linkse bewegingen in de regio, die meestal seculier waren, te neutraliseren.
Het was een cynisch spel van destabilisatie. De 'Grote Satan'-retoriek over het ‘regime’ in Teheran diende als rookgordijn voor een geopolitieke verstandhouding ten nadele van de gewone Iraanse bevolking.
Dat de revolutie in 1979 snel een strikt islamitische karakter kreeg was bovendien geen toeval. Onder de sjah werden politieke partijen, vakbonden en linkse of liberale opposities hard onderdrukt. Arrestaties, censuur en infiltratie maakten duurzaam organiseren bijna onmogelijk.
De moskeeën en het netwerk rond geestelijken daarentegen lagen relatief ‘beschut’ omdat ze een religieuze en sociale functie hadden die het regime niet zomaar volledig kon verbieden zonder grote maatschappelijke backlash.
Bovendien beschikten clerici over een kant-en-klaar organisatieapparaat van preken tot religieuze feestdagen, liefdadigheid en lokale netwerken. Daarmee konden ze boodschappen snel verspreiden en mensen mobiliseren. De moskee was niet alleen een plek voor geloof, maar ook een van de weinige resterende ruimtes waar oppositie zich kon verzamelen, coördineren en legitimiteit kon opbouwen.
Het doel van de VS zowel in Nicaragua of Iran was het breken van elke regering die weigerde te buigen voor de neoliberale dictatuur
Kort na de islamitische revolutie brak een bloedige oorlog uit tussen Irak en Iran (1980-1988). De VS speelde beide kanten tegen elkaar uit met als doel de totale vernietiging van beide landen. Terwijl Irak werd bewapend, verkocht Washington via de 'Iran-Contra'-operatie[1] in het geheim wapens aan Iran om de oorlog gaande te houden.
Nicaragua en de export van terreur
De winsten van die geheime wapenverkoop aan Iran werden door de regering-Reagan gebruikt voor een ander crimineel project: het financieren van de Contra’s in Nicaragua. Dit huurlingenleger moest de democratisch gekozen Sandinistische regering ten val brengen.
Honduras diende als uitvalsbasis voor deze terreur, gecoördineerd door figuren als de toenmalige ambassadeur van Honduras John Negroponte en voormalig mariniersofficier Oliver North. Of het nu in de straten van Teheran was of in de oerwouden van Midden-Amerika, het doel van de VS bleef hetzelfde: het breken van elke regering die weigerde te buigen voor de neoliberale dictatuur.
De wereld werd voorgelogen om de weg vrij te maken voor de volledige controle over Irak
Ondertussen werd de retoriek tegen Irak en Iran opgevoerd. In 1991 beloofde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker om Irak terug te werpen naar het "pre-industriële tijdperk". Het was een openlijke aankondiging van de genocide die de jaren daarna via sancties en bombardementen zou worden voltrokken.
Leugenfabriek van de “War on Terror"
Na de aanslagen van 11 september 2001 schakelde de oorlogsmachine een versnelling hoger. De invasie van Afghanistan werd verkocht als zelfverdediging, ondanks het feit dat Al-Qaeda een creatie was van de CIA uit de jaren 80.[2] De VS hadden in die jaren miljoenen dollars geïnvesteerd in extremistische schoolboeken vol jihadistische propaganda, die bedoeld waren om het verzet tegen de linkse regering in Kaboel aan te wakkeren.
In 2003 volgde de illegale invasie van Irak op basis van gefabriceerd bewijs over massavernietigingswapens. Colin Powell presenteerde valse rapporten aan de VN. De wereld werd voorgelogen om de weg vrij te maken voor de volledige controle over Irak.
De VS en Israël zijn bereid de hele regio in vlammen te zetten om hun hegemonie te behouden of te versterken
De ‘Arabische Lente’ van 2011 was de volgende stap. Washington stuurde Frank Wisner Jr. naar Egypte om de volkopstanden in een voor het Westen gunstige richting te sturen. Wisner Jr. was nota bene de zoon van de man die de coup van 1953 in Iran leidde. Het resultaat was de verwoesting van Libië en Syrië onder het mom van "humanitair ingrijpen".
De weg naar de afgrond in 2026
De crisis bereikt vandaag een kookpunt. Achteraf gezien was de genocide in Gaza het startpunt, of zo je wil, de katalysator van een veel groter conflict. De aanval van Hamas op 7 oktober 2023 gaf Netanyahu de kans om, in zijn eigen woorden: “het Midden-Oosten te hertekenen”.
Dat gebeurde ook. Naast de genocide op Gaza voerde Israël de voorbije twee jaar een uitputtingsoorlog tegen Hezbollah in Libanon en intensifieerde het luchtaanvallen in Syrië op wapenroutes, Iraanse installaties en commandoposten.
Met resultaat: de Syrische regering kwam ten val en Hezbollah werd militair en organisatorisch fel verzwakt. Dat waren twee heel belangrijke bondgenoten van Iran. Iran stond daardoor zwakker dan ooit.
De geschiedenis toont een patroon van economische hebzucht, geopolitieke manipulatie en minachting voor soevereiniteit
Met de huidige aanval van de VS en Israël tegen Teheran zien we een herhaling van 1953, maar dan op een veel grotere schaal. De VS en Israël, hierin gesteund door hun westerse vazallen, zijn bereid de hele regio in vlammen te zetten om hun hegemonie te behouden of te versterken.
Begin januari sloeg de VS toe in Venezuela, vandaag is Iran aan de beurt. Het is geen toeval dat beide landen belangrijke olieproducenten zijn.
De geschiedenis van de voorbije honderd jaar toont een terugkerend patroon van economische hebzucht, geopolitieke manipulatie en minachting voor soevereiniteit, met desastreuze gevolgen voor de lokale bevolking.
Sinds 2001 hebben door de VS geleide oorlogen geleid tot meer dan 8.000 miljard dollar aan kosten, meer dan een miljoen directe doden en miljoenen indirecte slachtoffers.[3] Het is aan de internationale gemeenschap om dit imperialistische scenario te doorbreken voordat de geschiedenis zich op de bloedigste manier herhaalt.
Notes:
[1] De Iran-Contra-affaire was een politiek schandaal in de Verenigde Staten in de jaren 1980 waarbij hoge functionarissen van de regering-Reagan geheime wapenverkopen aan Iran organiseerden, ondanks een embargo, en de opbrengsten daarvan gebruikten om de Contra-rebellen in Nicaragua te helpen, wat op dat moment door het Congres expliciet verboden was.
[2] Haqqani, een van Bin Ladens naaste medewerkers in de jaren tachtig, ontving rechtstreeks contante betalingen van CIA-agenten, zonder tussenkomst van de Pakistaanse inlichtingendienst ISI. Deze onafhankelijke financieringsbron gaf Haqqani een onevenredig grote invloed op de moejahidin, de islamitische strijders die vochten tegen het linkse bewind in Kaboel. Haqqani en zijn netwerk speelden een belangrijke rol in de vorming en groei van Al Qaida. Haqqani stond Bin Laden toe om moedjahedien-vrijwilligers te trainen in Haqqani's gebied en daar een uitgebreide infrastructuur op te bouwen.
[3] Irak: 2.900 miljard dollar kosten, fragiele staat en honderdduizenden doden.
Afghanistan: 2.300 miljard dollar, terugkeer van de Taliban en diepe humanitaire crisis.
Libië: ineenstorting van de staat en fragmentatie van oliecontrole.
Syrië: meer dan 500.000 doden, miljoenen vluchtelingen.
Jemen: bijna 400.000 doden, de meesten door honger en ziekte.