Opinie

Beste Marnix Peeters, niet de taalpolitie maar jouw krant verrechtst Vlaanderen

Afbeelding
Bewerkt beeld: alinakolyuka, olga-z via canva.com
Bewerkt beeld: alinakolyuka, olga-z via canva.com
In zijn recente column in Het Laatste Nieuws wijt Marnix Peeters de opmars van extreemrechts aan “taalpolitie” en “wokeness”. Historicus en schrijver Tijs Synaeve draait het perspectief om: niet de taalgevoeligheid, maar de morele lafheid en de digitale haat die door de grote media wordt getolereerd, zijn de echte motor achter de verruwing van het publieke debat.

Beste Marnix Peeters,

Je bent een van die zeldzame columnisten die het banale tot literatuur weet te verheffen. Lezers prijzen je om je vlijmscherpe observaties. Knack omschreef je ooit als “de enige schrijver die vulgariteit met beschaving kan verzoenen.” Je lijkt me ook een fijne mens, met een brede blik vanuit je uitvalsbasis daar hoog in de Oostkantons.

Maar de laatste tijd lijk je wat van het padje. Je column in Het Laatste Nieuws over taalpolitiek en het succes van extreemrechts, waarin je suggereert dat taalgevoeligheid en “wokeness” de groei van Vlaams Belang verklaren, was zoals steeds geestig om te lezen. Spitsvondig ook, met die onmiskenbare verkneukeling waarmee je de hypocrisie van de tijdgeest zo graag doorprikt. Alleen vrees ik dat je de Francis Begbie van Het Laatste Nieuws aan het worden bent.

Hij geniet van de chaos die hij zelf veroorzaakt

Weet je nog, die scène uit Trainspotting, de rauwe Schotse cultfilm over vriendschap, verslaving en moreel verval? Begbie, gespeeld door de geniale Robert Carlyle, zit met zijn maten in een pub. Innemend en joviaal bij het eerste glas, ontploft hij bij het tweede. Hij vertelt een verhaal, lacht breed, en gooit dan zonder enige aanleiding een halfvol pintglas achter zich het café in. Het glas breekt, een man krijgt het vol in het gezicht, het bloed spuit. Even later ligt de hele kroeg in puin. En Begbie, de aanstoker, schreeuwt verontwaardigd: “Who the fuck threw that glass?” Hij geniet van de chaos die hij zelf veroorzaakt, overtuigd dat zijn razernij oprecht is, zijn woede authentiek. Tot zelfs zijn vrienden hem beginnen mijden.

Zo klinkt jouw woede vandaag ook, Marnix. Niet meer bevrijdend – anger is an energy, zong John Lydon ooit - maar blind en irrationeel. Wat ooit tegendraads was, is nu voorspelbaar geworden. En bovenal: een meesterwerk in projectie. 

Je wijst met een beschuldigende vinger naar “bemoeiallen” en universiteiten, terwijl de machtigste hefboom voor de verruwing van het publieke debat en de normalisering van extreemrechts zich in je eigen achtertuin bevindt: de met haatspraak doordrenkte sociale-mediamodder van jouw krant, Het Laatste Nieuws.

Je schrijft hoe je ooit een berispende mail kreeg van een recensent die het woord “Turk” afraadde, en hoe dat je “kregelig” maakte. Begrijpelijk, kritiek is zelden prettig – tell me all about it. Maar laat mij je een ander verhaal vertellen. Een vriendin van Maleisische afkomst, al meer dan tien jaar woonachtig en werkend in Vlaanderen, werd recent in Oostende samen met haar zoontje bijna door een truck aangereden, op een zwart kruispunt. De vrouw was in shock en wilde iets doen aan die gevaarlijke situatie. 

Een lokale journalist van jouw krant schreef erover. Het bericht verscheen online. En daaronder verrezen, zoals zo vaak, de ware gezichten van het digitale Vlaanderen: “Ga terug naar China.” “‘t Is weer ne Chinees... zijn die nu echt zo dom, of wou ze zelfmoord plegen misschien?” “Ze wil aandacht.” “Mediageil.” “Ik heb in mijn broek gescheten, krijg ik nu ook een artikel?”

Vrijheid zonder verantwoordelijkheid is geen moed, Marnix, het is morele luiheid

Dit is geen discussie meer, Marnix. Het is georganiseerde wreedheid, het collectieve sadisme van mensen die zich veilig wanen achter een scherm. En nu we toch in filmbeelden spreken: zoals de reus in Twin Peaks, gespeeld door Carel Struycken, ooit fluisterde: It is happening again. 

Het gebeurt opnieuw, elke dag, onder de artikels van jouw krant.

De banaliteit van haat speelt zich niet langer af in het duister, maar in het volle licht van Facebook en X, waar duizenden lezers toekijken, klikken, lachen en zwijgen. David Lynch filmde die scène als een visioen, een waarschuwing dat het kwaad zich herhaalt zodra niemand meer kijkt. Jouw krant maakt dat visioen werkelijkheid, een plek waar empathie oplost in algoritmes van onverschilligheid.

Waar is de redactionele ethiek, Marnix? En de moed om de échte dappere mensen in te zetten: niet de opiniemakers die hun buikgevoel op papier zetten, maar moderators die grenzen durven trekken. Jij voelt je vernederd door iemand die het woord “Turk” te bot vond, maar ziet niet de dagelijkse vernedering die je eigen krant mogelijk maakt. Het morele failliet dat ze daarmee veroorzaakt, lijkt je ontgaan. Wat jij beschrijft als een verlies van vrijheid, is in werkelijkheid een verlies van menselijkheid. Vrijheid zonder verantwoordelijkheid is geen moed, Marnix, het is morele luiheid.

Je klaagt over “de verruwing van de samenleving”, maar vergeet dat jouw krant de grootste digitale beerput van Vlaanderen heeft uitgegraven, met een graafmachine aangedreven door clicks. Onder elk nieuwsbericht over een steekpartij, vluchtelingen op een rubberbootje, een allochtone student of een alleenstaande moeder borrelt telkens dezelfde giftige modder op. Mensen die zich onkwetsbaar wanen achter een scherm spuien er hun gal over hun medemens in de meest denigrerende en lafhartige bewoordingen. En jouw krant, ooit een venster op het alledaagse leven in Vlaanderen, is verworden tot een machinekamer voor kleinburgerlijke woede.

Misschien moet je daarover schrijven: hoe jouw krant een verpletterende verantwoordelijkheid draagt

In dat troebele moeras wordt de ander langzaam ontmenselijkt. Niet in obscure Telegramgroepen, maar op de sociale-mediapagina’s van een krant die zichzelf nog steeds “de populairste van Vlaanderen” noemt. Dat is de echte verruwing, Marnix. Niet het feit dat iemand de woorden “Turk” of “Zwarte Piet” liever niet meer gebruikt, maar dat jouw krant dag na dag haat laat adverteren als mening van de lezer. Dit is geen debat meer, maar een permanent publiek stenigen, keurig gehost door jouw krant.

Misschien moet je daarover schrijven: hoe jouw krant een verpletterende verantwoordelijkheid draagt, en met haar een groot deel van de Vlaamse media, voor het huidige politieke klimaat. Uit een verslaving aan conflict en controverse. Waar morele verantwoordelijkheid voorop zou moeten staan, lonkt de belofte van clicks en advertentiegelden. Verontwaardiging verkoopt, nuance niet. En terwijl jij klaagt over moralisten, normaliseert jouw redactie haat onder de vlag van “meningsvrijheid”.

Je schrijft dat Tom Van Grieken “genotvol grijnst” telkens er een nieuwe “taart uit de oven komt”. Maar je vergeet te vermelden dat hij vooral geniet wanneer zijn retoriek gretig wordt overgenomen in clickbaitkoppen en Facebookposts van jouw krant. Zoals The Guardian onlangs nog beschreef, raken extreemrechtse denkbeelden niet langer gemarginaliseerd, maar genormaliseerd via online echo’s en herhaling. 

Taal die ooit ondenkbaar was, keert terug in het midden van het publieke debat, verpakt als mening of grap. Ook academisch onderzoek naar de rol van de media toont hoe die herhaling het stigma rond extremistische retoriek langzaam wegvreet. Zo wordt het onaanvaardbare stap voor stap gewoon. Jij wijst naar de taart, Marnix, maar jouw krant bakt ze af.

Het getuigt van weinig moed om buikgevoel boven kennis te plaatsen

In je slot sneer je naar de “bange politicologen” die niet zouden “durven” onderzoeken wat jij “aanvoelt met je buik”. Dat buikgevoel, het buzzwoord van iedereen die zijn hersenen heeft opgegeven, is dezelfde anti-intellectuele pose waarmee Bart De Wever de universiteiten ooit wegzette als “de vis die rot aan de kop is”. Maar het getuigt van weinig moed om buikgevoel boven kennis te plaatsen. Het is geen bewijs van authenticiteit, maar de verheerlijking van gemakzucht.

Jij, Marnix, en jouw krant, zijn geen onschuldige toeschouwers van de verruwing en de verrechtsing. Jullie zijn mede-architecten van het klimaat waarin ze floreert.

Dus voor je opnieuw een column wijdt aan de zogenaamde taalpolitie, stel ik voor dat je eerst een redactievergadering bijwoont. Eén waarin niet de clicks, maar de grenzen worden besproken. Echte moed ligt niet in het negeren van kritiek, maar in het opruimen van de vuiligheid die men zelf liet slingeren, jarenlang.

Daar zou ik wel eens een column over willen lezen.

Vriendelijke groet,

Tijs

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?