Analyse

Toen links centrumrechts werd: wat Denemarken ons leert

Afbeelding
Mette Frederiksen. Foto: Johan Wessman / News Oresund, CC BY 2.0.
Mette Frederiksen. Foto: Johan Wessman / News Oresund, CC BY 2.0.
De Deense sociaaldemocraten van Mette Frederiksen verliezen bij de lokale verkiezingen voor het eerst in meer dan een eeuw hun bastion Kopenhagen. Dat is geen lokaal fait-divers, maar het resultaat van een jarenlange opschuiving naar het midden en de normalisering van rechtse prioriteiten.

Het is een politieke shock in Denemarken, waar de inwoners van Kopenhagen dinsdag de partij van premier Mette Frederiksen hebben afgestraft, ten voordele van twee meer linkse partijen. Voor het eerst in meer dan een eeuw verliezen de sociaaldemocraten zo de sjerp in de hoofdstad. 

Het Deense model is lang een voorbeeld geweest voor veel centrum-linkse partijen over heel Europa, maar deze verkiezingsuitslag zou een wake-up call moeten zijn voor al degenen die zich progressief noemen maar in de praktijk vooral bezig zijn het centrum en rechts achterna te lopen. 

Deze verkiezingsuitslag zou een wake-up call moeten zijn

De nederlaag toont aan wat er gebeurt wanneer een stroming die ooit gebouwd was op sociale vooruitgang, bescherming en solidariteit, langzaam maar zeker opschuift naar rechtse prioriteiten en symboliek. Dat maakt de Deense les bijzonder relevant voor Vlaanderen, waar Vooruit onder Conner Rousseau meer en meer een gelijkaardige koers vaart. Wat gebeurt er wanneer links zichzelf verwatert? 

Prijs van sociaaldemocratie die midden volgt 

De Deense sociaaldemocraten kozen de voorbije jaren bewust voor een strategie van zogenaamd ‘realistisch bestuur’, met een hard migratiebeleid, een strakker begrotingsdiscours en een politieke stijl die vooral mikt op gematigdheid en compromissen. De keuze om het centrum op te zoeken en zodoende de electorale concurrentie van rechts te neutraliseren, moest volgens de partijtop garantie bieden op stabiliteit en hun macht als grootste partij bestendigen. Ze leverde echter het tegenovergestelde op. 

De electorale schade die ze nu bij de lokale verkiezingen hebben opgelopen is duidelijk: hun grootstedelijke kiezers zijn massaal weggelopen, de sociale bolwerken van weleer brokkelen af en linkse alternatieven overtuigen omdat zij wel durven te pleiten voor investeringen in betaalbaar wonen, zorg en de openbare sector. 

Tegelijk wint het rechts-populisme op het platteland, waar de Deense onderbuik wordt gevoed door onzekerheid en door de indruk dat de sociaaldemocraten geen duidelijke perspectieven meer bieden. Wie het midden achterna loopt wordt uiteindelijk door hen opgeslokt, en verliest daardoor zowel zijn smoel als electorale aantrekkingskracht. 

Het is een klassiek patroon dat zodra sociaaldemocraten hun eigen historisch project verlaten, ze tegelijkertijd hun bestaansreden verliezen. Een partij die niet langer duidelijk staat voor herverdeling, solidariteit en rechtvaardigheid wordt een variant van het centrum. En dan zullen kiezers andere stemmen zoeken die hun belangen wel duidelijk verdedigen.

Spiegel voor Vlaanderen: koers van Vooruit 

In onze regio herkennen we dezelfde politieke logica. De sterkte van Vooruit stoelt meer op de communicatie en de persoon Rousseau, dan door een uitgesproken sociaal programma. Hun koers brengt de partij nadrukkelijk dichter bij centrumrechtse denkbeelden als strengere migratie, de nadruk op individuele verantwoordelijkheid en een opvallende bereidheid om mee te stappen in de besparingslogica van de N-VA en de MR. 

De koers van Vooruit brengt de partij dichter bij centrumrechtse denkbeelden

Het resultaat is een partij die wel zegt dat ze sociale bescherming wilt bieden, maar in de praktijk akkoorden sluit met partijen die dit structureel terugschroeven. Dat wringt, en dat weten veel kiezers. Niet zelden zijn dit ook mensen die moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. 

De parallel met Denemarken is daarom pijnlijk duidelijk. Hoe meer sociaaldemocraten denken dat ze stemmen winnen door rechtse prioriteiten te normaliseren, hoe groter het risico dat ze hun kernpubliek gaan verliezen. 

Waarom linkse kiezers de sociaaldemocratie links laten liggen 

In Denemarken hebben de kiezers afgelopen dinsdag niet minder links gestemd, ze kozen gewoon minder sociaaldemocratisch. De verkiezingsthema’s die in Kopenhagen centraal stonden, zijn pijnlijk herkenbaar: torenhoge huurprijzen, personeelstekort in de zorg, stijgende werkdruk en een sociale zekerheid onder druk. 

Mensen willen uiteindelijk geen symboolpolitiek of harde taal die hun leven niet betert, en al zeker niet in de grootsteden. Ze willen oplossingen die echt verbeteringen zijn, zoals lagere woonkosten, betere diensten en waardig werk. 

Precies dat boden de andere linkse partijen zoals de Socialistische Volkspartij, die nu de burgemeester zal leveren, en de Rood-Groene Alliantie wel. De partij van Frederiksen bood het niet meer. 

En net zoals daar groeit ook hier in Vlaanderen en België de steun voor linkse alternatieven die duidelijk kiezen voor investeringen, voor herverdeling en voor bescherming in plaats van een besparingslogica. De les die hier wordt gegeven is heel helder: de kiezers zijn helemaal niet afgestapt van linkse waarden, ze zijn afgehaakt van een sociaaldemocratie met een gebrek aan durf die te vaak toegevingen doen aan het centrum. 

Het strategisch en moreel falen van rechts normaliseren 

De grootste fout van deze centrumstrategie is dat ze de tegenstander versterkt. Door conservatieve retoriek over migratie of harde begrotingsdiscipline achterna te hollen, verschuift het gehele politieke veld naar rechts. 

Het vraagt dat links opnieuw duidelijk maakt dat migratie niet het probleem is, maar woonbeleid en fiscale keuzes

Wat vroeger rechts was, wordt nu aanzien als realistisch, en wat vroeger progressief was wordt nu weggezet als onhaalbaar. In die logica verwateren de sociaaldemocraten steeds meer hun eigen verhaal en doen meer toegevingen om relevant te blijven. Intussen verliezen ze elke geloofwaardigheid bij hun achterban. 

Het probleem is dus niet dat de sociaaldemocratie te radicaal was geworden, het probleem is dat ze de laatste jaren hun eigen fundamenten hebben laten vieren. In zowel Denemarken als Vlaanderen geldt dat een progressieve partij geen vertrouwen kan winnen, wanneer ze voortdurend uitlegt waarom hun ideeën minder haalbaar zijn dan die van het centrum of de rechterzijde. 

Wat links wel moet doen 

Links moet opnieuw vertrekken vanuit de materiële realiteit. Niet van symbolen, niet van communicatief scherpe kantjes, maar van wat mensen effectief nodig hebben: degelijke huisvesting, sterke investeringen in zorg, een robuuste openbare sector, meer koopkracht en minder werkdruk. 

Dat vraagt geen middenkoers, maar politieke moed. Het vraagt dat links opnieuw duidelijk maakt dat migratie niet het probleem is, maar dat woonbeleid, fiscale keuzes en vermogensongelijkheid wel het probleem zijn. 

Het vraagt dat progressieve partijen durven samenwerken op basis van inhoud. Ook wanneer dat betekent dat je niet kiest voor de gemakkelijkste weg van de minste weerstand, maar voor een samenwerking die mensen, welja, vooruit helpt. Links moet weer een horizon bieden, geen compromis zonder richting. 

Heruitvinden, niet verwateren 

De nederlaag van de Deense sociaaldemocraten in Kopenhagen is geen toevalstreffer. Het is het resultaat van een jarenlang verhaal waarin een partij haar eigen geschiedenis en de ziel van hun beweging verving door het verhaal van een centrumkoers. 

Kopenhagen toont wat er gebeurt wanneer links teveel naar rechts opschuift

Hun geestesgenoten elders in Europa en niet in het minst hier in België kunnen deze fout herhalen, of ze kunnen ervoor kiezen om te proberen te begrijpen waarom links elders wel vooruitgaat: door opnieuw duidelijk te kiezen voor solidariteit, publieke investeringen en herverdeling. 

Kopenhagen toont wat er gebeurt wanneer links teveel naar rechts opschuift. Vlaanderen hoeft deze fout niet te kopiëren.

Afbeelding
https://www.dewereldmorgen.be/steun-ons
Steun | DeWereldMorgen

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?