BASF-Antwerpen schrapt 600 banen, maar keert wel miljarden dividenden uit
Op 23 oktober kondigde BASF-Antwerpen aan dat er 600 banen verdwijnen tegen 2028. Hiermee wil het bedrijf 150 miljoen euro aan vaste kosten besparen. Volgens het bedrijf bestaan de vaste kosten grotendeels uit personeelskosten en dus moeten er 600 van de 3.600 banen verdwijnen. Een zesde van het personeelsbestand. Zo'n zware ingreep roept het vermoeden op dat het bedrijf in zwaar stormweer zit.
Maar hoezo heeft BASF het moeilijk? In 2024 maakte BASF-Antwerpen een nettowinst van 500 miljoen euro. Van deze 500 miljoen euro keerde het bedrijf prompt 375 miljoen euro aan dividenden[1] uit.
En er is meer. In maart 2024 voerde BASF-Antwerpen een kapitaalsvermindering door van 1,5 miljard euro. Geld dat rechtstreek naar het moederbedrijf in Duitsland ging. Dit kwam bovenop de 7,9 miljard euro aan dividenden die BASF-Antwerpen uitkeerde aan het moederbedrijf in 2023 en 2022.
Het bedrijf wil kost wat kost elke sociale strijd vermijden
Alles bij elkaar gaat het over het hallucinante bedrag van 9,8 miljard euro dat in drie jaar tijd van de vestiging in Antwerpen naar het hoofdkantoor in Ludwigshafen aan de Rijn vloeide. Rijkdom die geproduceerd werd door de werknemers. En als beloning worden diezelfde werknemers bedankt met een verlies van 600 banen en een verhoging van de werkdruk voor degenen die hun werk behouden.
Barmhartig?
BASF toont zich bij deze herstructurering zogezegd van zijn “barmhartigste kant”. Het bedrijf zet hiervoor zelf constructies op, waarover zelfs de vakbonden zich verbazen.
“Werknemers gaan er bijvoorbeeld voor kunnen kiezen om enkele maanden thuis te zitten met behoud van een groot deel van hun loon, om rustig te zoeken naar een andere job. (…) Personeelsleden zullen zelfs de mogelijkheid krijgen om tijdelijk voor een andere werkgever te werken, terwijl ze toch nog een contract hebben bij BASF. (…) Ik heb dit in mijn lange loopbaan eerlijk gezegd nog nooit meegemaakt”, zegt Jan Vlegels, hoofdafgevaardigde van de socialistische vakbond ABVV bij BASF voor de arbeiders.
Het bedrijf wil blijkbaar kost wat kost elke sociale strijd vermijden. Ondanks al deze misplaatste barmhartigheid zal de druk op de werkvloer verder oplopen, aldus Jan Vlegels. “Tegen eind 2028 verdwijnt 17 procent van het personeel, maar we moeten wel dezelfde omzet halen. Het is een illusie om te denken dat dit zonder extra werkdruk kan.”
Investeren of opsouperen?
Op een beleggers-dag in Antwerpen kondigde BASF-Duitsland aan dat het overwoog om “een geplande aandeleninkoop van minstens 4 miljard euro vroeger dan voorzien te starten. (…) Door eigen aandelen terug te kopen, vermindert het aantal uitstaande stukken en stijgt de winst per aandeel, terwijl de extra vraag de koers kan ondersteunen.”
In plaats van te klagen over hoge elektriciteitsprijzen kan BASF-Antwerpen miljarden investeren in eigen goedkope elektriciteitsproductie
Het moederbedrijf wil tegen 2028, als groep, opnieuw een bruto bedrijfswinst realiseren van 10 tot 12 miljard euro met een rendement van 10 procent op geïnvesteerd vermogen. “De aandeelhouders mogen rekenen op een jaarlijks dividend van minstens 2,25 euro per aandeel.” Kortom de dividenden zullen gebruikt worden om het rendement van de aandeelhouders te doen stijgen.
Tegelijkertijd verantwoordt BASF-Antwerpen de besparing op jobs door onder meer te verwijzen naar de hoge elektriciteitsprijzen. In plaats van hierover, tot vervelens toe, te klagen had BASF-Antwerpen een belangrijk deel van die 10 miljard kunnen investeren in eigen goedkope elektriciteitsproductie. Het volstond het fabrieksterrein vol te zetten met windmolens en de daken van alle gebouwen vol te leggen met zonnepanelen.
Op die manier had de fabriek zelf een heel belangrijke bijdrage kunnen leveren aan haar elektriciteitshandicap en aan het klimaat.
Paniekzaaierij
De aankondiging van het verlies van 600 banen dient, naast een besparing van 150 miljoen euro op personeelskosten, ook om paniek te zaaien. BASF-Antwerpen en de hele chemiesector bespelen al maanden de publieke opinie door paniekberichten de wereld in te sturen met als doel: meer staatssteun. Daarvoor kennen ze geen schaamte.
Op 13 juni 2025 verklaarde Jim Ratcliffe, de eigenaar en voorzitter van het Britse chemiebedrijf Ineos (met een vestiging in Antwerpen): “Binnen tien jaar is de helft van de industrie hier weg”. Op 10 oktober herhaalde hij dat de chemiesector in Europa ”met uitsterven bedreigd is”.
De sectorfederatie van de Belgische chemie kondigde op 31 oktober aan dat in de chemiebedrijven dit jaar 1.210 jobs zouden verloren gaan. Het chemiepatronaat geeft drie grote redenen daarvoor.
Vooreerst zijn de energiekosten te hoog. De Belgische bedrijven betalen een veelvoud voor hun energie in vergelijking met de VS en China.
Echte inzet van de paniekzaaierij: de sector wil massale staatsinterventie voor een betere concurrentiepositie
Ten tweede wordt de Europese markt overspoeld met goedkopere producten uit China en andere Aziatische landen. Deze landen kunnen immers minder verkopen in de VS gezien de hoge handelstarieven van Trump en richten hun export meer en meer op Europa.
En ten slotte legt Europa te veel (klimaat)regels en handelsbelemmeringen op aan bedrijven. Met als gevolg dat de Europese bedrijven competitiviteit verliezen en weggeconcurreerd worden in hun eigen regio.
Nieuw Marshallplan
Koen Laenen van Essentia verklaarde een week eerder, op 25 oktober, op ATV: “We hebben in Antwerpen de beste chemie in de wereld. We hebben competente werknemers, performante installaties, perfecte infrastructuur. Alle nodige kennis is aanwezig. Alles is in huis om de Tadej Pogačar[2] te zijn van de chemie wereldwijd. Maar we winnen niet, omdat onze fiets niet te vergelijken is met de fietsen van de rest van het peloton."
"De energiekost is een huizenhoog probleem. We hebben staatsinterventie nodig om dat op te lossen. Na de Tweede Wereldoorlog hadden we een Marshallplan. Dat heeft ervoor gezorgd dat de industriële ontwikkeling in Europa opnieuw kon opleven. Vandaag zitten we op een gelijkaardig historisch kantelpunt. Er is opnieuw een soortgelijk investeringsplan nodig om ervoor te zorgen dat we de industrie hier houden."
Ratcliffe van Ineos doet daar een schepje bovenop: “De sector staat op een kantelpunt en alleen dringende maatregelen kunnen deze nog redden. Ik roep de politici op om in te grijpen voor het te laat is.”
“Alle Belgische chemiebedrijven hebben vorig jaar samen voor 25 miljard euro aan dividenden uitgekeerd”
De sector (ook de andere maakbedrijven) wil massale staatsinterventie om hun concurrentiepositie te behouden. Daar draait het om. Dat is de echte inzet van al die paniekzaaierij en die aankondigingsgolf van afdankingen.
Superwinsten
Net zoals bij BASF-Antwerpen is het zinvol om ook naar de winsten in de hele sector te kijken. Koen De Kinder, secretaris van de christelijke vakbond ACV, zegt hierover:
“Het gaat niet zo slecht in de chemiesector als de werkgevers beweren. Vorig jaar hebben alle Belgische chemiebedrijven samen voor 25 miljard euro aan dividenden uitgekeerd. Dat is een record en bijna dubbel zoveel als het jaar ervoor. De totale brutowinst in de sector bedroeg vorig jaar 21 miljard euro. Er zijn dus nog meer dividenden uitgekeerd dan de hele winst vorig jaar. Dat wijst erop dat ook een deel van de reserves bij de aandeelhouders is beland.”
En dan durfde Koen Laenen van Essentia op ATV te klagen dat er geen geld is om te investeren en dat bijgevolg de overheid moet inspringen met een nieuw Marshallplan “om de overgangsfase te overbruggen”.
Economisch systeem dringend aan verandering toe
De chemiesector moet zijn eigen winsten aanspreken om zijn competitiviteitproblemen op te lossen. Als winstgevende bedrijven en sectoren door de concurrentie bedreigd worden en gered moeten worden door massale staatssteun, verliezen ze hun bestaansrecht.
Het kan niet dat grote privébedrijven de winsten opstrijken als het goed gaat, maar bij tegenslag door de belastingbetaler worden gered. Ze socialiseren de risico’s en verliezen, en zodra de storm is gaan liggen, privatiseren ze doodleuk opnieuw de winsten.
Als ons systeem zo in elkaar steekt, wordt het tijd voor een nieuw systeem waar de economische activiteiten in blijvend publiek bezit zijn. De opbrengst vloeit dan terug naar iedereen die bijdraagt aan het creëren van die welvaart.
De concurrentiepositie is een zaak van de patroons, niet van de vakbonden
In afwachting van het moment waarop de krachtsverhoudingen dit toelaten, blijven we opkomen voor de belangen van de werkende klasse. In die zin is de stakingsaanzegging in de chemiesector tegen elk jobverlies en voor een bruto loonsverhoging, eindeloopbaanmaatregelen vanaf 55 jaar en een vervroegd vertrek voor mensen die ploegen- of nachtarbeid doen, volledig gerechtvaardigd.
Hetzelfde geldt voor de komende strijd tegen de besparingsronde van de regering-De Wever. De concurrentiepositie is een zaak van de werkgevers, niet van de vakbonden.
Joris Van Gorp heeft bij BASF gewerkt in de jaren 70-80.
Notes:
[1] Dividenden zijn (meestal periodieke) uitkeringen van een bedrijf aan zijn aandeelhouders, doorgaans uit winst of reserves en vastgesteld per aandeel door de algemene vergadering.
[2] Voor zij die het wielrennen niet volgen: Tadej Pogačar is de Sloveense superster van het peloton, hij is viervoudig Tourwinnaar en wint de ene klassieker na de andere.