Kerst zonder suikerlaagje: het radicale verhaal van hoop en verzet
Een kind geboren in onderdrukking
De oorspronkelijke kerstvertelling speelt zich af in een uithoek van een machtig imperium. Een volk met een lange geschiedenis wordt er onder de voet gelopen door een technologisch superieure bezetter.
Buitenlandse soldaten controleren de straten, lokale machthebbers buigen voor de wil van de bezetter. Opstanden van boeren en tot slaaf gemaakten worden telkens opnieuw bloedig neergeslagen.
In die context raakt een jong, ongehuwd meisje zwanger. Geen reden tot schaamte of angst, maar een bron van hoop. Ze zingt zelfs een oud lied, het Magnificat, dat doordrenkt is van radicale verwachting: machthebbers zullen van hun troon vallen, de armen zullen eten, de rijken vertrekken met lege handen.
Het Magnificat klinkt als een aankondiging van sociale omwenteling.
Geen plaats in de herberg
De jonge vrouw en haar verloofde worden door de bezetter verplicht om zich te laten registreren voor een volkstelling. Die is nodig om de bevolking optimaal te kunnen belasten.
Het koppel onderneemt een zware tocht, terwijl de bevalling nadert. In de herbergen wordt geen plek voor hen gemaakt. Ze wijken uit naar een stal, waar hun kind geboren wordt tussen de dieren. Het is een vertrouwd beeld, maar achter de kerstkaartschattigheid gaat de harde realiteit schuil van armoede, migratie en dakloosheid.
De groep rond Jezus brengt een radicale agenda die de bestaande orde rechtstreeks uitdaagt
En dan volgt terreur. De lokale heerser, bang voor elk sprankje verzet, laat in het land alle jongetjes onder een bepaalde leeftijd vermoorden. De jonge familie vlucht hals over kop naar een buurland - een verhaal dat pijnlijk veel lijkt op hedendaagse vluchtelingenervaringen.
Volkse coalitie
Pas na de dood van de despoot keren ze terug. Het kind groeit op tot een timmerman, maar ontpopt zich tot organisator van een beweging voor sociale en economische verandering.
De groep die hij rond zich verzamelt is divers: vissers, voormalige sekswerkers, werklozen, kleine ambtenaren, vrouwen en mannen met verschillende achtergronden. Het is een volkse coalitie van mensen die al te vaak onzichtbaar blijven.
Hun programma is helder: maak de kromme paden recht, maak het land gelijk. Breng goed nieuws aan de armen, bevrijd wie gevangen zit, geef zicht aan wie niet gezien wordt. Vrijheid voor wie wordt onderdrukt. Een radicale agenda die de bestaande orde rechtstreeks uitdaagt.
Kerst zonder suikerlaagje
Wie de kerstgeschiedenis ontdoet van de zoete verpakking, vindt geen sprookje maar een verhaal van mensen in precaire omstandigheden, herkenbaar voor miljoenen vandaag. Mensen die hun geschiedenis van strijd kennen en die vasthouden aan de mogelijkheid van verandering.
Maria, de jonge moeder, twijfelt geen moment aan die toekomst. Haar lied is niets minder dan revolutionair. Het zegt wat zoveel onderdrukten blijven herhalen: dit systeem hoeft niet te blijven wat het is. (Het volledige lied vind je onderaan.)
Ook in populaire kerstliederen klinkt dat verzet door. O Holy Night, geschreven door de Franse socialist Placide Cappeau en vertaald door de Amerikaanse abolitionist John Sullivan Dwight, draagt een uitgesproken politieke boodschap:
“Hij zal de ketenen verbreken, want de slaaf is onze broeder: en in zijn naam zal alle onderdrukking ophouden.” Niet bepaald vrijblijvend.
Conservatieven in de VS begrepen dat maar al te goed. Jarenlang werd het lied geweerd uit kerken en radiostations in het Zuiden. Zelfs muziek kon daar een bedreiging worden zodra ze sprak over solidariteit en bevrijding.
Communisme avant la lettre
Op 25 december 336 werd voor het eerst officieel de geboorte gevierd van een Joodse vluchteling en radicale prediker uit het huidige Palestina. Ironisch genoeg werd de datum zelf pas eeuwen later gekozen, waarschijnlijk om heidense vieringen van het zonnewendefeest in te palmen.
Het was een radicale breuk met marktlogica en cliëntelisme, richting een gemeenschap waar mensen elkaar echt dragen
Minder bekend is dat de eerste volgelingen van Jezus eigenlijk een soort communisme avant la lettre leefden. Historicus Roman Montero beschrijft hoe ze spullen inzamelden en uitdeelden aan weduwen, wezen en iedereen die het nodig had. Dat was geen losse liefdadigheid, maar een echte, georganiseerde vorm van sociale zekerheid.
En het ging nog verder dan dat. Niemand zag zijn bezit nog als strikt privé-eigendom. Ze leefden naar het principe: van ieder naar vermogen, aan ieder naar behoefte. Een radicale breuk met marktlogica en cliëntelisme, richting een gemeenschap waar mensen elkaar echt dragen.
Een kerstboodschap voor vandaag
Kerstmis hoeft dus niet te draaien om kooprace en verplichte gezelligheid. Het kan een moment zijn om te herinneren dat hoop ooit revolutionair was, en dat ze dat nog steeds kan zijn. Het verhaal van die jonge familie is een verhaal van dromen, vluchten, volhouden, terugkeren en organiseren.
Het is een uitnodiging om het nieuwe jaar in te stappen met dezelfde vastberadenheid: dakloosheid, armoede, racisme en onrecht zijn geen natuurwetten. Ze kunnen verdwijnen, als we ze bestrijden.
Wie je ook bent: een warme, strijdlustige kerst gewenst. En laat het nieuwe jaar er één zijn waarin we blijven bouwen aan een wereld waarin iedereen meetelt en niemand weggestuurd wordt met lege handen.
Magnificat
Mijn hart juicht om God,
ik kan niet zwijgen over deze omkering van alles.
Hij heeft oog gekregen voor iemand als ik,
onzichtbaar gemaakt in een wereld van status en prestatie.
Vanaf nu zullen mensen zeggen
dat juist de kleine mensen meetellen,
want de Machtige kiest niet voor paleizen,
maar voor wie onderaan de ladder staat.
Zijn naam staat voor bevrijding,
voor een liefde die weigert zich neer te leggen
bij armoede, geweld en ongelijkheid.
Hij laat niet los wie op hem rekenen,
steeds opnieuw schrijft hij geschiedenis
met mensen die afgeschreven zijn.
Hij haalt de arrogantie neer
van wie denkt dat geld en macht hen onaantastbaar maken.
Hij prikt de luchtbellen door
van hun propaganda en hun “er is geen alternatief”.
Machthebbers duwt hij van hun troon,
hun systemen van uitbuiting wankelen.
Wie klein wordt gehouden, tilt hij weer recht,
geknakte mensen krijgen hun waardigheid terug.
Wie honger heeft, vult hij met échte overvloed:
recht op brood, werk, zorg en toekomst.
Wie zich heeft volgepropt met rijkdom
en zijn ogen sluit voor het lijden van anderen,
stuurt hij met lege handen weg.
Hij vergeet zijn volk niet,
alle mensen die vechten voor gerechtigheid en vrede.
Hij blijft trouw aan zijn droom
van een wereld zonder onderdrukking,
zonder racisme, zonder uitgesloten mensen.
Dat heeft hij lang geleden al beloofd
aan de generaties vóór ons,
en die belofte geldt nog altijd:
van mens tot mens,
van strijd tot strijd,
tot recht en barmhartigheid de norm zijn
en niemand meer overleeft in de schaduw.
(Vrije vertaling van Lukas, 1,46-56)