Recensie

Het nieuwe boek van Dirk De Wachter lost verwachtingen niet in

Afbeelding
Dirk De Wachter. Foto: Stefaan Temmerman
Dirk De Wachter. Foto: Stefaan Temmerman
Met het pleidooi voor wachten en bedachtzaamheid was ik het al eens voor ik het boek las, maar zou het niet kunnen dat het eerder onze levensomstandigheden zijn die ons hinderen dan onze levenshouding?

Toen ik vernam dat Dirk De Wachter een nieuw boek had uitgebracht met als titel ‘Wachten, een levenshouding’, waren mijn verwachtingen hooggespannen. Ik kon niet wachten om het boek te kopen en te lezen. Dat komt omdat ik de auteur hoog heb zitten.

Het publieke debat over mentaal welzijn blijft al te vaak hangen in een aantal clichés. Er wordt aandacht gevraagd voor problemen, het taboe wordt doorbroken, maar een echte analyse komt weinig aan bod. Bij Dirk De Wachter is dat anders. Met zijn boek Borderline Times populariseerde hij de analyse dat de psychische klachten waar individuele mensen mee kampen ook iets vertellen over de samenleving waarin we leven. En in zijn boek De kunst van ongelukkig zijn beargumenteert hij waarom negatieve gevoelens bij het leven horen en dus niet steeds gemedicaliseerd hoeven te worden.

De Wachter is een uitstekende verhalenverteller

Samengevat pleit De Wachter ervoor om psychisch kwetsbare mensen te beschouwen als kanaries in de koolmijn. Hij is uiteraard niet de enige of eerste die dat bedacht heeft. Volgens zijn vrouw vertelt hij steeds weer hetzelfde en zelfs dat verhaal herhaalt hij steeds maar weer. Maar hij brengt wel een boodschap die in het publieke debat zou ontbreken indien hij er niet aanwezig was, en hij vertelt het op zo’n manier dat het blijft hangen. De Wachter is een uitstekende verhalenverteller, dat hebben we ook gemerkt toen hij te gast was in onze Studio DeWereldMorgen.

Reden genoeg dus om uit te kijken naar zijn nieuwe boek dat dan nog eens gaat over het woord waar de auteur zijn naam aan ontleent: wachten. In deze hypernerveuze samenleving is een pleidooi voor wachten als levenshouding, geschreven door een sterke verhalenverteller, precies wat we nodig hebben. Dit kon niet misgaan.

Wachters en wachtenden

Ik heb, zo bedacht ik me voor het lezen van het boek, een ambivalente houding ten opzichte van wachten. Ik ben er dagelijks op uit om een dagje rust te krijgen, heb weinig last van productiviteitsdwang en kan uren aan een stuk in bad liggen. Maar als ik vijf minuten moet wachten op een bus, stap ik liever alvast naar de volgende halte.

Er is een soort wachten dat nergens op wacht

Die ambivalente houding, zo leer ik tijdens het lezen, valt te verklaren door het feit dat er twee vormen van wachten bestaan: er zijn ‘wachters’ en ‘wachtenden’. Wachters zijn actief, ze weten wat er komt en kijken nerveus uit naar het komende, bijvoorbeeld de bus die komt. Wachtenden daarentegen wachten niet op iets bepaalds, maar staan open voor het onverwachte dat elk moment kan gebeuren. Het is het soort wachten dat nergens op wacht.

Het is dat tweede soort wachten, het wachten van de wachtenden, waar De Wachter voor pleit. Wie met die houding zit te wachten - het maakt niet uit of dat in bad is of in een bushokje - maakt zich niet nerveus, maar overstijgt net de kloktijd, maakt die vloeibaar en weet het juiste moment om te handelen aan te voelen.

Ik was al overtuigd van het pleidooi voor het wachten van de wachtenden, nog voor ik het had gelezen. Zeker in een hijgerig medialandschap dat van de ene hype op de andere springt en ons overspoelt met een overvloed aan sensationeel nieuws van lage kwaliteit is een pleidooi voor meer bedachtzaamheid meer dan welgekomen. 

Hoezo gewonigheid?

Hoe komt het dan dat ik toch op mijn honger bleef zitten?

Ik denk dat het iets te maken heeft met de verhalen waarmee De Wachter zijn pleidooi ondersteunt. Dat die nogal vaak over zichzelf gaan, vind ik op zich geen enkel probleem, maar voor mij waren ze weinig herkenbaar.

Wie heeft er zo’n huis?

Zo schrijft De Wachter dat wat hem heeft geholpen toen hij ernstig ziek was en op nieuws van de dokters wachtte, ‘gewonigheid’ was: werken en thuis zijn. Over zijn thuis schrijft hij:

“Waar ik nu schrijf word ik enkel door schoonheid omringd. Er is muziek, mijn collectie van de cello-suites van Bach en andere geweldige muziek. Mijn huis zelf vind ik mooi. ‘I came so fare for beauty’, schrijft Cohen. De schilderijen aan de muur zijn mooi, en mijn kasten staan vol met duizenden boeken.”

Nu kan ik me best inbeelden dat je in zo’n huis graag vertoeft, maar voor mij - en ik denk voor heel veel mensen - klinkt dit niet als een beschrijving van ‘gewonigheid’. Wie heeft er zo’n huis? Zelf heb ik net samen met mijn vrouw een appartement gekocht en ik voel me geprivilegieerd dat ik die mogelijkheid heb, maar ik word er niet enkel omringd door enkel schoonheid.

Het zijn eerder onze levensomstandigheden die ons beletten om bedachtzaam te wachten dan onze levenshouding

Vanuit de keuken kijk ik uit op de steenweg, vanop het terras op de Basic-Fit. Ik geniet ervan om naar de mensen op de loopband te kijken terwijl ik met een zak chips in de zetel plof. De woonkamer ligt vol met babyspullen en in de babykamer staat het vol met verhuisdozen. Mijn boeken liggen op zolder en wachten om uitgepakt te worden en terwijl ik pendel tussen werk en de zorg voor ons kind, wacht ik op de dag dat ik nog eens een paar uur aan een stuk kan lezen.

Levensomstandigheden

Het ene huis zet nu eenmaal meer aan tot bedachtzaam wachten dan het andere. De Wachter mag nog zo veel pleiten voor rust als ie wil, wie tussen de luiers en een hypotheek die afbetaald moeten worden zit, heeft daar nu eenmaal niet altijd de tijd voor. 

Begrijp me niet verkeerd, ik ben heel blij met ons nieuwe appartement en nog meer met onze zoon. Bovendien hebben wij het geluk dat we allebei een goede baan met een treffelijk inkomen hebben. Voor een alleenstaande moeder die werkt voor een poetsbureau zal tijd om te wachten op het onverwachte nog eens stuk schaarser zijn. 

Het punt gaat niet om mij, maar is algemener. Mij lijkt dat het eerder onze levensomstandigheden zijn die ons beletten om bedachtzaam te wachten dan onze levenshouding. Of preciezer: dat, voor zover onze levenshouding ons daarin belemmert, ze minstens ook het product is van de omstandigheden.

Op die omstandigheden gaat De Wachter in zijn boek nauwelijks in. De analyse dat het ook een op concurrentie gebaseerd economisch systeem is dat ons aanzet om onszelf voorbij te hollen, is in het boek afwezig. Dat lijkt me een serieuze gemiste kans om het pleidooi ook te laten resoneren bij de vele mensen die wel snakken naar onthaasting, maar het gevoel hebben dat ze er de kans niet toe krijgen.

Toen ik vernam dat Dirk De Wachter een nieuw boek had uitgebracht met als titel ‘Wachten, een levenshouding’, waren mijn verwachtingen hooggespannen. Ik kon niet wachten om het boek te kopen en te lezen. Dat komt omdat ik de auteur hoog heb zitten.  Het publieke debat over mentaal welzijn blijft al te vaak hangen in een aantal clichés. Er wordt aandacht gevraagd voor problemen, het taboe wordt doorbroken; maar een echte analyse komt weinig aan bod. Bij Dirk De Wachter is dat anders. Met zijn boek Borderline
Dirk De Wachter

Wachten, een levenshouding

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?