De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Tuinwijk ‘De Vrije Woonst' en de teloorgang van sociale huisvesting in Mechelen

Afbeelding
Afgekeurde woning. Fotorechten zie onderaan artikel.
Afgekeurde woning. Fotorechten zie onderaan artikel.
Een man zoekt al negen jaar een sociale woning terwijl er in dezelfde stad zeventig staan te verkrotten. Mechelen verkoopt huizen, maar verliest intussen haar sociale ruggengraat.

Zeventig sociale woningen staan leeg te verkrotten in Mechelen, terwijl gezinnen jarenlang wachten op een betaalbaar dak boven hun hoofd. In plaats van renoveren en verhuren, kiest de stad - samen met Woonland - voor de veilinghamer: “betaalbaar” als lokwoord, erfgoed als extra hindernis, en sociaal wonen als het woord dat niemand nog durft uit te spreken.

Die zeventig woningen vind je in het zuiden van Mechelen, in de tuinwijk ‘De Vrije Woonst’. Ooit was ze goed voor 252 eengezinswoningen. De Brusselse architect Alfred Minner tekende het plan in 1922. Erfgoed Vlaanderen erkent het geheel als bouwkundig erfgoed. Vandaag wordt de wijk beheerd door woonmaatschappij Woonland, samen met de stad Mechelen.

Die stad snakt naar een broodnodige bevolkingsgroei. Tegelijk zijn deze wijk en haar bewoners al jaren aan hun lot overgelaten. Er staan zeventig woningen leeg te verkrotten. Afgelopen zomer besliste men om ze openbaar te verkopen. Voor velen voelde dat als een triest dieptepunt: opnieuw een hap uit het sociale huuraanbod in Vlaanderen.

Eén woord springt vooral in het oog door zijn afwezigheid: sociaal wonen

En dat terwijl er een verbod bestaat op de verkoop van verhuurbare sociale woningen in Vlaanderen. Toch zijn er intussen acht woningen verkocht. Op 26 oktober meldden de media dat de stad, samen met Woonland, een nieuwe openbare verkoop wil organiseren. Die vond plaats op 7 januari. 

Als de interesse aanhoudt, volgt daarna mogelijk nog een extra fase. Opnieuw wordt – net als vorige zomer – het verhaal verkocht van “betaalbare” woningen. 

Afbeelding
.

Openbare verkoop: ‘betaalbaar’ op papier, duur in werkelijkheid

De week na de vorige openbare verkoop, op 23 april, sprak een man mij aan in het Vrijbroekpark in Mechelen. Hij woont met zijn echtgenote en drie jonge kinderen in een veel te klein appartement op de private huurmarkt. Al negen jaar zoeken ze een sociale woning. Ze willen in Mechelen blijven en hier hun leven verder opbouwen.

Aangetrokken door de lage inzetprijs die Woonland en de stad etaleerden – op 7 januari zou die 100.000 euro bedragen – was hij aanwezig op de verkoop. Nu blijft vooral bitterheid over. Hij voelt zich onrechtvaardig behandeld.

Tijdens de verkoop belandden kopers in een opbod dat al snel alle “betaalbaarheid” wegduwde. De prijzen schoten omhoog tot niveaus die haaks stonden op wat veel aanwezigen hadden verwacht. Zelfs de notaris, die de verkoop begeleidde, riep op tot voorzichtigheid. Tevergeefs: het hek was van de dam. Mensen voor wie kopen géén oplossing is voor woononzekerheid, kochten toch.

De 100.000 euro in de stadsbegroting wijst alvast niet op grote ambitie voor sociaal wonen

En dat, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, zonder voldoende inzicht in de strenge voorwaarden die bij het kopen van een sociale woning horen. Zonder realistisch beeld van de vermoedelijk torenhoge renovatiekosten. Want deze jarenlang verlaten woningen vragen in de praktijk om totaalrenovaties: zwaar, duur en risicovol.

Daar komt nog iets bovenop: de bescherming als bouwkundig erfgoed. Wie koopt, koopt dus niet alleen een huis, maar ook een pakket verplichtingen en vaak extra kosten. Kopers stappen een complex, onzeker en duur avontuur in.

Hebben zij een eigen notaris onder de arm genomen om hun financiële marge grondig te laten doorlichten? Hebben zij een architect geraadpleegd voor advies bij zo’n totaalrenovatie? Neen. Deze woningen zullen, met hulp van familie en vrienden, door de nieuwe eigenaars zelf worden aangepakt. Professionele vaklui zullen niet worden ingeschakeld.

Afbeelding
.

Waar blijft sociaal wonen in Mechelen?

Enkele dagen later vertelde een lid van de bestuursploeg mij, tijdens een korte ontmoeting op de Haverwerf, zichtbaar tevreden dat de woningen “veel hadden opgebracht”. Tegelijk beseft dit bestuur dat de openbare verkopen niet lopen zoals gehoopt. In de berichtgeving van 26 oktober legt men de nadruk op de ambitie om, na de volgende verkopen, de andere huizen te renoveren.

Maar één woord springt vooral in het oog door zijn afwezigheid: sociaal wonen. Het wordt nergens genoemd. Nochtans hebben stad en Woonland de opdracht om garant te staan voor menswaardig wonen — en om daar ook de nodige begeleiding bij te voorzien. In de communicatie blijft dat opvallend ver buiten beeld.

Een gemeenschappelijk beheer kan een begin zijn om ons opnieuw te hersolidariseren

Is dat uit angst om toekomstige kopers en mogelijke nieuwe inwoners af te schrikken? Of uit vrees voor “zwarte vlaggen”, waar de bestuursploeg blijkbaar rekening mee houdt wanneer ze plannen maakt om sociaal wonen in een wijk te verankeren? Ook de 100.000 euro in de stadsbegroting wijst alvast niet op grote ambitie voor sociaal wonen. 

Sociaal wonen - van levensbelang voor mensen aan de rand van onze welvaart - verdwijnt zo langzaam maar zeker achter het bredere etiket “betaalbaar wonen”. Een begrip dat de meesten vooral lezen als: kopen of huren op de reguliere markt. In Mechelen, ooit een arbeidersstad, staan bovendien veel woningen die ooit ‘betaalbaar’ waren in die betekenis, maar waar wonen vandaag nog moeilijk menswaardig wonen kan worden genoemd.

Afbeelding
.

Hoe kan het anders? 

De woonproblematiek kan helemaal anders aangepakt worden. Maar dan moet sociaal wonen in Vlaanderen opnieuw een volwaardige plaats krijgen. Lokale besturen en woonmaatschappijen moeten geholpen worden om gemeenschappelijk beheer uit te bouwen en met een vernieuwde blik naar wonen te kijken. 

Er moet structurele samenwerking komen tussen lokale besturen, woonmaatschappijen en wooncoöperaties, ondersteund door architecten en experten met een langetermijnvisie, en samen met burgers en projectontwikkelaars.

‘De Vrije Woonst’ werd na de Eerste Wereldoorlog gebouwd voor spoorwegarbeiders die gevochten hadden voor de bevrijding van hun land, en van wie velen gesneuveld waren. In onze geatomiseerde egosamenleving – zoals Eric Corijn ons samenleven noemt – kan gemeenschappelijk beheer een begin zijn om ons opnieuw te hersolidariseren. 

Dan zetten wij ook stappen om de vrijheid waarvoor zovelen gevochten hebben, en die we nu – elk eenzaam op ons eigen eilandje – kwijt zijn, opnieuw terug te vinden.

 

De foto’s zijn afkomstig van Inventaris Onroerend Ergoed en Notarissen Veemarkt

Afbeelding
STEUNOPROEP!

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?