Onze stem tegen de stroom: waarom kritische media ons redmiddel zijn
Het was dankzij een ingezonden brief in De Standaard dat ik voor het eerst het gevoel kreeg dat ik weer meetelde in de samenleving. Na vijftien jaar in een farmaceutische waas geleefd te hebben, een mist van benzodiazepines en antidepressiva die alles dempte, afvlakte en dof maakte, voelde het alsof iemand plots een natte, wollen deken van mijn hoofd rukte. Het licht deed pijn, maar het was wel écht licht. Ik kon opnieuw zien, opnieuw denken en vooral: opnieuw schrijven.
Meetellen in de samenleving
Die eerste brief, over mijn ontsnapping uit die chemische onderwereld, opende een deur waarvan ik dacht dat ze voorgoed vergrendeld was. Er volgden opinies over cultuur, politiek en toerisme, lezersbrieven, een interview, zelfs een week lang een rubriek op de achterpagina. Voor het eerst in jaren leek mijn stem iets uit te maken. Ik dacht: dit is het dan, de vervulling van die jeugddroom om schrijver of journalist te worden, een droom die begon op de achterkamer bij mijn grootouders, tussen stapels boeken en onleesbare kribbels.
Voor het eerst in jaren leek mijn stem iets uit te maken
Ik ben die krant daar nog altijd dankbaar voor. Het was een rentree langs de grote poort van wat, ondanks alles, nog steeds de beste kwaliteitskrant van Vlaanderen is. Die publicaties gaven me een vorm van cultureel kapitaal die mijn opinies gewicht gaf.
Heel even geloofde ik dat redacties werkelijk meerstemmig waren, dat een herrezen pen, hoe onhandig, zoekend of te persoonlijk misschien, een plek kon vinden tussen de grote namen naar wie ik al jaren opkeek. Dat je, als je maar hard en lang genoeg schreef, vanzelf deel werd van dat publieke gesprek dat een samenleving zuurstof geeft.
Tot het abrupt stilviel. Geen “dank voor uw inzending”, geen “we kiezen iets anders”, zelfs geen beleefde afwijzing. Mijn mails verdwenen in een vacuüm. Stukken die elders zonder moeite een plek vonden, vielen bij de redactie van De Standaard in een put waar geen echo meer uit omhoog kwam.
Misschien waren ze anders geschreven, dacht ik. Minder goed. Te veel, te vaak, te lang. Mijn impostersyndroom stond al klaar met een map vol verklaringen om me ervan te overtuigen dat het aan mij lag. Misschien had ik het gewoon niet meer. Misschien was de herrezen stem toch minder herrezen dan ik had gehoopt.
Maar anger is an energy, zingt John Lydon, en ik bleef schrijven. En vreemd genoeg vonden die stukken elders wel hun weg: naar De Morgen, Knack, NRC, De Groene Amsterdammer en DeWereldMorgen. Toch bleef er een kras op mijn ziel achter. Waarom bleef net die ene redactiekamer mij zo stoïcijns negeren? Wat had ik misdaan? Of beter: wie had ik misdaan?
Uit nieuwsgierigheid, en toegegeven ook uit colère, stuurde ik recent drie stukken naar De Standaard onder een pseudoniem. Twee werden “Brief van de Dag”. Een derde kreeg een halve opiniepagina. De zinnen waren dezelfde, de gedachten dezelfde, de stijl dezelfde. Alleen de naam eronder was nieuw.
De publicatie van die stukken was geruststellend, maar ook ontluisterend. Geruststellend, omdat het dus wel om de inhoud ging. Ontluisterend, omdat het blootlegt hoe precair toegang tot het publieke debat wordt wanneer de vijver zo klein is dat één poortwachter met een gevoelige teen, één onuitgesproken voorkeur of antipathie volstaat om een stem te laten verdwijnen.
We leven in een medialandschap waar steeds dezelfde vissen rondjes draaien
Wat begon als een persoonlijke ergernis, bleek een haarscheur in een veel groter geheel. We leven in een medialandschap waar de vijver niet alleen klein is, maar waar ook steeds dezelfde vissen rondjes draaien.
Elk jaar duiken ze opnieuw op: de vaste opiniemakers, de blitse economieprofessor, met een mening over alles en iedereen, de voormalige Amerika-correspondent die nog meer alomtegenwoordig is dan toen hij nog in New York woonde, altijd dezelfde economen die wekelijks opdraven om de wereld te reduceren tot efficiëntie en groeipercentages. In het beste geval zijn ze eerlijk en onderbouwd.
In het slechtste geval worden ze, zonder dat iemand het erg vindt, opiniegeneralisten die van het ene decor naar het andere schuiven, van een panel naar een kookprogramma, van een interview naar de rubriek Binnenkijken Bij. De media beschouwen hen als veilige keuzes: herkenbare gezichten, voorspelbare standpunten, lage risico’s. En zo wordt de publieke ruimte uitgezuiverd tot een gallery van usual suspects die bepalen wat redelijk heet, wat gematigd is en wat van deze tijd mag zijn.
Publieke ruimte
We koesteren graag de gedachte dat Vlaanderen een rijk medialandschap heeft. Kiosken liggen vol, websites zijn talrijk, talkshows vermenigvuldigen zich als konijnen bij warm weer. Maar wie even de logo’s wegdenkt en de inhoud naast elkaar legt, ziet hoe dun die illusie is. Meer dan tachtig procent van het Vlaamse nieuwsaanbod wordt gestuurd door vijf grote mediagroepen. Wat eruitziet als diversiteit, is vaak de herhaling van dezelfde stukken onder verschillende vlaggen.
Onderzoek van de VUB uit 2022 wees uit dat bij Mediahuis het aantal identieke artikels tussen redacties in vijf jaar tijd is gestegen tot meer dan de helft. Alsof één keuken vier restaurants bedient: dezelfde ingrediënten, dezelfde recepten, alleen de menukaart verschilt.
Nog opvallender is hoe vanzelfsprekend mediagroepen verslag uitbrengen over zichzelf. Kranten die hun eigen tv-programma’s opvoeren alsof ze wereldnieuws zijn. Nieuwszenders die de wereld reduceren tot hun eigen formats. Een journaal dat in meer dan 70 procent van zijn berichtgeving over media uitsluitend eigen merken vermeldt. Geen samenzwering, maar pure markteconomie: efficiëntie is een deugd, diversiteit een kostenpost.
Schroeven van de publieke ruimte worden aangedraaid
Intussen zie je hoe de schroeven van de publieke ruimte worden aangedraaid. In meerdere gevallen klagen organisaties over middelenverlies ondanks een positief advies: Vrede vzw werd teruggebracht tot het wettelijk minimum hoewel een onafhankelijke commissie haar werking als toelaatbaar beoordeelde. MO* verloor zijn Vlaamse subsidie van 216.000 euro. En ook DeWereldMorgen werd gekortwiekt: 100.000 euro minder subsidie.
Drie verschillende dossiers, telkens met eigen accenten, maar wel dezelfde marsrichting: het spectrum van toegelaten stemmen wordt smaller, gematigder, meer conform. Wie structureel kritisch is, wordt niet noodzakelijk weerlegd door argumenten, maar ziet zijn bestaansgrond wankelen.
Wat we in Vlaanderen zien, is een milde variant van een mondiaal patroon. De Civil Liberties Union for Europe spreekt over een existentiële strijd voor mediavrijheid binnen de Europese Unie. De voorbeelden rijgen zich aan elkaar: Hongarije, Nederland, Frankrijk, Italië, Zweden. Overal dezelfde beweging: concentratie, belangenverstrengeling en regeringen die steeds nadrukkelijker over de schouders van redacties meekijken.
Maar de wereld kijkt vooral naar de plutocraten. Musk koopt X. Bezos bezit The Washington Post. Murdoch houdt vast aan Fox en de Wall Street Journal. De familie Ellison verwerft via een omstreden fusie de controle over CBS. The Guardian vatte het recent samen als een verzekering tegen democratie: wie media bezit, bezit het narratief.
De gevolgen zien ze in Amerika in bewerkte interviews, verschillende versies van dezelfde uitzending en opinielijnen die opschuiven zodra eigenaars politieke of zakelijke belangen hebben. Geen open censuur, wel een verschuiving van kaders. Kritische stemmen komen minder aan bod. Dossiers worden anders ingekleurd dan vroeger. En wie denkt dat Vlaanderen immuun is, vergist zich. De beweging is dezelfde, alleen subtieler: positief geëvalueerde organisaties die toch worden teruggefloten. Niet omdat de kwaliteit ontbreekt, maar omdat ze buiten de gewenste consensus durven denken.
In die wereld is een medium als De Wereld Morgen geen luxe maar noodzaak
De eendimensionale val, waarschuwde Herbert Marcuse, is een samenleving die schijnbaar vrij is maar diep vanbinnen alles reduceert tot één toegelaten logica. Een overvloed aan keuzes die zegt: kies gerust, zolang je maar binnen hetzelfde vakje blijft. Dat is de kern van repressieve tolerantie. Een kritiek die niet verboden wordt, maar geneutraliseerd. Een radicale gedachte die een modeaccessoire wordt. Een maatschappijanalyse die eindigt als een praatpunt in een avondprogramma dat vooral sponsors te vriend wil houden.
Noodzaak
In die wereld is een medium als De Wereld Morgen geen luxe maar noodzaak. Het is een van de weinige plekken waar de logica van markt, macht en meerderheidsdwang niet vanzelfsprekend wordt aangenomen. Waar de vraag “moet het zo?” nog gesteld mag worden. Waar economie, migratie, oorlog, welzijn en klimaat niet dienen als decorstukken, maar als realiteiten die anders kunnen en bevraagd moeten worden.
Daar wringt het. De Vlaamse regering schrapt net bij deze organisaties de steun, soms ondanks positieve adviezen. Dat is het moment waarop beleid verschuift naar willekeur. Subsidies worden geen instrument van pluralisme, maar een stok achter de deur om te disciplineren. Kritiek wordt een storing. En storingen worden opgelost.
Wie denkt dat dit een geïsoleerde ingreep is, vergist zich. Democratieën verdwijnen niet door één grote klap, maar door een reeks kleine correcties die allemaal dezelfde richting uitgaan. Een genegeerd advies. Een journalist die weggezet wordt als activist. Een subsidie die in zachte taal wordt afgepakt. Kleine sneden. Geen grote wond. Maar wel fataal.
We mogen niet achteroverleunen. We moeten voorbereid zijn. Niet om écht ondergronds te gaan, maar om de reflex van ondergronds werk terug te vinden: solidaire structuren, coöperatieve media, nieuwsbrieven die niet afhankelijk zijn van de advertentiemarkt of ministeriële goedkeuring. En vooral een brede reflex bij burgers: lezen, steunen, delen wat dreigt te verdwijnen.
Democratie leeft niet van verkiezingen. Democratie leeft van tegenspraak. En tegenspraak leeft alleen op plekken waar ze niet wordt weggeduwd. Mijn stem werd geweigerd door één krant. Dat is vervelend, maar geen ramp. De ramp zou zijn als de plekken waar mijn stem, en die van velen met mij, wel welkom zijn, uit de publieke sfeer worden weggesneden.
Daarom schrijf ik dit. Niet omdat ik geloof dat ik de wereld kan redden, maar omdat ik weet hoe snel ze kan wegzakken in stilte. De strijd voor een onafhankelijke stem is de strijd voor het publieke denken zelf. Die strijd begint hier. Nu. Bij jou en bij mij.
Laten we zorgen dat het licht blijft branden, ook als sommigen liever hebben dat we in het donker tasten.