Opinie

Moedertranen

Afbeelding
Bewerkt beeld: Annet Debar, sketchify via canva.com
Bewerkt beeld: Annet Debar, sketchify via canva.com
'Zeven op de tien gezinnen hebben hulp nodig om het gezin draaiende te houden' dat nieuws kwam deze week naar buiten. Achter dat cijfer zit geen luiheid of slechte planning, maar uitputting. Het is een teken dat we zorg nog altijd onderwaarderen en in de privésfeer duwen: iets dat je in stilte moet oplossen.

We kennen ze allemaal: huilende moeders. Je komt ze tegen op de meest onverwachte plaatsen: de bus, op het openbaar toilet, in een café, een bankje op de markt, op het werk. Hoe komt het dat zoveel prille moeders zich vandaag zo ongelukkig en eenzaam voelen?

We leven in een maatschappij waarin zorgtaken nog steeds ondergewaardeerd en minderwaardig gevonden worden. Een groot deel van het zorgwerk is onzichtbaar. Individuen zijn geïsoleerd binnen hun kerngezin en worden pas beloond wanneer ze actief deelnemen aan het betaalde werkleven. Tot op heden bestaat er geen coherent sociaal kader dat zorgtaken na de bevalling op een effectieve manier ondersteunt, voor zowel moeder als vader.

Cijfers

Tijdens de zwangerschap en kraamtijd is er een duidelijke daling in het mentaal welbevinden van vrouwen. In België ervaart naar schatting één op de vijf vrouwen depressieve klachten na de bevalling; internationaal ligt dat cijfer volgens de WHO ook rond de 10 tot 14 procent.

Steeds vaker spreken we over 'parentale burn-out': een stille uitputting die zowel mannen en vrouwen treft en ontstaat wanneer zorgen zich opstapelen zonder voldoende steun. Verlies van plezier, emotionele afstand en diepe vermoeidheid groeien in een context van verantwoordelijkheden en mentale belasting. Onrealistische verwachtingen -vaak gevoed door sociale media- en een gebrek aan familiale of sociale steun versterken gevoelens van falen en isolement.

Moeders in kwetsbare situaties hebben vaak nog minder mogelijkheid om rust te nemen, hulp in te schakelen of werk en zorg flexibel te combineren. De druk en de eenzaamheid worden hierdoor nog groter.  

Zorgverlof in België

Zorgverlof voor zwangere vrouwen en jonge ouders is in België geen vanzelfsprekend verworven recht. Wat velen vergeten, is dat zwangerschaps- en moederschapsverlof historisch deel uitmaken van het arbeidsrecht. Ze zijn dus niet ontstaan vanuit een erkenning van zorg als maatschappelijk waardevol werk, maar eerder als een bescherming van de arbeidscapaciteit.

België kent al sinds het einde van de negentiende eeuw wetgeving rond moederschapsverlof. Sindsdien kent het een graduele verlenging in tijd, tot het in 1990 de vijftien weken bereikte. Deze vijftien weken worden opgesplitst in een periode vóór en een periode na de bevalling. Zelfstandigen hebben recht op twaalf weken. 

Het vaderschaps- of geboorteverlof kent een gelijkaardig trage evolutie. Aanvankelijk hadden vaders recht op twee dagen vaderschapsverlof. In 2002 werd dit uitgebreid naar tien dagen en sinds 2023 hebben vaders of meeouders recht op twintig werkdagen geboorteverlof.

Sinds 1997 zijn er bitter weinig veranderingen doorgevoerd op vlak van ondersteuning voor zwangere vrouwen en prille ouders

Ook het ouderschapsverlof werd niet ingevoerd als erkenning van zorg, maar als uitbreiding van bestaande regelingen voor loopbaanonderbreking. Het bestaat sinds 1997 en hoewel het in theorie relatief lang is - vier maanden bij een voltijdse aanstelling - is het zo laag vergoed dat veel ouders het zich financieel niet kunnen permitteren. 

De uitkering bedraagt in België gemiddeld ongeveer 70 procent van het brutoloon. Dat staat in schril contrast met landen zoals Nederland, Zweden, Frankrijk en Duitsland, waar tijdens de moederschapsrust 100 procent of quasi 100 procent van het loon wordt uitgekeerd. 

Sinds 1997 zijn er dus bitter weinig veranderingen doorgevoerd op vlak van ondersteuning voor zwangere vrouwen en prille ouders. Dit ondanks het exponentieel stijgende wetenschappelijke bewijs over de schadelijke gevolgen van stress tijdens de zwangerschap en het belang van nabijheid en zorg tijdens de eerste 1000 dagen van het kind. 

Zwangerschap en herstel

Officiële termen zoals ‘moederschapsrust’ en  ‘ouderschapsverlof’ klinken op papier zorgzaam, maar de werkelijkheid is dat er nauwelijks tijd wordt genomen voor lichamelijk herstel. Het lichaam heeft na een natuurlijke bevalling minstens zes maanden nodig om volledig te recupereren. Hierbij worden de eerste zes weken gezien als een cruciale rustperiode. Bij een keizersnede, een derde van alle Belgische bevallingen, duurt het herstel doorgaans nog langer.

Stress tijdens zwangerschap en postpartum kan leiden tot psychologische en fysiologische gevolgen, zoals verstoorde hechting, postnatale depressie, laag geboortegewicht, groeivertraging in de baarmoeder en vroeggeboorte. Het belang van de eerste 1000 dagen, van bevruchting tot ongeveer het tweede levensjaar, kan hierbij niet worden overschat. Deze periode legt de basis voor fysieke, cognitieve en emotionele ontwikkeling. 

Menig vrouw zit al kolvend achter haar bureau, in de bezemkast of in de refter verslagen te typen

De WHO raadt aan de eerste zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven. Vrouwen die vanaf drie maanden gaan werken en dit advies willen volgen, moeten dus beginnen kolven. Dit is een moeizaam en tijdsintensief traject waarbij menig vrouw al kolvend achter haar bureau, in de bezemkast of in de refter verslagen zit te typen, te lunchen of werktelefoons te voeren. Zo wordt borstvoeding vaak ontmoedigd of gezien als te belastend.

Nu de overheid de laatste jaren zoveel nadruk legt op het belang van die eerste 1000 dagen van een kind en zich steeds meer controlerend opstelt ten aanzien van de gezondheid van zwangere vrouwen, is het meer dan bijzonder dat dit zich niet laat zien in preventieve evoluties rond moederschapsrust en vaderschapsverlof.

Een mentaliteitsverandering bij zowel mannen als vrouwen 

Een belangrijke bron van de eenzaamheid van moeders schuilt in wat gatekeeping wordt genoemd. Het is een term die de laatste jaren aan populariteit wint. Vrouwen internaliseren maatschappelijke verwachtingen en voelen dat zij alles zelf moeten doen om een ‘goede moeder’ te zijn. Sociale media spelen hier een versterkende rol in. Hulp vragen voelt als falen. 

Dit is geen individuele fout van moeders, maar een geïnternaliseerde norm die ontstaat in een samenleving die zorg structureel bij vrouwen legt

Zo ontstaat een vicieuze cirkel: de partner wil helpen, maar het mag niet, of schiet tekort in de ogen van de moeder. Wat lijkt op een individuele keuze van de moeder, wordt in werkelijkheid sterk beïnvloed door maatschappelijke normen. Mannen moeten meer zorgen, maar vrouwen moeten de zorg ook toelaten. 

Dit is geen individuele fout van moeders, maar een geïnternaliseerde norm die ontstaat in een samenleving die zorg structureel bij vrouwen legt. Geen wonder dat er zoveel moedertranen vloeien. Eenzaamheid, identiteitsverlies en verantwoordelijkheid, ongeacht de aanwezigheid van een liefdevolle partner, zijn het gevolg. Armoede, alleenstaand ouderschap en andere kwetsbaarheden zetten de draagkracht nog verder onder druk.

Zorg als universele waarde

Zorg verdient herwaardering. In een wereld waar geld steeds vaker boven menselijke waarde wordt geplaatst, kan deze waarde ons houvast bieden. Zorgzaamheid is een eigenschap die ieder van ons met trots zou moeten dragen, ongeacht gender.

Een ouderschapsverlof van zes maanden tot een jaar, gelijk verdeeld tussen ouders (of eventueel een vriend/vriendin indien de mee-ouder geen verlof wenst op te nemen), is geen luxe maar een noodzakelijke investering. De maandelijkse vergoeding zou evenveel of zelfs hoger moeten zijn dan het brutoloon.

Waarom niet een zwangerschapszorger?

En, als het niet te veel gevraag is, laten we investeren in een eerlijke verdeling van zorg, in vaderschap dat meer is dan financieel ondersteunen, in gemeenschapsvorming buiten het kerngezin, in betaalbare en kwalitatieve kinderopvang en in structurele armoedebestrijding.

Hierbij zullen we ook out-of-the-box moeten leren denken. Waarom niet een zwangerschapszorger? Iemand die, bij afwezigheid van de partner, ook 'zorgverlof' kan krijgen en met behoud van loon zorg en huishoudelijke taken kan overnemen? Of alternatieve levensvormen: co-housing met vrienden, liefst intergenerationeel. Zo wordt zorg een gedeelde verantwoordelijkheid en een gedeelde schoonheid.

Zolang zorg voornamelijk bij ouders wordt gelegd, is het geen wonder dat er nog steeds zoveel moedertranen vloeien. Of vadertranen. 

Laten we terug leren te zorgen en zorg ontvangen. Vraag prille ouders of ze iets nodig hebben uit de winkel. Babysit een uurtje. Maak samen soep. Vouw de was op. Maak een bed op. Houd een hand vast. Snoei samen de haag. Want zorg is alles wat ons rest.   

 

Afbeelding
Word DWM Bondgenoot
Steun ons | De Wereld Morgen

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?