Opinie

Waarom hebben we het bij een natuurbrand plots over Defensie?

Afbeelding
Natalie Eggermont. Foto: PVDA
Natalie Eggermont. Foto: PVDA
"Met zijn ‘Militair Brandactieplan’ profileert Theo Francken zich als de grote brandblusser", schrijft Natalie Eggermont, federaal parlementslid voor PVDA. Ze beargumenteert in dit opiniestuk dat het een vergissing is te denken dat militair materieel de oplossing is bij natuurrampen. "Om ons tegen natuurbranden te beschermen hebben we sterke publieke hulpdiensten nodig, maar die bouwt de N-VA liever af."

Wat Francken nooit vermeldt, is dat hij deel uitmaakte van de Zweedse regering die onder minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon de hakbijl zette in de Civiele Bescherming. Zweeds heet nu Arizona, maar de besparingspolitiek blijft het DNA van de N-VA. De Civiele Bescherming versterken? Niet aan de orde. “We hebben in België veel te veel overheidsdiensten met verschillende kleurtjes”, zei N-VA-Kamerlid Jeroen Bergers toen de grootste natuurbrand in de Belgische geschiedenis nog smeulde. Hij wil ze liever integreren in de brandweer. Maar ook voor die brandweer zijn extra middelen nergens te bespeuren.

Er is één departement waar de besparingslogica niet geldt: Defensie. Theo Francken krijgt de komende jaren 34 miljard euro voor militair materieel. Zo belanden we in een omgekeerde wereld. Het gat in onze hulpverlening dat de N-VA zelf mee groef, wil ze nu vullen met militaire uitgaven. Brandweer, Civiele Bescherming en Defensie hebben nochtans elk hun eigen expertise. De brandweer voorkomt en bestrijdt branden. De Civiele Bescherming ondersteunt bij grote rampen met gespecialiseerd personeel en materieel. Het leger kan bijspringen wanneer nodig. Dat doet het ook tijdens de brand in de Hoge Venen, waarvoor hulde. Maar militaire bijstand in een noodsituatie is iets anders dan onze rampenbestrijding structureel rond Defensie uitbouwen.

Daar sta je dan: de natuur in de fik, het blusmateriaal nergens te bekennen

Je zou dus verwachten dat de regering eerst onderzoekt wat onze civiele hulpdiensten nodig hebben. Niet als het van Francken afhangt. Hij grijpt de brand aan om meteen de aankoop van elf Chinook-helikopters, goed voor 1,3 miljard euro, te versnellen. Die Chinooks worden echter helemaal niet in de eerste plaats gekocht om branden te blussen. Het zijn zware militaire transporthelikopters voor troepen, materieel en gewonden. Ze passen in Franckens ambitie om “militair opnieuw een sterkere positie [in te nemen] in Afrika.” Hij koopt dus geen elf helikopters om ze in België paraat te houden, maar om het leger makkelijker ver buiten onze grenzen in te zetten. Wat als het hier brandt terwijl de Chinooks deelnemen aan een militaire missie in Congo, Gabon of de Sahel? Daar sta je dan: de natuur in de fik, het blusmateriaal nergens te bekennen.

Er bestaan bovendien betere civiele alternatieven. Australië bouwde Chinooks om tot civiele brandbestrijdingshelikopters. Dankzij een geïntegreerde tank kunnen ze tot 11.000 liter water meenemen, zichzelf snel bijvullen en het water veel gerichter lossen, ook op plaatsen waar het gebruik van een gewone waterzak moeilijk of gevaarlijk is. Of neem de S-64 Air Crane, die onder meer in Italië, Griekenland en Zuid-Korea wordt ingezet. Deze helikopter met een tank van 10.000 liter kan via een brandslang rechtstreeks uit een waterbron bijvullen en preciezer blussen.

Sturen we straks militairen naar de klas om het lerarentekort op te lossen?

Francken gebruikt een crisis die de tekorten in onze civiele hulpverlening blootlegt om militaire aankopen te versnellen en Defensie steeds verder het civiele terrein op te trekken. Havens en spoorwegen moeten 'oorlogsklaar' worden, de gezondheidszorg moet sterker op militaire noden worden afgestemd en nu dreigt ook onze rampenbestrijding vanuit die logica georganiseerd te worden. Waar eindigt dat? Sturen we straks militairen naar de klas om het lerarentekort op te lossen?

De vraag is dus niet alleen welke helikopter we kopen, maar welke samenleving we willen. Een overheid die haar eigen hulpdiensten afbouwt en vervolgens het leger naar voren schuift zodra een crisis uitbreekt? Of sterke publieke diensten die precies voor zulke crisissen bestaan?

Wij kiezen voor een civiele aanpak. Eerst voorkomen: met klimaatbeleid dat de opwarming afremt, natuurbeheer dat brandrisico’s verkleint en een nationale aanpak met betere risicoanalyses, monitoring en snelle waarschuwingen. En wanneer het toch misgaat, moeten brandweer en Civiele Bescherming klaarstaan met voldoende personeel, eigen bluscapaciteit en aangepast interventiematerieel. Wie onze hulpverleners echt wil bedanken, moet verder gaan dan applaus na een zware interventie. Echte erkenning betekent investeren in de mensen en diensten die elke dag voor onze veiligheid instaan.

 

Natalie Eggermont is federaal parlementslid voor PVDA.

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?