Beste overheid. Beste burgers. Beste land waarin ik geboren ben,
Er zijn dagen waarop ik me afvraag of ik nog besta in dit land. Of ik nog meetel. Of ik nog mens ben. Niet zo lang geleden had ik een gewoon leven. Nu – op mijn 55ste, ongeneeslijk ziek – ben ik veroordeeld tot wat in wezen een bedelstraf is. Ik kak op een emmer. Ik plas in een fles. Slaap in een container.
Ik leef in de marge van een samenleving die ooit beloofde voor haar mensen te zorgen. Een samenleving die mij nu behandelt als afval.
Wat is er gebeurd met België?
We leven in een land waar de deur wagenwijd openstaat voor de wereld. Er is geld, er zijn middelen, maar niet voor mensen zoals ik. Niet voor de zieken. Niet voor de kwetsbaren. Niet voor wie te veel kost en te weinig opbrengt.
In dit land word je gestraft omdat je ziek bent. Je moet beschikbaar blijven voor een systeem dat je al lang heeft afgeschreven. De hulp die je krijgt is karig, vernederend, en vaak tijdelijk. Ik ben enkel nog een last. Een “kost”.
Onze gezondheidszorg is verworden tot een industrie. Er wordt meer gezorgd voor de financiële gezondheid van instellingen dan voor het lichamelijk en psychisch welzijn van de mensen. Constructies, declaraties, privileges … er zijn altijd achterpoortjes voor wie de juiste statuten heeft. En een keiharde voordeur voor wie simpelweg ziek is, oud, of op is.
Ik schrijf dit niet om medelijden te vragen. Ik schrijf dit omdat ik weet dat ik niet alleen ben. Er zijn duizenden mensen in België zoals ik. Mensen die alles verloren hebben – hun gezondheid, hun huis, hun waardigheid – en die leven in een stilzwijgende hel. Onzichtbaar. Ongezien. Ongehoord.
Onze overheid weet dit. Maar ze kijkt weg. Er is altijd wel een dossier dat dringender is. Er is altijd een budget dat “helaas op” is. Maar de pijn die ik voel, en de vernedering waarin ik leef, zijn elke dag echt.
Wanneer zorgen we opnieuw voor onze mensen? Wanneer beseffen we dat beschaving niet gemeten wordt in cijfers, maar in hoe we omgaan met onze zieken, onze armen, onze vergeten mensen?
Ik ben maar één stem. Maar ik spreek voor velen. Voor wie te moe is om nog te schrijven. Te ziek om nog te roepen. Te beschaamd om te tonen hoe hard ze gevallen zijn.
Ik vraag geen medelijden. Ik vraag rechtvaardigheid. Een waardig bestaan voor mensen die niet meer kunnen. Die niet meer meedoen, maar wel nog voelen. Nog ademen. Nog hopen dat ze niet vergeten zijn. Vandaag schrijf ik, omdat zwijgen geen optie meer is.
Zie ons, België. Voor het écht te laat is.
Philippe, 55, thuisloos en ongeneeslijk ziek.