Homans afwezig bij presentatie Jaarboek armoede en uitsluiting

Teaser fallback community afbeelding
Bij de presentatie van het Jaarboek over Armoede en Sociale Uitsluiting in België bleef één stoel leeg in de zaal donderdag 4 december. De traditie wil dat de minister van Armoedebestrijding bij de presentatie aanwezig is. Maar minister Homans liet deze keer verstek gaan.

Voor het eerst in twintig jaar gaf de minister van Armoedebestrijding niet thuis bij de presentatie van de jaarcijfers over armoede en sociale uitsluiting in België. Minister Liesbeth Homans (N-VA) bleef afwezig. Oprichter van het Centrum OASeS – de organisatie die altijd het onderzoek voor het Jaarboek uitvoert – Jan Vranken twitterde een dag voor de presentatie teleurgesteld:

Voor het eerst in 20 jaar komt de Vlaamse minister voor Armoedebeleid niet naar het colloquium #Jaarboek_Armoede. Misprijzen of angst?

— Jan Vranken (@vranken_jan) 3 december 2014

Vranken publiceerde eerder dit jaar met Thatcher aan de Schelde een kritisch boek over het beleid van – toen nog OCMW-voorzitter van Antwerpen – Liesbeth Homans. Dat leidde tot een stevige aanvaring tussen die twee in het televisieprogramma Terzake.

Agendatechnische problemen 

Woordvoerder Ellen Devriendt verklaart dat de minister wegens agendatechnische problemen niet kon komen:  

“Minister Homans moest bij de Parlementaire Commissie een nota over het woningbeleid toelichten. Dit was een verplichte afspraak en bovendien is de portefeuille Wonen haar kerntaak. Daarbij was de organisatie op de hoogte dat donderdagen voor de minister over het algemeen heel moeilijk haalbaar zijn.”   

Vindt minister Homans de situatie omtrent armoede en sociale uitsluiting dan niet belangrijk genoeg? “De visie zoals het in het jaarboek staat omschreven, is de visie van de vorige minister. In het volgende jaarboek zal de visie van Homans staan. Dan kan zij haar stempel drukken. Maar dat maakt dit jaarboek niet minder belangrijk”, aldus Devriendt.

Opsteker voor Homans 

Homans had iets kunnen opsteken van dit Jaarboek. Het gaat namelijk niet zo goed op het gebied van armoede en sociale uitsluiting in België.  

Wie opgroeit in armoede heeft later meer kans ook in armoede te moeten leven, concludeert het Centrum Ongelijkheid, Armoede, Sociale uitsluiting en de Stad (OASeS) van de Universiteit Antwerpen. Het is geen nieuwe ontdekking, maar belangrijk is dat het armoedebeleid daar tot nu toe geen verandering in heeft gebracht. 

Van de Belgen tussen 25 en 59 jaar die tijdens hun jeugd in armoede hebben geleefd, is 26 procent nu ook arm. Dat wil zeggen dat hij of zij inkomensarm is, of ernstig materieel gedepriveerd, of een zeer lage werkintensiteit kent. Daartegenover komt 8 procent van de armen in België uit een gezin met een goede financiële situatie. Deze cijfers bewijzen dat mensen die in armoede opgroeien, een grotere kans maken in de toekomst in dezelfde kwetsbare omstandigheden terecht te komen.

België nummer 11 op EU-ranglijst 

België prijkt op de elfde plaats op de EU-ranglijst als het gaat om het aantal mensen dat leeft onder de armoederisicogrens. In totaal is dat 15,1 procent van de bevolking. Dat betekent dat een gezin leeft van minder dan 2.256 euro per maand en een alleenstaande het met minder van 1.074 per maand doet. Om een beeld te schetsen: het huidige leefloon voor een alleenstaande bedraagt 817 euro, ver onder deze armoederisicogrens.  

Het relatieve armoederisico in België is sinds 2011 redelijk onveranderd. “Ondanks de hoge welvaart neemt de armoede niet af. Dat is deels een gevolg van het feit dat de tewerkstellingsgroei niet naar werkarme gezinnen is gegaan en deels een gevolg van het feit dat de sociale bescherming voor deze gezinnen minder genereus is geworden", aldus het Jaarboek.

De versnelde vermindering van de werkloosheidsuitkering duwt mensen sneller de armoede in, waardoor de vraag rijst of deze maatregel doeltreffend is in tijden van groeiende werkloosheid. Eerst moeten er voldoende jobs beschikbaar zijn, ook voor groepen die vaak uitgesloten zijn van de arbeidsmarkt, zoals ouderen, laaggeschoolden en allochtonen. 

Dubbele ongelijkheid 

Wat betreft milieuvervuiling hebben mensen onder aan de ladder te maken met een dubbele ongelijkheid.  

Op de eerste plaats wonen en werken zij veelal dichter bij de bronnen van milieuvervuiling en worden hierdoor vaker blootgesteld aan ongezonde stoffen en gassen dan mensen met een hogere sociaaleconomische status. Op de tweede plaats kampen ze vaak met een zwakker immuunsysteem, waardoor ze vatbaarder zijn voor de vervuiling en sneller gezondheidseffecten ondervinden dan mensen in een hogere sociale positie.   

Armoede vs duurzame ontwikkeling 

Dit jaar ontrafelt het Jaarboek de link tussen armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling. Veel maatregelen voor duurzame ontwikkeling zijn nefast voor mensen in armoede. Een hogere taks op brandstoffen verhoogt de prijs van elektriciteit, verwarming en mobiliteit. “Een ecologische logica streeft ernaar om gezinnen minder energie te laten verbruiken, terwijl een sociale logica gezinnen in energiearmoede net meer energie wil aanleveren", zeggen de onderzoekers. 

De oplossing is om op voorhand te evalueren wat de gevolgen van bepaalde maatregelen zullen zijn voor sociale rechtvaardigheid. “Sociale correcties kunnen de gevolgen van bepaalde maatregelen voor mensen met een laag inkomen beperken", stelt het Jaarboek. 

Geen onbeschreven blad 

“Een individu blijkt geen onbeschreven blad dat ten volle verantwoordelijk is voor zijn of haar sociale positie. Deze bevinding zou de toenemende focus op het individuele schuldmodel moeten temperen”, luidt de dwingende aanbeveling van het onderzoeksteam.  

Het doel van het Jaarboek is om een perspectief voor het komende jaar te bieden aan politici en beleidsmakers. Wat kunnen ze verwachten? Welke richting kunnen ze het beste uitgaan met het sociaaleconomisch beleid? Belangrijk hierbij is om de visie en plannen van de minister te horen. Dan rest de vraag: waarom was Homans afwezig op de presentatie?  

Angst voor confrontatie 

Oprichter van het OASeS Jan Vranken: “Het is duidelijk een gebrek aan belangstelling, maar ook angst voor de confrontatie met mensen in de zaal. Vele toehoorders zijn mensen die Homans’ ingrepen aan den lijve ondervinden. Je moet sterk in je schoenen staan om je beleid te durven verdedigen.” 

“Ten tijde van hoogconjunctuur was er al nauwelijks vooruitgang binnen het armoedebeleid”, gaat Vranken verder. “Alleen de scherpe kantjes werden bijgeschaafd. Nu in een periode dat de noodzaak het hoogst is, ontbreekt een positief verhaal over armoedebestrijding volledig. De verwachting dat de regering armoede grondig gaat bestrijden is onbestaande.”  

Frustratie en irritatie 

Tijdens de receptie na afloop van de presentatie merkte Vranken frustratie en irritatie bij de aanwezigen. “Mensen waren niet gelukkig. Bij het vaststellen van de datum voor de presentatie van het Jaarboek is het een hoge prioriteit dat de minister komt. De positie van Homans is door haar afwezigheid niet versterkt bij het middenveld. In het verleden is het voor de minister van Armoedebestrijding altijd mogelijk geweest om afspraken zo te plannen dat hij of zij toch kon komen. Als Homans ergens echt wil zijn, dan beschikt ze over voldoende middelen om dat te regelen.”

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?