Opinie

We veroordelen volop het migratiegeweld in de VS, maar Europa kan er ook wat van

Afbeelding
Foto: DHSgov, Wikimedia Commons / Public Domain
Foto: DHSgov, Wikimedia Commons / Public Domain
De Europese verontwaardiging is hypocriet, schrijft Albina Fetahaj. Zolang iedereen er de mond van vol heeft dat ICE het ultieme kwaad is, kunnen we blind blijven voor het eigen gewelddadige grensbeleid.

Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog, in 1950, toen het Europese continent vol ongeloof en verbijstering achterbleef, publiceerde de Martinikaanse dichter Aimé Césaire Discours sur le colonialisme. In dat boekje confronteerde hij de Europeanen met de vaststelling dat een samenleving die geweld op anderen, op ‘minderwaardige mensen’ toepast, vroeg of laat zelf het slachtoffer wordt van datzelfde geweld. 

Ruim 75 jaar later zijn we de woorden van Césaire lang vergeten. In Europa lijkt een aparte wereld te bestaan voor migranten en vluchtelingen, met eigen regels, ethiek en genormaliseerde wreedheden. Europese politici blijven herhalen dat er “iets” moet gebeuren met de “migratiestromen”. Lees: grenzen moeten gevaarlijker, routes dodelijker. Ze worden nauwelijks nog tegengesproken. 

Tegenover die oorverdovende stilte over het eigen gewelddadige beleid klinkt de verontwaardiging over het grensgeweld dat zich aan de andere kant van de oceaan afspeelt, opvallend luid. De manier waarop ICE – de Amerikaanse politiedienst die op migranten jaagt – steden onveilig maakt en dagelijks geweld op een nieuwe schaal ontketent, wordt massaal veroordeeld, bekritiseerd en verafschuwd. Gelukkig maar.

Good en Pretti waren beiden witte middenklassers, dat hoor je niet te zijn als agenten je lichaam in een lijkzak stoppen

Maar hoe luid de stemmen vandaag ook veroordelen hoe ‘staatsgeweld’ in de Verenigde Staten nu écht een feit is, zo stil bleven ze tot voor kort. De verhalen van Mahmoud Khalil, Rümeysa Öztürk en Kilmar Ábrego García wezen er nochtans al op dat er een escalatie in ontvoeringen en gewelddadigheden op komst was. Ze bleven grotendeels onopgemerkt. 

Bij ons lijkt het alsof alles begon op 7 januari, toen de 37-jarige Renee Good door een ICE-agent werd vermoord. Niet veel later schoot de grenspolitie de 37-jarige Alex Pretti neer. Good en Pretti waren beiden witte middenklassers. Dat hoor je niet te zijn als gewapende agenten je lichaam in een lijkzak stoppen. 

Wegwerplichamen

Hoewel onze focus vaak op ICE ligt, is het probleem fundamenteler. Pretti werd niet doodgeschoten door een agent van ICE, maar van de CBP, de Amerikaanse grenspolitie. Die agentschappen zijn dan ook maar symptomen van een maatschappij die sommige lichamen als wegwerpbaar en vervangbaar beschouwt. 

We kennen allemaal de naam van Renee Good, maar haar dood vertoont treffende gelijkenissen met die van de 38-jarige Silverio Villegas-González, die op 12 september vorig jaar werd neergeschoten door een ICE-agent. Beiden zaten in een auto. Beiden reden weg. In beide gevallen beweerde de politie dat het voertuig als wapen werd gebruikt. Alleen was Villegas-González ‘illegaal’ en was er veel minder heisa over zijn dood.

Niet verwonderlijk. In een maatschappij waar je met detentie, deportatie en de afschrikking van ‘ongewenste’ lichamen verkiezingen wint, is de dood van ‘illegalen’ nog weinig nieuwswaardig. Hun ontmenselijking heeft ertoe geleid dat ze straffeloos kunnen worden geslagen, opgepakt en gedood. Geen haan die ernaar kraait. Die lichamen zijn immers ‘ongewenst’. In het beste geval worden ze ‘getolereerd’ – met als gevolg dat de wereld pas wakker wordt als de technieken en wreedheden zich uitbreiden naar andere mensen in de samenleving.

Met de dood van Good en Pretti kwam een einde aan de impliciete overtuiging dat burgerschap, klasse en huidskleur een buffer vormen tegen autoritair geweld. 

Losgeslagen despoot

Er schuilt ook iets comfortabels in die plotselinge massale verontwaardiging. Zolang de Europese ogen gericht zijn op de VS en zolang iedereen er de mond van vol heeft dat ICE het ultieme kwaad is, aangestuurd door een losgeslagen despoot, kunnen we blind blijven voor het eigen gewelddadige grensbeleid. 

Maar ook wij hebben mee een genocide goedgekeurd en gefinancierd. Ook wij externaliseren grenzen. Ook wij maken deals met dictators in de hoop dat de ‘ongewenste’ lichamen waarop ICE jaagt, niet onze richting uitkomen. 

Het besef dat het ‘nog altijd erger kan’, werkt vergoelijkend

Wie toch probeert te komen? Daar hebben ook wij agentschappen voor, denk maar aan Frontex. Dat zij actief aan ‘pushbacks’ – lees: migranten laten verdrinken in de Middellandse Zee – meewerken? Geen probleem! Wij verlenen Frontex toegang om ook op het Belgische grondgebied te opereren.

Het besef dat het ‘nog altijd erger kan’, werkt vergoelijkend. Alsof geweld aan een bepaalde grens moet voldoen om volledig afgekeurd te worden. Alsof geweld dat wat minder extreem is, plots aanvaardbaar en menselijk zou zijn. Wat zich vandaag in de VS afspeelt, is de logische uitkomst van een lange geschiedenis van raciaal staats- en grensgeweld, waarin het leven van sommige mensen systematisch minderwaardig wordt geacht.

Zolang dat zich ook hier voltrekt en de (h)erkenning van het geweld elders gepaard gaat met het stilzwijgen over het geweld hier, mogen de woorden van Aimé Césaire ons blijven achtervolgen als een herinnering en waarschuwing dat “voordat men er zelf slachtoffer van werd”, men er “medeplichtig aan was”. 

Tot slot, voor mocht het nieuws u, en samen met u veel Europese journalisten en opiniemakers, zijn ontgaan: vorige week verdronken naar schatting 380 mensen in de Middellandse Zee.

 

Dit artikel is eerder gepubliceerd in De Standaard.

Afbeelding
STEUNOPROEP
Word DWM-Bondgenoot

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?