De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.
De welvaartsstaat is niét van de staat, ze is van ons en dat moet zo blijven
“Neem pen en papier en schrijf op: de welvaartsstaat is niét staats.” Het is wat ik in de oren van mijn studenten probeer te knopen tijdens het openingscollege Sociaal Beleid aan de KU Leuven. Meestal zijn gefronste wenkbrauwen dan mijn deel. Omdat geen enkele student nog pen of papier bij zich heeft. Maar ook omdat het een hardnekkig misverstand is dat de sociale zekerheid een verlengstuk van de overheid is.
Dat zit zo. Het fundament van de Belgische welvaartsstaat is de sociale zekerheid, en die wordt van oudsher gekenmerkt door paritair beheer. Dat betekent dat de vertegenwoordigers van de werknemers en de werkgevers, de historische blokken arbeid en kapitaal, samen het beheer en de uitvoering van de verschillende takken van de sociale zekerheid voor hun rekening nemen.
Waarom? Toen de sociale zekerheid in 1944 bij wet werd veralgemeend, borduurde ze voort op de structuren die al bestonden, systemen van onderlinge bijstand en mutualiteiten die sinds eind 19e eeuw door sociale strijd van onderuit en per sector waren gegroeid.
Geen geld van de overheid, maar van de werkenden en hun werkgevers zelf
Daar liggen ook de wortels van de financiering door sociale bijdragen die werknemers en werkgevers samen sparen om sociale risico’s zoals werkloosheid, ziekte, ouderdom en arbeidsongevallen op te vangen, maar ook om ervoor te zorgen dat kroostrijke gezinnen productief konden blijven op de werkvloer – dat is de oorsprong van het kindergeld.
Het is dus geen geld van de overheid, maar van de werkenden en hun werkgevers zelf. En dat geld wordt door hen samen beheerd. Dat verzekert sociale vrede en een gelijkmatige verdeling van de vruchten van de economische groei.
En het verklaart waarom de vakbonden de werkloosheidsuitkeringen uitbetalen, de ziekenfondsen ziekte-uitkeringen uitbetalen en het gezondheidsbeleid in de praktijk brengen, en de kinderbijslagfondsen instaan voor de uitbetaling van het kindergeld.
Fast forward naar vandaag
De sociale bijdragen volstaan al lang niet meer om de uitgaven van de sociale zekerheid te dekken. Terwijl de sociale zekerheid nog steeds de vorm heeft die het in 1944 kreeg aangemeten, is de wereld sterk veranderd.
Kostwinners zijn tweeverdieners geworden, sinds de crises van de jaren 1970 is werkloosheid een structureel gegeven, de kosten van de vergrijzing swingen de pan uit, en bovendien werd er allerlei nieuw beleid ontwikkeld om werken te ondersteunen – denk ouderschapsverlof, tijdskrediet, dienstencheques, activering.
De werkgevers en werknemers kunnen niet meer autonoom handelen
Lang verhaal kort: de uitgaven namen sterk toe, de overheid moest bijpassen met middelen uit de belastingontvangsten en ging zelf in de cockpit zitten. Vandaag is van paritair beheer eigenlijk geen sprake meer; de werkgevers en werknemers kunnen niet meer autonoom handelen, terwijl de politieke overheid meer en meer zelf bepaalt hoe de middelen gespendeerd worden.
Een actueel voorbeeld dat enigszins onder de radar bleef, is de beslissing van de Vlaamse regering om de vijf kinderbijslagfondsen te herleiden tot één uitbetalingsinstelling. Vandaag wordt het Groeipakket (de nieuwe naam van de kinderbijslag, nvdr) uitbetaald door vier commerciële actoren, historisch gelieerd met de werkgeversorganisaties, en een publieke speler. Volgens de regering is dat niet efficiënt. Want waarom zouden vijf organisaties nodig zijn die hetzelfde doen?
Daar valt wat voor te zeggen. Het risico bestaat dat de commerciële actoren zullen mikken op het middenklassesegment van tweeverdieners met stabiele inkomens, die administratief makkelijk te behandelen zijn. De overheid blijft dan over met de moeilijke gevallen, die meer administratieve handelingen, kennis en controles vergen.
Maar wat niet wordt verteld, is minstens zo belangrijk. Voorbij het vaandel van de efficiëntie gaat een andere logica schuil – de logica van een verdere verstaatsing. De kans is groot dat de uitbetaling van het Groeipakket in de toekomst zal worden uitgevoerd door het Agentschap Uitbetaling Groeipakket (VUTG).
Het VUTG is een extern verzelfstandigd agentschap dat onder de roepnaam FONS de kinderbijslag nu al uitbetaalt aan meer dan 200.000 gezinnen. Guess what? Het VUTG wordt niet paritair beheerd, maar heeft een raad van bestuur die politiek wordt samengesteld: de regeringspartijen zitten er broederlijk naast elkaar.
Het is telkens de politiek die het laken naar zich toetrekt
Het is een herkenbaar patroon: de rol van de sociale partners in het beheer van de sociale zekerheid wordt in vraag gesteld – in het bijzonder de vakbonden en de mutualiteiten, en een alternatief model van overheidsbeheer wordt naar voren geschoven als de ‘efficiënte oplossing’.
Ruimer bekeken zien we dat ook terugkomen in de aversie van de huidige regeringen voor het georganiseerde middenveld; het is telkens de politiek die het laken naar zich toetrekt.
Dat er efficiëntiewinsten te boeken zijn in de sociale zekerheid is allicht waar. Maar onder de waterlijn wordt het historisch compromis tussen arbeid en kapitaal langzaam maar zeker uitgehold richting een Angelsaksisch model: een sterke politieke sturing van een beperktere sociale zekerheid.
Hoe sterker het primaat van de politiek gaat spelen in de sociale zekerheid, hoe meer die het voorwerp zal worden van de politieke waan van de dag, en hoe makkelijker het in de toekomst zal zijn om ze verder uit te kleden.
Voor mijn lessen sociaal beleid is dat bijzonder interessant; voor onze samenleving is het minstens een grondig debat waard.
Wim Van Lancker is Professor sociaal beleid aan de KU Leuven. Dit is een overname van het SamPol-magazine van februari 2026. Je kan je hier abonneren op het magazine
Note:
- Paritair (‘gelijkwaardig’) betekent dat werknemers en werkgevers op voet van volledige gelijkheid onderhandelen en beslissen, zonder inmenging van derden, in dit geval de overheid. Het is dit sociaal overlegmodel dat onder toenemende druk staat (nvdr).