Ik las een paar weken geleden het artikel Meet the Anti-Fracking Nanas van Katie Dancey-Downs, gepubliceerd in Ms. Magazine en oorspronkelijk verschenen bij The Conversationalist. Het ging over oudere vrouwen die zich verzetten tegen fracking (een techniek om gas of olie uit ondoordringbare gesteentes te winnen door het creëren van scheurtjes met hoge druk vloeistof, nvdr.) in Engeland, Australië en Oklahoma.
Het artikel liet me niet los. Niet alleen omdat het over klimaatactie ging. Niet alleen omdat het over fracking ging. Maar omdat het iets zichtbaar maakte dat veel breder is: wie wordt eigenlijk ernstig genomen als politiek mens? Wie mag woedend zijn? Wie mag blokkeren? Wie mag zeggen: tot hier en niet verder?
De vrouwen in het artikel worden Nanas of Knitting Nanas genoemd. Sommigen zijn letterlijk grootmoeders, anderen niet. Ze dragen geel, zetten thee, breien, zingen, organiseren wakes, voeren gesprekken en staan aan hekken. Op het eerste gezicht lijkt hun protest zacht, bijna huiselijk. Een kop thee aan een toegangspoort. Een breiwerk aan de rand van een terrein. Een oudere vrouw op een klapstoeltje voor een fossiel bedrijf.
Maar wie alleen dat beeld ziet, mist de politieke kracht ervan.
De Nanas zijn geen afgesloten geschiedenis. In Lancashire werd hun strijd tegen fracking een symbool, maar elders leeft de actievorm verder: bij politieke kantoren, mijnsites, blokkades en klimaatcampagnes. Soms staan ze aan de frontlijn, soms vormen ze een steunlijn. Telkens halen ze oudere vrouwen uit het vakje van de ongevaarlijke bezorgdheid. Ze tonen wat zorg kan worden wanneer ze weigert machteloos te blijven.
Het beeld van de ongevaarlijke oma
Er bestaat een hardnekkig beeld van oudere vrouwen als zachte, zorgende, ongevaarlijke figuren. Ze bakken taart. Ze zetten thee. Ze passen op kleinkinderen. Ze brengen rust. Ze sussen. Ze zijn bezorgd, maar niet bedreigend. Moreel misschien, maar niet politiek. Precies dat beeld gebruiken de Nanas tegen het systeem dat hen onderschat.
In Lancashire bezetten oudere vrouwen in 2014 een veld waar fracking gepland stond. Voor bewoners betekende dat niet zomaar een technische ingreep. Het betekende vrachtwagens, boringen, vervuilingsrisico’s, lawaai, schade aan landschap en leven. Het betekende ook dat lokale bezwaren aan de kant konden worden geschoven zodra bedrijven en overheden besloten dat de winning moest doorgaan.
Er komt een moment waarop mensen beseffen: we hebben alles gedaan wat van redelijke burgers verwacht wordt, en toch gaat het door
De Nanas kwamen niet in actie omdat ze zin hadden in spektakel. Ze kwamen in actie omdat de normale kanalen faalden. Vaak begint directe actie niet bij een romantisch verlangen naar confrontatie, maar bij brieven die niets veranderen, inspraak die niet weegt, petities die beleefd worden ontvangen en daarna opgeborgen.
Er komt een moment waarop mensen beseffen: we hebben alles gedaan wat van redelijke burgers verwacht wordt, en toch gaat het door. Dan verandert redelijkheid van vorm.
Zacht verzet is geen zwak verzet
Het protest van de Nanas wordt vaak omschreven als gentle activism: zacht activisme. Ze gebruiken thee, breiwerk, stilte, liederen, zorg en aanwezigheid. Dat klinkt bijna braaf. Maar dat is het niet.
Zacht protest kan mensen binnenhalen die zich nooit activist hebben genoemd. Niet iedereen ziet zichzelf meteen op een barricade. Maar veel mensen herkennen wel een gesprek, een wake, een lint aan een hek, een gedeelde maaltijd.
Gentle activism maakt verzet toegankelijk. Maar toegankelijk is niet hetzelfde als onschadelijk.
De Nanas tonen dat zorg en conflict geen tegenpolen zijn. Ze verzetten zich niet ondanks hun zorgende houding, maar juist daardoor. Ze zeggen niet: wij zijn geen zorgende vrouwen. Ze zeggen: juist omdat wij zorgen, laten wij dit niet gebeuren. Zorg wordt hier geen privédeugd, maar publieke actie.
Wanneer zorg kantelt
Het sterke aan het artikel over de Nanas is dat het niet blijft hangen bij het vertederende beeld van breiende oma’s. Het laat zien dat sommige vrouwen op een kantelpunt kwamen. Ze hadden gewaarschuwd, geschreven, gepraat, petities getekend en waren aanwezig gebleven. En toch gingen bedrijven en overheden door.
Ze riskeerden arrestatie, rechtszaken, boetes en gevangenisstraf
Op dat moment besloten sommigen dat aanwezigheid alleen niet meer volstond. Ze deden mee aan lock-ons: ze maakten zich vast aan hekken of objecten om de toegang tot frackingterreinen te blokkeren. Ze riskeerden arrestatie, rechtszaken, boetes en gevangenisstraf.
Dat is een belangrijke les. Directe actie is niet noodzakelijk het tegenovergestelde van dialoog. Ze kan ook ontstaan uit het mislukken van dialoog. Wie dan zegt dat directe actie “ondemocratisch” is, moet ook durven kijken naar de democratische leegte waaruit ze ontstaat.
De kritiek op blokkades
Natuurlijk roept directe actie vragen op. Critici van blokkades en bezettingen wijzen erop dat een kleine groep activisten de dagelijkse werking van anderen verstoort. Ze leggen infrastructuur stil, blokkeren toegangspoorten of verhinderen dat bedrijven gewoon verder werken. Wie geeft hen dat recht?
Dat zijn geen onbelangrijke vragen. Ze raken aan de kern van democratie: gelijkwaardigheid, inspraak en legitimiteit.
Maar precies daar hapert het. Veel directe acties ontstaan wanneer democratische kanalen uitgehold raken. Wanneer bewoners mogen spreken, maar beslissingen materieel al vastliggen. Wanneer procedures gevolgd worden, maar vooral de macht bevestigen van wie al toegang heeft tot beleid, geld en vergunningen.
Dan is de vraag niet alleen of blokkades democratisch zijn. De vraag is ook hoe democratisch een systeem nog is waarin burgers wel mogen deelnemen, maar nauwelijks effectieve invloed hebben. De Nanas kozen een andere kant.
Ageisme als protestcontrole
Hier wordt het verhaal groter dan fracking alleen. Het gaat ook over ageisme: over de manier waarop leeftijd wordt gebruikt om politieke mensen onschadelijk te maken.
Bij jongeren gebeurt dat op de ene manier. Als jonge klimaatactivisten wegen blokkeren, gebouwen bezetten of acties voeren tegen fossiele bedrijven, krijgen ze vaak te horen dat ze naïef zijn. Te jong. Te emotioneel. Te radicaal. Te ongeduldig.
Bij ouderen gebeurt het anders. Zij worden niet weggezet als naïef, maar als voorbij. Te oud om nog radicaal te zijn. Te kwetsbaar om gevaarlijk te zijn. Te lief om echt politiek te zijn. Hun verzet wordt herleid tot bezorgdheid, symboliek of aandoenlijkheid.
In beide gevallen gebeurt hetzelfde: protest wordt ontkracht via leeftijd. Dat is ageistische protestcontrole.
Jongeren erven de planeet
Jongeren komen in actie omdat zij de planeet erven. Zij hebben het recht om te protesteren tegen een toekomst die voor hen wordt dichtgetimmerd door beslissingen waar zij vaak nauwelijks invloed op hebben.
Het gaat om mensen die weigeren dat hun toekomst wordt opgebruikt voor korte termijnwinst
Wie acties van klimaatactivisten bekijkt, van schoolstakingen tot bezettingen, van Extinction Rebellion tot Code Rood, moet dat voor ogen houden. Het gaat niet alleen om ongeduld. Het gaat om mensen die weigeren dat hun toekomst wordt opgebruikt voor korte termijnwinst.
Jongeren die zich vastkleven, blokkeren, bezetten of weigeren weg te kijken, worden vaak aangesproken alsof zij het probleem zijn. Niet de fossiele infrastructuur. Niet de luchtvaartsubsidies. Niet de bedrijven die blijven uitbreiden. Niet regeringen die waarschuwingen ernstig noemen en er vervolgens onvoldoende naar handelen.
Natuurlijk kun je discussiëren over tactiek. Dat moet zelfs. Maar tactische discussie mag geen excuus worden om het recht op verzet te verkleinen.
Ouderen laten iets na
Oudere generaties staan op een andere plaats, maar niet buiten het verhaal. Zij erven de planeet niet op dezelfde manier als jongeren. Maar zij laten haar wel na. En nalaten is nooit neutraal.
Wie ouder is, laat altijd iets achter. Herinneringen en verhalen misschien. Maar ook een wereld. Een bodem. Een klimaat. Een democratie. Een manier om al dan niet op te staan wanneer bedrijven en regeringen gemeenschappen negeren.
De Nanas tonen dat ouder worden niet hoeft te betekenen dat je je terugtrekt uit politieke verantwoordelijkheid. Het kan ook betekenen dat je scherper ziet wat er op het spel staat. Hun verzet zegt: wij willen dit niet nalaten. Niet aan onze kleinkinderen. Niet aan andermans kinderen. Niet aan wie na ons komt.
De Belgische spiegel
Ook bij ons bestaat die spanning. In België hebben Grootouders voor het Klimaat zich de voorbije jaren uitgesproken over burgerlijke ongehoorzaamheid. Ze namen deel aan of ondersteunden acties van Code Rood. Sommige grootouders gingen mee op de sporen liggen bij een actie tegen TotalEnergies. Anderen boden logistieke steun. Later organiseerden ze een colloquium over de vraag wanneer burgerlijke ongehoorzaamheid moreel verantwoord en legitiem kan zijn.
Bij de acties van Code Rood tegen de luchtvaartindustrie in Deurne en Luik publiceerden Grootouders voor het Klimaat steunende teksten en getuigenissen. Ze wezen op het geweldloze karakter van de acties, op het harde politieoptreden en op het feit dat steun verschillende vormen kan aannemen.
Ze dwingen organisaties om zich te positioneren
Tegelijk is er de laatste tijd meer spanning ontstaan rond Code Rood. In mediaberichten op basis van een OCAD-nota werd gesproken over radicalisering binnen delen van de beweging en over bezorgdheid bij veiligheidsdiensten. Zulke berichten creëren druk. Ze dwingen organisaties om zich te positioneren. Ze maken de vraag naar solidariteit moeilijker, maar ook dringender.
Want net dan wordt het belangrijk om onderscheid te maken. Men kan vragen hebben bij bepaalde tactieken. Men kan niet elke actie zelf willen voeren. Men kan risico’s inschatten, grenzen bespreken en strategische meningsverschillen hebben. Dat is allemaal legitiem. Maar iets anders is het meebewegen in de criminalisering van klimaatactivisten.
Geen generatieconflict
Klimaatverzet wordt te vaak voorgesteld als een conflict tussen jong en oud. Jongeren zouden radicaal zijn, ouderen behoudsgezind. Jongeren zouden verandering willen, ouderen zouden vasthouden aan wat bestaat. De Nanas doorbreken dat schema.
Zij tonen dat klimaatactie geen leeftijd heeft. Jongeren en ouderen vertrekken vanuit een andere positie, maar ze kunnen elkaar versterken. Jongeren zeggen: wij moeten leven met de gevolgen. Ouderen zeggen: wij weigeren die gevolgen zomaar door te geven. Dat is geen tegenstelling. Dat is een keten van verantwoordelijkheid.
Het echte conflict loopt niet tussen generaties. Het loopt tussen wie vernietiging normaliseert en wie weigert haar door te geven. Tussen wie zegt dat er geen alternatief is en wie op een veld, aan een hek, in een straat of voor een poort zegt: jawel, hier stopt het.
Oma is niet ongevaarlijk
Wat mij bijbleef aan het artikel over de anti-fracking Nanas, is dat het beeld zo eenvoudig lijkt en tegelijk zo krachtig is. Een oudere vrouw die breit aan een hek. Een kop thee aan een protestkamp. Een groep vrouwen in gele sjaaltjes. Een stilteactie. Een blokkade. Een houding die zegt: hier kom je niet zomaar voorbij.
Het begint zacht, maar het eindigt niet gehoorzaam. Dat is misschien precies wat deze tijd nodig heeft. Niet minder zorg, maar zorg die weigert machteloos te blijven. Niet minder verontwaardiging, maar verontwaardiging die verschillende leeftijden verbindt. Niet minder protest, maar protest dat zich niet laat reduceren tot een jeugdzonde of een omahobby.
Soms begint verzet met thee. Soms met breiwerk. Soms met een petitie. Soms met een steunbetoging. Soms met een blokkade. Maar telkens gaat het om dezelfde weigering: wij laten ons de toekomst niet afpakken zonder ons te verzetten.
Oma is niet ongevaarlijk. Gelukkig maar.
Paul Siperius is sociaal-cultureel agoog en betrokken bij activisme.