Recensie

'Cocoa Butter & Dreams' smeert je helemaal in met zelfliefde

Afbeelding
Boekcover 'Cocoa Butter & Dreams' van Dalila Hermans.
Boekcover 'Cocoa Butter & Dreams' van Dalila Hermans.
De wereld voelt vandaag rauw en wankel. Alsof alles tegelijk schuurt: politiek, taal, menselijkheid. In die collectieve onrust lijkt rouw alomtegenwoordig. 'Cocoa Butter and Dreams', het nieuwste boek van Dalilla Hermans, positioneert zich niet als antwoord of analyse hierop, maar als balsem voor de ziel.

Ik ontmoette Dalilla Hermans onlangs op het Festival van de Gelijkheid in Gent, waar ze haar boek voorstelde. Cocoa Butter and Dreams is duidelijk meer dan een publicatie; het is haar wezenskindje. Toen ik haar vertelde dat ik in opdracht van DeWereldMorgen een recensie zou schrijven, stelde ze me een eenvoudige maar opvallende vraag: of ik zacht voor haar wilde zijn. 

Ze bedoelde het halfgrappend, maar het vormt ook de opening van het boek zelf. Het boek is namelijk een verzameling van gedichten, speeches, reflecties en kunstwerken die niet per se haar beste werk zijn, maar haar wel het nauwst aan het hart liggen.

Een warm kopje thee

Het publiek kent haar vooral als opiniemaker, curator, spreker en theatermaakster. Iemand die confronteert, die structuren blootlegt en woorden niet spaart. Maar in dit boek toont ze een andere laag: die van de kunstenaar, de dichter, de vrouw die twijfelt, voelt en zich laat zien zonder pantser. 

Ze aanvaardt dat het politieke op haar huid geplakt staat, maar experimenteert ook met hoe haar identiteit het politieke overstijgt. Cocoa Butter and Dreams is geen ‘best of’, geen afgerond manifest. Het is een inkijk in haar hoofd en hart, met alle rafelranden die daarbij horen.

In een tijd waarin kritiek vaak gelijkstaat aan scherpte, kiest Hermans bewust voor kwetsbaarheid als kracht

In een tijd waarin kritiek vaak gelijkstaat aan scherpte, kiest Hermans bewust voor kwetsbaarheid als kracht. Ze nodigt de lezer uit tot vertraging, tot voelen, tot verbinding. Niet als naïeve ontsnapping aan de werkelijkheid, maar als noodzakelijke tegenbeweging. Dit boek leest als een warm kopje thee tijdens een storm: het verandert het weer niet, maar het helpt je erdoorheen.

Hoe kan je dan niet zacht zijn? Misschien is dat precies wat Cocoa Butter and Dreams van ons vraagt: om zachtheid niet te verwarren met zwakte, maar te erkennen als een vorm van verzet en genezing. In een wereld die steeds harder wordt, is dit boek een herinnering aan wat ons mens maakt.

Van rouw 

In essentie draait Cocoa Butter and Dreams om rouw en genezing. Rouw om het verlies van een vooraf opgelegde identiteit, om de pijn van ervaren onrecht in België, maar ook om het leven dat had kunnen zijn. Ook al benoemt ze het nooit letterlijk, het is alom aanwezig in haar werk. Deze vorm van rouw is dan ook herkenbaar binnen diasporagemeenschappen: het verdriet om gemiste mogelijkheden, om voortdurend te moeten bijsturen, aanpassen en verklaren. 

Tegelijk biedt het boek geen loutere beschouwing, maar ook een vorm van genezing, iets waar velen naar verlangen in deze onzekere tijden. Dit is een rode draad in al haar hoofdstukken, maar komt het meeste voor in Planting a flag, In Defiance en Kingdom Come.

Planting a flag is het hoofdstuk dat me het meest is bijgebleven. Dit deel exploreert de ruimte die Hermans vroeger is toegewezen geweest en hoe ze haar belonging, of toebehoren, zelf probeert te verruimen. 

Het boek biedt een vorm van genezing

Rouw vermomt zich als een masker tussen de wit-regels van Hermans’ woorden, uit schrik voor het onbegrip waarmee ze vaak geconfronteerd wordt. In Planting a flag beschrijft ze hoe gekleurde mensen noodgedwongen maskers aanmeten doorheen hun leven, omdat hun aanwezigheid te vaak als ongewenst wordt gezien. 

Precies daarom lijken deze gedichten geschreven met satijn - doordrongen van zachtheid. Elk gedicht is een uitnodiging om je masker af te zetten. Planting a flag is echter niet alleen zacht, maar glimt ook van moed. Haar rouw draagt ze als een schitterend accessoire en dat vergt een zekere kracht. Zoals ze zelf schrijft: “Walk a mile in my shoes and make it look this good”.  

In het hoofdstuk In Defiance transformeert rouw in een woede die niet vernietigt, maar juist opbouwt. Hermans rouwt om het feit dat zwarte vrouwen hun ongenoegen vaak niet mogen uiten, uit angst om gereduceerd te worden tot het stereotype van de “angry Black woman”

Dit hoofdstuk is dan ook een ode aan verzet: Hermans eigent zich dit stereotype bewust toe. Haar cement is rouw en haar missie is om een fundering van belonging te bouwen rond de “angry Black woman” - een huis van tegendraadsheid. 

Kingdom Come, daarentegen, kiest niet voor confrontatie, maar voor overgave aan het verlangen naar een ongeleefd leven. Hermans rouwt om een “ghost kingdom”: een mogelijke toekomst die nooit werkelijkheid werd door haar adoptie. De beknoptheid van het hoofdstuk weerspiegelt dat gemis en roept het beeld op van de “spirit child”, een figuur die nooit volledig tot één wereld behoort.

Naar genezing

In deze hoofdstukken toont ze aan dat de weg van rouw naar genezing niet lineair is. Het vraagt kwetsbaarheid en de moed om toe te geven dat verdwalen deel uitmaakt van het proces. 

Hermans schrijft hier open over haar twijfels en onzekerheden en durft toe te geven dat ze niet altijd woorden vindt voor de kern van haar werk. In haar eigen woorden beschrijft ze dit werk als: “Even I, the creator and curator of these works, have trouble explaining what this thing you are holding is. (...) This is not a ‘best of’, but rather an attempt to share, flaws and all.”

Net die eerlijkheid voelt verfrissend. In plaats van afgeronde antwoorden toont ze een proces van zelfontdekking, waarbij ze de lezer uitnodigt om mee te wandelen. Door haar gedachten te delen, reikt ze geen pasklare oplossingen aan, maar wel handvatten: hoe om te gaan met verzet, hoe persoonlijke genezing zich verhoudt tot collectieve strijd, wat vrijheid kan betekenen voor een gekleurde vrouw en hoe moederschap daarin een plaats krijgt.

Schrijven voor gekleurde vrijheid, in plaats van voor witte goedkeuring

Voor het eerst kiest Dalilla niet om haar boodschap aan te passen aan the white gaze, maar richt ze zich tot de diaspora gemeenschap. Ze schrijft niet voor witte erkenning of begrip, maar voor verbinding in een community die amper gehoord wordt -“always with a relentlessly white gaze in mind, hearing that I have managed to unshackle myself from that imaginary reader fills me with pure glee.”

Het feit dat het boek in het Engels is, in plaats van het Nederlands, is dan ook een bewuste keuze. Nederlands biedt geen ruimte voor reflectie over kleur. De beperkte woordenschat botst op de verschillende schakeringen van zwart zijn. Haar reflecties zijn een oefening in zelfdefinitie - schrijven voor gekleurde vrijheid, in plaats van voor witte goedkeuring. 

Een kunstenaars ruimte

Genezing neemt vele vormen aan en voor Hermans is kunst daar een wezenlijk onderdeel van. Cocoa Butter and Dreams fungeert als een kleurrijke weerspiegeling van haar innerlijke wereld, waarin tekst in dialoog gaat met beeld en muziek. 

Doorheen het boek worden de hoofdstukken vergezeld door kunstwerken die de kern van het geschrevene versterken. Hermans eist de ruimte op via haar penseel. De schilderijen verbeelden zowel het verdriet als de vreugde van zwart zijn, maar steeds blijft kleur aanwezig als hoopvolle constante.

Daarnaast is dit wezenskindje niet alleen van haarzelf, maar ook van haar gezin. Samen met haar partner Willem heeft ze in het laatste hoofdstuk Black Birds een playlist samengesteld waarin ze het hoofdstuk zelf inspreekt op het ritme en cadans van de muziek van haar man. 

Ze bewijst dat identiteit niet enkel een individueel project is

Zo bewijst ze dat identiteit niet enkel een individueel project is, maar gemaakt is door verschillende handen van onze naasten. Voor wie haar eerdere werk kent, is dit herkenbaar: Hermans bestaat nooit los van haar gezin.

Die verbondenheid benoemt ze ook expliciet. Haar activisme en zelfonderzoek, zo schrijft ze in Motherhood en Black Birds, kregen pas echt vorm na de geboorte van haar eerste kind. Dat maakt dit boek des te intiemer. Hermans is doorgaans beschermend over haar privéleven, waardoor het een privilege is dat ze de lezer (kijker of luisteraar) toelaat in deze persoonlijke ruimte. Ze toont hoe een gezin creëren op zich een creatieve daad is: een samenspel van stemmen, waarbij de schrijver niet alleen maker is, maar ook dirigent.

Speech

Wat mij het meest zal bijblijven uit Cocoa Butter and Dreams is de brief die Hermans richt aan Dr. Martin Luther King Jr. in het hoofdstuk Planting a Flag. In een Europese context waar zwarte iconen schaars zijn, fungeert King al jarenlang als moreel en politiek kompas binnen Hermans’ denken. In deze brief ontvouwt ze wat zijn nalatenschap voor haar betekent: zwarte zelfacceptatie, de kracht van publiek spreken en het belang van radicale zorg.

Hermans staat uitgebreid stil bij Kings laatste toespraak, I’ve Been to the Mountaintop. In tegenstelling tot de iconische I Have a Dream-speech, die zich richtte tot een breder publiek, was deze laatste toespraak bedoeld voor zijn eigen gemeenschap in Memphis. King erkent daarin dat de zwarte bevrijdingsstrijd zijn eigen leven zal overstijgen en zich zal voortzetten in de generaties na hem. Het was een afscheid vol helderheid en overgave - enkele uren later werd hij vermoord.

Zwartheid overstijgt het louter politieke en wortelt evenzeer in liefde, rouw en verbinding

Deze brief belichaamt de kern van Cocoa Butter and Dreams: zwartheid overstijgt het louter politieke en wortelt evenzeer in liefde, rouw en verbinding. Zowel King als Hermans kiezen er in deze werken bewust voor om hun verhaal te richten tot hun eigen gemeenschap - een narratief dat niet hoeft te worden uitgelegd of vertaald. Voor Hermans is rouw een integraal onderdeel van zwarte identiteit, maar zo zijn ook genezing en zelfacceptatie. 

Belonging, de voortdurende strijd om ergens te willen toebehoren, is een rode draad in het zwarte proces van rouw naar genezing. Hermans bewijst met dit boek dat belonging geen eindpunt is, maar een voortdurende beweging, een pad dat niet stopt bij de laatste bladzijde. 

Cocoa Butter and Dreams positioneert zich overtuigend binnen dat proces. Het is geen sluitstuk, maar een metgezel. Een boek dat niet belooft volledig te genezen, maar wel uitnodigt om je iets minder alleen te voelen. En dat is misschien wel de meest radicale daad die kunst vandaag kan stellen - zachter zijn voor jezelf. 

 

Afbeelding
Word DWM Bondgenoot
Steun ons | De Wereld Morgen

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?