Hoe de Emiraten Soedan in vuur en vlam zetten – en de wereld wegkijkt
Toen de Arabische Lente in 2011 miljoenen mensen hoop gaf op vrijheid en democratie, zagen de heersers van de Emiraten vooral een bedreiging. Hun eigen autoritaire model – een rijke monarchie die steunt op onderdrukking en corruptie – zou wel eens wankel kunnen worden. Het antwoord was contrarevolutie.
Abu Dhabi pompte geld in de staatsgreep van generaal Sisi in Egypte, steunde krijgsheer Haftar in Libië en smeedde nauwe banden met Omar al-Bashir in Soedan. Overal hetzelfde doel: volksbewegingen breken en generaals versterken.
In december 2018 kwamen de Soedanezen massaal op straat. Hun leuze was radicaal: “Vrijheid, vrede en gerechtigheid.” Geen half werk, geen nieuwe militaire dictatuur. In april 2019 viel de dictator Bashir. Maar de droom van een burgerlijk, democratisch Soedan was meteen een bedreiging voor de Emiraten. Hoe konden zij hun invloed behouden zonder openlijk de revolutie te bestrijden?
De Emiraten werden hét knooppunt van het Soedanese conflictgoud
Hun antwoord was subtieler: verdeel en heers, en vooral investeren in een nieuwe bondgenoot, de Rapid Support Forces (RSF). De RSF, geleid door Mohamed Hamdan Dagalo, beter bekend als Hemedti, groeide snel uit tot een gewapende macht die de revolutie in toom moest houden. De groep had ervaring met repressie: ze stamde af van de beruchte Janjaweed-milities die in Darfur bloedbaden hadden aangericht. Voor de VAE was de deal eenvoudig.
De RSF leverde troepen in de oorlog in Jemen, onder Emiratisch bevel. In ruil kregen ze wapens, geld en politieke bescherming. Daarnaast bood de RSF toegang tot goud. Vanaf 2013 nam de militie grote delen van de goudmijnen in handen. Veel van dat goud wordt gesmokkeld naar Dubai, waardoor de Emiraten hét knooppunt werden van het Soedanese conflictgoud.
In oktober 2021 pleegden Burhan van het leger (SAF) en Hemedti (RSF) samen een coup. De overgangsregering van burgers en militairen werd zo begraven. De VAE riepen publiekelijk op tot “dialoog” en “kalme reacties”. Achter de schermen bleven ze beide kampen bedienen, maar vooral de RSF. Toen de oorlog in april 2023 losbarstte, stond de RSF er opvallend sterk voor: zwaar bewapend, goed georganiseerd en financieel gesteund.
Ruimer plaatje
Wat de Emiraten in Soedan doen, past in een groter plaatje. Ze gedragen zich in de regio als een subimperialistische macht: niet zo groot als de VS of China, maar wel ambitieus genoeg om hun buurt te domineren.
Voor de Verenigde Arabische Emiraten is Soedan een laboratorium
Hun recept is eenvoudig: havens opkopen, landbouwgronden in beslag nemen, investeren in telecom en mijnbouw, en tegelijk autoritaire bondgenoten steunen. Het gaat om macht zonder verantwoordelijkheid, winst zonder regels. Soedan is daarin een laboratorium. Met goud, geostrategische ligging en een jonge revolutionaire bevolking stond er veel op het spel.
De gevolgen voor gewone mensen zijn rampzalig. Honderdduizenden doden, miljoenen op de vlucht, hele steden en dorpen verwoest. Universiteiten, ziekenhuizen en culturele centra werden doelbewust aangevallen. Seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes wordt systematisch ingezet.
Toch geven de Soedanezen niet op. Verzetscomités, vrouwenorganisaties en vakbonden blijven zich organiseren. Hun visie is duidelijk: een land geleid door burgers, niet door generaals of buitenlandse machten. “De oorlog is in veel opzichten een contrarevolutionaire oorlog tegen het Soedanese volk.”
Waarom grijpt het Westen niet in? Waarom geen sancties tegen de VAE, terwijl hun rol zo duidelijk is? Het antwoord ligt voor de hand: de Emiraten zijn een “strategische partner”. Ze kopen wapens, delen inlichtingen, normaliseren met Israël, huisvesten Amerikaanse basissen en investeren miljarden in Europese en Amerikaanse economieën. Te nuttig om te straffen.
Zelfs toen Amerikaanse parlementsleden aantoonden dat de VAE RSF-strijders bleven bewapenen, gaf het Witte Huis geen krimp. In mei 2025 wees het Internationaal Gerechtshof een klacht van Soedan af, omdat de VAE zichzelf juridisch hadden afgeschermd.
Ondertussen speelt de regering-Trump een gevaarlijk spel. Washington beschuldigde plots het Soedanese leger van het gebruik van chemische wapens, zonder enig bewijs. Voor velen was dit een manier om de rol van de VAE te verdoezelen.
Het is een proxy-oorlog waarin de Soedanese bevolking de prijs betaalt, terwijl buitenlandse machten profiteren
Het deed denken aan eerdere Amerikaanse leugens: de valse “massavernietigingswapens” in Irak in 2003 of de raketaanval op een Soedanese fabriek in 1998. Steeds hetzelfde patroon: verdachtmakingen die later niet bleken te kloppen, maar wel duizenden levens kostten.
De feiten stapelen zich intussen op. Goud gaat vanuit RSF-gebied rechtstreeks naar Dubai. Wapens bereiken de RSF via buurlanden als Libië en Tsjaad. Gewonde strijders worden verzorgd in Emiratische ziekenhuizen. Desondanks: geen sancties, geen onderzoek, geen internationale veroordeling. Het resultaat is een proxy-oorlog[1] waarin de Soedanese bevolking de prijs betaalt, terwijl buitenlandse machten profiteren.
Wat moet er gebeuren?
Het stoppen van de oorlog vraagt meer dan mooie woorden. Nodig zijn sancties tegen Emiratische bedrijven en individuen die de RSF financieren, het afsluiten van de goudhandel via Dubai, en een grondig onderzoek naar de wapenleveringen. Even belangrijk is steun voor burgerinitiatieven in Soedan: de verzetscomités, noodhulpnetwerken en onafhankelijke media die de samenleving draaiende proberen te houden.
Dit gaat niet alleen over Soedan. Het gaat over het soort wereld dat tirannen voor ogen hebben en uitdragen — een wereld waar autoritarisme wordt uitbesteed en imperialisme een regionaal gezicht krijgt. Als sub-imperialisme in Soedan slaagt, zal het zich verspreiden in Afrika, het Midden-Oosten en daarbuiten.
Toch blijft er hoop. De Soedanese revolutie van 2018 liet zien dat mensen zich niet neerleggen bij onderdrukking. Een andere toekomst voor Soedan is niet onmogelijk. De revolutionaire bewegingen in het land blijven vasthouden aan hun eisen voor burgerlijk bestuur, democratie en sociale rechtvaardigheid. Hun kracht ligt in de brede verankering bij de bevolking en in de solidariteit die ze zoeken over grenzen heen.
Echte verandering vereist een kritische confrontatie met de internationale politieke en economische structuren
Maar een duurzame doorbraak kan niet bereikt worden met louter woorden van steun of symbolische gebaren. Echte verandering vereist een kritische confrontatie met de internationale politieke en economische structuren die autoritaire regimes beschermen en buitenlandse inmenging mogelijk maken.
Dat betekent ook dat de internationale gemeenschap zich niet langer mag verschuilen achter strategische belangen of geopolitieke bondgenootschappen die mensenlevens ondergeschikt maken. Een betekenisvolle weg vooruit begint bij een nuchtere analyse van deze realiteit, en bij de moed om consequent rechtvaardigheid te verkiezen boven macht en winst.
Dit is een samenvatting van een artikel dat eerder verscheen op Spectre Journal.
Note:
[1] Een proxy-oorlog is een conflict waarin grote mogendheden of regionale spelers via lokale groepen of landen hun strijd uitvechten, zonder zelf rechtstreeks op het slagveld te staan.