Vier zaken die je moet weten over Iran
1. Waarom is het Westen zo gebeten op Iran?
Sinds de revolutie van 1979 vaart Iran een autonome koers en ondermijnt het de invloed van het Westen en Israël in de regio. Die onafhankelijkheid, gecombineerd met grote olie- en gasreserves, maakt Iran een doorn in het oog van vooral de VS.
Omdat een regimewissel niet lukte, probeerden de VS en hun bondgenoten Iran te verzwakken met sancties en isolatie. Israël werd en wordt daarentegen zwaar bewapend en mocht kernwapens ontwikkelen.
Wat Iran overkomt, is geen uitzondering. Elk land dat zich aan de greep van het Westen probeert te onttrekken, zoals Cuba, Venezuela of China, krijgt te maken met druk en sancties. Mensenrechten spelen daarbij zelden een echte rol: het Westen sluit probleemloos de ogen voor de wandaden van bondgenoten als Israël of Saoedi-Arabië.
Net als andere ‘lastige’ landen wordt Iran in de media doorgaans eenzijdig en negatief voorgesteld
Sinds 2006 zijn de sancties van de VS steeds strenger geworden, met zware gevolgen: de munt is gekelderd, inflatie stijgt tot boven 40 procent, en de jeugdwerkloosheid ligt boven 20 procent. De hoop was om de Iraanse regering te ondermijnen en een opstand uit te lokken.
Intussen probeerde het Westen ook Iran te isoleren via regionale tegenstellingen, maar sinds de toenadering tussen Iran en Saoedi-Arabië en de toetreding tot BRICS+ werkt die verdeel-en-heersstrategie steeds minder.
De media spelen hierin hun rol: Iran wordt, net als andere ‘lastige’ landen, doorgaans eenzijdig en negatief voorgesteld. Voor evenwichtige informatie ben je beter af bij alternatieve bronnen.
De gebetenheid van het Westen wordt gevoed door het grote economisch en strategisch belang van Iran. Dat brengt ons bij het volgend punt.
2. Wat is het belang van Iran?
Iran beschikt over de vierde grootste oliereserves en de op één na grootste gasreserves ter wereld. Ondanks de klimaatcrisis blijven deze grondstoffen van enorm strategisch belang, met een geschatte waarde van duizenden miljarden dollars.
Ook de ligging van Iran is cruciaal. Het bevindt zich in een regio met bijna de helft van de wereldwijde olie- en gasreserves en vormt een schakel tussen Europa en Azië. Vooral de Straat van Hormuz, vlakbij Iran, is van groot belang: een vijfde van de wereldwijde olie en vloeibaar gas passeert daar.
Het Westen had het belang van Iran al vroeg door. In 1953 pleegden de VS en het VK een staatsgreep om hun oliebelangen veilig te stellen
Met 90 miljoen inwoners is Iran een regionale subgrootmacht. Als belangrijkste sjiitische land heeft het invloed in buurlanden met grote sjiitische bevolkingen zoals Irak, Libanon, Syrië en Jemen.
Het Westen had het belang van Iran al vroeg door. In 1953 pleegden de VS en het VK er een staatsgreep om hun belangen, vooral olie, veilig te stellen. Tot 1979 was Iran, samen met Israël en Saoedi-Arabië, een sleutelpion van de VS in de regio.
Die situatie veranderde na de Iraanse Revolutie. Sindsdien vaart Teheran een onafhankelijke koers, wat het Westen nooit heeft aanvaard.
3. Is Iran een theocratische dictatuur?
Als het over Iran gaat, vallen snel woorden als ‘fanatiek’, ‘revolutionair’ of ‘irrationeel’. Maar dat beeld is zoals Vali Nasr in zijn boek Iran’s Grand Strategy: A Political History overtuigend aantoont, een karikatuur. Iran is geen ideologische kamikazestaat, maar een strategisch berekende actor. Het land volgt een doordachte, pragmatische langetermijnstrategie die draait om overleven, invloed en weerstand tegen buitenlandse druk.
Het politiek systeem is gelaagd. Het is geen democratie zoals wij die kennen. Iran is repressief, maar het is ook levend, gelaagd en in veel opzichten meer representatief dan veel van zijn buren.
Er is een verkozen parlement, een president, een rechtspraak en een pers, al zijn die instituties ondergeschikt aan de Opperste Leider, Ali Khamenei. Die laatste wordt dan weer niet zomaar benoemd, maar aangeduid door een Vergadering van Deskundigen, rechtstreeks gekozen door het volk.
Geen enkel regime dat 45 jaar overleeft doet dat zonder enige vorm van draagvlak
De scheiding der machten bestaat er in theorie, maar functioneert anders dan bij ons. Economische macht ligt niet bij multinationals of miljardairs, maar bij het revolutionaire establishment en vooral bij de Islamitische Revolutionaire Garde (IRGC). Die garde fungeert als schaduwregering en controleert naast delen van het leger ook media, bedrijven en buitenlandse netwerken.
Die parallelle structuren zijn historisch gegroeid. Na de revolutie van 1979 moest Iran zich weren tegen binnenlandse sabotage en buitenlandse agressie. De Garde werd opgericht om de nieuwe orde te beschermen. Maar in een permanente toestand van belegering, zoals Iran ervaart sinds de VS-sancties en dreiging, worden uitzonderingsstructuren blijvend. Macht wordt gecentraliseerd, afwijking verdacht, repressie normaal.
Toch zou het fout zijn Iran simpelweg als een louter onderdrukkende staat af te doen. Geen enkel regime dat 45 jaar overleeft zonder buitenlandse steun en onder constante aanval doet dat zonder enige vorm van draagvlak. Dat draagvlak is complex en fluctueert.
Veel Iraniërs zijn de repressie, sociale controle, religieuze betutteling en corruptie beu. Vrouwen leiden de protesten omdat zij het hardst geraakt worden door religieuze wetgeving. Jongeren willen vrijheid, jobs en toekomst. De onvrede is diep en oprecht.
Maar tegelijk is er ook nationale trots. Iran is geen vazalstaat zoals de meeste buurlanden. Het heeft zich in de voorbije decennia staande gehouden tegen economische wurging, militaire dreiging en mediacampagnes. Die trotshouding voedt ook de legitimiteit van de regering, zeker bij oudere generaties en conservatievere lagen van de bevolking.
De recente aanvallen van Israël en de VS versterken een gevoel van nationale eenheid en geven de legitimiteit van de regering een boost.
4. Maakt Iran kernwapens?
Israël rechtvaardigt zijn militaire aanvallen op Iran steevast met het argument dat Teheran op het punt staat een kernbom te bouwen. Wat is daarvan aan?
Het Iraanse nucleaire programma is niet ontstaan uit revolutionair fanatisme, maar begon in de jaren ’60 onder de sjah, met hulp van de VS. Vandaag blijft Iran formeel lid van het Non-proliferatieverdrag (NPT), dat landen verbiedt om kernwapens te ontwikkelen.
Ironisch genoeg hebben naburige landen als Israël, Pakistan en India dit verdrag nooit ondertekend. Toch zijn het net deze landen die wél een nucleair arsenaal bezitten, met Israël als enige kernmacht in West-Azië, dat we verkeerdelijk het Midden-Oosten noemen.
In 2015 kwam het JCPOA (Joint Comprehensive Plan of Action) tot stand. Dat is een akkoord tussen Iran en zes wereldmachten (VS, VK, Frankrijk, Duitsland, China en Rusland), waarin Iran zijn nucleaire programma fors moest beperken in ruil voor opheffing van internationale sancties.
Het akkoord stond onder toezicht van het Internationaal Atoomenergieagentschap (IAEA) en moest voorkomen dat Iran kernwapens zou ontwikkelen. Teheran hield zich aan de afspraken, tot Donald Trump het akkoord in 2018 opzegde. Sindsdien bouwt Iran zijn verrijkingscapaciteit opnieuw op.
Belangrijk detail: uraniumverrijking is niet hetzelfde als het bouwen van een kernwapen. Met de het verrijken van uranium tot 60 procent is Iran nog ver verwijderd van een bruikbare bom. Bovendien vraagt het bouwen van een functionele kernkop en het ontwikkelen van een afleversysteem jaren aan ontwikkeling.
Doordat Israël recent de nucleaire installaties in Iran is beginnen bombarderen zijn inspecties van het IAEA vrijwel onmogelijk geworden. De transparantie die het akkoord juist garandeerde, verdwijnt nu. In die context is het niet ondenkbaar dat Iran, onder druk en bedreiging, toch de nucleaire kaart op tafel zal leggen, niet om de bom te bouwen, maar als machtshefboom.
De echte dreiging zit dus niet in een onmiddellijke kernbom. Ze zit in de toenemende instabiliteit: inspecteurs worden geweerd, afspraken dreigen te sneuvelen, militaire escalatie vervangt diplomatie. De kans dat Iran het NPT verlaat is reëel, en dan wordt een kernwapen plots geen hypothetisch scenario meer.
De huidige oorlog vergroot net de drang bij Iran om een kernwapen als afschrikmiddel te verwerven
Israël van zijn kant gebruikt zijn kernwapens niet alleen voor militaire afschrikking, maar ook als diplomatiek drukmiddel, zowel tegen buurlanden als tegen bondgenoten zoals de VS. Zo dreigde Israël tijdens de Jom Kipoeroorlog in 1973 om kernwapens in te zetten als het geen militaire steun van de VS zou krijgen.
De aanvallen van Israël en van de VS op Iran zijn contraproductief en gevaarlijk: hoewel zij zogezegd bedoeld zijn om het kernwapenprogramma te stoppen, vernietigen ze enkel installaties, niet de opgedane kennis. Sterker nog, in plaats van Iran’s wil om nucleaire wapens te verzwakken, vergroot de huidige oorlog net de drang om zo’n afschrikmiddel te verwerven.
Als Iran kernwapens zou verwerven zou dat ook andere landen in de regio zoals Saoedi-Arabië en Turkije aansporen om hetzelfde te doen. Zo een nucleaire kettingreactie zou de regio nog instabieler maken en het risico op een brede, oncontroleerbare wapenwedloop vergroten.
Wat zogezegd bedoeld is om de wereld veiliger te maken, ondermijnt in werkelijkheid de internationale veiligheid en brengt duurzame vrede alleen maar verder uit zicht.