Opinie

“Nee mevrouw, de kolonisatie van Congo was nooit puur economisch”

Afbeelding
Standbeeld van Leopold II in Oostende. Foto: Gordito1869, CC BY-SA 4.0
Standbeeld van Leopold II in Oostende. Foto: Gordito1869, CC BY-SA 4.0
Op een dekoloniale wandeling in Oostende hoor ik het weer: Leopold II “wist het niet”, de kolonisatie van Congo was “economisch”. De scheiding tussen economisch en racistisch geweld is zelf een koloniale reflex. Racisme was geen detail, maar de logica die uitbuiting mogelijk maakte - en die nog bepaalt wie als mens telt.

Dit jaar nam ik deel aan een dekoloniale wandeling in Oostende. Zo’n wandeling gidst je langs monumenten en gebouwen uit de koloniale periode, terwijl je samen reflecteert over hoe België zijn koloniale verleden in de openbare ruimte zichtbaar (of onzichtbaar) heeft gemaakt.

Toen we bij het grote standbeeld van Leopold II aan de dijk stonden, ontstond er een discussie over de motieven achter de kolonisatie van Congo. Een vrouw in de groep zei: “Maar Leopold II kon toch niet geweten hebben wat er allemaal gebeurde? Hij koloniseerde vooral om economische redenen.”

“Maar Leopold II kon toch niet geweten hebben wat er allemaal gebeurde?

Ik reageerde en wees erop dat racisme een fundamentele rol speelde in die koloniale logica, en dat het minimaliseren van de gruwel door te zeggen “hij wist het niet” doet denken aan het bekende “wir haben es nicht gewusst” na de Holocaust. De vrouw reageerde overstuur. Volgens haar hadden Hitlers misdaden een raciale ideologie, terwijl die van Leopold II eerder economisch waren.

Het was in dat moment duidelijk hoe hardnekkig de scheiding blijft tussen economische uitbuiting daar en raciaal geweld hier. Alsof kolonialisme geen racistische ideologie is, maar gewoon een zakelijke onderneming. Alsof racisme enkel thuishoorde in Europa in de jaren 40

Waarom blijven we het geweld van het kolonialisme loskoppelen van racisme, terwijl ras juist het centrale principe is dat het systeem mogelijk maakte? Wat zegt die ontkoppeling over hoe wij vandaag nog steeds kijken naar geweld, verantwoordelijkheid en wie als 'volwaardig mens' wordt gezien?

Belgisch Congo

De scheiding tussen 'economisch' en 'racistisch' geweld is op zichzelf een koloniale erfenis. Leopold II’s project in Congo begon niet als een Belgisch staatsproject, maar als zijn persoonlijke bezit: de Kongo-Vrijstaat (1885-1908). De voornaamste ondernemingen tijdens deze periode waren mijnbouw en suiker- en rubberplantages.

Zijn initiële redenen voor een persoonlijk bezit in Afrika waren weliswaar economisch en status-gerelateerd, maar de onderneming werd gerechtvaardigd door een raciale hiërarchie: Europeanen golden als beschaafd en verheven, terwijl Afrikanen als minderwaardig gezien werden. Zij mochten dus uitgebuit, verminkt en gedood worden. Wie namelijk minder als mens wordt gezien, hoeft ook niet als mens behandeld te worden.

Deze raciale hiërarchie vertaalde zich in de praktijk in gedwongen arbeid van Congolezen, massale ziekte en uithongering. En wanneer de Belgische werkgever vond dat het werk niet correct was uitgevoerd, volgden ook martelingen en amputaties.

Ras was geen bijzaak, het was de ordenende logica

Nadat deze schandalen internationaal bekend werden gemaakt, werd in 1908 Kongo-Vrijstaat overgedragen aan de Belgische Staat, en omgedoopt tot Belgisch-Congo. Maar de raciale fundamenten bleven. Het koloniale bestuur organiseerde de samenleving strikt volgens ras: aparte onderwijsstructuren, aparte wijken, aparte wettelijke systemen. Geen enkele Congolees kon in eigen land gelijke staatsburgerrechten verkrijgen als de Belgische kolonisatoren. Ras was dus geen bijzaak. Het was de ordenende logica.

Collectieve herinnering van geweld

Vandaag is dat nog steeds zichtbaar (of juist onzichtbaar) in onze collectieve herinnering. Volgens de CoDeC-lesmodule van de KU Leuven is er in de hedendaagse culturele collectieve herinnering over koloniaal Congo weinig kritische reflectie ten opzichte van de impact van de Belgische koloniale missie in Congo en België. Onder buitenlandse academische historici bestaat een erg kritisch beeld van België als koloniale mogendheid, maar de Belgische publieke opinie is zich hier weinig van bewust. 

In maart 2020 wees een Brits onderzoek zelfs uit dat 23 procent van de Belgen eerder trots dan beschaamd is over het koloniale verleden. Meer dan de helft van de bevraagden reageerde onverschillig.  

Een belangrijke oorzaak van het gebrek aan kennis over het koloniale verleden ligt in het onderwijs. Volgens de CoDeC-lesmodule van KU Leuven heeft België nooit een duidelijke herinneringspolitiek ontwikkeld rond Congo. Dat komt onder meer doordat België sinds de jaren 1970 steeds meer intern verdeeld raakte: Vlaanderen en Wallonië hebben elk hun eigen geschiedbeelden, waardoor er geen nationaal verhaal ontstaat. Uit angst om spanningen te versterken, laat de overheid het onderwerp liever liggen.

Het gevolg: in scholen wordt kolonialisme vaak maar beperkt besproken, Congolese stemmen krijgen weinig ruimte, en veel mensen blijven geloven dat de kolonisatie vooral “economisch” was. Racisme, wat juist de kern van het kolonialisme vormde, wordt daardoor nauwelijks benoemd. Door deze ontkoppeling blijft racisme een abstract begrip, los van de structurele en historische context waarin het geweld van kolonialisme zich voltrok.

Collectieve herinnering van WOII

Dit staat in sterk contrast met hoe de bezetting in WOII herinnerd wordt. Volgens onderzoeker De Guissmé vormt WOII een zichtbaar en erkend moreel referentiepunt in België. Er bestaan monumenten, herdenkingen, schoollessen en een breed gedragen consensus dat collaboratie fout was. België heeft zichzelf hier gepositioneerd als slachtoffer én als morele hersteller.

De Guissmé stelt dat dit verschil niet toevallig is. De WOII-herinnering past namelijk in een nationaal narratief van wat goed en fout is. België kan zich daarin als de held positioneren. De herinnering aan Congo zou daarentegen betekenen dat België zichzelf als dader moet erkennen, en dat voelt maatschappelijk en politiek nog steeds oncomfortabel. 

De Holocaust was een radicale voortzetting van dezelfde ideologie die ook het koloniale systeem voedde

De horror van de Holocaust in WOII vindt nochtans zijn origine in het koloniale imperialisme. Onderzoeker Randall benadrukt in Imperialism, Race Thinking, Gender, and Genocide dat raciale hiërarchieën en stereotypen eerst werden ingezet om koloniale overheersing en economische exploitatie te rechtvaardigen. En later werden diezelfde denkbeelden ook binnen Europa toegepast om bepaalde bevolkingsgroepen te ontmenselijken en uit te roeien. De Holocaust was daarmee geen historische uitzondering, maar een radicale voortzetting van eerder ontwikkeld race thinking, dezelfde ideologie die ook het koloniale systeem voedde.

Door kolonialisme en de Holocaust als volledig gescheiden fenomenen te blijven behandelen, ontkennen we die gedeelde gewelddadige wortels. Het maakt het makkelijker om koloniaal geweld te minimaliseren en om racisme als iets “externs” of “tijdelijks” te beschouwen, in plaats van als een diepgeworteld Europees project dat zich in verschillende contexten manifesteerde.

Tussen erkennen en ontkennen

Racistisch geweld is dus geen geïsoleerd fenomeen, maar de leidraad voor economische uitbuiting, etnische zuivering en uitroeiing. Een doorlopende ideologische lijn die economische exploitatie en ideologisch gemotiveerde genocide met elkaar verbindt. Toch blijft die samenhang vaak onbesproken.

Dat heeft te maken met hoe we geweld framen. Koloniaal geweld in Congo wordt meestal voorgesteld als economisch: grondstoffenroof, dwangarbeid en verwoesting van samenlevingen worden voorgesteld als exploitatie. Maar de raciale ideologie die dit geweld legitimeerde - de overtuiging dat Afrikaanse volkeren minder mens waren - wordt nauwelijks erkend. 

Antropoloog Mahmood Mamdani stelt dat genocide makkelijker wordt erkend wanneer het Europeanen treft, omdat hun lijden als universeel menselijk wordt gezien. Maar kolonialisme erkennen als raciaal geweld zou betekenen dat België zelf de ideologische fundamenten van uitsluiting, segregatie en ontmenselijking heeft voortgebracht, precies wat men beweert dat na 1945 overwonnen zou zijn. Dat is politiek én psychologisch ongemakkelijk.

Deze weigering om kolonialisme als een raciale ideologie te erkennen werkt door in het heden. Zo zien we in Congo een voortdurende stille genocide in de mijnbouwregio’s: gemeenschappen worden van hun land verdreven door milities en internationale belangen, binnen een systeem dat rechtstreeks voortkomt uit koloniale economische logica en raciale hiërarchie.

Wie wij als mens erkennen, bepaalt wie wij herinneren

In Soedan worden etnische groepen verdreven in een strijd die zowel economisch als raciaal gestructureerd is, maar die wordt geframed als “conflict” of “instabiliteit” in plaats van als voortzetting van koloniale racialisering. En in Gaza wordt geweld voorgesteld als “religieus” of “cultureel”, terwijl de kern ervan berust op een logica van ontmenselijking en uitsluiting die herkenbaar is uit de koloniale geschiedenis: wie telt als mens, wie heeft rechten, wie mag leven?

Door kolonialisme en racisme van elkaar los te koppelen, blijft de kern onzichtbaar: het systematisch ontzeggen van menselijkheid op basis van raciale hiërarchie. Dit bepaalt nog steeds welke levens worden betreurd en welke genegeerd worden. Geweld tegen witte lichamen wordt als ideologische misdaad erkend en herdacht, terwijl geweld tegen gekoloniseerde lichamen gerationaliseerd wordt als politiek, economisch of “complex”.

Kortom: de manier waarop we geweld framen toont dat koloniale raciale hiërarchieën nog steeds doorwerken in hoe we menselijkheid, verantwoordelijkheid en rouwbaarheid begrijpen. 

De vrouw wist misschien niet beter, omdat het haar nooit verteld is geweest. Maar wij weten nu: wie wij als mens erkennen, bepaalt wie wij herinneren.

Afbeelding
https://www.dewereldmorgen.be/steun-ons
Steun | DeWereldMorgen

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?