Mogelijke besparingen op cultuur stuiten op kritiek: "Cultuur is geen extraatje"
Het gaat over het budget voor de verschillende cultuurdecreten. Een eventuele besparing treft dus niet alleen de gesubsidieerde kunstensector, maar ook het cultureel erfgoed, het sociaal-cultureel werk, amateurkunsten, circus en en andere culturele domeinen.
Met amper 0,72 procent van de hele Vlaamse begroting maakt de Vlaamse overheid vandaag enorm veel mogelijk: internationaal gerenommeerde huizen zoals AB, Brussels Philharmonic, Concertgebouw Brugge en Rosas. Daarnaast zorgt de sector voor één geïntegreerd bibliotheeksysteem; voor ondersteuning van onze fanfares; voor internationale kansen voor kunstenaars als Otobong Nkanga, Alain Platel en Miet Warlop; voor de zorg en bescherming van Vlaamse topstukken van onder meer Rubens, Van Ostaijen en Elsschot; en voor duizenden sprankelende schoolvoorstellingen in heel Vlaanderen. Dat alles met aandacht voor veiligheid, toegankelijkheid, betaalbare prijzen en de noden van elke Vlaming.
Daarom is besparen op cultuur, besparen op elk van ons.
De maatschappelijke meerwaarde van cultuur is tot ver buiten de schouwburg tastbaar: sociale cohesie, artistieke kwaliteit, mentaal welzijn, internationale excellentie, burgerschap, levenslang leren, verbeeldingskracht, zorg voor de toekomst van ons erfgoed. Zowel wetenschappers als burgers erkennen en waarderen de impact van de cultuursector.
"Dit raakt niet alleen een kleine groep mensen uit de cultuursector, maar de hele samenleving"
Nele Provoost van OCE, belangenbehartiger voor de cultureel- erfgoedsector legt uit: "Mensen denken soms dat cultuur iets niche is, maar het raakt aan veel dingen waar mensen dagelijks mee bezig zijn. Amateurkunst, verenigingen die bezig zijn met muziek of theater, die vallen daar ook onder. Het raakt dus niet alleen een kleine groep mensen uit de cultuursector, maar de hele samenleving. Cultuur is geen extraatje".
De OESO kent zowel directe als indirecte economische en maatschappelijke baten toe aan de creatieve en culturele sectoren (OESO-rapport 2023). De onderzoekers van het Vlaamse Kenniscentrum Cultuuronderzoek brengen fijnmazige en concrete evidentie samen voor zowel de sociale, economische, gezondheids- als cognitieve effecten van cultuur.
Twee op de drie Vlamingen vindt dat kunst bijdraagt aan maatschappelijke verbinding, 46 procent vindt het cruciaal voor een gezonde samenleving. Ook wie niet of weinig participeert, vindt cultuur toch maatschappelijk belangrijk.
In de verschillende besparingsrondes is cultuur proportioneel één van de beleidsdomeinen die het meest heeft ingeleverd
Ons land telt 2 miljoen actieve amateurkunstenaars en dat blijft stijgen. Activiteiten van Sociaal Culturele organisaties tellen jaarlijks 10 miljoen unieke bezoekers. Onze musea ontvangen jaarlijks 5,2 miljoen bezoekers. 81 procent van de Vlamingen bezoekt jaarlijks een monument of een erfgoedsite en 89 procent een concert of voorstelling.
Tegen deze achtergrond nam de sector kennis van de in de pers aangekondigde mogelijke besparing van 10 procent op de cultuursubsidies. Het zou de zoveelste besparing zijn in een lange rij. In 2004 bedroeg het cultuurbudget 1,99 procent van de totale Vlaamse begroting. Het daalde daarna gestaag tot 0,72 procent. In de verschillende besparingsrondes is cultuur proportioneel één van de beleidsdomeinen die het meest heeft ingeleverd.
Ook vorig jaar stond de Vlaamse Regering voor een grote besparingsoefening. De cultuursector droeg uiteindelijk 13,5 procent – of 23 miljoen euro - van het totaal te besparen bedrag bij. Een buitenproportioneel bedrag. Jarenlang niet of onvolledig indexeren van subsidies gecombineerd met inflatie zorgde er bovendien al voor dat de financiële veerkracht van de cultuursector verschrompelt.
"Wat er nu naar cultuur gaat is een kleine hap uit de hele begroting"
Een bijkomende besparing van 10 procent betekent nog minder mensen aan het werk, minder aanbod en minder bereik. Besparen raakt niet alleen cultuurorganisaties die het cultuurbeleid uitvoeren. Want achter al die cijfers zitten mensen. Veel mensen. Een bijkomende besparing van 10 procent betekent nog minder kunstenaars en medewerkers aan het werk, minder ondersteuning voor collecties, vrijwilligers en verenigingen, minder aanbod en bereik voor deelnemers en bezoekers.
"Wat er nu naar cultuur gaat is een kleine hap uit de hele begroting. Dus besparen op cultuur gaat niet helpen om die begroting te dichten", vertelt Hanne Geukens van De Federatie, belangenbehartiger voor amateurkunsten en sociaal-cultureel werk.
Cultuur is geen kostenpost die zich beperkt tot de middelen die de overheid erin investeert. De cultuursector genereert economische activiteit, werkgelegenheid, internationale roem en inkomsten en vooral ook maatschappelijke waarde. Die effecten zijn niet allemaal even gemakkelijk in euro's uit te drukken. Wie enkel naar de overheidsuitgaven kijkt, ziet dan ook maar een deel van het verhaal.
Tegenover de publieke investering in cultuur, staat een duidelijke verantwoordelijkheid van de sector. De cultuursector legt systematisch verantwoording af over de middelen die ze ontvangen. Ze werken binnen de afgesproken kwaliteitskaders en engageren ons voor de doelstellingen die in de decreten zijn vastgelegd.
De Vlaamse Regering neemt haar beleids- en subsidiebeslissingen binnen de kaders die zij in de vorige en de huidige legislatuur heeft vastgelegd voor cultureel erfgoed, kunsten, amateurkunsten en sociaal-cultureel werk. Binnen die kaders geven organisaties hun werking vorm. Die continuïteit biedt de sector rechtszekerheid en stabiliteit die nodig is om organisaties op een duurzame manier te laten werken. Ze vormt ook de basis van de afspraken die tussen de overheid en de sectoren zijn gemaakt.
Zich houden aan deze kaders en afspraken, is een kwestie van goed bestuur.