Hoe houden we de jonge boze mannen uit de klauwen van extreemrechts?

Afbeelding
Jongeren op een anti immigratie demonstratie in Amsterdam, 12 oktober 2025. Foto: Bob Thomas op X.
Jongeren op een anti immigratie demonstratie in Amsterdam, 12 oktober 2025. Foto: Bob Thomas op X.
Veel jonge mannen radicaliseren in extreemrechtse kringen, terwijl macht en rijkdom bij een kleine elite liggen. Dat verband is niet zo simpel. Om het te begrijpen moeten we terugkijken naar de geschiedenis van het fascisme.

In de nasleep van de financiële crisis beleefde het Verenigd Koninkrijk de langste periode van loonstilstand in de moderne geschiedenis. Deze werd gevolgd door de pandemie en de koopkrachtcrisis. Vandaag zegt zowat 26 procent van de Britten dat ze ‘moeilijk kunnen rondkomen’ met hun huidige inkomen, een toename met 10 procentpunten in vergelijking met vóór de pandemie.

Stilstand en verval

In het verleden zouden we zo'n problemen niet passief hebben ondergaan: we zouden ons georganiseerd hebben om samen ons lot te verbeteren. Wie vijftig jaar geleden moeite had om de eindjes aan elkaar te knopen, zou op het werk gepraat hebben met collega’s, hun gevraagd hebben of iedereen het nu zo moeilijk had en samen met hen opgekomen zijn voor hogere lonen. En kwam de baas niet over de brug, dan zouden ze gestaakt hebben.

Vandaag hebben we meer de neiging de schuld bij onszelf te zoeken in plaats van bij de patroon

Vandaag hebben we meer de neiging de schuld bij onszelf te zoeken in plaats van bij de baas, vullen we ons inkomen misschien aan met een lening tegen een fikse rente of ‘geven we er nog maar eens een lap op’.

Wat is er veranderd?

Het is niet alleen dat onze economie stagneert, maar ook dat dit gebeurde in de nasleep van een ongelooflijk goed geslaagd politiek project dat ons ervan moest overtuigen dat we alleen staan, dat we om te overleven elkaar moeten beconcurreren en dat er niemand klaarstaat om een handje toe te steken als het misloopt. Dit politieke project was uiteraard het neoliberalisme.

Wedijver of sterf

‘De methode om dat te bereiken’, zei Thatcher, ‘is de economie’, en ‘het doel is de ziel te veranderen’. Ze beweerde niet alleen dat er geen maatschappij bestaat, maar dat ze de maatschappij wilde vernietigen. De banden die ons samenhouden, wilde ze verscheuren.

En ze is daar meesterlijk in geslaagd door de arbeidersbeweging te vermorzelen, het gezag te centraliseren binnen de staat en elk protest de kop in te drukken.

Het andere deel van het project was de privatiseringsagenda. Thatcher privatiseerde de pensioenen en de sociale huisvesting in een poging de welvaart van de mensen te koppelen aan hun huisvesting en pensioen in plaats van aan hun loon. Zo zouden we ons niet langer identificeren als werkers die samen opkomen voor onze belangen maar als minikapitalisten, van wie de welvaart gekoppeld is aan dezelfde financiële markten die de rijkdom creëren voor de top.

In zo’n maatschappij is geen ruimte voor solidariteit, alleen voor genadeloze concurrentie, gezwoeg en labeur

Thatcher en haar opvolgers ontmantelden ook de welvaartsstaat om af te rekenen met ‘luie’ werkers die teren op uitkeringen. Die ideologie was van belang voor de creatie van een marktmaatschappij waarin mensen die niet slagen losers zijn, terwijl zij die dat wel doen het recht hebben om naar de top van de ladder te klimmen. In zo’n maatschappij is geen ruimte voor solidariteit, collectieve macht, wederzijdse bijstand - alleen voor genadeloze concurrentie, gezwoeg en labeur.

Vandaag zijn we beland in een maatschappij met almaar meer armen die ervan overtuigd zijn dat arme mensen losers zijn die niet hard genoeg werken. We geven onszelf de schuld voor het structurele falen van een economie die enkel de rijken wil spijzen. En zonder krachtige bewegingen die de mensen vertegenwoordigen, verandert de zelfbeschuldiging, onze erfenis van het neoliberalisme, in een diep gevoel van machteloosheid.

Mensen reageren op twee manieren op dit gevoel van machteloosheid en die twee reacties zijn genderspecifiek. De eerste is wanhoop en komt wellicht vaker voor bij vrouwen die denken: ‘Politiek is niets voor mij’.

De tweede is woede, die merkbaar meer de kop opsteekt bij mannen, vooral aan extreemrechtse zijde. In de loop van de geschiedenis hebben die - economisch en politiek achtergestelde - boze jonge mannen de basis gevormd voor het fascisme.

Angry Young Men

Veel jonge mannen voelen zich terecht machteloos in een economie die macht en rijkdom centraliseert aan de top. Rechtse sterke mannen buiten dat gevoel van machteloosheid uit door de mensen aan te moedigen hun onmacht te projecteren op sterke leiders, die hun het gevoel van macht kunnen teruggeven.

Die leiders leiden die woede weg van de miljardairs en corrupte politici die de oorzaak zijn van hun ellende om ze te richten op vrouwen, migranten en eender wie, die in hun ogen ‘zwak’ is.

Kijk naar Mussolini. Als symbool van zijn beweging gebruikte hij de 'fasces', een antiek Romeins wapen, dat bestond uit een bundel houten roeden met een bijl in het midden. Het symbolisme was duidelijk: één roede kan breken, een bundel roeden is onbreekbaar - en kan gebruikt worden om je vijanden neer te slaan.

Het is geen toeval dat Mussolini voorheen een socialist was. De beeldentaal die hij gebruikte lijkt sterk op die van de vakbond. Doorheen haar geschiedenis heeft de arbeidersbeweging de opgestoken vuist gebruikt als symbool van haar macht: een vinger is makkelijk te breken, een gesloten vuist veel moeilijker.

Mussolini’s fascistische beweging verschilde echter van de arbeidersbeweging in die zin dat ze de mensen een gevoel van macht gaf, door ze aan te moedigen hun pijlen te richten op de zwakken en niet door de sterken aan te pakken die hen uitbuitten.

In plaats van terug te vechten tegen een fundamenteel gebroken systeem, zullen de fascisten dan ook een kapitalistisch economisch systeem in stand houden dat de rijken bevoordeelt ten koste van de werkers. Tegelijk zullen ze de arbeiders aansporen hun woede te richten op al wie onder hen staat op de maatschappelijke ladder.

Om hun strategie tot een echt efficiënt wapen te smeden moeten de fascisten hun doelwitten afschilderen als een bedreiging

De woede van die mannen uit zich vaak in gewelddadig gedrag tegenover hun echtgenotes en ook vrouwen in het algemeen. Dit werd maar al te duidelijk in de recente extreemrechtse marsen in het Verenigd Koninkrijk, waarvan 40 procent van de gearresteerde deelnemers ooit al was gerapporteerd wegens huiselijk geweld.

Maar om hun strategie tot een echt efficiënt wapen te smeden moeten de fascisten hun doelwitten afschilderen als een bedreiging, zodat ze zichzelf als moedige verdedigers naar voor kunnen schuiven.

Dit komt bijvoorbeeld tot uiting in de beweringen van extreemrechts dat ze de vrouwen verdedigen tegen de vluchtelingen, in de manier waarop ze transpersonen portretteren als een bedreiging voor de vrouw of links in het algemeen als een bedreiging voor de democratie. Met dat narratief van heroïsme en slachtofferschap kunnen die mannen iedereen aanvallen die zij als vijanden beschouwen en zodoende hun macht terug opeisen.

Terugvechten

Het is onmogelijk om dergelijke bewegingen te bekampen door akkoord te gaan met het debat onder hun voorwaarden. We moeten de oorzaak bij de wortel aanpakken. De vraag die we ons moeten stellen is: waarom voelen de mensen zich zo machteloos?

Het antwoord is duidelijk. Ze voelen zich machteloos omdat we leven in een economie die het eigendom is van de rijken en door hen gerund wordt. De rijken die onze politieke klasse hebben omgekocht en de grondslagen van de macht van de werkende klassen van onder hun voeten hebben weggemaaid.

Voor een efficiënte strijd tegen extreemrechts is er maar één optie: pak de rijken aan samen met hun politieke bondgenoten en begin nu met de heropbouw van de macht van de werkende klasse.

We kunnen de groei van die partijen een halt toeroepen als we ons richten op de onderliggende oorzaak

Het volstaat niet economische rechtvaardigheid van bovenaf te realiseren. We moeten de mensen helpen om zelf die verandering tot stand te brengen. We moeten hen steunen om hun gevoel van macht en controle te herwinnen door ons te organiseren om hun lot te verbeteren.

Dat betekent beginnen in de arbeidersbeweging, in lokale gemeentelijke vakbonden die mensen kunnen organiseren. Zo kunnen zij zich verzetten tegen eigenaars die hun huurders uitbuiten en tegen politici die openbare diensten sluiten. Daarnaast gaat het ook om deelname aan een waaier van andere sociale bewegingen, zodat mensen hun woede kunnen kanaliseren naar positieve verandering.

Niet iedereen kan losgeweekt worden van extreemrechts. Er zijn veel diepgewortelde psychologische redenen waarom sommige types zich aangetrokken voelen tot het fascisme. Maar het is geen toeval dat die partijen almaar populairder worden in periodes van grote ongelijkheid en economische stagnatie. We kunnen de groei van die partijen een halt toeroepen als we ons richten op de onderliggende oorzaak.

De PVDA in België toont hoe dat er in de praktijk uitziet. Peter Mertens, algemeen secretaris van de PVDA, zei me in een interview:

“Wij zijn ervan overtuigd dat de werkende klasse van ons is. We moeten de fascisten uit onze gemeenschappen bannen.

Tegen de dokwerkers zeggen we: “Wat heeft uw fascistische partij ooit gedaan voor de sociale zekerheid, voor de gezondheidszorg? Ze creëren enkel verdeeldheid en haat. Je moet in de aanval gaan, maar ook de mensen opzoeken daar waar ze zijn. Zo kun je heel de klasse verenigen.”

Extreemrechts bekampen volstaat niet. We moeten de mensen laten zien dat er een andere optie is, dat je je alleen weer machtig kunt voelen door samen te komen in je gemeenschap, op je werkplaats en in de straten om de strijd te richten tegen zij die de teugels in handen hebben: de miljardairs en de politici in hun zakken.

Dit artikel is gebaseerd op Grace Blakeley's toespraak bij de lancering van de campagne Women Against the Far Right (Vrouwen tegen extreemrechts). Bekijk de volledige toespraak hier.

Dit artikel verscheen eerder op de substack van Grace Blakeley. Daar kan je je inschrijven voor haar nieuwsbrief. Dit artikel is vertaald door Marina Mommerency.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?