Hoe moet het nu verder na de kidnapping van Maduro?
Geen gewone interventie
De Verenigde Staten voerden een directe militaire agressie uit tegen Venezuela, met een doel dat in de militaire- eufemismen ‘extractie’ heet: het ontvoeren van president Nicolás Maduro Moros.
De operatie was indrukwekkend en duizelingwekkend snel. Ze mikte op specifieke doelwitten, vooral luchtverdedigingsbases en -installaties. Dat bombardementen en aanvallen op militaire infrastructuur plaatsvonden, dienden als afleidingsmanoeuvre voor het echte einddoel: Maduro en zijn vrouw gevangen nemen.
Donald Trump gaf in zijn lange persconferentie van zaterdag, in opvallend losse bewoordingen, inkijkjes ‘achter de schermen’. Hij sprak onder meer over een vermeende infiltratie van CIA-agenten in augustus, in de omgeving van de president.
De VS zetten de koning ‘schaakmat’ door Maduro te grijpen, maar wonnen daarmee de partij nog niet
Belangrijk is wat het niet was. Dit was geen totale invasie zoals de klassieke Pentagon-interventies van de vorige eeuw. Er was geen operatie zoals in de Dominicaanse Republiek, Grenada of Panama. Wat we zagen, was iets anders: een gerichte aanval met een politiek doel.
Dat maakt het niet minder ernstig. Alleen gaat het om een ander type agressie, met een ander tempo en een andere logica.
Venezuela blijft in handen van de staat
Hoe paradoxaal het ook klinkt: de VS zetten de koning ‘schaakmat’ door Maduro te grijpen, maar wonnen daarmee de partij nog niet. De aanval heeft, ondanks het militaire "succes” van de ontvoering, niet geleid tot controle over het land. Noch Washington, noch lokale handlangers hebben op dit moment de politieke, economische of militaire macht over Venezuela. De staatsinstellingen, strategische activa, grondstoffen en territoria blijven onder controle van het officiële staatsapparaat.
Ook op straat tekent zich voorlopig geen scenario af van een land dat uit elkaar valt. Er zijn op dit ogenblik geen gevechten tussen militaire facties, geen rebellie en geen straatblokkades zoals die er waren in 2014 en 2017. De enige concentraties en mobilisaties die plaatsvinden, komen vanuit het chavistische kamp. Op 5 januari kwamen duizenden Venezolanden op straat om te protesteren tegen de ontvoering van Maduro en zijn vrouw.
Dit is ook geen herhaling van 2002, toen er een coup met daarna weer een snelle terugkeer van Chávez was tussen 11 en 13 april. De situatie is ernstig, maar het land lijkt niet in een onmiddellijke burgeroorlog te glijden.
Wat wél zichtbaar is: onzekerheid. Families staan in de rij om voedsel en basisgoederen in te slaan. Het is het eerste sociale effect van een geopolitieke shock: mensen proberen zichzelf te beschermen tegen wat er nog komt.
Het echte doel: breuk in leger en chavisme
Als het niet ging om een volledige bezetting, waar ging het dan wel om? De meest logische hypothese is dat de aanval bedoeld was om de politieke leiding te onthoofden en vooral de commandoketen van het Venezolaanse leger te breken.
De burgerlijk-militaire eenheid is al decennia de ruggengraat van het chavisme.[1] Ze staat ook op het eeuwige verlanglijstje van de lokale oppositie en van de imperialistische buitenlandse politiek: splits het leger, breek de interne samenhang, en de rest volgt.
De achilleshiel van de imperialistische strategie is het gebrek aan een sterke interne vazalkracht
Maar hier botst de agressie op een hardnekkig probleem. De achilleshiel van de imperialistische strategie is, al zeker sinds 2017, het gebrek aan een sterke interne bondgenoot. Er is geen lokale actor met voldoende (militaire) slagkracht én massamobilisatie om een ‘legitieme nationale opstand’ uit te roepen tegen een zogenaamd “onwettige tirannie”.
Venezuela is Syrië of Libië niet. Het is homogener, en de politieke, culturele en territoriale samenhang verschilt grondig. Ook de regio als geheel heeft, door haar koloniale en vroege postkoloniale geschiedenis, doorgaans een robuustere staatvorming dan andere landen uit het Zuiden.
Net daarom was de ontvoering van Maduro niet het eindpunt, maar een katalysator die iets anders moest losmaken: overloperij, breuk, capitulatie. Dat lijkt voorlopig niet te gebeuren.
De toespraak van vice-president Delcy Rodríguez sprak bewust speculaties over “verraad” en interne scheuren tegen. Terwijl Trump en Marco Rubio graag insinuaties voeden, kwam er een duidelijke boodschap: “De enige president van Venezuela is Nicolás Maduro”.
Tegelijk werd Rodríguez door het Hooggerechtshof aangeduid als waarnemend president. Dat geeft haar de mogelijkheid om presidentiële functies op te nemen voor negentig dagen, en dat is verlengbaar.
Volgens het Witte Huis zou zij bereid zijn om samen te werken met de VS. Maar als dat klopt, valt nog te bezien wat dat betekent. Het feit dat zij is aangeduid door het Hooggerechtshof, is in elk geval een duidelijk signaal dat de staatsstructuur voort werkt en dat de Venezolaanse regering geen machtsvacuüm wil laten ontstaan.
Waarom Washington nog kan escaleren
Trump dreigde met een nieuwe ronde aanvallen als hij zijn zin niet krijgt. Dat valt zeker niet uit te sluiten. De actie van zaterdagnacht moest vooral een politiek effect uitlokken. Als dat effect uitblijft, ligt het voor de hand dat het Witte Huis meer militair geweld zal gebruiken.
Het is eigenlijk de logica zelve: als je geen ‘legitieme’ binnenlandse opstand kan presenteren of organiseren, dan moet je de tegenstander breken met maximale druk. Dat kan door een olieblokkade op zee, het vasthouden van de ontvoerde president en eventueel nieuwe bombardementen.
Vele uren na de aanval zijn eventuele grote breuken in het chavisme nog niet zichtbaar
Wat er in de regeringskantoren en kazernes wordt besproken, weten we niet. Wel is duidelijk dat, vele uren na de aanval, eventuele grote breuken in het chavisme nog niet zichtbaar zijn.
Een bijkomende hypothese is dat Washington zal proberen een wig te drijven tussen de topfiguren. Met name tussen Diosdado Cabello, de minister van Binnenlandse Zaken met grote invloed op het sociale veld en het leger, en Delcy Rodríguez en haar broer Jorge (die het parlement voorzit).
Opvallend is ook wat Trump niet deed. Hij riep geen “legitieme” oppositieleider uit tot staatshoofd, zoals hij deed met Guaidó in 2019. Integendeel: hij kleineerde oppositieleider en Nobelprijswinnares María Corina Machado en noemde haar in feite onbekwaam om het land te leiden.
In plaats daarvan verklaarde Trump tot verbazing dat de Verenigde Staten voorlopig zelf de “transitie” zouden beheren. Maar die transitie is tot nu toe vooral een woord, een plan dat men uitspreekt alsof het al werkelijkheid is.
Er duikt ook de vrees op voor een strategie van territoriale ‘balkanisering’, zoals in andere oorlogstheaters
De donkerste mogelijkheid blijft dat de agressor later probeert olievelden en kritieke infrastructuur onder controle te krijgen, om het verzet economisch onmogelijk te maken en tegelijk een dure militaire operatie te financieren.
Daarbij duikt ook de vrees op voor een strategie van territoriale ‘balkanisering’, zoals in andere oorlogstheaters. Daar hoort wel een belangrijke kanttekening bij: Amerikaans-Latijnse realiteiten zijn niet die van West-Azië (Midden-Oosten).
In dat kader wordt verwezen naar het ‘Trump-corollarium’ op de Monroe-doctrine: het idee dat Venezuela’s strategische rijkdommen “gestolen” zouden zijn van de VS en terug in handen moeten komen. Een claim die botst met de Venezolaanse grondwettelijke traditie, waarin bodem- en ondergrondse rijkdommen als onvervreemdbaar gelden.
Ook de discussie over de “gemakkelijke” ontvoering vraagt nuchterheid. Trump beschreef geen vreedzame wandeling, maar een gewelddadige operatie met gevechten en bombardementen. Er wordt gesproken over minstens veertig doden.
Het zijn signalen dat de democratische besluitvorming in de VS overruled wordt door geconcentreerde macht
En er is nog een harde realiteit: de enorme conventionele militaire superioriteit van de machtigste wapenstaat ter wereld. Elitetroepen zoals de Delta Force zijn gespecialiseerd in ontvoeringen, zoals eerder gebeurde in 1989 met de president van Panama, in 2004 met de president van Haïti en in 2009 met de president van Honduras. Venezuela’s defensieve capaciteit werd bovendien snel verlamd door drone-aanvallen.
Les voor de regio: eenheid of prooi
Een eerste conclusie is dat de VS ver verwijderd is van het beeld van een democratische rechtsstaat die zichzelf graag exporteert. Van buitengerechtelijke moorden tegen vermeende drugshandelaars en tegen eenvoudige vissers, tot een oorlogshandeling die niet door het Congres werd goedgekeurd. Het zijn signalen dat de democratische besluitvorming overruled wordt door geconcentreerde macht.
Twee krachten springen eruit: het militair-industrieel complex, dat oorlog nodig heeft als permanente toestand om zichzelf te blijven voeden, en de grote oliemaatschappijen met miljardbelangen in Venezuela.
Een tweede conclusie is even pijnlijk: deze agressie kwam niet uit het niets. Ze werd maandenlang voorbereid en aangekondigd, voor de ogen van de wereld. Toch kozen veel internationale actoren – regeringen, multilaterale instellingen, bedrijven, media – ervoor om de oorlogstrommels in het Caribisch gebied te negeren.
Erger nog: wie het gevaar benoemde werd vaak weggezet als “achterhaalde anti-imperialist”. De boodschap is dat het nog niet te laat is om fouten te corrigeren, maar dat dit daadkracht vraagt op alle niveaus. En dat landen die openlijk bedreigd worden – Mexico, Colombia, Brazilië, Cuba, Nicaragua, en wie weet ook Groenland en Canada – beter niet wachten op een reddende deus ex machina. Deze regio zal, als het erop aankomt, op zichzelf aangewezen zijn.
Irak eindigde met 1 miljoen doden en meer dan 4 miljoen ontheemden
Ook moeten we stoppen met de sprookjes. Jarenlang werd het obsessieve VS-beleid tegenover Venezuela verpakt als zorg om democratie, mensenrechten of de strijd tegen drugs en transnationale misdaad. Maar de kern is altijd dezelfde geweest: het herlanceren van rauwe, agressieve imperialistische geopolitiek, met controle over de regio en koloniale plundering van natuurlijke rijkdommen als inzet.
Wie denkt dat een ‘chirurgische’ interventie in Venezuela het politieke conflict magisch oplost of de liberale democratie verbetert, heeft het fout. Zulke operaties bestaan niet. Een van de laatste grote ‘chirurgische’ oorlogen – Irak – eindigde met een miljoen doden en meer dan vier miljoen ontheemden.
‘Falende staten' zijn dan geen ongeluk, maar zelfvervullende voorspellingen: eerst wordt een land bestempeld als probleem, daarna wordt alles gedaan om normale staatvorming en het dagelijks leven te saboteren. Vraag het maar aan Irak, Libië of Haïti.
Wat er in Venezuela gebeurt, is dus niet alleen een Venezolaans drama. Het is een signaal over wat mogelijk wordt geacht in onze regio. En het is een test: voor de eenheid van Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, en voor het vermogen om niet opnieuw in afzonderlijke prooien uiteen te vallen.
Dit is een licht bewerkte en samenvattende vertaling van een artikel dat eerder op Huella del Sur verscheen.
Lees hier ons volledig dossier over Venezuela.
Note:
[1] Het chavisme is de politieke stroming in Venezuela die is ontstaan rond de voormalige president Hugo Chávez. Het is een mix van links patriotisme, anti-imperialisme en een sterke rol voor de staat, met nadruk op sociale programma’s voor armere lagen.