Centenindex duwt koppels dieper in armoede
De centenindex is een van de maatregelen van de regering Arizona waarbij de indexering van het loon en van bepaalde sociale uitkeringen wordt afgeremd, zodra je boven een vast bedrag uitkomt. In de praktijk gaat het dus om een besparing op de automatische aanpassing aan de stijgende levensduurte.
Volgens middenveldorganisaties is dat niet alleen een verkeerde keuze, maar ook een maatregel die mensen treft “in armoede en bestaansonzekerheid” en hen “verder in de armoede duwt”. Dat zeggen onder andere de grootste ouderenvereniging OKRA, het Belgische Netwerk Armoede Bestrijding en Samana, de organisatie voor mensen met een chronische ziekte en mantelzorgers, in een gezamenlijk persbericht.
De maatregel is al van toepassing vanaf een pensioen van 1.700 euro netto per maand
Dubbele discriminatie
Heel wat middenveldorganisaties klagen al langer aan dat de centenindex, zoals die vandaag wordt toegepast op sociale uitkeringen, een dubbele discriminatie inhoudt.
Ten eerste ligt de benedengrens bijzonder laag: vanaf 2.000 euro bruto per maand wordt de indexering van sociale uitkeringen beperkt. Die grens is “dubbel zo streng als voor lonen en wedden”.
Ten tweede treft ze “koppels van gerechtigden op sociale uitkeringen met eenzelfde maandelijks inkomen zeer ongelijk”. Een koppel met twee uitkeringen van respectievelijk 3.000 euro en 1.000 euro bruto per maand wordt geconfronteerd met een beperking van de indexering.
Maar dat gebeurt niet wanneer beide partners elk 2.000 euro bruto per maand ontvangen, hoewel het totale inkomen dan even hoog is. Volgens de organisaties wordt zo niet gekeken naar draagkracht, maar naar een boekhoudkundige grens die voorbijgaat aan de realiteit van samenwonen, zorg en vaste kosten.
De regering verwees tijdens de parlementaire voorbereiding naar gepensioneerden met een “pensioen van 3.600 euro per maand”. Dat voorbeeld is volgens de organisaties “bijzonder misleidend”.
Voor heel wat mensen is indexering geen extraatje, maar het verschil tussen rekeningen betalen of achterstand opbouwen
De centenindex treft immers alle gerechtigden op sociale uitkeringen vanaf 2.000 euro bruto per maand. Voor gepensioneerden houdt dat in dat de maatregel al van toepassing is vanaf een uitkering van 1.700 euro netto per maand.
Vandaag ligt die benedengrens 12,4 procent onder de Europese armoedenorm (2.284 euro in 2024). Koppels die daar net boven zitten, worden zo “verder in de armoede gedrukt”. Voor mensen die niet kunnen bijverdienen door leeftijd, ziekte of invaliditeit is indexering geen extraatje, maar het verschil tussen rekeningen betalen of achterstand opbouwen.
Zelfs minimumuitkeringen niet beschermd
Het wordt nog schrijnender. Ook een deel van de koppels die van één minimumuitkering in de sociale zekerheid en/of sociale bijstand moeten leven, wordt getroffen.
Voor koppels met een minimum gezinspensioen, zelfs bij een volledige loopbaan van 45 jaar, bedraagt dat 2.260 euro per maand. Ook koppels met een gezinspensioen, aangevuld met een inkomensgarantie voor ouderen (IGO),[1] komen met moeite aan 2.107 euro per maand. Daarnaast zijn er zieken en invaliden met personen ten laste met een minimumuitkering van 2.026 euro per maand.
De zwaarst getroffenen zijn degenen die recht hebben op een verhoogde tegemoetkoming omdat ze hulp van derden nodig hebben, met een minimum van 2.790 euro per maand.
Door zes jaar schorsing van de welvaartsvastheid is de bodembescherming zwaar gehavend
Dat zijn bedragen die op papier misschien ‘boven 2.000 euro’ zitten, maar die in werkelijkheid vaak net volstaan om een huishouden draaiende te houden.
Het middenveld wijst erop dat de bodembescherming in de sociale zekerheid en sociale bijstand al “zwaar gehavend” is door zes jaar schorsing van de welvaartsvastheid. Volgens de parameters van het Generatiepact is dat op zich al goed voor een verlies van 5,8 procent.
“Het kan toch niet de bedoeling zijn” dat die bodembescherming “verder onderuit” wordt gehaald via de centenindex, klinkt het.
Roger, 95 jaar: ‘grootverdiener’ met 2.300 euro
De getuigenis van Roger, 95 jaar, brengt de gevolgen van de centenindex tot leven. Hij en zijn partner leven van één gezinspensioen en voelen zich weggezet als ‘grootverdieners’. Roger getuigt:
“We zijn 95 jaar en hebben ons pensioen opgebouwd in de vorige eeuw. Wij hebben één pensioen, een gezinspensioen, na een loopbaan van 48 pensioenjaren. We behoren tot de uitstervende groep die het moet doen met één inkomen.
Ons pensioen is niet genoeg om de opname van één persoon te betalen in een bejaardenhuis. Gezien ons gezinspensioen van 2.300 euro de 2.000 euro overschrijdt, worden we grootverdiener volgens de regering en gelijkgesteld met werkenden die 4.000 euro verdienen en dat meestal met twee inkomens.
Niemand levert graag in. Maar moesten we een plan zien dat evenwichtig is naar draagkracht en durf heeft om te zoeken waar het te vinden is, dan ware er nog hoop. Ook voor de doorzetters uit de vorige eeuw.”
Eisen van het middenveld
Los van de algemene kritiek op de centenindex en het discriminerende karakter ervan, verwacht het middenveld op korte termijn minstens drie bijsturingen. Eerst en vooral moet de volledige indexering van alle minimumuitkeringen in de sociale zekerheid, én van de bijstandsuitkeringen, worden gevrijwaard.
Daarnaast vragen de organisaties dat het grensbedrag wordt opgetrokken wanneer twee of meer personen van één uitkering moeten leven. Concreet gaat het om een verhoging met 50 procent, naar 3.000 euro bruto per maand, zodat gezinnen niet gestraft worden omdat ze met meer zijn.
Net mensen die extra zorg nodig hebben, mogen niet de rekening gepresenteerd krijgen
Ten slotte moet ook de forfaitaire hulp aan derden voor uitkeringen voor ziekte en invaliditeit volledig worden geïndexeerd. Net mensen die extra zorg nodig hebben, mogen niet de rekening gepresenteerd krijgen.
De Warmste Week roept op tot warmte en verbondenheid. Maar voor wie elke euro telt, begint solidariteit bij een sociale bescherming die niet achteruitgaat wanneer de prijzen stijgen.
Lees ook:
Arizona knipt in de index: loondiefstal in ‘light’-verpakking
Note:
[1] IGO is geen gewoon pensioen, maar een sociale bijpassing voor mensen op (wettelijke) pensioenleeftijd die te weinig inkomen hebben. Je krijgt het alleen als je inkomsten laag genoeg zijn (inkomensonderzoek, meestal ook rekening met je gezinssituatie), en je moet aan voorwaarden zoals leeftijd en verblijf voldoen.