Analyse

Eindelijk sprankeltje gerechtigheid voor Patrice Lumumba?

Afbeelding
De eerste democratische premier van Congo Patrice Lumumba spreekt de pers toe. Achter hem zijn door hem benoemde nationale veiligheidsadviseur Joseph Désiré Mobutu. Die heeft reeds de plannen voor zijn 'verwijdering' besproken met Etienne Davignon, diplomaat op de Belgische ambassade. Foto: Public Domain
De eerste democratische premier van Congo Patrice Lumumba spreekt de pers toe. Achter hem zijn door hem benoemde nationale veiligheidsadviseur Joseph Désiré Mobutu. Die heeft reeds de plannen voor zijn 'verwijdering' besproken met Etienne Davignon, diplomaat op de Belgische ambassade. Foto: Public Domain
Etienne Davignon verschijnt vandaag voor de Brusselse raadkamer. Het federaal parket sloot midden 2025 het onderzoek naar zijn mogelijke rol in de moord op Patrice Lumumba (17 januari 1961) af. Brengt dit, 65 jaar later, eindelijk gerechtigheid?

Patrice Lumumba was de eerste premier van Congo, verkozen in 1960. In volle Koude Oorlog werd hij als bedreiging gezien voor het Westen: hij wilde een sterk, onafhankelijk Congo en zocht uit pure noodzaak ook steun bij de Sovjet-Unie, wat westerse landen en Belgische mijnbelangen ontoelaatbaar vonden voor hun postkoloniale belangen. 

Na een machtsstrijd met president Kasavubu en een coup van zijn eigen opperbevelhebber van het leger Joseph Désiré Mobutu werd Lumumba gearresteerd. Op 17 januari 1961 werd hij uit zijn cel gehaald en overgevlogen naar Katanga. Dat gebied, waar de overgrote meerderheid van de grondstoffen van het land zich (nog steeds) bevindt, had zich kort na de onafhankelijkheid, met Belgische militaire en financiële hulp, afgescheiden van het centrale gezag in Kinshasa. 

Lumumba zat opgesloten in een gebied gecontroleerd door Mobutu. Nog diezelfde dag werd hij, samen met twee andere leiders van zijn beweging, gemarteld en uiteindelijk afgemaakt door een peloton van Katangese politiemannen en militairen. De hele operatie stond onder leiding van Belgen, die beslisten zelf zijn stoffelijke resten in zuur te vernietigen, terwijl hun chefs - medewerkers van Belgische ministers - vanop afstand een oogje in het zeil hielden. “Geen bloed aan onze handen”, zei de Belgische hoofdaalmoezenier.

“Geen bloed aan onze handen”, zei de Belgische hoofdaalmoezenier

Vijfenzestig jaar later beweegt het gerecht. Dinsdag 20 januari verschijnt Etienne Davignon voor de Brusselse raadkamer. Het federaal parket rondde midden 2025 zijn onderzoek af naar mogelijke betrokkenheid van Davignon- éminence grise van het Belgische kapitalisme, topdiplomaat en minister van staat, inmiddels 93 jaar - bij de moord op Lumumba.

 Het parket vraagt zijn doorverwijzing naar de rechtbank, al vroeg zijn advocaat uitstel. Morgen valt de beslissing over die vraag tot uitstel, al kan Davignon daartegen nog in beroep gaan. Als de raadkamer doorverwijst en het beroep de beslissing handhaaft, dan komt er begin 2027 een écht proces.

Het was de familie-Lumumba die in 2011 een klacht indiende tegen elf Belgen die betrokken waren bij de moord. Ondertussen is Davignon de enige nog levende van dat lijstje. Vandaag, meer dan 26 jaar na de publicatie van mijn boek De moord op Lumumba, waarin 95 procent van de feiten opgelijst staan, zet het gerecht eindelijk stappen - na meer dan een kwarteeuw talmen van politieke en gerechtelijke instanties.

Afbeelding
De moord op Lumumba
Het boek van 1999 is nog steeds verkrijgbaar, heruitgegeven met een update in 2020

Het boek was in 1999 de aanleiding voor de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie. Die weigerde toen de individuele verantwoordelijkheid van de (Belgische) hoofdrolspelers in de moord op Lumumba aan te duiden, nochtans precies de taak die het parlement de commissie had meegegeven. De onderzoekscommissie besloot uiteindelijk dat Belgen ‘een morele verantwoordelijkheid’ droegen voor de moord — een vage omschrijving, zonder praktische gevolgen.

Midden 2025 bewees HUMO-journalist Jan Antonissen, die zich in het dossier heeft vastgebeten, dat Etienne Davignon achter gesloten deuren manifest heeft gelogen tegen de experts van die parlementaire onderzoekscommissie. Toch stelden de leden van de commissie hem daarover geen enkele vraag.

Afbeelding
Lumumba in Brussel
Patrice Lumumba toont begin 1960 bij zijn aankomst in Brussel (voor de onderhandelingen over de onafhankelijkheid van Congo) de kwetsuren aan zijn polsen van de handboeien tijdens zijn gevangenschap. Foto: Public Domain

De toenmalige regering-Verhofstadt I had beloofd,  als zoethoudertje, een Lumumbafonds op te richten, maar blies dat initiatief af zodra bleek dat het Congolese regime van president Joseph Kabila, die zijn in 2001 vermoorde vader Laurent Kabila had opgevolgd, dit dossier maar al te graag wilde begraven.

In 2011, een halve eeuw na de feiten, besloot de familie-Lumumba, geconfronteerd met de passiviteit van de Belgische regering, naar de rechter te stappen. Ze diende een klacht in tegen elf personen voor hun betrokkenheid bij de moord. De feiten zijn gekwalificeerd als oorlogsmisdaden en kunnen volgens het Belgische strafrecht dus niet verjaren.

De passiviteit van de Belgische regering

Het geheim van het onderzoek moet bewaard blijven en daarover kan ik niets zeggen, maar een buitenstaander kan zich moeilijk van de indruk ontdoen dat men het onderzoek heeft laten aanslepen, laten ‘doodbloeden’.

Allicht zijn enkele ontwikkelingen van onderuit de reden waarom de procureur er nu werk van wil maken: het opdiepen van de stoffelijke resten van Lumumba, die journalist Jan Antonissen terugvond bij de dochter van Gerard Soete, de politieofficier die Lumumba’s lichaam vernietigde, de impact van de Black Lives Matter-beweging op de publieke opinie en de aanhoudende acties van Belgo-Congolese verenigingen voor een echte dekolonisatie van de publieke ruimte, de impact van documentaires zoals het fantastische docudrama Soundtrack to a Coup d’État, en ten slotte de teruggave van de resten van Lumumba aan Congo.

Ondertussen is Davignon stokoud. Een doorverwijzing voor moord zou een assisenproces vergen, dat er niet binnen de 5 à 7 jaar kan komen. Daarom wordt hem niet betrokkenheid bij moord ten laste gelegd (hoewel daarvoor toch uitstekende argumenten zijn), maar betrokkenheid bij ‘de onrechtmatige gevangenhouding en overbrenging van een burger of krijgsgevangene’, de afwezigheid van ‘regelmatige en onpartijdige berechting’, en ‘vernederende en onterende behandelingen’. 

Alle drie zijn het oorlogsmisdaden die niet verjaren. Die aanklacht zou door de correctionele rechtbank kunnen worden behandeld en aanleiding geven tot een daadwerkelijk proces begin 2027.

Vijftien jaar na de start van het onderzoek restte de advocaten van de familie niet veel meer dan de oorspronkelijke aanklacht te amputeren en de beschuldiging van een rol in de moord op Lumumba te laten vallen. Ontgoochelend, maar een Etienne Davignon in de beklaagdenbank en een veroordeling voor zijn rol in de martelgang van Congolese premier Patrice Lumumba zou een juridisch unicum zijn, zelfs op Europees vlak.

Afbeelding
STEUNOPROEP
https://www.dewereldmorgen.be/steun-ons

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?