Opinie

Verbeelding als verzet: AI, klimaat en slakkentheater

Afbeelding
Foto: DepositPhotos.com
Foto: DepositPhotos.com
“Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, vervangt grafieken door foto’s van bruine gazons om klimaatrapporten minder abstract te maken”, leest Helena Baeck op haar LinkedIn-feed. Het blijkt satire, maar misschien moeten we absurditeit met absurditeit bestrijden.

“Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, vervangt grafieken door foto’s van bruine gazons om klimaatrapporten minder abstract te maken”, lees ik op mijn LinkedIn-feed. Ik denk iets tussen “huh” en “ah?”, waarna mijn gedachten verder afdwalen naar de verdorde gazons, parken en bermen die mij overal waar ik kom dof en dor aangapen. Met een rookpluim erboven, als een kers op een taart die te lang in de oven heeft gestaan. 

De eerste regenbui nu voelt als een glas water dat over die taart wordt uitgekapt. Nee, de afgelopen klimaatuitwassen worden daarmee niet weggewassen. Geen mens die daar tegenwoordig nog een rapport voor moet openslaan. 

De eerste regenbui nu voelt als een glas water dat over die taart wordt uitgekapt

Ik denk ook aan die ene uitzondering van enkele weken terug. Ik was op een straattheaterfestival in Frankrijk en zocht naar een plekje om even uit te puffen en af te koelen tussen het gewemel en de voorstellingen door. Plots was daar onder de schaduw van een boom een piepklein stukje mals gras te bespeuren. Een wadi te midden van wat aanvoelde als een stedelijke woestijn. 

Ik dacht iets tussen “ah!” en “huh” en zeeg dankbaar neer. Ik zag wat me eerder was ontgaan: naast mij waren mensen hun waterflesjes aan het vullen aan een drankfontein. Het water dat naast de drinkbussen terechtkwam, sijpelde de grond in. Dat verklaarde dit groene eilandje in het midden van een groter hitte-eiland.

Slakkenvrouwen

Later die dag zou ik per toeval een voorstelling zien die mijn favoriet van het meerdaagse festival zou blijken, ondanks dat verschillende andere optredens heel wat meer spektakel en complexiteit tentoonspreidden. Het ging zo: twee witte vrouwen van middelbare leeftijd waren in het zwart gekleed en hielden met zwarte handschoentjes elk een zwarte paraplu boven hun hoofd. 

Ik was bijna gewoon voorbij gewandeld, hen niet onderscheidend van andere flamboyante passanten. Maar iets in hun ritme deed dat van mij stokken, en nog eens kijken. Een gegniffel omringde hen. 

Met een dwaze blik in hun ogen bewogen ze zich tergend traag en onverstoorbaar te midden van de commotie. Vanonder hun paraplu uit regende het minuscule druppeltjes. Het hielp hen het hoofd koel te houden. Er plakten slakken op hun kleren, huid en paraplu’s. Een van hen vond een aanlokkelijke mouw van een toeschouwer en begon daar smakelijk op te kauwen. De ander ging haar gezapige slakkengangetje. 

Ik beeldde me in hoe we binnenkort allemaal met zo’n paraplu waar regen uit valt zouden rondslenteren

Nog nooit zag ik zo’n waarachtige belichaming van wat ik denk dat het woord flegmatiek betekent. Ik kan het moeilijk uitleggen, maar het zag er erg komisch uit. Tegelijk was de berusting van de slakkenvrouwen in het absurde een verfrissende verademing. 

Hun kalmte straalde op me af en bood even een houvast. Waar ik enkele minuten geleden nog het gevoel had dat ik uit stof was gemaakt en tot stof zou wederkeren, werd me nu duidelijk dat ik misschien wel als slak was gemaakt en tot slak zou wederkeren. Ik beeldde me in hoe we binnenkort allemaal met zo’n paraplu waar regen uit valt zouden rondslenteren en zachte mossen tussen onze oren zouden groeien. De verbeelding zou zegevieren.

Koortsdroom

Ik realiseerde me dat ik heimwee had naar de tijd waarin de zomer gelijkstond aan dromerige komkommertijd. Maar de komkommerplant in mijn moestuin is verkommerd en opgebrand, de kranten staan vol rampen, en ondertussen besteden we onze verbeelding uit aan vervuilende, discriminerende LLM’s. 

De toestand van collectieve cognitieve dissonantie waarin we zijn verwikkeld geraakt – dat we langzaam maar zeker in ons eigen AI-vet aan het gaarkoken zijn, terwijl klimaatambities verwateren en verdwijnen als sneeuw voor de zon – heeft dan nog het meest iets weg van een koortsdroom. Terwijl ik erover nadenk, neemt de koortsdroom de gedaante aan van de mythische figuur Narcissus: 

Narcissus heeft het warm, maar zijn lichaam zal er wel aan wennen, zeggen ze. Zijn lichaam, hij heeft er een rare obsessie mee. Als hij niet naar zijn navel staart, dan wel naar zijn spiegelbeeld in het water. Het water, dat hem aan de lippen staat. Tot de laatste druppel in de poel is verdampt en hij door de grond zakt. 

Hij belandt in Plato’s grot, waar hij binnen de kortste keren verslaafd raakt aan de geprojecteerde AI-hallucinaties op de wand. Echo zit ook in de grot. Ze luistert, vat samen en lijkt wel een echte sparringpartner! Ze is altijd beschikbaar, en is het altijd met hem eens. Dat heeft Narcissus graag. Nu voelt hij zich minder alleen. Dat haar woorden hol en leeg klinken, neemt hij er wel bij. Liever dat dan dat gapende gat in zijn binnenste onder ogen komen. 

Hij vernam dat ze nu tevreden in het geld zwemmen, of althans in hun privé-zwembad

De buitenwereld gaan ontdekken? Dat laat hij wel over aan een of andere zot of bot met zo’n Meta-bril op de kop. Nee hoor, hij blijft lekker zitten in zijn grot, in de slipstream van de slop stroom, zijn aandachtsspanne in panne. 

Bovendien, de buitenwereld staat in brand. Dat ze maar snel werk maken van die nieuwe gascentrales en datacenters, voor het te laat is, denkt hij. Hij trekt het rookgordijn nog wat verder dicht. 

Maakt zich verder geen zorgen over de rook, de leiders van zijn land hebben de batterijen uit het brandalarm gehaald. Zij sluiten deals met hun favoriete tech bro’s (en de Taliban, maar dat even terzijde) die zulke mooie plaatjes en praatjes maken. 

Hij vernam dat ze nu tevreden in het geld zwemmen, of althans in hun privé-zwembad. Met barbecue. En een frisse pint. “Leve de brol, leve de brolichargie!”, denkt Narcissus, en hij maakt prompt een nieuwe prompt.

Wanneer Odysseus een tijd later op de grot stuit tijdens zijn omzwervingen, is Narcissus van al het doomscrollen verworden tot een Cycloop met één nietsontziend oog. “Wie ben jij?”, vraagt Odysseus. Narcissus-de-Cycloop weet het niet meer. “Niemand”, antwoordt hij. “Hé, dat is mijn tekst”, denkt Odysseus, nu in de war. 

“De Hoge Venen staan in brand”, zegt hij dan maar. “Ik ken wel een aannemer. Dat stuk grond stak hem al een tijdje de ogen uit”, antwoordt Niemand. Het is onduidelijk of hij knipoogt, of gewoonweg knippert. 

Nu helemaal van slag stamelt Odysseus: “Valt het je ook op dat deze koortsdroom de Bechdel-test niet haalt? Net als die 172 minuten durende film over mij, trouwens. Je weet wel, wanneer er geen enkele scène is waarin minstens twee vrouwen met elkaar praten over iets anders dan een man.” “Ach”, zegt Niemand, “daar heb je weer zo’n ecofeminist. Knettergek zijn ze.” “Knettergek”, echoot Echo. 

Absurditeit met absurditeit bestrijden

Na afloop van het festival zag ik op de parking twee witte vrouwen van middelbare leeftijd sukkelen met hun fietsen die ze aan het fietsenrek van een wagen wouden vastmaken. Vanop een afstandje leken ze qua gestalte en neusvorm op de slakkenvrouwen van twee dagen terug. Het getreuzel met de fietsen leek ook wel toepasselijk. 

Ik schraapte mijn moed bijeen en besloot naar hen toe te gaan om hen in mijn beste Frans te feliciteren met hun act: hoe ze zo ogenschijnlijk onbekommerd die koortsdroom blootlegden. Zo van: wie is hier nu eigenlijk gek? Ik dacht zelfs te vragen om een handtekening. Bleek dat de vrouwen met hun fietsen geen idee hadden waar ik het over had, en dat ze ook nog eens Duits spraken. Ik droop af met lege handen en een vol hoofd.

Een bot had dit alvast niet kunnen samenrapen

En nu dus, wanneer de weerslag van extreme weersomstandigheden me te veel wordt. Wanneer ik neerslachtig word van een gebrek aan neerslag en politieke ruggengraat. Wanneer ik me afvraag hoeveel meer bodems we kunnen bereiken in deze ratrace to the bottom. Wanneer de cognitieve dissonantie zich vermengt met het zweet op mijn huid en onder mijn nagels kruipt. Wanneer ik me moe en moedeloos voel. Dan denk ik aan de slakkenvrouwen. 

En ik denk aan die post op LinkedIn over de IPPC-gazon-rapportering. Dat bleek gewoon satire te zijn: ha, gefopt! En ik neem mezelf voor om die piste ook eens uit te testen: absurditeit met absurditeit te bestrijden. 

De clown uit te hangen in het circus. De dissonantie te laten trillen. De warboel nog wat verder in de knoop te leggen. De knoop in de verf te zetten. In een warrig stuk over slakken, Narcissus, klimaatverandering en AI, bijvoorbeeld. Een bot had dit alvast niet kunnen samenrapen. Voor vandaag is dat voldoende. Morgen is er een nieuwe dag. 

 

Helena Baeck is educatief medewerker bij ella vzw, kenniscentrum gender en etniciteit

Vandaag op de hoogte van de wereld van morgen?