Antwerpse Coalitie voor Palestina getuigt: “Bij onze demonstraties is de politie het grootste veiligheidsrisico”
Op de Kaasrui, een zijstraat van de Grote Markt in Antwerpen, stond Stef Arends van de Antwerpse Coalitie voor Palestina te betogen tegen de Israëlische vlag aan het stadhuis. Om een mogelijk politieoptreden, zoals dat de week ervoor had plaatsgevonden, op beeld vast te leggen, was hij aan het filmen.
Op een gegeven moment zag hij dat politieagenten naar hem wezen. “Er werd naar mij gewezen en ze maakten een gebaar van iemand die aan het filmen is”, vertelt hij. “Ik wist dus dat ze mij bedoelden.” Vervolgens drongen een aantal gemaskerde mannen, politieagenten in burger, de groep binnen. Even later werd hij met een nekklem uit de menigte gesleurd.
“Ik kon niet goed ademen en had geen enkele controle”, vertelt hij. Arends stond niet vooraan, verzette zich niet en was volgens eigen zeggen uitsluitend aan het filmen. Toch werd hij hardhandig gearresteerd en meegenomen naar het politiebureau.
Dit gebeurde op maandag 29 juni, op de avond dat ook Groen-voorzitter Aimen Horch gearresteerd werd. Maar dit incident staat niet op zichzelf, ook bij eerdere acties van de Coalitie trad de Antwerpse politie gewelddadig op. De organisatie spreekt van hardhandige arrestaties, waterkanonnen, gemaskerde interventieploegen en vreedzame demonstranten die met lichamelijke verwondingen weglopen. “Bij onze demonstraties is de politie het grootste veiligheidsrisico”, getuigt Arends.
De rol van de politie
De Antwerpse Coalitie voor Palestina is een coalitie van middenveldorganisaties uit Antwerpen die zich sinds januari 2025 gezamenlijk inzet voor Palestina. De eerste demonstraties richtten zich op de banden van het stadsbestuur met Israël en de medeplichtigheid daardoor aan het Israëlische geweld in Palestina. Nadat op 10 juni zelfs de Israëlische vlag aan het stadhuis werd gehangen, werd het nieuwe doel van de coalitie: haal die vlag weg.
Sinds de hardhandige arrestatie van Groen-voorzitter Aimen Horch op 29 juni heeft het Antwerpse politieoptreden veel media-aandacht gekregen. Maar de organisatoren zijn inmiddels bijna gewend geraakt aan dit soort geweld. “Het is natuurlijk heel erg wat er is gebeurd”, zegt Stef Arends, “maar eigenlijk zagen wij dit soort politiegeweld al de hele maand juni en ook vorig jaar in oktober en november.”
Volgens de Coalitie verliepen de acties altijd vreedzaam. Er werd geen vandalisme gepleegd en vanuit de betogers zou geen geweld zijn gebruikt. Toch treedt de politie regelmatig hardhandig op. Betogers worden weggeduwd, met waterkanonnen bespoten, door gemaskerde agenten uit de menigte gehaald en urenlang vastgehouden op een politiekantoor.
“De escalatie begint pas wanneer de politie begint te duwen, honden inzet of mensen met matrakken bedreigt”, zegt Caro, een van de stewards van de Coalitie. Zij zag tijdens verschillende acties hoe vreedzame demonstranten door de politie werden geduwd, uit elkaar gedreven en gearresteerd. “Het is surreëel om te zien dat personen die je veilig moeten houden, opeens het grootste gevaar zijn en actief mensen in gevaar brengen.”
Meewerken garandeert geen veiligheid
Tijdens een actie aan de Suikerrui in november vorig jaar kregen de betogers de opdracht om zich naar het Steenplein te verplaatsen. De organisatoren stemden daarmee in en probeerden de boodschap aan de menigte door te geven. “Wij hebben echt toegezegd en gezegd: oké, we gaan naar het Steenplein”, vertelt Nadia El Jalti, die als hoofdsteward mee instond voor de veiligheid van de demonstranten en communicatie met de politie.
Een grote groep mensen kan zich echter niet binnen enkele ogenblikken door een smalle doorgang verplaatsen. Toch begon de politie volgens haar al na enkele minuten te duwen. Agenten dreven de betogers met fysieke kracht richting het Steenplein en gebruikten daarbij ook pepperspray.
Dat harde duwen maakte de verplaatsing juist moeilijker, merkt Stef Arends op. Mensen kwamen tegen elkaar vast te staan en konden daardoor niet verder naar achteren. “Daardoor voelt het voor agenten misschien alsof mensen tegendruk bieden, maar dat is gewoon omdat ze vaststaan.”
Ook Caro probeerde de politie duidelijk te maken dat de doorgang geblokkeerd raakte. Mensen waren volgens haar wel degelijk aan het doorlopen, maar konden niet sneller vooruit. “We gaven duidelijk aan dat mensen zouden vallen als ze verder bleven duwen. Maar ze bleven gewoon doorgaan.”
Toen de verplaatsing volgens de politie niet snel genoeg verliep, werd ook het waterkanon ingezet. Nadia El Jalti zegt dat het werd gericht op mensen die de politie al de rug hadden toegekeerd en zichtbaar onderweg waren naar het Steenplein. Zelf werd ze ook geraakt en viel ze door de kracht van de straal op de grond. “Dat is een spuitkracht van water, dat kan je je niet voorstellen”, vertelt ze.
Bovendien vertellen zowel Stef als Nadia dat meerdere mensen vreemde klachten hadden, na geraakt te zijn door het waterkanon. "We kregen rode plekken op onze huid en onze ogen traanden", vertelt Nadia. "Ik vermoed dat er iets aan het water is toegevoegd", verduidelijkt Stef.
Toen Nadia later als herkenbare steward terugliep om andere betogers bij te staan, werd ze opnieuw door het waterkanon getroffen, vertelt ze. “Ze wisten dat ik niet ging betogen, want ik ben een steward, en toch werd ik in mijn buik geraakt.”
Nadia en andere organisatoren van de Coalitie waren stomverbaasd over de keuze van de politie om zo hardhandig op te treden. “Wij volgden de bevelen op om te verplaatsen, maar wanneer dat niet snel genoeg gaat, ziet de politie meteen reden om op te treden”, zegt Nadia. De sfeer sloeg volgens haar om, niet omdat demonstranten zouden weigeren te vertrekken, maar omdat de politie hen nauwelijks tijd gaf om dat op een veilige manier te doen.
Bloedneuzen, hersenschuddingen en botbreuken
Uiteindelijk bereikte de groep het Steenplein, de plaats waar de politie de betogers naartoe had gestuurd. Nadia El Jalti controleerde bij de commissaris of de groep daar mocht blijven. Volgens haar kreeg ze een knipoog en een duim omhoog. Toch liep de situatie kort daarna opnieuw uit de hand.
Toen een deelnemer van de actie hardhandig werd gearresteerd, ging Nadia El Jalti als hoofdsteward kijken wat er gebeurde. Ze droeg een geel hesje en stond naar eigen zeggen op ongeveer twee meter afstand. Terwijl ze probeerde te zien wie er op de grond lag, kreeg ze van een agent in burger een vuistslag in het gezicht.
“Ik zag zwart en controleerde meteen mijn tanden”, vertelt ze. “Ik dacht: beginnen die los te zitten, breken die?” Omstanders vingen haar op en artsen van Geneeskunde voor het Volk dienden eerste hulp toe. In het ziekenhuis bleek dat ze een breukje in haar jukbeen, een bloedneus en een lichte hersenschudding had opgelopen. “Ik kon een week niet werken”, voegt ze eraan toe.
Voor Nadia El Jalti toont het incident dat zelfs de mensen die verantwoordelijk zijn voor de veiligheid en communicatie met de politie, niet worden ontzien. “Ik was daar als steward om waar te nemen en te helpen. Toch werd ik behandeld alsof ik een gevaar vormde.”
Ook andere betogers liepen bij acties verwondingen op door het harde politieoptreden. Een arrestant werd op 29 juni zo strak met tie-wraps geboeid dat hij dagen later nog geen gevoel had in zijn duim. Een andere demonstrant hield een gebarsten slijmbeurs over aan een harde val. “Deze persoon is twee weken werkonbekwaam verklaard door de dokter”, vertelt Stef Arends.
Volgens Arends gaat het dus niet om enkele ongelukkige incidenten. “In het afgelopen jaar is er bij onze acties door niemand geweld gebruikt, behalve door de politie. En daar zijn echt gewonden bij gevallen.”
Criminaliseren van betogers
Opvallend is dat verschillende arrestaties niet worden uitgevoerd door herkenbare, geüniformeerde agenten, maar door gemaskerde politieagenten in burger die zich tussen de betogers begeven. Volgens Stef Arends maakt dat een arrestatie niet alleen angstaanjagender, maar ook gevaarlijker.
“Ze lopen van achteren op iemand af en slepen die mee. Die persoon weet natuurlijk niet wat diegene overkomt”, vertelt hij. Omdat niet meteen duidelijk is dat het om politieagenten gaat, kunnen mensen volgens hem instinctief proberen los te komen. Die reactie kan vervolgens als verzet worden geïnterpreteerd en aanleiding geven tot nog harder optreden.
Ook Julien Cabral, een activist die aan bijna elke actie deelneemt en ook meevoer op de Global Sumud Flotilla, ziet een groot verschil tussen de geüniformeerde politieagenten, met wie soms nog overleg mogelijk is, en de interventieploegen die bij de acties worden ingezet. Die eenheden zijn volgens hem getraind om hard op te treden, niet om met demonstranten in dialoog te gaan. “Alleen al de keuze om zulke ploegen in te zetten, is veelzeggend.”
De manier waarop de agenten optreden, versterkt volgens de Coalitie bovendien het beeld dat de activisten een ernstig veiligheidsrisico zouden vormen. Betogers worden niet aangesproken of gevraagd vrijwillig mee te gaan, maar onverwacht vastgegrepen, op de grond gewerkt en door meerdere agenten afgevoerd.
Ook Stef Arends werd volgens Caro behandeld alsof hij een gevaarlijke verdachte was, hoewel de politie hem kende van eerdere acties. “Ze weten dat ze met hem een normaal gesprek kunnen voeren. Toch wordt hij uit de groep gehaald en met zijn arm in een pijnlijke hoek naar de combi gebracht.”
Urenlang vastgehouden
De politie gebruikt volgens de actievoerders ook intimidatietactieken door arrestanten lang op het politiebureau vast te houden. Na zijn arrestatie op 29 juni werd Stef Arends, samen met Aimen Horch, eerst naar de Grote Markt gebracht en vervolgens overgeplaatst naar een politiewagen. Op het politiekantoor werden ze gefouilleerd en hoorden ze al snel dat ze tot 1 uur ’s nachts vast zouden zitten.
Caro vertelt dat zij gearresteerd is geweest op een andere actie en toen ongeveer een uur in een oververhit arrestatiebusje moest zitten. Het was een bijzonder warme dag en een oudere vrouw die ook was gearresteerd, werd onwel. De arrestanten probeerden met geroep en lawaai de aandacht van de politie te trekken, maar volgens Caro duurde het lang voor iemand kwam kijken.
“Je zit daar vast, je kunt er niet uit en je kunt niets doen”, zegt ze. “Terwijl iemand onwel werd, kwam er lange tijd niemand controleren. Dat vind ik zot.”
Volgens Stef Arends worden administratieve aanhoudingen bovendien steeds langer gebruikt. Op 22 juni kregen arrestanten te horen dat ze niet na afloop van het protest zouden worden vrijgelaten, maar tot zeven uur ’s ochtends in de cel moesten blijven.
Een administratieve aanhouding mag wettelijk maximaal twaalf uur duren, maar volgens Stef Arends betekent dat niet dat iemand ook automatisch zo lang moet worden vastgehouden. “De vrijheidsberoving mag niet langer duren dan noodzakelijk om de openbare orde te herstellen.”
De Coalitie ziet het langdurig vasthouden daarom niet alleen als een ordemaatregel, maar ook als een vorm van afschrikking. Wie weet dat deelname aan een protest kan eindigen in een nacht in de cel, zal sneller twijfelen om een volgende keer opnieuw de straat op te gaan.
Recht op protest
De manier waarop de Antwerpse politie, en daarmee het stadsbestuur, omgaat met de actievoerders van de Antwerpse Coalitie voor Palestina toont hoe het recht op protest steeds verder onder druk komt te staan. Niet alleen het politiegeweld en de arrestaties perken dat recht in, ook de voorwaarden en beperkingen die het stadsbestuur oplegt, dragen bij aan repressie.
Wies De Graeve en Joke Blockx, directeur van Amnesty International Vlaanderen en directeur van de Liga voor Mensenrechten, schreven daarover in een opinie in De Morgen: “Overheden moeten vreedzaam protest niet alleen tolereren, maar zijn verplicht het te respecteren, te beschermen én te faciliteren.”
Volgens hen laat het Antwerpse stadsbestuur deze plichten momenteel na. In Antwerpen moeten organisatoren vooraf toestemming vragen om te mogen betogen. Volgens Wies De Graeve en Joke Blockx is dat problematisch, zeker wanneer het protest zich richt tegen het stadsbestuur dat zelf over die toestemming beslist. Het stadsbestuur bepaalt zo ook waar, wanneer en met hoeveel mensen dat protest mag plaatsvinden.
Voor demonstraties in januari en juni stelde de stad onder meer voor om slechts een delegatie van respectievelijk 150 of 200 mensen toe te laten. Ook moesten de deelnemers eerst verzamelen op het Steenplein, waarna onder strikte voorwaarden naar het stadhuis kon worden gestapt. Vlaggen moesten opgeborgen blijven, de groep moest stil zijn en pas na een teken van de politie mocht het protest beginnen. En zelfs dan mocht de actie niet te luid zijn, omdat de gemeenteraad er geen hinder van mocht ondervinden.
“Dat zijn voorwaarden waar wij onmogelijk mee akkoord konden gaan”, zegt Stef Arends. “Naast dat wij praktisch gezien niet kunnen controleren hoeveel mensen er komen, vinden wij ook dat als wij aan deze voorwaarden zouden voldoen, het geen demonstratie meer is.”
Wanneer honderden mensen willen betogen, maar slechts een kleine delegatie zichtbaar mag zijn en de actie nauwelijks hoorbaar mag worden, blijft er weinig over van het recht op protest. Ook Wies De Graeve en Joke Blockx benadrukken dat: “Demonstranten hebben het internationaal erkende recht om hun boodschap te brengen binnen het zicht en gehoor van wie ze willen bereiken.”
Plots kan het wel
Na de media-aandacht voor de arrestatie van Aimen Horch en het politiegeweld dat daarmee gepaard ging, kreeg de Coalitie te horen dat de politie graag met hen in gesprek zou gaan. “Volgens de politie kon het zo niet verdergaan, en moesten beide partijen water bij de wijn doen”, vertelt Stef Arends. “Dus wij waren daar wel benieuwd naar.”
Op donderdag 2 juli ontmoet Stef Arends met een aantal andere vertegenwoordigers van de Coalitie de Antwerpse korpschef op het bureau. Uiteindelijk zijn ze daar tot de afspraak gekomen dat ze weer op de Suikerrui mochten demonstreren “zonder de absurde voorwaarden die eerder werden gesteld”, aldus Stef Arends.
De politie vond nog wel dat er niet met te veel mensen in de Suikerrui gedemonstreerd kan worden, maar ze beloofden om dit week per week te bekijken. Zo zou de politie de volgende keer geen toestemming kunnen geven wanneer zij geloven dat er te veel mensen in de Suikerrui aanwezig waren. “Ze beloofden in ieder geval niet meer zo extreem te reageren”, voegt Stef Arends toe, “dus dat was een hele goede afspraak”.
Die verandering in houding toonde voor Stef Arends dat de eerder opgelegde beperkingen niet strikt noodzakelijk waren: “Plotseling was het niet meer onmogelijk om gewoon een vreedzame demonstratie op de Suikerrui te houden, op een zichtbare en hoorbare plek.”
Op maandagavond 6 juli stond de Coalitie er weer, maar deze keer dus met nieuw gemaakte afspraken. Zowel volgens de Coalitie als de politie is dit vreedzaam verlopen. “Alles is op een veilige en rustige manier verlopen volgens de gemaakte afspraken”, verklaart de politie in een reactie aan ons.
Stef Arends vermoedt dat de massale media-aandacht een groot aandeel had in de ommekeer bij de politie en het stadsbestuur. Maar volgens hem is het evengoed een verdienste van het volgehouden protest: “Door te blijven strijden voor het recht op protest en het geweld vast te leggen, hebben we hen echt onder druk kunnen zetten. Voor het recht op protest is dat een mooie overwinning”, zegt hij.
Al zet Arends daar nog wel een kanttekening bij: “Nu is het zaak om het stadsbestuur blijvend onder druk te zetten, zodat ook de Antwerpse medeplichtigheid aan de genocide in Palestina stopt. Want daar was ons protest tenslotte om begonnen".