Nexperia: waarom de Nederlandse chipdiefstal in het gezicht van Europa ontplofte
Nexperia is een Chinese chip- en telefoonproducent met verscheidene zetels in binnen- en buitenland. In de Nederlandse stad Nijmegen worden wafers gemaakt. Dat zijn uiterst dunne siliciumschijven, grondplaten, waarop honderden of duizenden chips staan.
De chips die Nexperia aanmaakt, zijn van het meer eenvoudige type. Ze zorgen niet voor complexe berekeningen, zoals chips die artificiële intelligentie genereren. Toch zijn ze onmisbaar in auto’s, industriële machines en huishoudelektronica. Iedere auto die van de band rolt, heeft honderden dergelijke chips.
Nexperia produceert zowat 100 miljard chips per jaar. Dat is bijna de helft van de wereldproductie van dit soort chips. De afnemers ervan werken volgens het just-in-time-principe: ze hebben zo weinig mogelijk hiervan in voorraad omdat dit dood kapitaal is. Maar als de productie bij Nexperia hapert, zijn de buffers dus te smal en ontstaan er voorraadproblemen.
Onder Amerikaanse druk
De Chinese holding Wingtech kocht Nexperia in Nijmegen in 2018 voor 3,5 miljard euro. Wingtech is voor 30 procent eigendom van de Chinese overheid.
Ongeveer in dezelfde periode lanceerde de ploeg van president Trump een offensief tegen de Chinese technologische sector. Dat offensief gaat sindsdien constant crescendo.
Midden 2024 benaderde de Amerikaanse overheid de Nederlandse regering met de vraag – of de eis – iets te doen aan het Chinese eigendom van Nexperia.
Je vraagt je af wat de Nederlanders bezield heeft
Onder deze druk besliste de Nederlandse regering in oktober “een aantal maatregelen te nemen. Nadien zouden wij de Amerikanen op de hoogte stellen van het feit dat Nexperia nu een Nederlandse onderneming is”, aldus Vincent Karremans, de Nederlandse minister van Economie.
De Nederlandse regering nam de controle over van de fabriek in Nijmegen. Ze verbood de directie welke beslissing dan ook te nemen zonder het voorafgaand akkoord van de regering. De CEO werd vervangen door een stropop. Kortom: de onderneming was gestolen. Een diefstal van ongeveer 4 miljard euro.
Wat bezielde Nederland?
Maar de wafers met daarop de chips die in Nijmegen gemaakt worden, zijn geen afgewerkte producten. Nexperia verscheept de wafers van Nijmegen naar Guangdong in China. Daar worden de chips uitgesneden en elektrisch getest.
De chips zijn erg kwetsbaar en krijgen daarom daar ook een beschermende behuizing. Met andere woorden: zonder het werk in China zijn de chips van Nijmegen niet bruikbaar.
Je vraagt je af wat de Nederlanders bezield heeft. Wisten ze wel waar ze aan begonnen en dat de fabriek afhankelijk was van de eindproductie in China? Of was de druk van de Amerikanen zo immens?
Misschien hadden de Nederlanders andere eindproducenten gecontacteerd in bijvoorbeeld Taiwan om de rol van Guangdong over te nemen? Hoe dan ook: ze hoopten allicht dat de Chinezen met een vriendelijk ni hao zouden vertrekken. Ze hadden het mis.
Enkele dagen na de inbeslagname van de fabriek in Nijmegen, vaardigde de Chinese regering een decreet uit waarin staat dat geen enkele Nexperia-chip China nog mocht verlaten. De stroom van miljarden chips viel onmiddellijk stil.
Paniek onder autoproducenten
De Europese automobielfabrikanten sloegen alarm en zeiden dat ze slechts voor enkele weken chips in voorraad hadden en dan zouden ze de productie moeten stilleggen. Bosch, de grootste leverancier van onderdelen voor de sector, stuurde al meteen honderden werknemers tijdelijk naar huis.
Hetzelfde gebeurde bij automobielfabrieken in Japan, Mexico, Brazilië en de Verenigde Staten. Waarop de Nederlandse regering inbond en de inbeslagname van de fabriek in Nijmegen tenietdeed. De eigenaar, China, werd in zijn recht hersteld.
Winst, altijd meer winst
De oorzaak van dit conflict is te vinden in de voorgeschiedenis. Vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw bouwden Europese ondernemingen een stevige reputatie uit op vlak van technologische ontwikkeling. Philips in Nederland was de eerste onderneming buiten de VS die transistoren en geïntegreerde circuits bouwde. Nexperia stamt trouwens af van Philips.
De veel hoger geavanceerde chips kunnen tienduizenden keren duurder zijn dan de eenvoudige chips
In Duitsland deed Siemens hetzelfde, zoals Thomson in Frankrijk, SGS in Italië en Ferranti in het Verenigd Koninkrijk. In het begin van de jaren 90 nam de technologische ontwikkeling een hoge vlucht. Daarop beslisten firma’s zoals Philips en Siemens om zich enkel en alleen te concentreren op de ontwikkeling van de meest complexe chips. Dat zijn de bouwstenen van de meest hoogwaardige producten en leveren de meeste winst op.
Ondanks de hoge omzet is de winst van Nexperia in vergelijking met producenten van meer hoogwaardige chips klein. De goedkoopste Nexperia-chip kost de afnemer slechts 0,06 dollar per stuk. De veel hoger geavanceerde chips kunnen tienduizenden keren duurder zijn. De modernste NVIDIA-chips bijvoorbeeld kosten tussen de 10.000 en 40.000 dollar per stuk.
Europese en Amerikaanse massaproductie zakt weg
De bouw van een moderne chipfabriek is bovendien ontzettend duur. In New York bouwt Micron een fabriek die 100 miljard dollar gaat kosten. In het Duitse Maagdenburg komt er een fabriek van Intel ten bedrage van 33 miljard dollar. De gigantische investeringskosten sluiten de deur voor de bouw van fabrieken voor de productie van chips met slechts een kleine winstmarge.
Zo kwam twintig jaar geleden een proces op gang waarbij bedrijven als Philips, Siemens en Thomson hun bestaande chip-afdelingen afstootten en zich gingen toeleggen op de ontwikkeling van chips met een veel hogere toegevoegde waarde.
In het Westen beslist de technologiereus en betaalt de staat een belangrijk deel van de kosten
De massaproductie van gewone chips, à la Nexperia, ging snel achteruit. Het Europese aandeel in de wereldwijde productie van chips daalde van 25 procent in 2000 naar 8 procent vandaag. Het aandeel van de Verenigde Staten zakte van 37 procent in 1990 naar 10 procent vandaag.
De zaak-Nexperia toont dat de technologiereuzen met hun onstuitbare zucht naar altijd maar meer winst, hele economische sectoren in gevaar brengen. De technologiereuzen ondermijnen evenwichtige ontwikkeling van de economie en daarmee van onze maatschappij.
Staat betaalt, maar leidt niet
Chips vormen een strategische sector, ze zijn cruciaal voor de hele economie. Je kan de ondernemingen van die sectoren niet zomaar in hun eentje bezig laten zijn. De Nexperia-affaire laat zien dat het in de technologische sector ontbreekt aan een plan.
De rol van de staat, zowel in de VS als in Europa, bestaat in de financiering van het onderzoek, de financiering van de bouw van productie-eenheden en de financiering van de uitvoer. De technologiereus beslist en de staat betaalt een belangrijk deel van de kosten. Op geen enkel ogenblik en op geen enkel terrein heeft de staat wat dan ook te zeggen.
In 2022, onder president Biden, is in de VS het programma voor steun aan de chipsector goedgekeurd. De zogenoemde CHIPS and Science Act. Daarin staat dat overheid de komende tien jaar 280 miljard dollar in de sector pompt, waarvan 200 miljard voor onderzoek, ontwikkeling en commercialisering.
Hoe meer de technologiesector een cruciale plaats inneemt, hoe meer een plan nodig is
Europa heeft een gelijkaardig programma. De rol van de staat beperkt zich in de twee gevallen tot die van een gulle donor. Hoe meer de technologiesector een cruciale plaats inneemt in de andere economische sectoren en hoe hoger de investeringen in research and development en in de productie zijn, des te meer is een plan nodig dat de ontwikkeling leidt.