N-VA wil kritische stemmen droogleggen met nieuwe subsidiewet
Onrust in het Vlaams Parlement. Ministers lijken subsidies gul toe te kennen aan 'bevriende' organisaties of instellingen. Niet alleen kende minister van Onderwijs Zuhal Demir (N-VA) miljoenen toe aan het expertisecentrum Onderwijs en Leren van hogeschool Thomas More, ook minister van Landbouw Jo Brouns (CD&V) bleek 5 miljoen euro subsidie aan de Boerenbond toe te kennen. En minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit) maakte middelen vrij voor een nieuw kenniscentrum onder leiding van een oud-kabinetsmedewerker.
“Wie kritisch is, krijgt een duim omlaag, wie braaf is een duim omhoog”
Bij de oppositie klonk het scherp: “Geen transparantie!”, “Hypocriete politici!”, “Wie kritisch is, krijgt een duim omlaag, wie braaf is een duim omhoog.”
Die woorden verwezen naar een eerder debat in november over de subsidies voor organisaties binnen het sociocultureel volwassenenwerk. De subsidietoekenning, normaal een traject dat door onafhankelijke evaluaties wordt gestuurd, trok de regering toen naar zich toe: ze besloten subsidies voor kritische organisaties, waaronder DeWereldMorgen, te schrappen of te verminderen, ondanks een eerdere positieve beoordeling door de externe commissie.
Als reden werd aangehaald dat wij onvoldoende afstand zouden hebben genomen van acties van de klimaatactivisten van Code Rood. Een argument zonder enig bewijs en waar de Raad van State volgens Gwendolyn Rutten (Open VLD) “brandhout van zal maken”.
In werkelijkheid leek het eerder te maken te hebben met de verontwaardiging bij de N-VA over de negatieve evaluaties door de externe commissie van verschillende Vlaamsgezinde initiatieven. Na een koehandel tussen de regeringspartijen moesten daarom volgens de N-VA ook kritische ‘linkse’ organisaties boeten.
Met een pen door de conceptnota
En de N-VA wil het daarbij niet laten. In de toekomst wil de regeringspartij nog meer ‘kritische’ organisaties weren. Zogezegd om toekomstige subsidierondes te ‘vergemakkelijken’, wil de N-VA daarom een nieuw decreet voor de subsidiëring van de socio-culturele sector invoeren, en stelde onlangs een conceptnota op.
In het huidige decreet moeten organisaties voldoen aan verschillende ‘functies’ en ‘rollen’ om in aanmerking te komen voor subsidies, waaronder de maatschappelijke bewegingsfunctie en de kritische rol (‘het ter discussie stellen van waarden, normen, opvattingen, instituties en spelregels’) en de laboratoriumrol (‘experimenteren met nieuwe maatschappelijke spelregels als antwoord op complexe samenlevingsvraagstukken’).
De kritische rol wil de N-VA schrappen "omdat die overlappen met activistische opdrachten die buiten sociaal-cultureel werk vallen"
De N-VA wil dat organisaties voortaan enkel nog beoordeeld worden op hun ‘gemeenschapsvormende functie’ en hun ‘cultuurfunctie’. De maatschappelijke bewegingsfunctie en de kritische rol en de laboratoriumrol zouden dus wegvallen, "omdat die te vaak overlappen met politieke of activistische opdrachten die buiten de kern van het sociaal-cultureel werk vallen", aldus de N-VA in hun conceptnota.
Volgens de N-VA zou het huidige model daarnaast zorgen voor “hoge planlast” bij de organisaties. En de beoordelingscommissie zou “ruime discretionaire bevoegdheid” hebben gehad, wat tot “gebrek aan transparantie en voorspelbaarheid” hebben gezorgd.
Docent sociaal werk aan hogeschool Odisee Pascal Debruyne nam de conceptnota met het voorstel van de N-VA onder de loep en stelt daar heel wat vragen bij. Om te beginnen betekent volgens hem de zogezegde 'vereenvoudiging’ in werkelijkheid een verschuiving van macht naar de Vlaamse Regering.
Vlaamse gemeenschapsvorming en anders niet
Bovendien trekt de N-VA met de focus op de (Vlaamse) cultuur en gemeenschapsvorming, het ideologische kader strak aan, aldus Debruyne. “Gebruiken, monumenten, en oude en nieuwe tradities zijn de uitdrukking van onze gedeelde Vlaamse identiteit”, staat in de nota te lezen. En: “Wie middelen van de gemeenschap ontvangt, moet bijdragen aan de verbondenheid binnen die gemeenschap."
Debruyne waarschuwt dat hiermee de normatieve kern opschuift: weg van een brede civiele samenleving met een pluraliteit aan functies en rollen, naar een beperkter veld waarin cultuur en gemeenschapsvorming draaien rond één dominante, Vlaams gedefinieerde, gemeenschap.
Kritische democratische praktijken kunnen zo als 'ongewenst' worden weggezet
Dat de N-VA de decretale status van de maatschappelijke bewegingsfunctie en de kritische rol wil ontnemen, is gevaarlijk, stelt Debruyne. Kritische, mobiliserende en tegensprekelijke democratische praktijken worden zo minder formeel verankerd en kunnen daardoor makkelijker als 'optioneel' of zelfs als 'ongewenst' worden weggezet.
Droogleggen van activisme
In het huidige decreet staat dat organisaties moeten “bijdragen aan een duurzame, inclusieve, niet-gesegregeerde, solidaire en democratische samenleving door de civiele samenleving te versterken”. Daarbij horen principes als vrije meningsuiting, gelijkheid tussen vrouwen en mannen, scheiding van Kerk en Staat, gelijke kansen en de strijd tegen discriminatie en racisme.
De N-VA denkt hier anders over en stelt in hun voorstel dat de overheid “geen subsidie meer zal verlenen aan organisaties die aantoonbaar werken op basis van exclusieve etnisch-culturele segregatie”. Deze wijziging kan volgens Debruyne belangrijke gevolgen met zich meebrengen.
Zo worden identiteitsspecifieke organisaties, bijvoorbeeld etnisch-culturele verenigingen, sneller een discussiepunt. Want waar ligt de grens tussen doelgroepgericht emancipatie- en gemeenschapswerk (werken mét een specifieke groep om drempels weg te nemen) en wat de overheid “exclusieve segregatie” noemt (bewust afscheiding als uitgangspunt)?
Daarnaast stelt de N-VA voor dat het geen subsidies meer wil geven aan organisaties die “doelbewust de gemeenschapsopbouw ondermijnen door op te roepen tot geweld, of die oproepen tot geweld niet afkeuren”.
Woorden die wij als DeWereldMorgen en ook Vrede, Vredesactie, HOTM, LABO vzw en Climaxi te horen kregen toen onze subsidies voor een groot deel of volledig zijn geschrapt. De reden zou zijn geweest dat wij geen afstand hebben genomen van bepaalde acties van Code Rood.
Dat is natuurlijk absurd. Net zoals andere media hebben wij bericht over acties van Code Rood. Als mediabeweging is dat nu eenmaal onze taak. Bovendien hebben wij bij een laatste reportage van een actie van Code Rood een disclaimer geplaatst waarbij wij ons uitdrukkelijk distantieerden van vernielingen.
We zien dat de ruimte voor activistische en maatschappijkritische organisaties kleiner wordt
Het distantiëren van het gebruik van geweld van een bepaalde organisatie is al bij al een absurd criterium. Gaan we in de toekomst eisen dat alle gesubsidieerde organisaties voldoende afstand nemen van het geweld van bijvoorbeeld Israël of van de NAVO? In dat geval zullen er niet veel N-VA bevriende organisaties overblijven.
Met het hanteren van zo’n criterium, zien we dat ook de ruimte voor activistische en maatschappijkritische organisaties kleiner wordt, zegt Debruyne. Als protest, mobilisatie of scherpe kritiek wordt bestempeld als “te activistisch” of als iets dat “de gemeenschapsopbouw ondermijnt”, kan dat - los van de vraag of het om democratische actie gaat - gebruikt worden om subsidies te weigeren of in te trekken. En dat is niet alleen een bedreiging voor de geviseerde organisaties, maar voor de democratische ruimte van iedereen.
Voorbode voor de toekomst
Met het schrappen van een groot deel van onze subsidies werd het voor DeWereldMorgen en de andere geviseerde organisaties duidelijk wat er aan de hand is. En dat heeft volgens ons weinig te maken met al dan niet vermeende “banden met Code Rood” of met het al dan niet nemen van afstand van ‘geweld’.
De gelijkenis tussen ons en de andere middenveldorganisaties is namelijk niet ‘het niet nemen van afstand’, maar het hebben van een kritische stem. Het is net deze stem die de N-VA tot zwijgen wil brengen, met nieuwe regels die onafhankelijke commissies minder gewicht geven en de beslissingsmacht richting de regering duwen. Met zulke aanpassingen wordt het voor de regering heel makkelijk om te bepalen wie ‘past’ en wie niet, en wie dus subsidies krijgt en wie niet.
“DeWereldMorgen en Vrede krijgten een tweede kans”, wist Matthias Diependaele te vertellen tijdens het debat in november. Deze nauwelijks verholen intimiderende boodschap is niet alleen aan die twee organisaties gericht, maar aan de hele sector. Enkel wie ‘braaf’ is, zal als het aan de N-VA ligt nog op subsidie kunnen rekenen.
Deze nota is een belangrijke waarschuwing voor wat er in de toekomst mogelijk op ons afkomt
Natuurlijk: dit is ‘maar’ een conceptnota. Zoals De Bruyne aangeeft, heeft die nota op korte termijn geen directe gevolgen. Het is nog geen wet of wetsvoorstel, het is een denkoefening die tot debat leidt. Maar tegelijk is de N-VA wel de grootste partij, en “als je ziet hoe makkelijk regeringspartners tot nu toe uiteindelijk buigen”, “dan is het niet radicaal om te zeggen dat de wil van de N-VA grotendeels wet wordt”, aldus Debruyne.
In die zin is deze nota vooral: een belangrijke waarschuwing voor wat er in de toekomst mogelijk op ons afkomt. Het is een poging van de N-VA om het maatschappelijk middenveld te disciplineren en de democratische ruimte in te perken. Dat mogen we niet laten gebeuren.