Payoke hekelt Aalsterse politieaanpak: “Mensenhandel los je niet op door slachtoffers te deporteren”

Afbeelding
Logo Payoke.
Logo Payoke.
In de nasleep van een politieactie tegen een illegaal prostitutienetwerk in Aalst waarschuwt het gespecialiseerde centrum Payoke voor grove tekortkomingen in de bescherming van mogelijke slachtoffers van mensenhandel. Volgens de organisatie werden vrouwen uitgewezen zonder dat onderzocht werd of zij onder dwang of misleiding werkten.

Toen de politie vorige week in Aalst een illegaal prostitutienetwerk ontmantelde, klonk in de berichtgeving vooral dat “illegale sekswerkers” waren uitgezet. Vier vrouwen zonder verblijfsrecht zouden zijn overgebracht naar een gesloten centrum en intussen uitgewezen.

Maar volgens Payoke, het erkende opvang- en expertisecentrum voor slachtoffers van mensenhandel, wijst die aanpak op een ernstige lacune in kennis en wetstoepassing. De organisatie reageert bezorgd: “De wettelijke beschermingsprocedure voor mogelijke slachtoffers van mensenhandel lijkt niet te zijn toegepast.”

“De beschreven aanpak roept ernstige vragen op over de toepassing van de wettelijke bescherming van mogelijke slachtoffers,” zegt Inge Saris, directeur van Payoke. “De onmiddellijke uitzetting van personen die mogelijk onder dwang of misleiding in de prostitutie terechtkwamen, brengt het risico mee van herhaalde uitbuiting en verlies van cruciaal bewijsmateriaal in lopende onderzoeken.”

Van slachtoffer tot ‘illegaal’

Volgens Payoke is het wettelijk verplicht dat bij elke vaststelling van illegaal sekswerk wordt nagegaan of er sprake is van mensenhandel. Als er aanwijzingen zijn — zoals misleiding, dwang of financieel voordeel voor derden — moet één van de drie erkende centra (Payoke, Pag-Asa of Sürya) onmiddellijk worden betrokken. De organisatie stelt echter vast dat dat in Aalst niet is gebeurd: “Geen van de erkende centra werd gecontacteerd,” klinkt het.

In de berichtgeving ging de aandacht vooral naar de vrouwen zelf: hun herkomst, hun verblijfstatus, hun uitzetting. Opvallend: er werd geen melding gemaakt van arrestaties van mogelijke uitbuiters. Volgens Saris illustreert dat een bredere blinde vlek in de aanpak: “Het debat focust zich vaak op de aanwezigheid van migranten, niet op de structuren die hen uitbuiten.”

“Mensenhandel aanpakken betekent niet kiezen tussen streng of menselijk,” zegt Saris. “Het betekent handelen volgens de principes van onze rechtsstaat: daders vervolgen en slachtoffers beschermen, ongeacht hun verblijfsstatus.”

Slachtofferbescherming: meer dan humanitaire plicht

De Belgische wetgeving tegen mensenhandel bestaat intussen dertig jaar. Ze is gestoeld op een dubbel principe: de vervolging van daders én de bescherming van slachtoffers. Wie tekenen van uitbuiting vertoont, heeft recht op opvang, juridische begeleiding en indien nodig een tijdelijk verblijfsstatuut.

Dat statuut heeft niet alleen een humanitair doel, benadrukt Payoke. Het is ook essentieel voor gerechtelijke waarheidsvinding. “De getuigenissen van slachtoffers zijn vaak de belangrijkste bewijselementen in dossiers van mensenhandel,” zegt Saris. “Zonder hun verklaringen is het bijzonder moeilijk om netwerken structureel op te rollen.”

Door vrouwen onmiddellijk uit te wijzen, ontneemt de overheid zichzelf cruciale informatie over de werking van criminele netwerken. Bovendien brengt het de slachtoffers opnieuw in gevaar. “Wie onder dwang werkte en daarna wordt uitgezet, belandt vaak opnieuw in een circuit van misbruik,” aldus Payoke.

“Mensen zijn geen bijvangst van migratiebeleid”

Het incident in Aalst legt volgens de organisatie een structureel probleem bloot in de manier waarop Belgische diensten omgaan met sekswerkers zonder papieren. Bij politieacties ligt de nadruk vaak op verblijf en controle, niet op mogelijke uitbuiting. Dat leidt ertoe dat mensen in precaire situaties zelden als slachtoffer, maar vooral als overtreder worden gezien.

“Een aanpak die enkel focust op verblijf en signalen van uitbuiting negeert, is niet alleen onmenselijk maar ook contraproductief,” stelt Saris. “Zonder bescherming en ruimte voor slachtoffers om vrijuit te spreken, blijft cruciale informatie over mensenhandelaars verborgen.”

De kritiek komt op een ironisch moment: amper een week na de viering van 30 jaar Belgische wetgeving tegen mensenhandel. “Dat dit nu gebeurt, toont aan hoeveel werk er nog is op vlak van sensibilisering van politiediensten, burgemeesters en parketten,” zegt Saris. Ze roept de betrokken instanties op om de bestaande richtlijnen “consequent toe te passen” en “multidisciplinair samen te werken”.

Hoe mensenhandel eruitziet

Mensenhandel is volgens de wet het uitbuiten van mensen via dwang, misleiding, bedreiging of misbruik van kwetsbaarheid.Bij seksuele uitbuiting gaat het meestal om situaties waarin een uitbuiter de werkomstandigheden bepaalt, de opbrengst controleert en profiteert van het werk van anderen.

In het geval van Aalst is er volgens Payoke reden tot zorg: “Er is sprake van vrouwen zonder verblijfsrecht - wat hen extra kwetsbaar maakt - en van hoge bedragen die moesten worden afgestaan. Dat wijst op mogelijk voordeel voor derden en dus op mogelijke uitbuiting.”

Oproep tot actie en bewustwording

Payoke vraagt dat de bevoegde instanties — burgemeester, politie, sociale inspectie, Dienst Vreemdelingenzaken en parket — hun samenwerking herzien. De organisatie benadrukt dat ze zelf aanwezig kan zijn bij politieacties, om mogelijke slachtoffers te informeren over hun rechten. 

Die aanwezigheid kan volgens Saris het verschil maken: “Slachtoffers durven vaak niet spreken met politie of justitie, uit angst voor repressie of uit schaamte. Onze rol is om een veilige ruimte te creëren waarin ze wél durven praten.”

“Mensenhandel los je niet op door slachtoffers te deporteren,” besluit Saris. “Wie alleen kijkt naar verblijfspapieren, mist de kern van het probleem: uitbuiting en misbruik.”

Een vergeten pijler van justitie

De kwestie in Aalst is geen alleenstaand geval. Verschillende ngo’s signaleren al langer dat de strijd tegen mensenhandel vaak wordt ondergesneeuwd door het migratiedebat. Waar de federale regering inzet op strengere controles en terugkeer, blijft de slachtofferbescherming te vaak dode letter.

Voor Payoke is dat niet alleen een juridische fout, maar ook een moreel falen: “De bescherming van slachtoffers is een wettelijke én morele plicht.” De organisatie roept burgers op om vermoedens van uitbuiting te melden via stopmensenhandel.be of rechtstreeks bij Payoke. “Zonder die meldingen blijven slachtoffers onzichtbaar — en dat speelt enkel in de kaart van hun uitbuiters.”

Vermoedens van mensenhandel of uitbuiting? Neem contact op via trafficking@payoke.be of WhatsApp 0474 10 27 71. Meer info: www.stopmensenhandel.be

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?