Kan Nederland betrokken zijn geweest bij de dodelijke 'anti-drugs' operaties van de VS?
In de ochtend van 3 januari werden we allemaal opgeschrikt door de militaire operatie van de Verenigde Staten in Venezuela waarbij president Maduro onbeschaamd werd ontvoerd. Trump windt geen doekjes om de reden voor deze ontvoering: de VS wil toegang tot de olie van Venezuela.
In de aanloop naar deze operatie was de opgegeven reden echter nog wel anders. The war on drugs was toen de officiële reden voor de opbouw van militair geschut in de regio. Het officiële narratief luidde: Nicolas Maduro heeft banden met een drugskartel en Venezuela overstroomt de VS met drugs.
Dat daar heel weinig bewijs voor is, was ook toen al duidelijk. Maduro heeft geen bewezen banden met drugskartels, en Venezuela is voornamelijk een doorvoerregio voor drugs uit Colombia. Daarnaast komt de drug fentanyl, waarnaar Trump ook vaak verwijst als hij over de aanvallen tegen Venezuela spreekt, voor het overgrote deel uit Mexico.
Maar, achter deze framing van de VS gaan juridische voordelen schuil. Al vlak na zijn inhuldiging als president in januari 2025 bestempelde Trump de Venezolaanse criminele groep Tren de Aragua officieel als terroristische organisatie. Ook andere drugskartels, zoals het Cartel de los Soles waar Maduro aan het hoofd zou staan, kwamen op deze lijst te staan.
Kartelleden en drugssmokkelaars werden voorheen als criminelen behandeld die recht hebben op een eerlijk proces. Leden van terroristische organisaties, aan de andere kant, hebben dat niet. Hun status als ‘vijanden van de staat’ stelt de VS zelfs in staat om dodelijke aanvallen tegen hen te plegen.
En dat hoefde je Trump en zijn Department of War geen twee keer te zeggen. Tussen 2 september 2025 en 10 februari 2026 zijn een 40-tal aanvallen uitgevoerd op zogenaamde ‘drugsbootjes’ en daarbij zijn zeker 130 mensen vermoord. Voor geen van deze aanvallen heeft de VS vooraf bewijs geleverd dat er daadwerkelijk drugs aan boord waren.
Behalve dat bovenstaande extralegale executies al als oorlogsmisdaden kunnen worden bestempeld, kwam The New York Times op 12 januari naar buiten met nog een andere specifieke beschuldiging. Volgens de krant werd bij deze aanvallen ten minste een keer een militair vliegtuig gebruikt dat door de VS vermomd was als een civiel vliegtuig.
Aangezien Trump heeft beslist dat de VS in een gewapend conflict is met drugskartels, legitimeert hij deze moorden als ‘legaal’. Maar volgens het internationaal recht mag je in een gewapend conflict je tegenstanders niet vermomd als burger aanvallen. Het camoufleren van een militair vliegtuig tot civiel vliegtuig “is een oorlogsmisdaad”, zegt de krant.
Wat heeft Nederland hiermee te maken?
Als democratie die zegt het internationaal recht te respecteren, zou Nederland zich zo ver mogelijk van dit soort operaties moeten willen houden. Maar na een melding die we ontvingen in onze redactiemail, rijst de vraag of Nederland mogelijk toch betrokken is geweest.
De tipgever wijst ons op de militaire samenwerking tussen de VS en Nederland in het Caribisch gebied en suggereert dat dit een relevante ingang kan zijn om mogelijke betrokkenheid nader te onderzoeken. Kan Nederland een rol hebben gespeeld bij deze dodelijke en illegale Amerikaanse aanvallen op Venezuela?
Nederland mogelijk toch betrokken geweest bij 'war on drugs'
Precies het gekozen narratief van de Verenigde Staten, the war on drugs, zorgt ervoor dat Nederland hier in de kijker komt. Met Aruba en Curaçao, twee voormalige Nederlandse koloniën die intussen zelfstandige landen zijn binnen het Koninkrijk der Nederlanden, onderhoudt Nederland namelijk al jarenlang militaire samenwerkingen met de VS op dit gebied.
De twee eilanden hebben hun eigen democratische regeringen, maar Nederland dicteert hun buitenlandbeleid en nationale veiligheid. Daaronder vallen ook militaire samenwerkingen en allianties met bondgenoten.
Deze eilanden liggen vlak voor de kust van Venezuela, en daarmee ook op drugs- en mensensmokkelroutes. Inmiddels werken de VS en Nederland al 32 jaar samen op het gebied van drugsbestrijding in het Caribisch gebied. Bij de viering van 30 jaar coöperatie in 2024 noemde Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied, Walter Hansen, de intensieve samenwerking nog “een goed huwelijk”.
Samenwerking VS en Nederland in het Caribisch gebied
De samenwerking tussen de VS en Nederland valt onder de Joint Interagency Task Force South, een gezamenlijke task force die onder bevel staat van het U.S Southern Command, en die zich bezighoudt met detectie, monitoring en onderschepping van drugssmokkel in de regio.
Onder dit partnerschap speelt de Koninklijke Marine een “cruciale rol” in de bestrijding van drugsgerelateerde criminaliteit in het Caribisch gebied en “vormt Nederland al drie decennia een taakgroep voor antidrugsoperaties”, aldus een nieuwsbericht op de officiële website van het Nederlandse ministerie van Defensie.
Voor operaties binnen de territoriale wateren van Curaçao en Aruba werkt de Amerikaanse marine samen met de Nederlandse Koninklijke Marine. Maar “Amerikaanse politiediensten leiden onderscheppingsacties in internationale wateren”, valt te lezen op de website van het U.S Southern Command.
Naast de gezamenlijke operaties in zowel territoriale als internationale wateren, organiseren de twee partnerlanden ook gezamenlijke trainingen om kennis en expertise uit te wisselen. In 2025 werden er bijvoorbeeld meerdere oefeningen georganiseerd onder de naam Carribean Coastal Warrior 25, waarbij Nederlandse en Amerikaanse militairen hun kennis en vaardigheden voor operaties in kustwateren en kustgebieden samen uitbreidden.
Structurele Amerikaanse aanwezigheid
Naast inlichtingendeling en gezamenlijke operaties, gaat de aanwezigheid van de VS in het gebied nog verder. De VS heeft sinds 2000 namelijk ook twee luchtmachtbasissen tot haar beschikking op zowel Curaçao als Aruba. Dit worden Cooperative Security Locations (CSLs) genoemd, voorheen Forward Operating Locations (FOLs).
De CSL’s bevinden zich op Curaçao bij Hato International Airport en op Aruba bij Reina Beatrix International Airport. “Vanuit deze locaties vliegen Amerikaanse detectie- en monitoringsvliegtuigen missies om vliegtuigen of vaartuigen die betrokken zijn bij illegale drugshandel te detecteren, te monitoren en te volgen”, schrijft het Amerikaanse leger. De locatie op Curaçao biedt op het moment ruimte voor twee grote, twee medium en zes kleine vliegtuigen.
De locatie op Aruba zou nog niet optimaal gerenoveerd zijn voor het stationeren van vliegtuigen, maar samenwerkingen worden er wel georganiseerd.
Amerikaanse militaire vluchten mogen enkel onbewapend vanaf de CSL vertrekken, en worden dus voornamelijk ingezet voor surveillance. Zowel Amerikaans militair personeel, als medewerkers van de Drug Enforcement Administration (DEA), als de Amerikaanse kustwacht “opereren vanuit de CSL’s om Amerikaanse vliegtuigen te ondersteunen en om communicatie en informatie-uitwisseling te coördineren”, schrijft het U.S Southern Command.
Over de strategische ligging van de CSL’s op de eilanden zegt het commando het volgende:
“Aruba-Curaçao maakt doeltreffende, snelle responsoperaties mogelijk in de noordelijke bronzone (herkomstgebied van smokkelwaar, nvdr), die onder meer het schiereiland Guajira in Colombia en de Venezolaanse grensregio omvat, evenals een groot deel van de transitzone. De U.S. Air Force staat in voor de dagelijkse werking van de CSL.”
Informatie over vlieguren van de Amerikaanse luchtmacht vanuit de CSLs in 2025 is (nog) niet openbaar gemaakt. Maar cijfers uit 2024 geven wel een indruk van de intensiteit waarmee de VS gebruikmaakt van de basissen.
Uit het jaarverslag van de Kustwacht Caribisch gebied 2024 blijkt dat “het Dash-8 patrouillevliegtuig in 2024 regelmatig patrouilles ten behoeve van de Amerikaanse samenwerkingsorganisatie Joint Interagency Task Force South” uitvoerde. In totaal heeft het vliegtuig zelfs 322,4 uur gevlogen voor de JIATF-S in 2024.
Voor deze vlieguren ontvangt Nederland binnen het contract voor Lucht Verkenningscapaciteit een bedrag van de JIATF-S. Voor de gemaakte vlieguren in 2024 was dat 2.128.000 euro.
Onder het JIATF-S partnerschap is het onderscheppen van drugssmokkelaars in territoriale en internationale wateren rond de eilanden een gezamenlijke operatie. Hoewel de exacte locaties van de illegale bootaanvallen niet bekendgemaakt zijn, is het goed mogelijk dat ze plaatsvonden in gebieden waar Nederland al decennialang samen met de VS opereert.
Wat was de reactie van Nederland?
Met zulke structurele samenwerkingen, zou je hopen dat Nederland er alles aan doet om betrokkenheid bij de aanvallen op Venezolaanse boten te vermijden. Na de eerste dodelijke aanval op een Venezolaanse vissersboot op 2 september, bleef het echter stil in Nederland. De actie werd niet veroordeeld en samenwerkingen werden niet opgeschort.
In tegenstelling tot Nederland besloten het VK en Colombia, die vergelijkbare samenwerkingen hebben met de VS, wel hun inlichtingenuitwisseling met de VS (gedeeltelijk) te stoppen of te pauzeren. Minder verregaand, lieten Frankrijk en de VN weten de aanvallen te veroordelen.
Maar in Nederland bleef het “akelig stil”, zoals Kati Piri, Tweede Kamerlid voor GroenLinks-PvdA, het verwoordde in een interview met NPO Radio1. Die stilte werd ook opgemerkt door twee voormalige Nederlandse diplomaten. In een aflevering van Nieuwsuur waarschuwden zij: "Je wil niet de beschuldiging krijgen dat jij ze hebt geleid naar schepen die vervolgens uit zee worden geschoten."
Na de opmerkingen van de twee oud-diplomaten besloten Kati Piri en Mikal Tseggai (beide GroenLinks-PvdA) kamervragen over de kwestie in te dienen. Op 5 december 2025 kregen zij daar een schriftelijk antwoord op van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken David van Weel: “Het Koninkrijk der Nederlanden is niet betrokken bij de Amerikaanse operatie. Door de VS is toegezegd dat de informatie die gezamenlijk voor JIATF-S (Joint Interagency Task Force South) wordt vergaard, niet wordt ingezet voor de nationale operatie van de VS.”
Van Weel voegt verder toe: “Het uitvoeren van onbewapende verkenningsvluchten vanaf de CSL naar de internationale wateren en het internationale luchtruim past binnen de verdragsafspraken. Er vinden geen vluchten plaats vanaf Hato Airport ten behoeve van de nationale operatie van de VS.”
Een paar dagen daarvoor, op 3 december 2025, benadrukte ook Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied, Walter Hansen, dat het Nederlands Koninkrijk volledig buiten Operation Southern Spear staat. “Het Koninkrijk is op geen enkele manier betrokken bij deze operatie”, aldus Hansen.
Op 6 januari, drie dagen na de ontvoering van Maduro en zijn vrouw, besluit Nederland dan toch gezamenlijke anti-drugsoperaties met de VS in internationale wateren af te schalen. Minister Ruben Brekelmans van Defensie stelde vast dat de VS een andere “route” was ingeslagen door boten te bombarderen in plaats van verdachten op te pakken. "Dat is echt aan hen om dat te doen, daar maken wij geen deel van uit”, sloot hij af.
De formele samenwerking tussen de VS en Nederland, onder de Joint Interagency Task Force, zou nog wel bestaan, “maar er wordt nu nadrukkelijk onderscheid gemaakt tussen deze multilaterale structuur en de Amerikaanse operatie Southern Spear”, schrijft Curacao.nu op 6 januari.
Nederland wringt zich in politieke bochten
Ook al lijkt in eerste instantie uit deze verklaringen dat Nederland niet betrokken is bij de Amerikaanse operatie, vallen er toch wat kanttekeningen bij te plaatsen. Ten eerste, volstaat het niet om te stellen dat de VS hebben beloofd de vergaarde informatie uit de reeds bestaande samenwerking tussen de VS en Nederland in de Joint Interagency Task Force South niet te gebruiken voor wat Van Weel “de nationale operatie van de VS” heeft genoemd, namelijk operatie Southern Spear. Waarom zouden de VS informatie met hetzelfde doeleinde, namelijk anti-drugsoperaties, niet inzetten voor beide task forces?
Daarnaast verwijst Nederland consequent naar de operatie Southern Spear. Deze operatie valt onder de nieuw opgerichte Joint Task Force Southern Spear, die net als de Joint Interagency Task Force wordt uitgevoerd door U.S. Southern Command. Deze Joint Task Force Southern Spear is dus naast de bestaande militaire structuur gezet, maar valt onder hetzelfde commando. De Joint Task Force Southern Spear werd voor het eerst genoemd op 10 oktober, en de operatie zelf werd officieel pas gelanceerd op 15 november.
Bij de lancering van Joint Task Force Southern Spear worden in een persbericht de doelen van de groep uitgelicht. Een daarvan luidt: “Het versterken van de capaciteit van partnerlanden voor anti-narcoticaoperaties door middel van adviesteams en gezamenlijke operaties.” Over welke partnerlanden het gaat valt nergens terug te vinden, maar dat dit een exclusief nationale task force is, zoals Nederland beweert, lijkt niet te kloppen.
Nederland heeft geen enkele verantwoording afgelegd
Bovendien waren er al meerdere aanvallen uitgevoerd voor de lancering van Task Force Southern Spear en Operation Southern Spear. Tussen 2 september en 10 oktober 2025 waren er al vier aanvallen in de Caribische Zee uitgevoerd met 21 doden tot gevolg. Voor deze vijf weken heeft Nederland geen enkele verantwoording afgelegd.
Alles bij elkaar lijkt het erop dat Nederland zich tot twee keer toe in bochten heeft gewrongen om het beeld te schetsen dat Nederland niets te maken heeft met de Amerikaanse drugsoperaties en de aanvallen op Venezuela.
De eerste keer is wanneer minister van Buitenlandse Zaken Van Weel op 5 december de kamervragen beantwoordt van Piri en Tseggai en zegt dat de “Amerikaanse operatie” onder een andere taskforce valt dan de gebruikelijke taskforce waarin Nederland in de Cariben samenwerkt met de VS. Van Weel zegt hier ook dat de Amerikanen hebben toegezegd geen informatie van de gezamenlijke taskforce in te zetten voor de eigen, nieuw opgezette, Southern Spear.
De tweede keer dat Nederland zich distantieert van de Amerikaanse aanvallen is wanneer de Nederlandse regering in januari zegt dat het over de hele linie de samenwerking met de VS gaat verminderen rond anti-drugsoperaties in het Caribisch gebied. Dat gaat dus over de al jaren bestaande gezamenlijke operaties in de Joint Interagency Task Force, en niet over de nieuw opgerichte Southern Spear die zich toelegt op de Amerikaanse interventie in Venezuela.
Met dat laatste besluit op 6 januari, lijkt Nederland de eerdere beantwoording van de kamervragen in december te ondermijnen. Toen stelde van Weel namelijk dat er niks aan de hand was met de Nederlandse betrokkenheid. De Amerikaanse operaties vielen immers volgens Van Weel onder de aparte taskforce van Southern Spear.
Een maand later lijkt het er wel degelijk op dat de Nederlandse regering bezorgd is over Nederlandse betrokkenheid bij de Amerikaanse drugsinterventies. Want waarom zou dat plots afschalen van die samenwerking anders nodig zijn?
Wat zeggen de Amerikanen?
Aan de kant van de Verenigde Staten lijken ze iets minder voorzichtig over het al dan niet benadrukken van internationale samenwerking. Op 6 september 2025, een paar dagen na de eerste aanval, zou U.S Southern Command nog hebben bevestigd dat de luchtmachtbasissen op Aruba en Curaçao nog steeds worden gebruikt voor gezamenlijke antidrugsoperaties.
Vlak voordat minister Brekelmans aankondigde de samenwerking tussen Nederland en de VS in het Caribisch gebied af te schalen, publiceert de VS een persbericht dat daar haaks op staat. Na een telefoongesprek tussen de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Marco Rubio en de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken David van Weel op 5 januari, luidde het persbericht als volgt:
“De twee bespraken de antidrugsoperaties van de Verenigde Staten in het Caribisch gebied en de noodzaak om te zorgen voor een correcte, weloverwogen machtsoverdracht in Venezuela. Minister Rubio en minister Van Weel bevestigden opnieuw de nauwe samenwerking tussen de Verenigde Staten en Nederland.”
Ook op 14 januari, nadat Nederland de samenwerking rond drugsbestrijding officieel al had afgeschaald, sluiten berichten van Amerikaanse functionarissen daar nog niet op aan. De Amerikaanse consul-generaal op Curaçao, Chico Negron, berichtte op X dat hij samen met de Nederlandse minister van Defensie Ruben Brekelmans, commandant Walter Hansen en ambassadeur Annemieke Verrijp gezamenlijke antidrugsoperaties in het Caribisch gebied besprak.
Waar vanuit Nederland langzaam de toon verandert naar minder samenwerking, lijkt de VS nog altijd internationale samenwerking te willen benadrukken. Volgens Dick Drayer van Curacao.nu zegt dat wellicht “minder over de feitelijke samenwerking, maar des te meer over de diplomatieke gevoeligheid van het moment”.
Toch blijft het hierdoor onduidelijk welke samenwerkingen er precies zijn “afgeschaald”, en of Nederland wel genoeg heeft gedaan om betrokkenheid bij de aanvallen uit te sluiten.
Komen we weer terug bij olie?
Op 15 januari komt olietanker Regina aan in de haven van Curaçao. In de dagen na de ontvoering van Maduro verleent Trump namelijk goedkeuring aan het transport en de opslag van ongeveer 50 miljoen vaten Venezolaanse ruwe olie in de Caribische regio, met als doel deze volumes later te verkopen op de internationale markten, met name in de Verenigde Staten, Europa en Azië.
In dit kader is de haven Bullenbaai op Curaçao aangewezen als een van de terminals voor opslag en distributie. En daarmee lijkt dit verhaal weer terug te komen bij olie. “Gezien de strategische geografische ligging van Bullenbaai en de capaciteit om de grootste schepen ter wereld te accommoderen, wordt verwacht dat in de komende periode meer schepen Curaçao zullen aandoen”, zei de Curaçaose regering hierover.
Het lijkt er dus op dat de druk die de Verenigde Staten op Venezuela hebben gezet om toegang te krijgen tot de Venezolaanse oliereserves ook voordelig heeft uitgepakt voor het Koninkrijk der Nederlanden en haar Caribische gebiedsdelen. Of Nederland ook betrokken is geweest bij de illegale aanvallen op Venezuela blijft onduidelijk. Wel staat buiten kijf dat Nederland meer had kunnen doen om elke (schijn van) betrokkenheid te voorkomen.