Analyse

Einde pacifistische traditie: Vlaamse regering zendt wapens naar Israël

Afbeelding
Mehdi, Diependaele, Rousseau keuren wapenhandel met Israël goed. Foto's: EPP/CC BY-SA 2:0 en EU/CC BY-SA 4:0
Mehdi, Diependaele, Rousseau keuren wapenhandel met Israël goed. Foto's: EPP/CC BY-SA 2:0 en EU/CC BY-SA 4:0
Onder leiding van de N-VA stemmen CD&V en Vooruit in met een wijziging van het wapenhandeldecreet, die de deur terug wijd openzet voor handel met Israël, een totale breuk met het historische Vlaams-nationale pacifisme, een ideologie die de N-VA reeds lang heeft ingeruild voor ongebreideld antisociaal neoliberalisme. Een analyse van Vredesactie.

Het is zover. De Vlaamse Regering keurde haar nieuwe Wapenhandeldecreet goed. Nu zullen Vlaamse wapenonderdelen bijvoorbeeld opnieuw hun weg vinden naar Israël en ingezet worden tegen de bevolkingen van Palestina, Libanon en Iran.

Een voorstel van decreet vol gaten

Eind juni gaf het Vlaams Parlement groen licht voor dit nieuwe Wapenhandeldecreet. Volgens critici baant dit decreet de weg voor leveringen van Vlaamse wapenonderdelen aan landen die oorlogsmisdaden plegen

Jo Dirix van Vredesactie vat samen: “Met de goedkeuring van het nieuwe Wapenhandeldecreet is Vlaanderens pacifistische traditie officieel dood en begraven. Binnenkort zullen Vlaamse wapenonderdelen opnieuw worden ingezet tegen Palestijnse burgers. 'Hun levens zijn minder waard dan de winst van de Vlaamse militaire industrie', dat is de boodschap die Diependaele nu uitzendt.”

Het nieuwe decreet werd geframed als een technische actualisering die wapenhandelcontroles efficiënter zou maken. De realiteit blijkt echter anders. Experts van het onderzoekscentrum IPIS en Amnesty International publiceerden een gedetailleerde analyse waarin ze concluderen dat het ontwerp in werkelijkheid de effectieve controle op wapentransporten structureel uitholt.

Het Vlaams Vredesinstituut, verbonden aan het Vlaams parlement zelf, trok al eerder dezelfde conclusies in een advies. Het instituut waarschuwde dat het voorstel de controle op wapenuitvoer en -doorvoer tot een absoluut minimum terugdringt, ten koste van zowel mensenrechten als veiligheid. Ook naar hen werd niet geluisterd.

De kern van het probleem ligt in meerdere ingrijpende wijzigingen. Ten eerste wordt de vergunningsplicht voor overbrenging van militaire goederen tussen EU-lidstaten sterk verminderd (zie Wapens voor oorlogsmisdadigers?). 

Dit klinkt onschuldig, maar het effect is aanzienlijk. EU-lidstaten die onze onderdelen ontvangen kunnen deze namelijk integreren in grotere wapensystemen en ze vervolgens alsnog uitvoeren naar regimes die mensenrechten schenden of het internationaal humanitair recht overtreden.

Bij de overbrenging van zogenaamde niet-essentiële onderdelen, zoals een motoronderdeel van een gevechtsvliegtuig, legt de Vlaamse regering zichzelf zelfs het verbod op om voorwaarden aan de verleende vergunning te koppelen. Ze verplichten zichzelf dus vergunningen uit te schijven zonder voorwaarden, als het ware een carte blanche voor de producent. 

Op die manier kan de regering zelfs niet meer eisen dat Vlaamse militaire goederen niet worden gebruikt voor doeleinden die in strijd zijn met het internationaal recht. Alle mensenrechtengaranties verdwijnen hiermee gewoonweg.

Binnenkort zullen Vlaamse wapenonderdelen opnieuw worden ingezet tegen Palestijnse burgers

Afschuiven van verantwoordelijkheid

Een tweede zorgwekkende ontwikkeling is de manier waarop de Vlaamse regering verantwoordelijkheid van zich afschuift. De complexe taak van risico-inschatting en eindgebruikcontrole wordt doorgeschoven naar bedrijven en andere EU-lidstaten. Er wordt dan voornamelijk enkel in het laatste land van assemblage een controle uitgevoerd, niet waar de onderdelen geproduceerd worden.

Dit creëert een situatie waarin juridisch toezicht haast onmogelijk gemaakt wordt. Door controle te verminderen en uit te besteden aan andere landen, maakt de Vlaamse regering zichzelf én Vlaamse militaire bedrijven kwetsbaar voor juridische procedures, reputatieschade en financiële onzekerheid. Het maakt hun rechtszekerheid afhankelijk van de controles die al dan niet adequaat worden uitgevoerd in een ander land, iets waar we in Vlaanderen geen vat op hebben.

Nadia Naji, Vlaams parlementslid voor Groen, lichtte toe hoe dit in de praktijk werkt: “Wat er nu riskeert te gebeuren is dat wapens via een ander land, bijvoorbeeld vanuit België, via Duitsland, in Israël belanden. Dat is echt een heel, heel groot probleem.”

Politieke spagaat bij coalitiepartners

De politieke dynamiek rond dit dossier onthult een opmerkelijke spagaat bij de coalitiepartners van de N-VA. Vooruit en CD&V hadden vorige jaar nog gedreigd met de val van de regering omwille van het uitblijven van sancties tegen Israël en de wapentransporten naar dat land. Nu stemden beide partijen in met een versoepeld decreet dat precies diezelfde route naar Israël weer opent.

Ilona Vandenberghe, parlementslid voor PVDA, benadrukte: “Partijen als Vooruit of als CD&V zeggen in de krant natuurlijk dat ze geen wapens naar Israël willen. Maar in het parlement zien we dat ze de regelgeving versoepelen.”

Jo Dirix voegt toe: “Je kunt niet enerzijds zeggen dat je geen kinderen wilt zien sterven en anderzijds stemmen voor een wet die de weg vrijmaakt voor wapens die bijdragen aan grootschalige oorlogsmisdaden. Die spagaat is onhoudbaar en knaagt aan de geloofwaardigheid van Vooruit en CD&V.”

Het fel gecontesteerde decreet komt er nadat tienduizenden mensen door de straten van Brussel trokken en maandenlange pro-Palestina protesten over heel Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Ondanks dat maatschappelijke verzet blijft de regering, zowel de federale als Vlaamse, de kant van het Zionisme kiezen. Van concrete sancties komt volgens vredesorganisaties maar heel weinig in huis op federaal niveau, en ook op Vlaams niveau bekent de regering duidelijk kleur.

Niet meer veiligheid en rechtszekerheid, integendeel

Een belangrijk argument van de voorstanders voor het decreet is dat een versoepelde regelgeving zou leiden tot meer veiligheid én voor meer rechtszekerheid voor Vlaamse bedrijven. Door de handel in militaire producten te stimuleren, helpt Vlaanderen de militaire dominantie van NAVO-landen te versterken, klinkt het. 

Maar militaire dominantie betekent nog vrede of veiligheid. Zeker niet voor de burgers in de gebieden waar die militaire dominantie wordt afgedwongen. Bovendien zijn de wapens die Vlaanderen verscheept vaak bestemd voor het buitenland en niet voor de "verdediging van de EU", wat soms ook verkeerd wordt voorgesteld door onze politici. Ook binnen de EU zal een versoepeld wapenhandeldecreet dus weinig bijdragen aan verhoogde veiligheid.

Vredesorganisaties trekken nog een duidelijke conclusie: uitgeholde regels zorgen volgens hen niet voor meer rechtszekerheid, maar juist voor minder. Dat is exact wat het vonnis van de Brusselse rechtbank van juli 2025 aantoont, waarin de Vlaamse regering veroordeeld werd wegens het schenden van haar eigen regels, namelijk, het doorlaten van militaire onderdelen via de haven van Antwerpen naar Israël. 

Die veroordeling illustreert perfect dat zwak beleid risico's met zich meebrengt. Door controle verder af te bouwen, maakt het nieuwe decreet die risico’s alleen maar groter. Want onder het Wapenhandelsverdrag van Verenigde Naties (UN ATT) blijft Vlaanderen nog steeds verantwoordelijk voor de controle op eindgebruikers, terwijl ze die controle nu effectief uitholt. 

Wanneer Vlaamse wapenonderdelen in Israël terechtkomen, dan dragen zowel de Vlaamse overheid als Vlaamse bedrijven een verpletterende, juridische verantwoordelijkheid.

"We moeten blijven op straat komen, blijven petities tekenen, ons organiseren, ons informeren"

Hoorzitting dankzij 18.421 handtekeningen

Vredesactie wist in april een openbare hoorzitting in het Vlaams Parlement af te dwingen dankzij een petitie met 18.241 handtekeningen. Dertien Vlaamse ngo's (1) presenteerden daar gezamenlijk hun standpunt, vertegenwoordigd door Vredesactie en Antigone Initiative.

De eisen waren concreet. Een wapenhandeldecreet dat die naam waardig wil zijn, moet mensenrechten beschermen in plaats van de militaire industrie op haar wenken te bedienen. Het moet duidelijke regels opleggen en rigoureus toezien op de naleving ervan, in plaats van uitzonderingen de effectieve regel te maken en holle voorwaarden in te bouwen. Transparantie moet hoog in het vaandel worden gedragen, in plaats van publiek toezicht te bemoeilijken.

Op zijn minst moet een waardig wapenhandeldecreet een streng embargo tegen Israël behouden. Want de Vlaamse regering mag misschien gebroken hebben met Vlaanderens pacifistische traditie, maar haar burgers eisen dat elke medewerking aan die gruwel onmogelijk wordt gemaakt.

Maatschappelijk verzet gaat door

Ondanks de goedkeuring van het decreet in het Vlaams Parlement geven vredesorganisaties niet op. Jo Dirix benadrukte in een reactie: “We moeten ons blijven verzetten. We moeten blijven op straat komen, blijven petities tekenen, ons organiseren, ons informeren.” 

Het decreet is misschien goedgekeurd, maar de strijd is nog niet gestreden. Vredesactie en partners blijven druk uitoefenen op de Vlaamse regering. Zij vragen dat het nieuwe decreet wordt herzien en vervangen wordt door een wetgeving die in overeenstemming is met Belgische verplichtingen onder het VN Wapenhandelsverdrag en gerelateerde non-proliferatie- en mensenrechtenverdragen.

 

Note: 

(1) Vredesactie, Pax Christi Vlaanderen, Palestina Solidariteit, Handala Association, Vrede vzw, Broederlijk Delen, Intal, 11.11.11, Antwerpse Coalitie voor Palestina, Käthe Kollwitz Collectief, Ieper4Palestine, Vredescomité Kortrijk, Limburg4Palestine, House of Compassion Brussel, Better Planet Online

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?